Samenvatting ICF
Inhoud
Table of Contents
Inhoud..........................................................................................................1
1. Verschillende referentiekaders om naar het menselijke gedrag te kijken
.....................................................................................................................1
2. de ICF.......................................................................................................5
2.1 situering van de ICF............................................................................5
2.2 doel van ICF........................................................................................5
2.3 wat is de ICF.......................................................................................5
2.3.1 het model.....................................................................................6
2.3.2 ICF als conceptueel kader.............................................................6
2.3.3 ICF als classificatiesysteem..........................................................7
3. opbouw van het classificatiesysteem.......................................................7
3.1 Persoonlijke factoren..........................................................................8
3.2 Externe factoren.................................................................................9
3.3 Activiteiten en participatie..................................................................9
3.3.1 Activiteiten....................................................................................9
3.3.2 Participatie..................................................................................10
3.4 Functies+ anatomische eigenschappen...........................................11
3.4.1 Functies......................................................................................11
3.4.2 Anatomische eigenschappen......................................................11
1. Verschillende referentiekaders om naar
het menselijke gedrag te kijken
1.1 Het (bio)medische model
Puur biologisch bekeken
Pilletje= de biologische visie
Focus binnen de hulpverlening-> Beperkingen: Wat loopt moeilijk? Wat
lukt niet?
1
, Vb: Tom voelt zich al een hele tijd triest
Doel van de hulpverlening-> Functioneren verbeteren
Vb: Tom zich terug beter laten voelen
Houding van de professional-> Professional is de expert
Vb: Medicatie voorschrijven
↓
Kritiek:
- Te beperkte blik: medicalisering
- Wat met de stem van de persoon?
- Wat met problemen die niet medisch opgelost kunnen worden?
Vb: Tom mist zijn vrienden
1.1 het sociale model
Het ligt aan het systeem
Tom zou zich beter voelen als hij de bus kan nemen naar vrienden
Samenleving moet zich aanpassen
Vragen aan Tom zelf wat hij nodig heeft
Focus binnen de hulpverlening-> De samenleving die de beperkingen
veroorzaakt
Vb: Tom geraakt niet bij zijn vrienden door slechte toegankelijkheid
Doel van de hulpverlening-> De sociale en fysieke drempels in de
samenleving aanpakken
Houding van de professional->De professional vertrekt van de hulpvraag
en rechten van de zorgvrager
↓
Kritiek:
- De maatschappij kan niet alle problemen oplossen: naast de
omgeving blijft er ook
- de invloed van het lichamelijke (->want vaak combinatie mentaal en
fysiek)
Vb: Wat met pijn?
2
Inhoud
Table of Contents
Inhoud..........................................................................................................1
1. Verschillende referentiekaders om naar het menselijke gedrag te kijken
.....................................................................................................................1
2. de ICF.......................................................................................................5
2.1 situering van de ICF............................................................................5
2.2 doel van ICF........................................................................................5
2.3 wat is de ICF.......................................................................................5
2.3.1 het model.....................................................................................6
2.3.2 ICF als conceptueel kader.............................................................6
2.3.3 ICF als classificatiesysteem..........................................................7
3. opbouw van het classificatiesysteem.......................................................7
3.1 Persoonlijke factoren..........................................................................8
3.2 Externe factoren.................................................................................9
3.3 Activiteiten en participatie..................................................................9
3.3.1 Activiteiten....................................................................................9
3.3.2 Participatie..................................................................................10
3.4 Functies+ anatomische eigenschappen...........................................11
3.4.1 Functies......................................................................................11
3.4.2 Anatomische eigenschappen......................................................11
1. Verschillende referentiekaders om naar
het menselijke gedrag te kijken
1.1 Het (bio)medische model
Puur biologisch bekeken
Pilletje= de biologische visie
Focus binnen de hulpverlening-> Beperkingen: Wat loopt moeilijk? Wat
lukt niet?
1
, Vb: Tom voelt zich al een hele tijd triest
Doel van de hulpverlening-> Functioneren verbeteren
Vb: Tom zich terug beter laten voelen
Houding van de professional-> Professional is de expert
Vb: Medicatie voorschrijven
↓
Kritiek:
- Te beperkte blik: medicalisering
- Wat met de stem van de persoon?
- Wat met problemen die niet medisch opgelost kunnen worden?
Vb: Tom mist zijn vrienden
1.1 het sociale model
Het ligt aan het systeem
Tom zou zich beter voelen als hij de bus kan nemen naar vrienden
Samenleving moet zich aanpassen
Vragen aan Tom zelf wat hij nodig heeft
Focus binnen de hulpverlening-> De samenleving die de beperkingen
veroorzaakt
Vb: Tom geraakt niet bij zijn vrienden door slechte toegankelijkheid
Doel van de hulpverlening-> De sociale en fysieke drempels in de
samenleving aanpakken
Houding van de professional->De professional vertrekt van de hulpvraag
en rechten van de zorgvrager
↓
Kritiek:
- De maatschappij kan niet alle problemen oplossen: naast de
omgeving blijft er ook
- de invloed van het lichamelijke (->want vaak combinatie mentaal en
fysiek)
Vb: Wat met pijn?
2