Kijken in welke mate je als orthopedagoge impact/invloed kan hebben op executieve functies
(vaak gezien als focuspunt om in interventies aan te werken)
CONCEPTUALISATIE
WERKGEHEUGEN
- Het gaat over het werkgeheugen omdat het daar gaat over info op een KT vasthouden en die daarna
ook gaan bewerken
- Je kan het merken aan de casus dat het betrekking heeft tot het werkgeheugen omdat er
onvoldoende ruimte is voor manipulatie uit te voeren
- De vraag is groter dan de manipulatie op die moment aan kan – het gevolg is dat vergeten gaat
optreden
- Vergeten is geen kwestie van het niet kunnen onthouden – het is een kwestie van een overload
(de capaciteit wordt overschreven waardoor er info uit het geheugen verdwijnt)
1
,MODEL OM NAAR WERKGEHEUGEN TE KIJKEN
- Central executive = centrale plaats waar die manipulatie gebeurd
Daar ga je de optelsom gebruiken
- Maar de info wordt tijdelijk opgeslagen (verbaal of non-verbale)
Ofwel in de fonologische loop of in de visuo-spatiele loop
Beiden werken samen maar als je central executive niet optimaal werkt ga je dat wel in beiden
delen zien
OPM: De blauwe kaders geven aan hoe het gaat gemeten kunnen worden
- Puur capaciteit van werkgeheugen in kaart brengen via letters en cijfers nazeggen
Het is niet het nazeggen op zich maar wel de manipulatie bv de cijfers op KT kunne onthouden
maar ook in omgekeerde volgorde terug opnoemen (dat is de manipulatie)
- Corsi block tapping task:
Cijfers worden gezien door onderzoeker niet door deelnemer
Onderzoeker duidt een patroon aan en deelnemer moet dit patroon onthouden en in de
omgekeerde volgorde aanduiden
KLEINE OEFENINGEN – ONTHOUDEN VAN ZOVEEL MOGELIJK WOORDJES DIE
GEPROJECTEERD WORDEN
Woordjes: Tafel, kat, muis, bloempot, kaas, paard, slaapzak, zaklamp
Je gaat strategieën toepassen om het te kunnen onthouden (verhaaltje maken, visueel voorstellen,
conceptueel binden zoals zaken die met een dier te maken hebben …)
>> je hebt ook zeker woordjes vergeten – wat er op die manier gebeurd is dat een bepaalde strategie
tekortschiet
2
,WERKGEHEUGEN TIP
Verbal processing en non-verbal processing als twee mogelijke strategieën die je kan inzetten om info te
onthouden
Je bedenkt iets om het werkgeheugen te
gaan verbeteren door het andere spoor te
gaan gebruiken
>> als je dat als tip geeft welke vorm van
steun is dat dan? = instructionele steun
(zie verder)
- Wat je gaat doen is dat je in 1 spoor gaat blijven als je enkel focust op het verbaal proberen
onthouden
- Het tweede spoor neem je erbij als je ook het visuele erbij betrekt om zo de woorden te onthouden
>> je kan je werkgeheugen nog meer laten renderen als je een overstap maakt naar ook dit spoor
>> je maakt de overstap naar een extra spoor om ook zo extra info te gaan opnemen
- Als het visuele spatiele niet zo goed is ga je vooral inzetten op het verbale processing
(en ook omgekeerd)
➔ Door net de overstap te maken naar dat andere stukje, het andere spoor kunnen we op sterktes gaan
inspelen en zwaktes gaan vermijden (dual coding)
Nog iets anders dat we ook vaak doen…
3
, welke vorm van steun is dat dan?
= organisationele steun
(brengt structuur)
= emotionele steun
(je werkt met beloning)
= instructionele steun
(uitleggen van verwachtingen)
(zie verder)
- We gaan grote taken in de instructie al gaan opsplitsten zodat het behapbaar wordt en minder
werkgeheugencapaciteit moeten gaan gebruiken om zo een bepaald doel te kunnen bereiken
- Op die manier wordt het werkgeheugen minder belast en kan men komen tot betere resultaten bij
kinderen
- Om een bepaald doel te bereiken gaan we eerst kijken “waar sta je al” -> Stap 1
We gaan daarin heel fel belonen
- We gaan kijken wat de volgende stap zou moeten zijn om aan u doel te geraken: “hoe ga je het doel
bereiken” -> Stap 2
Je gaat er dan een strategie, een stappenplan aan vasthangen en als dat gelukt is ga je weer
belonen
- Dan is het het ding: “nu staan we hier, wat is er nu nog nodig om u doel te bereiken -> Stap 3
Dus ook opnieuw weer stappenplan en dan belonen als we het gaan bereieken
INHIBITIE
Inhibitie = gewoonte gedrag wel of niet onderdrukken ten voordelen van ander gedrag
4