Week 1: bron van inkomen & subject – object
Leerstuk 1: bron van inkomen
Vraag: Geef aan, onder verwijzing naar relevante wetsartikelen en/of jurisprudentie, of X
betreffende de jaren … een bron van inkomen heeft.
Stap 1: bronvoorwaarden
Deelname aan het economisch verkeer.
o Er is sprake van deelname wanneer je rechtsbetrekkingen met derde aangaat.
o Voorbeeld: er is geen deelname aan het economisch verkeer wanneer het enkel
het uitoefenen van een hobby betreft.
Het beogen van een geldelijk voordeel (subjectief criterium).
o Er wordt voordeel beoogd wanneer X de bedoeling heeft om bijvoorbeeld winst te
maken.
Een redelijke verwachting dat de bron een positieve opbrengst zal geven (objectief
criterium).
o Bij het verwachten van het voordeel kijken we objectief of het realistisch is dat er
winst gemaakt gaat worden. Voorbeeld: er is geen redelijke verwachting bij een
vriendendienst.
Stap 2: HR Medische Proeven & HR Receptenarrest
Let op: de bronvoorwaarden zijn niet cumulatief! De bronvoorwaarden zijn wel ontstaan als
cumulatieve voorwaarden, maar de voorwaarden werden later genuanceerd in HR Medische
Proeven. In dit arrest werd gesteld dat de voorwaarden helemaal niet cumulatief zijn. Vervolgens
nuanceerde HR Receptenarrest weer HR Medische proeven met drie uitzonderingen wanneer de
voorwaarden wel als cumulatief moeten worden gezien.
HR Receptenarrest: de bronvoorwaarden zijn cumulatief, indien sprake is van een van de volgende
gevallen:
Verliesgevende activiteiten.
o Voor verliesgevende activiteiten geldt een zwaardere toets omdat er vaak misbruik
wordt gemaakt bij verliesgevende activiteiten binnen de IB, omdat het qua
aftrekposten dan aantrekkelijk is om onder de IB te vallen.
Vermogenstransacties.
o Vermogenstransacties vallen onder een bron van inkomen wanneer er sprake is
van meer dan normaal vermogensbeheer, bijvoorbeeld wanneer je een actieve rol
hebt bij het beheren van de panden. De opbrengsten moeten te relateren zijn aan
je inzet.
Zaken in de persoonlijke sfeer deze uitzondering uit HR Medische Proeven zien we in de
praktijk (vrijwel) niet meer terug.
Stap 3: identificeren van het geval
Is er sprake van een van de uitzonderingen? Dan dienen alle drie de bronvoorwaarden getoetst te
worden.
Is er niet sprake van een van de uitzonderingen? Veelal kan dan worden volstaan met het enkel
toetsen van de deelname aan het economisch verkeer.
,NB: Waarom toetsen we of er sprake is van een bron van inkomen? Dat is van belang of iemand
onder box 1 valt voor de inkomstenbelasting. Slechts drie inkomenscategorieën uit de boxen zijn
tevens een bron van inkomen. Alle drie vallen ze in box 1:
Resultaat uit overige werkzaamheden.
Winst uit onderneming (bronvoorwaarden + nadere voorwaarden).
Loon uit dienstbetrekking (bronvoorwaarden + nadere voorwaarden).
NB: Wanneer in eerdere jaren er verliezen werden gemaakt en er nog geen sprake van een bron
van inkomen en later wel, dan kunnen de verliezen uit de aanloopfase van de onderneming
verrekend worden o.g.v. art. 3.10 Wet IB.
Er zijn verschillende soorten theorieën over het inkomensbegrip:
De verbruikstheorie: inkomen is al hetgeen kan worden verbruikt.
Periodiciteitstheorie: inkomen is al hetgeen periodiek uit een permanente bron
voortkomt.
Opbrengsttheorie: inkomen is al hetgeen uit deelname aan het productieproces
voortkomt.
Vermogensvermeerderingstheorie: inkomen is iedere vermogenstoename.
Bronnentheorie: inkomen is al hetgeen uit een bron van inkomen voortkomt. In zijn
algemeenheid zijn ‘arbeid’ en ‘kapitaal’ aan te merken als ‘moederbronnen’ en de
vruchten daarvan kunnen inkomen vormen. Een fiscale bron van inkomen is daarentegen
pas aanwezig, indien een voordeel is verkregen door deelname aan het economische
verkeer op een wijze waarbij de belastingplichtige voordeel heeft beoogd en kon
verwachten.
Leerstuk 2: functies & grondbeginselen belastingrecht
Vraag: welke functie dient deze regeling?
Stap 1: uiteenzetten functies
Budgettaire functie = de (overheids)uitgaven dienen bekostigt te worden, dit gebeurt
d.m.v. het innen van belasting van burgers.
o Met name van belang voor collectieve goederen, zoals het leger en de wegen.
o Ook van belang voor quasi-collectieve goederen = goederen die ook door een
particulier bekostigt zouden kunnen worden, maar waarvan het wenselijk is dat
deze goederen gesubsidieerd worden, zoals het onderwijs.
Instrumentele functie = de overheid probeert d.m.v. belastingheffing bepaald gedrag te
stimuleren. Hier zijn verschillende instrumenten voor:
o Allocatieve instrument = door belastingheffing stimuleren dat een bepaald goed
meer/minder geproduceerd of meer/minder geconsumeerd wordt. Voorbeeld:
tabak, alcohol, maar ook het doen van duurzame investeringen.
o Stabilisatie-instrument = door belastingheffing de economisch groei aanwakkeren
of destimuleren door het belastingtarief te verhogen of te verlagen. Komt in
Nederland niet meer voor.
o Verdelingsinstrument = belastingheffing gebruiken om inkomen of vermogen her
te verdelen. Hiervoor gebruik je progressieve tarieven, in overeenstemming met
het draagkrachtbeginsel.
, Steunfunctie = een belasting die ingevoerd wordt om de heffing van een andere belasting
te vergemakkelijken.
Vraag: welk grondbeginsel ligt ten grondslag aan deze regeling?
Rechts- of verdelingsbeginselen = juridische beginselen
o Draagkrachtbeginsel = belasting betalen naar draagkracht, bijvoorbeeld door het
hanteren van progressieve belastingen.
De leer van het evenredige nutsoffer = naar mate iemand meer inkomen
heeft, draagt elke euro steeds minder bij aan zijn draagkracht.
o Profijtbeginsel (en schadevergoedingsbeginsel) = belasting betalen omdat je profijt
hebt van bepaalde voorzieningen, bijvoorbeeld de Wegenbelasting.
Schadevergoedingsbeginsel ziet op het tegengestelde: wanneer je schade richt aan
het milieu, moet je bijvoorbeeld milieubelastingen betalen.
o Beginsel van de bevoorrechte verkrijging = wanneer je minder moeite hebt
moeten doen om een bepaalde van inkomen te verkrijgen, betaal je daarover
belasting. Voorbeeld: erf- en schenkbelasting.
Doelmatigheidsbeginselen = economische overwegingen
o Welvaartsbeginsel = de belastingheffing vindt op zo’n wijze plaats dat het de
welvaart van de samenleving als geheel ten goede komt. Voorbeeld: milieuheffing
is vanuit juridisch perspectief een schadevergoedingsbeginsel maar vanuit
economisch perspectief een welvaartsbeginsel.
o Beginsel van de minste pijn = de wijze waarop belasting wordt geheven.
Voorbeeld: loonbelasting wordt ingehouden op je salaris door de werkgever,
waardoor je als werknemer er minder van voelt dat de belasting is geheven.
o Beginsel van de optimale realisatie = de wetgever moet trachten de beginselen
optimaal te realiseren.
Legaliteitsbeginsel (art. 104 Gw) = ‘Belastingen van het Rijk worden geheven uit kracht van een
wet. Andere heffingen van het Rijk worden bij de wet geregeld.’
Materieel belastingrecht = bepalingen inzake ontstaan, omvang en tenietgaan belastingschuld.
Formeel belastingrecht = bepalingen inzake wijze van vaststelling belastingschuld, bevoegdheden
fiscus en waarborgen belanghebbende tegen overschrijding of verkeerd gebruik bevoegdheden.
Leerstuk 3: heffingssubject- en object
Vraag: Geef gemotiveerd aan wat de gevolgen zijn van … voor de heffing van de inkomsten
belasting van X. Uitwerking subject & object. Hier werken we enkel subject uit.
Stap 1: woont de eventuele belastingplichtige in Nederland?
In de ‘standaard’ situatie benoem je de volgende artikelen:
Art. 1.1 Wet IB: IB wordt geheven van natuurlijke personen.
Art. 2.1 lid 1 sub a Wet IB: binnenlands belastingplichtig zijn natuurlijke personen die in
Nederland wonen.
Art. 4 lid 1 AWR: ‘Waar iemand woont (…) wordt naar omstandigheden beoordeeld.’
, Voorbeeldzin: X is een natuurlijk persoon die in Nederland woont en als zodanig als binnenlandse
belastingplichtige aan inkomstenbelasting onderworpen (art. 2.1, lid 1(a), Wet IB jo. art. 4, lid 1,
AWR).
Stap 2: woont de eventuele belastingplichtige niet in Nederland?
Art. 2.1 lid 1 sub b Wet IB: buitenlands belastingplichtig zijn natuurlijke personen die niet in
Nederland wonen.
Hoe bepaal je of iemand niet in Nederland woont? Art. 4.1 lid 1 AWR: ‘Waar iemand
woont (…) wordt naar omstandigheden bepaalt.
o HR: Om te bepalen of iemand in Nederland woont, kijk je naar of de natuurlijke
persoon een duurzame band van persoonlijke aard heeft met Nederland. Dit weeg
je af a.d.h.v. een aantal factoren:
Of de persoon een verblijfplaats heeft in Nederland (ook bij familie);
De economische betrekkingen van de persoon in Nederland, zoals een
Nederlandse bankrekening, aandelen in een Nederlandse vennootschap,
een Nederlands dienstverband, etc.;
Wat het feitelijke verblijf van de persoon in Nederland is: hoe lang brengt
de persoon jaarlijks door in Nederland? ;
Sociale betrekkingen in Nederland zoals verenigingen of vriendenkringen;
Formele factoren zoals of de persoon ingeschreven staat bij in het BRP.
o Check de fictieve woonplaatsen uit art. 2.2 Wet IB en art. 4 lid 2 AWR. Voorbeelden
uit deze artikelen:
Binnen een jaar na in Nederland woonachtig te zijn geweest weer
terugkeren.
Diplomaten die uitgezonden worden.
Bemanning van een schip/vliegtuig wordt geacht te wonen waar het
schip/vliegtuig zijn thuishaven heeft.
Stap 3: is er sprake van een minderjarige of een partner?
Er geldt een zelfstandige belastingplicht, maar:
Toerekening bepaalde inkomensbestanddelen en rendementsgrondslag aan ouder die
gezag uitoefent (art. 2.15, lid 2).
Verdeling gemeenschappelijke inkomensbestanddelen en gezamenlijke grondslag sparen
beleggen tussen partners (art. 2.17, lid 2) daarmee de belastingdruk optimaliseren.
o Zie art. 5a AWR om te weten wanneer je fiscaal partner bent.
o ‘Gezamenlijke inkomensbestandelen’ en ‘gezamenlijke grondslag voor sparen en
beleggen’.
Boxen binnenlandse belastingplichtigen (art. 2.3 en 2.4 Wet IB):
Belastbare inkomen uit werk en woning (hoofdstuk 3) (box 1)
Belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang (hoofdstuk 4) (box 2)
Belastbare inkomen uit sparen en beleggen (hoofdstuk 5) (box 3)
Er geldt o.b.v. art. 2.3 en art 2.4 een heffing over het wereldinkomen: er staan geen geografische
beperkingen in hoofdstuk 3, 4 en 5. Dat betekent dat wanneer X inkomen uit Duitsland ontvangt,
dat hij ook in Nederland hier belasting over moet betalen. NB: Er zijn verdragen zodat er niet
dubbel belasting hoeft te worden betaald in zowel Duitsland als Nederland.