Hoofdstuk 1 Veilig autorijden
Veilig autorijden
Elke bestuurder is anders, bijvoorbeeld:
Meer of minder rijervaring
Relaxt of gestrest
Onzeker of overmoedig
Alle bestuurders samen beïnvloeden het verloop en de veiligheid van het verkeer.
Je zult verkeerssituaties en iedereen die erbij betrokken is dus goed moeten kunnen inschatten, om
bij te kunnen dragen aan een veilig verkeer.
Alleen als je zintuigen goed werken en als je niet belemmerd wordt (door b.v. harde muziek of
beslagen ramen), kun je veilig aan het verkeer deelnemen.
Ook moet je fit zijn, zowel lichamelijk als geestelijk, om goed te kunnen rijden. Vermoeidheid gaat
alleen over door te rusten. Neem na elke 2 uur een kwartier pauze.
Je navigatie bedienen, een blikje fris drinken en zelfs een gesprek voeren met je passagiers leiden je
aandacht af van het verkeer.
Het is verboden op de weg een wedstrijd met voertuigen te houden of daaraan deel te nemen.
Rijden onder invloed van alcohol is levensgevaarlijk en daarom verboden.
Wettelijke limiet alcohol:
Bij beginnende bestuurders: 0,2 promille / 88 microgram
Bij overige bestuurders: 0,5 promille / 220 microgram
Al na 1 glas alcohol zit je over deze grens
De afbraak van 1 glas alcohol door je lichaam duurt 1 a 1,5 uur. Je kunt dit niet versnellen.
Hoofdstuk 3 Verkeerstekens en aanwijzingen
Verkeerstekens
Er zijn 3 soorten verkeerstekens:
Tekens op het wegdek
, Verkeersborden
Verkeerslichten
Bijzonderheden:
Tijdens werkzaamheden staan er tijdelijke verkeerstekens die gaan boven de verkeerstekens
op de weg.
Als er door zowel verkeersborden als door elektronische signaleringsborden een
maximumsnelheid wordt aangegeven, geldt de laagste aangegeven maximumsnelheid. De
snelheid die getoond wordt op matrixborden is de maximumsnelheid.
Verkeersborden
Verkeersborden staan:
Langs de weg
Boven de weg
Op een voertuig
Verkeersborden gelden:
Voor de hele breedte van de weg
Uitzondering:
Borden met verbod tot stilstaan of parkeren gelden alleen voor de kant van de weg waar ze
staan.
Onderborden
Deze geven aan:
Wanneer het verkeersbord geldt
Voor wie het verkeersbord geldt of voor wie niet
Vanaf waar het verkeersbord geldt
Of waar het geldt
Dynamische route informatie
Elektronisch bord met reisinformatie, bedoeld om verkeersstromen op (vooral) autosnelwegen te
optimaliseren. Het bevat bijvoorbeeld:
Reistijdinformatie
Route-advies
Informatie over files op ringwegen
Omleidingsroutes vanwege ongevallen of wegwerkzaamheden
Viaduct
,De gekromde gele lijnen op de verkeersborden geven een viaduct aan.
Bijvoorbeeld:
Je wilt linksaf de autosnelweg oprijden. Bij welk verkeersbord moet je daarvoor onder het viaduct
door rijden?
Bij verkeersbord N620 ga je over het viaduct en bij N275 ga je er onderdoor om de autosnelweg naar
links op te kunnen rijden.
Verkeerstekens op het wegdek
Een doorgetrokken streep mag je niet overschrijden, behalve:
Als deze langs de rand van de rijbaan ligt
Als je een vluchthaven, vluchtstrook of spitsstrook wilt bereiken
Als er aan jouw kant naast de doorgetrokken streep een onderbroken streep ligt. Als de
doorgetrokken streep aan jouw kant ligt, mag je niet naar de andere rijstrook.
Een onderbroken streep mag je overschrijden(b.v. om in te halen).
Als de strepen langer zijn dan de onderbrekingen, dan noemt men dat een waarschuwingsstreep (de
weg is dan gevaarlijk door b.v. veel in-/uitritten).
Een bliksemschicht op de weg waarschuwt je voor overstekende voetgangers of (brom)fietsers.
Busbaan/ busstrook:
Je kunt ze herkennen aan het woord ‘bus’ of ‘lijnbus’ op het wegdek. (kan ook worden
aangegeven met borden)
Het is niet toegestaan erop te rijden
Ook mag je er niet op rijden om een bepaalde richting te kiezen
Wel mag je ze kruizen om af te slaan, een inrit in te rijden of om een parkeerstrook te
bereiken.
, Een verdrijvingsvlak is gedeelte van de rijbaan waarop schuine strepen zijn aangebracht.
Een puntstuk is meerhoekig vlak op het wegdek bij splitsingen of samenvoegingen van wegen,
rijstroken of rijbanen.
Je mag er NIET op rijden.
Het mag wel als je op een spitsstrook rijdt die een verdrijvingsvlak of puntstuk kruist.
Tijdelijke verkeerstekens op het wegdek gaan boven de ‘normale’ strepen.
De witte doorgetrokken streep (die normaal de vluchtstrook markeert) geldt nu niet en mag je
daarom overschrijden (tijdelijke rijstroken zijn meestal smaller dan normale rijstroken).
Verkeerslichten
Verkeerslichten zorgen voor veiligheid en een goede doorstroming op drukke punten.
Veel verkeerslichten reageren op het verkeersaanbod: een licht dat juist op rood is gesprongen, kan
direct erna weer groen worden.
Als je een groen verkeerslicht zonder pijl ziet, hebben je tegenliggers meestal ook groen licht.
Je moet die voor laten gaan als je links afslaat.
Als je een groen verkeerslicht met pijl ziet, hoef je geen kruisend verkeer te verwachten.
Soms mogen (brom)fietsers rechtsaf door rood rijden. Dat staat dan aangegeven met een onderbord.
Overweglichten: als het witte knipperlicht brandt, komt er geen trein aan, bij rood knipperlicht moet
je stoppen.
Tram- en buslichten: deze gelden niet voor jou als automobilist.
Als bij werkzaamheden een rijstrook is afgesloten, kunnen mobiele verkeerslichten worden gebruikt.
Aanwijzingen
Politie/ marechaussee/ douane (B.V. bij verkeerscontroles)
Verkeersregelaars (B.V. bij wegwerkzaamheden)
Verkeersbrigadiers (bij oversteekplaatsen)
Begeleiders van railvoertuigen (bij onbeveiligde spoorovergangen)
Moet je opvolgen.
Volgorde van belangrijkheid
Aanwijzingen hebben de hoogste prioriteit in het verkeer.
Daarna komen de verkeerslichten. Deze gaan boven de verkeerstekens die de voorrang regelen.