Publiekrecht
Korte uitleg wettenbundel publiekrecht:
Je begint bij omgevingswet (als het om een omgevingsrechtelijk ding gaat).
Omgevingswet bestaat uit 4 delen:
H1 (algemene bepalingen) en H2 (taken en bevoegdheden van bestuursorgaan): basis,
wat zijn de begrippen, wie is waar verantwoordelijk voor, begrippen over omgevingswaarde,
edfal, instructieregels, instructies → basisregels
H3 t/m H5: instrumenten
H3: omgevingsvisie en programma, het beleidsdeel
H4 (algemene regels over activiteiten in de fysieke leefomgeving): decentrale regels,
omgevingsplan, omgevingsverordening en waterschapsverordening
H5: de omgevingsvergunning en het projectbesluit
Dan komen bijzondere onderwerpen (losse onderdelen waar dingen apart geregeld moeten
worden, zijn zo groot dat er een apart hoofdstuk voor is):
● H9: voorkeursrecht
● H10: gedoogplichten
● H11: onteigening
● H12: Bijzondere instrumenten voor het inrichten van gebieden (landinrichting).
Dan komen procedurele bepalingen:
● H13: financiële bepalingen, gaat over leges en heffingen
● H15: schade, nadeelcompensatie, regels over schade bij onteigening,
schadevergoeding bij voorkeursrecht
● H16: procedures, totstandkomingsprocedures, besluitvormingsprocedures
● H18: handhavingen en uitvoering
● H22: overgangsrecht
→ dit zijn de hoofdregels, deze zijn nader uitgewerkt in 4 uitvoeringsbesluiten:
● Ob
● Bkl
● Bal
● Bbl
We komen daar doordat de wet zegt bij algemene maatregelen van bestuur worden gevallen
aangewezen, tenzij bij algemene maatregelen van bestuur is bepaald.
Bijvoorbeeld 5.1 het is verboden om zonder omgevingsvergunning een rijksmonument
activiteit te verrichten, tenzij bij algemene maatregelen van bestuur anders is bepaald. →
Algemene maatregelen van bestuur is een van de 4 uitvoeringsbesluiten → welke van de 4;
hangt af waar het over gaat.
Gaat het over de relatie overheid-burger, bindende regels voor de burgers = BBL (als het
over bouwen gaat) of BAL (als het milieu en natuur gaat).
Gaat het over overheden onderling = BKL (als het gaat over hoe de gemeente de
omgevingswet uitvoeren, welke regels moeten worden opgenomen, hoe moet een
omgevingsvergunning beoordelen) of OB (wie is er bevoegd).
,Les 1
Let op: goed lezen.
• Moet = verplichting
• Mag = bevoegdheid
• Kan = beleidsruimte
Goed weten! Als het gebiedende wijs is, is er geen keus (moet). Als het mag dan is het een
bevoegdheid, staat er kan dan moet het niet maar dan kan het wel.
stelt vast, neemt aan dan is het verplicht.
• En = alles vereist
• Of = keuze
Recht: geheel van regels die bepalen wat mag en niet mag in de samenleving.
● Regels zijn algemeen geldend en komen uit erkende rechtsbronnen (wet, verdrag,
jurisprudentie, gewoonte).
● Alleen regels die door bevoegde instanties zijn vastgesteld gelden als recht.
● Wordt gehandhaafd door de rechterlijke macht (art. 112 GW).
● Kenmerk: afdwingbaarheid → niet naleven kan leiden tot sancties.
● Recht verandert mee met maatschappelijke ontwikkelingen.
Het Nederlandse recht is opgebouwd uit twee hoofdgebieden: het privaatrecht en het
publiekrecht.
● Deze indeling vormt de basis van het hele rechtssysteem.
● Zij bepaalt welke rechtsregels van toepassing zijn en welke rol de overheid daarin
heeft.
Privaatrecht: regelt rechtsverhoudingen tussen burgers en bedrijven onderling.
In het privaatrecht staan partijen juridisch gezien naast elkaar en bepalen zij in beginsel zelf
hun rechtsverhouding.
● Partijen hebben een gelijke juridische positie.
● De wet laat ruimte voor eigen keuzes, zolang wettelijke grenzen worden
gerespecteerd.
Het privaatrecht:
● stelt afspraken centraal
● gaat uit van contractsvrijheid
● is gericht op het individuele belang
● geldt ook voor de overheid wanneer zij als gewone partij optreedt
Publiekrecht: regelt de organisatie van de overheid en de verhouding tussen overheid en
burger of bedrijf.
Niet het onderwerp, maar de verhouding tussen partijen is doorslaggevend.
,In het publiekrecht treedt de overheid op als gezagdrager en kan zij eenzijdig besluiten
nemen.
● De verhouding tussen overheid en burger is niet gelijkwaardig.
● Overheidsoptreden is alleen toegestaan als de wet daarvoor een bevoegdheid geeft
(legaliteitsbeginsel).
Het publiekrecht:
● kent een machtspositie voor de overheid
● vereist altijd een wettelijke grondslag
● is gericht op het algemeen belang
● regelt ook de bescherming tegen overheidsbesluiten
Het beschermd de burger, want de overheid heeft de macht, de overheid kan zaken
opleggen, dus de overheid moet zich ook aan regels houden en niet de eigen gang gaan.
Het belang van het publiekrecht: De overheid beschikt over vergaande bevoegdheden die
diep kunnen ingrijpen in het leven en de bedrijfsvoering van burgers en bedrijven.
● Zonder begrenzing zou deze macht onbeheerst kunnen worden gebruikt.
Het publiekrecht:
● stelt grenzen aan overheidsmacht
● beschermt burgers en bedrijven tegen willekeur
● legt vast wanneer en hoe de overheid mag ingrijpen
● biedt rechtsbescherming via bezwaar en beroep
Staatsrecht: gaat over de inrichting van de staat, de overheid en grondrechten.
Bestuursrecht: gaat over besluiten van bestuursorganen en de bescherming daartegen.
Strafrecht: gaat over strafbare feiten en bestraffing.
Belastingrecht: gaat over het heffen en innen van belastingen.
Codificatie: het vastleggen van een regel in een wet.
→ regels zijn vooraf vastgelegd en gelden niet met terugwerkende kracht.
Het publiekrecht is grotendeels gecodificeerd.
● Bevoegdheden van de overheid zijn vastgelegd in wetten.
● Zonder wettelijke basis mag de overheid niet optreden als overheid.
Dat betekent dat:
● de overheid alleen publiekrechtelijk mag handelen als de wet daarvoor een
bevoegdheid geeft;
● burgers en bedrijven vooraf kunnen zien wat de overheid wel en niet mag.
Het publiekrecht is echter niet volledig gecodificeerd.
● wetten bevatten ook open normen die ruimte laten voor beoordeling in concrete
gevallen
, ● bijvoorbeeld: “redelijke termijn” en “zorgvuldig handelen”
● De rechter bepaalt per geval wat in die concrete situatie redelijk en zorgvuldig is.
Deze open normen worden verder ingevuld door:
● rechtspraak – rechters beoordelen of een bestuursorgaan correct heeft gehandeld;
● algemene beginselen – zoals het zorgvuldigheidsbeginsel en het
motiveringsbeginsel.
Alleen regels uit formele rechtsbronnen zijn juridisch bindend.
Daarnaast bestaat er een ondersteunende bron, die helpt bij uitleg en toepassing.
Formele rechtsbronnen:
● wetgeving
● verdragen en Europees recht
● rechtspraak
● gewoonterecht
Ondersteunende bron:
● rechtswetenschap
bij publiekrecht komen we bij de raad van staten.
Rechtspraak
● uitspraken van rechters;
● geven uitleg aan wettelijke regels;
● zorgen voor eenheid en voorspelbaarheid.
● voorbeeld: uitspraken van rechter over wanneer een omgevingsvergunning mag
worden geweigerd.
Gewoonterecht
● vast en langdurig gebruik;
● algemeen aanvaard als recht;
● geldt alleen zolang het niet in strijd is met de wet.
● voorbeeld: er is een regel dat een boom niet binnen twee meter van de erfgrens mag
staan, als er een dorp is waar iedereen dit heeft en ze van privacy houden, is dit een
voorbeeld van gewoonterecht.
Korte uitleg wettenbundel publiekrecht:
Je begint bij omgevingswet (als het om een omgevingsrechtelijk ding gaat).
Omgevingswet bestaat uit 4 delen:
H1 (algemene bepalingen) en H2 (taken en bevoegdheden van bestuursorgaan): basis,
wat zijn de begrippen, wie is waar verantwoordelijk voor, begrippen over omgevingswaarde,
edfal, instructieregels, instructies → basisregels
H3 t/m H5: instrumenten
H3: omgevingsvisie en programma, het beleidsdeel
H4 (algemene regels over activiteiten in de fysieke leefomgeving): decentrale regels,
omgevingsplan, omgevingsverordening en waterschapsverordening
H5: de omgevingsvergunning en het projectbesluit
Dan komen bijzondere onderwerpen (losse onderdelen waar dingen apart geregeld moeten
worden, zijn zo groot dat er een apart hoofdstuk voor is):
● H9: voorkeursrecht
● H10: gedoogplichten
● H11: onteigening
● H12: Bijzondere instrumenten voor het inrichten van gebieden (landinrichting).
Dan komen procedurele bepalingen:
● H13: financiële bepalingen, gaat over leges en heffingen
● H15: schade, nadeelcompensatie, regels over schade bij onteigening,
schadevergoeding bij voorkeursrecht
● H16: procedures, totstandkomingsprocedures, besluitvormingsprocedures
● H18: handhavingen en uitvoering
● H22: overgangsrecht
→ dit zijn de hoofdregels, deze zijn nader uitgewerkt in 4 uitvoeringsbesluiten:
● Ob
● Bkl
● Bal
● Bbl
We komen daar doordat de wet zegt bij algemene maatregelen van bestuur worden gevallen
aangewezen, tenzij bij algemene maatregelen van bestuur is bepaald.
Bijvoorbeeld 5.1 het is verboden om zonder omgevingsvergunning een rijksmonument
activiteit te verrichten, tenzij bij algemene maatregelen van bestuur anders is bepaald. →
Algemene maatregelen van bestuur is een van de 4 uitvoeringsbesluiten → welke van de 4;
hangt af waar het over gaat.
Gaat het over de relatie overheid-burger, bindende regels voor de burgers = BBL (als het
over bouwen gaat) of BAL (als het milieu en natuur gaat).
Gaat het over overheden onderling = BKL (als het gaat over hoe de gemeente de
omgevingswet uitvoeren, welke regels moeten worden opgenomen, hoe moet een
omgevingsvergunning beoordelen) of OB (wie is er bevoegd).
,Les 1
Let op: goed lezen.
• Moet = verplichting
• Mag = bevoegdheid
• Kan = beleidsruimte
Goed weten! Als het gebiedende wijs is, is er geen keus (moet). Als het mag dan is het een
bevoegdheid, staat er kan dan moet het niet maar dan kan het wel.
stelt vast, neemt aan dan is het verplicht.
• En = alles vereist
• Of = keuze
Recht: geheel van regels die bepalen wat mag en niet mag in de samenleving.
● Regels zijn algemeen geldend en komen uit erkende rechtsbronnen (wet, verdrag,
jurisprudentie, gewoonte).
● Alleen regels die door bevoegde instanties zijn vastgesteld gelden als recht.
● Wordt gehandhaafd door de rechterlijke macht (art. 112 GW).
● Kenmerk: afdwingbaarheid → niet naleven kan leiden tot sancties.
● Recht verandert mee met maatschappelijke ontwikkelingen.
Het Nederlandse recht is opgebouwd uit twee hoofdgebieden: het privaatrecht en het
publiekrecht.
● Deze indeling vormt de basis van het hele rechtssysteem.
● Zij bepaalt welke rechtsregels van toepassing zijn en welke rol de overheid daarin
heeft.
Privaatrecht: regelt rechtsverhoudingen tussen burgers en bedrijven onderling.
In het privaatrecht staan partijen juridisch gezien naast elkaar en bepalen zij in beginsel zelf
hun rechtsverhouding.
● Partijen hebben een gelijke juridische positie.
● De wet laat ruimte voor eigen keuzes, zolang wettelijke grenzen worden
gerespecteerd.
Het privaatrecht:
● stelt afspraken centraal
● gaat uit van contractsvrijheid
● is gericht op het individuele belang
● geldt ook voor de overheid wanneer zij als gewone partij optreedt
Publiekrecht: regelt de organisatie van de overheid en de verhouding tussen overheid en
burger of bedrijf.
Niet het onderwerp, maar de verhouding tussen partijen is doorslaggevend.
,In het publiekrecht treedt de overheid op als gezagdrager en kan zij eenzijdig besluiten
nemen.
● De verhouding tussen overheid en burger is niet gelijkwaardig.
● Overheidsoptreden is alleen toegestaan als de wet daarvoor een bevoegdheid geeft
(legaliteitsbeginsel).
Het publiekrecht:
● kent een machtspositie voor de overheid
● vereist altijd een wettelijke grondslag
● is gericht op het algemeen belang
● regelt ook de bescherming tegen overheidsbesluiten
Het beschermd de burger, want de overheid heeft de macht, de overheid kan zaken
opleggen, dus de overheid moet zich ook aan regels houden en niet de eigen gang gaan.
Het belang van het publiekrecht: De overheid beschikt over vergaande bevoegdheden die
diep kunnen ingrijpen in het leven en de bedrijfsvoering van burgers en bedrijven.
● Zonder begrenzing zou deze macht onbeheerst kunnen worden gebruikt.
Het publiekrecht:
● stelt grenzen aan overheidsmacht
● beschermt burgers en bedrijven tegen willekeur
● legt vast wanneer en hoe de overheid mag ingrijpen
● biedt rechtsbescherming via bezwaar en beroep
Staatsrecht: gaat over de inrichting van de staat, de overheid en grondrechten.
Bestuursrecht: gaat over besluiten van bestuursorganen en de bescherming daartegen.
Strafrecht: gaat over strafbare feiten en bestraffing.
Belastingrecht: gaat over het heffen en innen van belastingen.
Codificatie: het vastleggen van een regel in een wet.
→ regels zijn vooraf vastgelegd en gelden niet met terugwerkende kracht.
Het publiekrecht is grotendeels gecodificeerd.
● Bevoegdheden van de overheid zijn vastgelegd in wetten.
● Zonder wettelijke basis mag de overheid niet optreden als overheid.
Dat betekent dat:
● de overheid alleen publiekrechtelijk mag handelen als de wet daarvoor een
bevoegdheid geeft;
● burgers en bedrijven vooraf kunnen zien wat de overheid wel en niet mag.
Het publiekrecht is echter niet volledig gecodificeerd.
● wetten bevatten ook open normen die ruimte laten voor beoordeling in concrete
gevallen
, ● bijvoorbeeld: “redelijke termijn” en “zorgvuldig handelen”
● De rechter bepaalt per geval wat in die concrete situatie redelijk en zorgvuldig is.
Deze open normen worden verder ingevuld door:
● rechtspraak – rechters beoordelen of een bestuursorgaan correct heeft gehandeld;
● algemene beginselen – zoals het zorgvuldigheidsbeginsel en het
motiveringsbeginsel.
Alleen regels uit formele rechtsbronnen zijn juridisch bindend.
Daarnaast bestaat er een ondersteunende bron, die helpt bij uitleg en toepassing.
Formele rechtsbronnen:
● wetgeving
● verdragen en Europees recht
● rechtspraak
● gewoonterecht
Ondersteunende bron:
● rechtswetenschap
bij publiekrecht komen we bij de raad van staten.
Rechtspraak
● uitspraken van rechters;
● geven uitleg aan wettelijke regels;
● zorgen voor eenheid en voorspelbaarheid.
● voorbeeld: uitspraken van rechter over wanneer een omgevingsvergunning mag
worden geweigerd.
Gewoonterecht
● vast en langdurig gebruik;
● algemeen aanvaard als recht;
● geldt alleen zolang het niet in strijd is met de wet.
● voorbeeld: er is een regel dat een boom niet binnen twee meter van de erfgrens mag
staan, als er een dorp is waar iedereen dit heeft en ze van privacy houden, is dit een
voorbeeld van gewoonterecht.