Week 1:
Leerstuk 1: algemeen; contractuele vennootschappen
Plaats in het contractenrecht: een bijzondere overeenkomst (boek 7A BW + WvK)
Contractuele samenwerkingsvormen kennen geen vormvoorschriften:
Materiële kenmerken geven de doorslag HR Samenwerkende Dierenartsen: uit de
feitelijke situatie die heerste tussen de partijen kan worden afgeleid dat er sprake is van
een (stilzwijgende) maatschap. Dit is te beoordelen aan de hand van de omstandigheden
van het geval. Dus ook als er een maatschap wordt beoogd, terwijl voldaan wordt aan een
vof, geldt er dat er een vof tot stand is gekomen
Net zoals in HR Samenwerkende Dierenartsen, kan een contractuele vennootschap dus ook
onbewust ontstaan
Art. 22 WvK (een vof moet worden ingeschreven bij authentieke of notariële akte) heeft
dan ook uitsluitend en bewijsrechtelijke functie
Indien een van de vennoten is uitgesloten van een aandeel in de winst wordt echter
als regel aangenomen dat de overeenkomst nietig is, tenzij in de concrete omstandigheden de
overeenkomst kan worden aangemerkt als een andersoortige geldige overeenkomst. Men spreekt
dan wel van ‘conversie’.
Materiële kenmerken contractuele vennootschap (art. 7A:1655 BW):
Contractuele samenwerking voor gemeenschappelijke rekening
Verplichting tot inbreng door de vennoten
Gericht op het behalen van een gemeenschappelijk materieel voordeel
Waartoe vennoten (elk voor een deel) gerechtigd zijn
Contractuele samenwerking:
In beginsel hoogste persoonlijk (‘inituiti personae’)
o Toe- en uittreden = in beginsel ontbinding van de overeenkomst, maar hier kan van
worden afgeweken door voortzettingsbedingen (vormvrij) (want vaak niet
wenselijk)
o 7A:1688 BW: vatbaar voor overgang onder algemene titel (erfgenamen)
o HR: positie van vennoten geheel vrij overdraagbaar, kan dus anders worden
bepaald
Duurzaam (min of meer) duurovereenkomst: niet voor een enkele transactie
Op voet van gelijkheid: gezagsverhouding moet ontbreken (bv. de een mag niet bepalen
wanneer de ander vakantie mag opnemen)
Verplichting tot inbreng (7A:1662 BW):
Geld: genot van goed wordt ingebracht (inbrenger blijft rechthebbende),
waardeverandering/risico is voor vennootschap vb. bij winst/verlies wordt dit verdeeld
onder de andere vennoten
Goederen: goed wordt aan vennoten overgedragen, waardeverandering/risico is voor
vennootschap
Genot van goederen: genot van goed wordt ingebracht, goed blijft voor risico van
inbrenger vb. bij winst/verlies is dit voor de inbrengende vennoot
Arbeid/goodwill
,Gericht op gemeenschappelijk materieel voordeel ruim opvatten, mag ook besparen van kosten
zijn
Waartoe vennoten gerechtigd zijn:
Recht op aandeel in de winst
Art. 7A:1672 BW: verbod op sociatas leonine (geen vennoot mag worden uitgesloten van
aandeel in de winst)
Voorbeeld ontbreken recht op winst: als andere ‘vennoot’ beslist of aandeel in de winst
wordt toegekend
Leerstuk 2: soorten personenvennootschappen
Maatschap (7A:1655 e.v. BW)
Maatschap = grondvorm
Stille maatschap
o Uitoefening van een beroep/bedrijf
o Niet onder gemeenschappelijke naam
Openbare maatschap
o Uitoefening van een vrij beroep (advocaten, notarissen, artsen, fysio’s &
accountants)
o Onder een gemeenschappelijke naam
Vennootschap onder firma (vof) (art. 16 WvK)
Maatschap +
Bedrijf +
Gemeenschappelijke naam
Regeling van de maatschap (m.u.v. externe verhoudingen) + art. 15 e.v. WvK
Commanditaire vennootschap (cv) (art. 19 WvK)
Vof +
Naast beherende vennoten een of meer commanditaire/stille vennoten
o Stille vennoten worden niet ingeschreven in handelsregisters, dus ze zijn voor
derden niet kenbaar. Wel wordt ingeschreven hoe hoog het bedrag is dat de stille
vennoot toeschiet.
, Leerstuk 3: het vermogen van personenvennootschappen
Personenvennootschappen hebben geen rechtspersoonlijkheid, dus:
Vennoten zijn de drager van de rechten en verplichtingen van de vennootschap
Vennoten dragen persoonlijk de verliezen van de vennootschap
Vennoten zijn aansprakelijk voor de schulden van de vennootschap
Het vermogen van de vennootschap behoort toe aan de vennoten
Vermogen in economische zin = alles wat ter beschikking staat van de vennootschap dus ook wat
obligatoir is ingebracht (bv. goodwill)
Vermogen in juridische zin = wat goederenrechtelijk gemeenschappelijk is omvat alleen de
vermogensbestanddelen die goederenrechtelijk aan de vennoten gezamenlijk toebehoren
beperkter dan in economische zin
‘Gebonden’ vermogen in juridische zin
Een vennoot kan in z’n eentje
(i) Niet over zijn aandeel in de goederenrechtelijke gemeenschap beschikken, en
(ii) Niet over zijn aandeel in een afzonderlijk goed, althans niet zonder de instemming van
alle vennoten
HR Boeschoten/Beseir = de vof heeft vermogen dat is afgescheiden van het overige vermogen van
de vennoten
Vennootschapsvermogen strekt primair tot verhaal voor de crediteuren van de vof
Geldt ook voor cv met twee of meer beherend vennoten (art. 19 WvK) maar let op HR
Hovuma/Spreeuwenberg!
Doorbreekt het beginsel van paritas creditorum
Heeft gevolgen voor de verrekening (art. 6:127 BW): verrekening alleen mogelijk wanneer
er verrekend kan worden tussen twee partijen in gelijke vermogens
HR Hovuma/Spreeuwenberg = ook een cv met één beherend vennoot heeft een afgescheiden
vermogen
HR Biek/Holding = de maatschap heeft ook afgescheiden vermogen. Bij stille vennootschap is het
aannemen van paritas creditorum niet mogelijk, waardoor afgescheiden vermogen niet
aangenomen kan worden
Leerstuk 4: interne verhoudingen bij de contractuele vennootschap; beheren vs. beschikken
Beheren = handelingen die tot de normale uitoefening van het beroep of bedrijf behoren
Beschikken = alles wat niet beheren is
Hoofdregel (onthoud standaard beheer, beschikking exceptioneel):
Beheershandelingen: elke vennoot is bevoegd (art. 7A:1674/1676 BW)
Beschikkingshandelingen: vennoten zijn slechts gezamenlijk bevoegd stel je doet het
toch in je eentje, dan ook in je eentje betalen
Let op: dit is allemaal regelend recht: beheersbevoegdheid kan ook worden beperkt,
bijvoorbeeld doordat de vennoten of bepaalde vennoten voor het verrichten van bepaalde
handelingen de instemming behoeven van een of meer andere vennoten. De beheersbevoegdheid
, kan eventueel ook ten aanzien van bepaalde vennoten worden uitgesloten. In dat geval is in
beginsel elk van de met het beheer belaste vennoten zelfstandig bevoegd tot het verrichten van
alle beheershandelingen (art. 7A:1674 BW).
Wanneer er interne bevoegdheid is tot handelen (dus zowel beheers- of beschikking), dan komt de
handeling voor de rekening van de personenvennootschap, dus draagt bij aan de baten of lasten
Dit zegt nog niets over de externe aansprakelijkheid!
Elke vennoot heeft recht op een aandeel in de winst (art. 7A:1670 e.v.)
Hoofdregel: naar rato van ieders inbreng
Arbeid = laagste inbrengt kapitaal
Regelend recht, maar geheel uitsluiten kan niet (art. 7A:1672 lid 1 BW)
Elke vennoot draagt bij in een verlies
Hoofdregel: naar rato van ieders inbreng (art. 7A:1670 BW)
Regelend recht (art. 7A:1672 lid 2 BW)
Interne verhoudingen: codewoorden beschikking, beheer & draagplicht = voor rekening van wie
(welke vermogens) komt de schuld uiteindelijk?
Leerstuk 5: externe verhoudingen bij de contractuele vennootschap
Bij maatschap is voor vertegenwoordiging volmacht vereist (3:60 BW)
Een gevolmachtigde bindt alleen de volmachtgever (art. 3:66 BW)
Bij onbevoegde vertegenwoordiging in beginsel schadeplichtigheid (3:70 BW)
Bij onbevoegde vertegenwoordiging kan degene in wiens naam is gehandeld toch worden gebonden:
Door bekrachtiging (art. 3:69 BW): volmachtgever geeft verklaring dat hij de uiting toch wil
accepteren (vormvrij)
Schijn van volmacht (art. 3:51 lid 2 BW): de volmachtgever de schijn hebben gegeven ten
opzichte van de wederpartij dat hij bevoegd was om de handeling te verrichten
Bij de personenvennootschappen: ook door baattrekking (zie art. 7A:1681 BW).
Baattrekking = wanneer het alleen maar voordelig is voor de vennootschap, komt in de
praktijk niet vaak voor (vb. van baattrekking = je hebt je €50.000)
Vertegenwoordiging & gebondenheid bij maatschap
Hoofdregel = maat kan alleen zichzelf binden, tenzij gevolmachtigd (art. 7A:1679/81 BW)
Ingeval meer maten zijn gebonden, zijn zij voor gelijke delen gebonden (art. 7A:1680 BW)
Verhaal bij de maatschap
Op het vermogen van de maatschap
HR Biek/Holding: de maatschap heeft afgescheiden vermogen
Dus verhaal voor 100% van de schuld
Ook bij het ontbreken van afgescheiden vermogen (art. 3:276 BW)
Verhaal op privévermogen van de maten
Voor gelijke delen (art. 7A:1680 BW), tenzij …
Vertegenwoordiging & gebondenheid bij de vof
Een vennoot die handelt op naam van de vof bindt altijd (ook) zichzelf (art. 7A:1681 jo. art.