12.1 Besluitvorming en informatiesystemen:
Beslissingen kun je classificeren in:
- Ongestructureerde beslissingen: Niet-routinematige beslissingen waarbij de beslisser een
oordeel, evaluatie en inzichten moet bieden bij de probleemdefinitie. Er is geen vastgelegde
procedure voor het nemen van deze beslissingen.
- Gestructureerde beslissingen: beslissingen die herhalend en routinematig zijn en een
vaststaande afhandelingsprocedure volgen.
- Semigestructureerde beslissingen: Beslissingen waarbij slechts een deel van het probleem
een duidelijke oplossing via een geaccepteerde procedure heeft.
Er zijn 4 verschillende fasen in de besluitvorming vast te stellen: (Simon – 1960)
1) Onderzoek/vaststellen: de eerste fase waarin het individu informatie verzamelt om vast te
stellen waar in de organisatie problemen ontstaan.
2) Ontwerp: Individu zoekt mogelijke alternatieven voor het probleem.
3) Keuze: individu maakt een keuze uit de verschillende alternatieve oplossingen.
4) Implementatie: alle organisatorische activiteiten die toewerken naar gebruik, management
en ingeburgerd raken van een innovatie, zoals een nieuw informatiesysteem.
12.2 Hoe ondersteunen informatiesystemen het management:
Klassieke managementmodel: Traditionele beschrijving van management die geconcentreerd is op de
formele functies van plannen, organiseren, coördineren, beslissen en controleren.
Gedragsmodellen: Beschrijvingen van management op basis van de observaties van
gedragswetenschappers van wat managers eigenlijk doen.
Bij het analyseren van het dagelijkse gedrag van managers ontdekte Henry Mintzberg dat de
gedragingen te classificeren zijn in tien managerrollen.
Managerrollen: verwachtingen van de activiteiten die managers in een organisatie zouden moeten
uitvoeren.
Een aantal voorbeelden:
- Interpersoonlijke rol: managers fungeren als boegbeeld en leider van de organisatie.
- Informatierol: managers fungeren als de zenuwcentra van hun organisatie, die de meest
kritische informatie ontvangen en verspreiden.
- Beslissingsrol: managers initiëren activiteiten, lossen problemen, wijzen middelen toe en
bemiddelen bij conflicten.
12.3 Business intelligence in de onderneming:
Business intelligence (BI): Systemen die bestaan uit technologieën en toepassingen die zijn
ontworpen om gebruikers te helpen betere beslissingen te nemen.
De omgeving voor BI bestaat uit 6 elementen:
1) Gegevens uit de bedrijfsomgeving
2) Infrastructuur voor BI
3) Toolset BA
4) Gebruikers- en managementmethoden
5) Platform -MIS, DSS, ESS
6) Gebruikersinterface: dat deel van het informatiesysteem waarmee de eindgebruiker
communiceert; type hardware en de reeks opdrachten en reacties die de gebruiker moet
invoeren om met het systeem te kunnen werken.