3.1 Hoe organisaties informatiesystemen beïnvloeden:
Organisatie (technische definitie): een stabiele, formele, sociale structuur die middelen uit de
omgeving verwerkt en hiervan output produceert.
Organisatie (gedragsdefinitie): Een verzameling rechten, privileges, plichten en
verantwoordelijkheden die elkaar langdurig in balans houden tijdens perioden van conflict en
conflictoplossing.
Het bouwen van nieuwe informatiesystemen of het verbouwen van oude systemen veranderen de
organisatorische balans tussen rechten privileges, plichten, verantwoordelijkheden en gevoelens die
in de loop der jaren zijn gegroeid.
Routines (= standaardprocedures): nauwkeurige regels, procedures en gebruiken die zijn ontwikkeld
om vrijwel alle mogelijke situaties aan te kunnen.
Organisatiecultuur: een verzameling vooronderstellingen over welke producten een organisatie moet
produceren en hoe, waar en door wie se moeten worden geproduceerd.
Verstorende technologieën: Technologieën die een verstorende invloed hebben op sectoren en
bedrijven, omdat hierdoor bestaande producten, diensten en bedrijfsmodellen verouderd raken.
De classificatie van Mintzberg maakt onderscheid tussen vijf basistypen organisatiestructuren:
1) Ondernemingsstructuur (kleine beginnende onderneming)
2) Machinebureaucratie (middelgrote productieorganisatie)
3) Divisionele organisatie (fortune-500-ondernemingen zoals General Motors)
4) Professionele bureaucratie (Advocatenkantoren, scholen en ziekenhuizen)
5) Adhocratie (Concultancybedrijven)
Het informatiesysteem dat je in een bedrijf aantreft weerspiegelt vaak het type organisatie.
3.2 De invloed van informatiesystemen op bedrijven:
Informatietechnologie (IT) kan gezien worden als een productiefactor die in de plaats kan komen van
het traditionele kapitaal en de traditionele arbeid.
IT heeft invloed op de kosten en kwaliteit van informatie en verandert de informatie-economie. IT
helpt ondernemingen kleiner te worden, omdat ze de transactiekosten kan reduceren – de kosten
voor het kopen van producten die een onderneming zelf niet kan maken.
Volgens de transactiekostentheorie proberen ondernemingen en individuen te besparen op
transactiekosten, net als op productiekosten.
IT kan ook de interne managementkosten verlagen, volgens de agenttheorie zien we de onderneming
als een ‘web van contracten’ tussen individuen met eigenbelangen, die supervisie en management
nodig hebben.
Een leider neemt agenten in dienst om namens diegene werk te verrichten, deze agenten hebben
echter wel constant supervisie en management nodig omdat ze ander hun eigen belangen nastreven
in plaats van de belangen van de leider.
Reikwijdte: Maateenheid voor het aantal mensen waarmee een onderneming kan communiceren en
het aantal producten dat de onderneming die mensen kan bieden.