GRONDWETTELIJK
RECHT
Samenvatting
━━━━━━━━━━━━━━━━━━━━
Academiejaar 2025–2026
Samenvatting • Academiejaar 2025–2026 1
,GRONDWETTELIJK RECHT | SAMENVATTING
Inhoudstafel
Hoofdstuk 1 — Algemene inleiding: situering en omschrijving van het grondwettelijk recht
1.1. Het onderscheid tussen het publiek recht en het privaatrecht
1.2. Het grondwettelijk recht
1.3. Grondwettelijk recht en politieke wetenschap
Hoofdstuk 2 — Historische inleiding
2.1. Periode vóór 1831
2.2. Belangrijkste tendensen in de periode vanaf 1831
Hoofdstuk 3 — De bronnen van het grondwettelijk recht
3.1. Overzicht
3.2. De hiërarchie van de rechtsnormen
3.3. Internationale en supranationale normen
3.4. Verhouding tussen het internationaal recht en het nationaal recht
3.5. De grondwet
3.6. De wet
3.7. Het decreet
3.8. De ordonnantie (zie ook verder Hoofdstuk De Brusselse instellingen)
3.9. Het gezamenlijk decreet en ordonnantie
3.10. Wetskrachtige en gewone koninklijke besluiten
3.11. Besluiten van gemeenschaps-en gewestregeringen, besluiten van het Verenigd College van de
Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie
3.12. Ministeriële besluiten
3.13. De gewoonte
3.14. Algemene rechtsbeginselen
Hoofdstuk 4 — Het begrip 'staat'
4.1. Drie constitutieve bestanddelen
4.2. Een volksgemeenschap of permanenten bevolking
4.3. Gezag
4.4. Het grondgebied
4.5. Burgerschap en nationaliteit
Hoofdstuk 5 — De geledingen van de Belgische federale Staat
5.1. De lokale besturen (de ondergeschikte besturen)
5.2. De taalgebieden
5.3. De gewesten
5.4. De gemeenschappen
Hoofdstuk 6 — De voornaamste kenmerken van de Belgische Staat
6.1. Een rechtsstaat
6.2. Een federale Staat
6.3. Een representatieve democratie - de nationale soevereiniteit
6.4. Een monarchie
6.5. Een parlementair regime
6.6. De scheiding van de machten
6.7. De scheiding van kerk en staat
Hoofdstuk 7 — De federale machten
7.1. De federale wetgevende macht
Samenvatting • Academiejaar 2025–2026 2
,GRONDWETTELIJK RECHT | SAMENVATTING
7.2. De federale uitvoerende macht
7.3. De rechterlijke macht
Hoofdstuk 8 — De gemeenschappen en de gewesten
8.1. Centrifugaal-federale Staat van bipolaire aard zonder soevereiniteitssplitising
8.2. Gebetonneerde en verschranste bevoegdheden
8.3. Federaal systeem met een asymmetrische structuur
8.4. Coöperatief-federale staatsstructuur
8.5. Geen homogene bevoegdheidspakketten
8.6. De (materiële) bevoegdheden van de gemeenschappen
8.7. De (materiële) bevoegdheden van de gewesten
8.8. De bevoegdheden van de federale overheid
8.9. De instellingen van de gemeenschappen en de gewesten
8.10. De Brusselse instellingen
8.11. De Duitstalige Gemeenschap
Hoofdstuk 9 — De gewapende macht
9.1. §1. Artikel 167, §1 Gw. - de Koning voert het bevel over de krijgsmacht - de controle door de Kamer van
volksvertegenwoordigers
9.2. §2. De artikelen 182, 183, 185 en 186 Gw. - de besluitvorming door de wetgevende macht
Hoofdstuk 10 — Financieel federalisme
10.1. §1. Principes en juridisch kader
10.2. §2. Algemene principes betreffende de belastingsbevoegdheid van de federale overheid en de
deelstaten
10.3. §3. Algemene principes inzake de begrotingen en de rekeningen
10.4. §4. De autonome belastingbevoegdheid van de deelstaten
10.5. §5. De financiering van de deelstaten
10.6. §6. Eigen niet-fiscale ontvangsten van de deelstaten
10.7. §7. Andere financiering van de deelstaten
Hoofdstuk 11 — De rechten en vrijheden
11.1. §1. Algemeen juridisch kader
11.2. §2. Bronnen
11.3. §3. Evolutie - drie "generaties" van grondrechten
11.4. §4. Bescherming van de grondrechten in de Belgische federale context - bevoegdheidsverdeling inzake
grondrechten
11.5. §5. Geen absolute bescherming - mogelijkheden tot beperking
11.6. §6. Naar een grondwettelijk verankerde noodtoestand?
11.7. §7. Bespreking van de voornaamste fundamentele rechten
Hoofdstuk 12 — Het Grondwettelijk Hof
12.1. Het Grondwettelijk Hof: plaats in het bestel
12.2. De samenstelling van het Grondwettelijk Hof
12.3. Bevoegdheid van het Grondwettelijk Hof
Samenvatting • Academiejaar 2025–2026 3
, GRONDWETTELIJK RECHT | SAMENVATTING
HOOFDSTUK 1 — ALGEMENE INLEIDING: SITUERING EN
OMSCHRIJVING VAN HET GRONDWETTELIJK RECHT
Het hoofdstuk toont vooral dat grondwettelijk recht behoort tot het publiekrecht, meer bepaald tot het
publiekrecht in strikte zin. Het gaat dus om fundamentele regels over hoe de staat georganiseerd is, hoe de
staatsmachten werken, hoe zij zich tot elkaar verhouden en welke rechten burgers tegenover de overheid
hebben.
1.1. Het onderscheid tussen het publiek recht en het privaatrecht
Het klassieke onderscheid tussen privaatrecht en publiekrecht is een basisindeling van het recht.
Privaatrecht regelt de verhouding tussen burgers onderling, tussen burgers en private organisaties, of
tussen private organisaties onderling. Denk aan huwelijk, eigendom, erven, contracten, vennootschappen
enzovoort.
Publiekrecht regelt daarentegen het optreden van de overheid. Het gaat over de verhouding tussen
overheid en burger, de interne organisatie van de overheid, de verhouding tussen verschillende overheden
en de verhouding tussen staten.
Het verschil zit dus vooral in de vraag: gaat het om private personen onderling, of speelt de overheid als
overheid een centrale rol?
1.1.1. Privaatrecht
Het privaatrecht gaat uit van het idee dat burgers in principe vrij zijn om hun onderlinge verhoudingen zelf
te regelen. Die gedachte hangt samen met de vrijheidsgedachte van de Franse Revolutie. Belangrijke
beginselen zijn bijvoorbeeld:
wilsautonomie: burgers mogen zelf hun wil uitdrukken
contractvrijheid: burgers mogen in principe zelf kiezen met wie en onder welke voorwaarden zij
contracten sluiten
testeervrijheid: iemand mag in zekere mate zelf bepalen wat er met zijn vermogen gebeurt na
overlijden.
Het privaatrecht bestaat uit verschillende takken, zoals burgerlijk recht, gerechtelijk privaatrecht,
verbintenissenrecht, handels- en economisch recht, sociaal recht en internationaal privaatrecht.
Toch is die vrijheid niet onbeperkt. In het privaatrecht bestaan ook dwingende regels die burgers niet
zomaar kunnen uitsluiten. Voorbeelden zijn regels tegen discriminatie, bescherming van werknemers of
huurders, en andere regels die zwakkere partijen beschermen. De autonomie van burgers is dus belangrijk,
maar relatief.
1.1.2. Publiekrecht sensu lato
Het publiekrecht in ruime zin gaat over de overheid. Het regelt het statuut van de gezagsdragers, hun
bevoegdheden, hun onderlinge verhouding en hun verhouding tot burgers.
Het publiekrecht omvat onder meer:
grondwettelijk recht
administratief recht
budgettair recht
strafrecht en strafprocesrecht
Samenvatting • Academiejaar 2025–2026 4