Week 3
Leerstuk 1: corporate governance algemeen
Corporate governance betekent letterlijk ‘ondernemingsbestuur’. Het gaat over goed bestuur van
beursgenoteerde bedrijven en het toezicht daarop. Een deugdelijk bestuur bekijkt hoe een
onderneming goed, efficiënt en verantwoord geleid moet worden.
NB: Er bestaat een Corporate governance code. In art. 2:391a BW wordt er naar deze code
verwezen.
Organen NV/BV:
Bestuur (art. 2:129/239 BW).
Algemene vergadering (AV) (art. 2:107/217 e.v. BW) = het orgaan dat het bestuur
controleert.
Eventueel RvC (art. 2:140/250 BW) = toezicht houden. In plaats van een RvC kan er ook een
one tier board (art. 2:129a/239a BW) in worden gesteld.
Bij een grote NV/BV is toezicht op het bestuur verplicht.
Tussen de organen onderling bestaat geen hiërarchie (HR Forumbank). Elke orgaan heeft
hun eigen taken en bevoegdheden en is op hun terrein autonoom.
Leerstuk 2: verhouding bestuur & algemene vergadering
Bestuur
Art. 2:129/239 BW: ‘Behoudens beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het
besturen van de vennootschap’.
Geen wettelijke beschrijven van ‘bestuur’.
Het bestuur moet het doel van de vennootschap verwezenlijken: hij draagt zorg dat de
onderneming goed functioneert en rendeert.
Het bestuur moet leiding geven en de strategie bepalen (HR ABN AMRO, HR ASMI, HR
Akzo/Nobel, HR Boskalis/Fugro).
Het bestuur heeft een collectieve taak:
Collectieve verantwoordelijkheid (art. 2:9 BW). Ook als er iemand wordt aangesteld om
zich bezig te houden met de dagelijkse leiding en het uitvoeren van het bestuursbeleid
(executive committee) en wanneer er een andere taakverdeling wordt gemaakt.
Richten naar het belang van de vennootschap en de daarmee verbonden onderneming. HR
Cancun: het belang van de vennootschap hangt af van de omstandigheden van het geval.
Als aan de vennootschap een onderneming is verbonden, dan is het belang van de
vennootschap afhankelijk van het duurzame of bestendige succes van de onderneming.
Het bestuur mag daardoor niet onnodig afbreuk doen aan de belangen van de
stakeholders.
,Beperkingen bestuursbevoegdheid
Wet
o Doel (art. 2:7 BW). Het bestuur moet handelen overeenkomstig de doelstelling.
Alle handelingen die redelijkerwijs kunnen bijdragen aan het doel vallen onder het
doel van de vennootschap. Ruime definitie.
o Voor de NV: art. 2:107a: besluiten die een belangrijke verandering brengen in de
identiteit of het karakter van de vennootschap behoeven goedkeuring van de
vennootschap. Let op: de goedkeuring heeft enkel interne werking. HR ABN AMRO:
het gaat om besluiten die zo ingrijpend zijn dat de aard van het
aandeelhouderschap veranderen, in de zin dat de aandeelhouders kapitaal gaan
verschaffen aan een wezenlijk andere vennootschap.
Bij de BV zijn de verhouding meer besloten waardoor besluiten doorgaans
in samenspraak gaan met de aandeelhouders. Daarom bestaat deze
bepaling niet bij de BV.
Statuten
o Instructiebevoegdheid (art. 2:129/239 lid 4 BW).
Art. 2:129 BW: de wet staat enkel toe dat een orgaan een
instructiebevoegdheid kan worden gegeven wanneer het gaat om de
algemene lijnen van het beleid.
Art. 2:239 lid 4 BW: de wet kent geen beperking omtrent algemene lijnen,
waardoor er ook specifieke instructies mogen worden gegeven aan het
bestuur.
Wanneer de instructie in de statuten staat moet de instructie gevolgd
worden, tenzij de instructie in strijd komt met het belang van de
vennootschap, dan hoeft het bestuur de instructie niet te volgen.
o Goedkeuringsrechten AV/RvC eventueel.
Deze rechten hebben alleen interne werking. Het bestuur heeft de
bestuursverantwoordelijkheid nodig om de bestuursverantwoordelijkheid
te kunnen dragen.
HR Wennex: Een aandeelhouder heeft een eigen recht om zijn eigen
belang in de vennootschap te dienen, dus hoeft de vennootschap zelf niet
te dienen.
Algemene vergadering
De algemene vergadering controleert het bestuur.
Benoeming, schorsing en ontslag t.a.t. van bestuurders, tenzij structuurregeling (bij BV
statutaire afwijking mogelijk (art. 2:132/242 BW). Om gebruik te maken van de
bevoegdheid, moeten zij geldig bijeen zijn geroepen. Bevoegd tot een geldige
bijeenroeping zijn het bestuur en de RvC.
Statutenwijziging/ontbinding.
Vaststellen jaarrekening (art. 2:101/210 BW) / decharge ‘rest’ bevoegdheid (art. 2:107/117
BW).
Bijeenroepen bava (art. 2:110/220 e.v. BW) met het verzoek van en rechter wanneer het
bestuur en de RvC weigeren om een AV bijeen te roepen.
Agenderingsrecht (art. 2:114a/224a BW).
HR Akzo/Nobel: De aandeelhouders wilden een bava bijeenroepen om te stemmen over het
ontslag van de commissaris van de RvC. Het bestuur wilde namelijk niet praten over de overname
,van de aandelen van Akzo/Nobel voor een voor de aandeelhouders aantrekkelijke prijs. Het
bestuur wilden geen derden en daarmee hun eigen strategie volgen. De aandeelhouders gingen
naar de OK voor een enquête. OK: ‘als de bava alleen gericht is op het ontslag van de commissaris,
dan is dat feitelijk gericht op het uitoefenen van zeggenschap van de strategie van de
vennootschap. Daar gaat het bestuur over, niet de AV.’
Leerstuk 3: one tier vs. two tier
Two tier
= Organieke scheiding tussen bestuur en toezicht.
Voordelen:
Er is een duidelijke scheiding van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden.
De RvC staat op meer afstand van het bestuur waardoor het meer onafhankelijk is en
daardoor kritischer kan kijken naar het bestuur.
HR ASMI: de RvC is geen belangenbehartiger van de AV, maar kan wel een bemiddelende rol spelen
tussen de AV en het bestuur. Zij zijn echter niet verplicht om die rol op te pakken.
De RvC richt zich niet op de aandeelhouder, maar op het belang van de vennootschap en de
daarmee verbonden onderneming.
Het toezicht van de RvC is gericht op:
Naleving wet- en regelgeving, de statuten.
Strategie en resultaten.
Werkgeversrol (beloning).
Relatie met aandeelhouders (HR ASMI) en de OR.
Rechten RvC:
Recht op informatie (art. 2:141/251 BW), maar het bestuur moet zelf actief opzoek naar
informatie.
Recht om bestuurders te schorsen (art. 2:147/257 BW) i.c.m. bijeenroepen AV.
In de statuten kunnen de volgende rechten worden opgenomen:
o Goedkeuring van belangrijke bestuursbesluiten, ook t.a.v. beleid en strategie.
o Rol bij ontstentenis/belet bestuur (art. 2:234 lid 4 BW) wanneer het bestuur in het
geheel komt te ontbreken kunnen een of meer commissarissen tijdelijk de
bestuurstaak overnemen.
o Rol in geval van tegenstrijdige belangen van het bestuur.
Samenstelling RvC:
Natuurlijke personen.
AV bevoegd tot benoeming, schorsing en ontslag (art. 2:142 e.v./252 e.v. BW).
o Statutair een beperking mogelijk v.w.b. 1/3 van het aantal commissarissen dat door
instanties buiten de vennootschap kan worden benoemd.
Limitering aantal commissarissen (art. 2:132a/142a, 242a/252a BW) voor ‘grote
ondernemingen in de zin van de jaarverslaggeving.
Diversiteit in man/vrouw verhouding (art. 2:142b (beursvennootschappen, 166/276 BW
voor ‘grote’ ondernemingen in de zin van het jaarverslag).
, One tier
= Functionele scheiding van bestuur en toezicht.
Voordelen:
Doordat de bestuurders dichterbij elkaar staan, zijn de bestuurders eerder volledig
geïnformeerd dan dat de RvC dat zou zijn.
Een bestuurder is meer betrokken door de verantwoordelijkheid voor de bestuurstaak,
waardoor de besluitvorming daardoor efficiënter kan plaatsvinden en daardoor ook een
hogere slagingskans heeft.
One tier board (art. 2:129a/239a BW):
Verdeling van taken tussen uitvoerende bestuurders/niet-uitvoerende bestuurders.
De taakverdeling bevoegd statutaire grondslag: de AV moet instemmen, de taakverdeling
kan worden neergelegd in een reglement/besluit.
Ondanks de taakverdeling, gelden er geen gevolgen voor de collectieve
verantwoordelijkheid van het bestuur (art. 2:9 BW).
Art. 2:129a/239a lid 1 BW: de taak om toezicht te houden op de taakuitoefening door
bestuurders kan niet worden ontnomen aan niet-uitvoerende bestuurders.
Aan een uitvoerende bestuurder kan niet worden toebedeeld:
o Het voorzitterschap van het bestuur.
o Het doen van voordrachten voor benoeming van de bestuurder.
o Het vaststellen van bezoldiging van uitvoerende bestuurders.
Art. 2:129a/239a lid 3 BW: besluitvorming over bepaalde aangelegenheden kunnen
gedelegeerd worden aan kleinere kringen, maar het gehele bestuur blijft ook dan
verantwoordelijk.
Samenstelling one tier board:
Natuurlijke personen.
De uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders worden als zodanig benoemd en
ingeschreven in het Handelsregister.
Het bestuur is te allen tijde bevoegd tot schorsing van een uitvoerend bestuurder.
Geen bepalingen omtrent samenstelling.
o In de Governance code is wel opgenomen dat het meerderdeel van bestuurders
niet uitvoerend bestuurder mag zijn, maar niet opgenomen in BW 2.
Leerstuk 4: structuurregeling
Essentie structuurregeling = een grote vennootschap wordt wettelijk verplicht om een RvC in te
stellen om zekerheid te betamen dat maatschappelijke belangen en belangen van werknemers wel
genoeg gewaarborgd worden.
Kenmerken:
Volledig regime.
RvC bestaande uit minstens drie personen verplicht (art. 2:158 BW), tenzij one tier board.
AV benoemt RvC op voordracht van de RvC (art. 2:158/268 BW).
o AV en OR (bijzonder aanbevelingsrecht) hebben aanbevelingsrecht, maar RvC
maakt uiteindelijk de voordracht. De RvC moet de persoon die de OR aanbeveelt