Practica BWL
PRACTICUM 1: ZENUWSTELSEL & BLOEDVATEN
❖ Grote hersenen kat (HE)
➢ Hersengyri = hersenkronkels
▪ Grijze stof = cortex
• Vertakkende bloedvaten
• Moleculaire laag = plexiforme laag
Neuronen: grote, bleke kern met duidelijke nucleolus
Zenuwvezels: axonen en dendrieten
Neurogliacellen: kleine, donkere kern
• Piramidale laag
Piramidevormige neuronen = cellen van Betz:
➢ grote kern, duidelijke nucleolus
➢ cytoplasma met korreling van de stof van Nissl
Neurogliacellen
Granulaire neuronen (binnenste piramidale laag)
• Multiforme laag
Kleine neuronen
Neurogliacellen
▪ Witte stof = medulla
• Bloedvaatjes afgelijnd door endotheel
• Gemyeliniseerde axonen
• Neurogliacellen
➢ Sulci
➢ Hersenvliezen
▪ Arachnoidea
• Overbrugt sulci
▪ Subarachnoidale ruimte
• Dunwandige bloedvaten
▪ Pia mater
• Volgt hersenoppervlak
❖ Kleine hersenen hond (HE)
➢ Pons & verlengde merg = medulla oblongata
▪ Witte stof
▪ Nuclei = kernen van grijze stof
➢ Verbinding kleine hersenen – verlengde merg
▪ Velum medullare rostrale
▪ Velum medullare caudale
▪ => hersenventrikel IV
• 1-lagig kubisch epitheel met ependymcellen
, • Plexus choroideus
Tela choroidea = centrale BW-as met bloedvaten
L epithelialis = kubische ependymcellen
➢ Kleine hersenen = cerebellum
▪ Arbor vitae = witte stof
Gemyeliniseerde axonen
Neurogliacellen
▪ Cortex = grijze stof
• Sulci & folia
• Moleculaire laag
Neuronen
Zenuwvezels
• Ganglionaire laag
Purkinjecellen = rij grote neuronen
➢ Dendrietengewei
➢ Grote kern met nucleolus
• Granulaire laag = korrellaag
Kleine neuronen: donkere kern
Glomeruli cerebelli = eilandjes van Held
➢ Eosinofiele zones
▪ Hersenvliezen
• Arachnoidea
Overbrugt sulci
• Subarachnoidale ruimte
BW-trabekels
Kleine bloedvaatjes
• Pia mater
❖ Wervel in wording (HE)
➢ Doorsnede doorheen wervelkanaal
▪ Ruggenmerg
• Ependymkanaal
1-lagig cilindrisch epitheel
• Grijze stof
Neuronen
Neurogliacellen
Endotheelcellen
• Witte stof (meest perifeer)
Gemyeliniseerde axonen
Neurogliacellen
Endotheelcellen
▪ Ruggenmergvliezen
• Pia mater
, • Subarachnoidale ruimte => BW-trabekels
• Arachnoidea
• Dura mater
• Epidurale ruimte => vetrijk
▪ Doorsneden wervels
• Wervellichaam => endochondrale beenvorming
Geserieerde kraakbeencellen
Hypertrofische kraakbeencellen
Beenvorming rond kraakbeenbalkjes
Trabeculair been
➢ Osteocyt
➢ Osteoïd
• Wervelboog => periostale beenvorming
Periost
➢ Fibrocyten
➢ Spoelvormige mesenchymcellen → fibroblasten
▪ Spinale ganglia
• Neuronen
• Mantelcellen: ronde kernen
• Endoneurium met fibrocyten
▪ Spinale zenuwen
• (weinig) gemyeliniseerde axonen
• Schwanncellen
• Fibrocyten
▪ Dwarsgestreept SW
❖ Ruggenmerg (HE)
➢ Fissura mediana
➢ Sulcus medianus dorsalis
➢ Ependymkanaal
➢ Grijze stof
▪ Motorneuronen
• Dendrieten
• Neurogliacellen
Astrocyten: grotere, blekere, ovale kern
Oligodendrocyten: kleinere, donkere, ronde kern
Microgliacellen: donker en afgeplatte kern
• Niet-gemyeliniseerde vezels
➢ Witte stof
▪ Axonen
▪ Opgeloste myelinescheden
▪ Neurogliacellen
➢ Ruggenmergvliezen
▪ Pia mater
, ▪ Subarachnoidale ruimte
• Bloedvaten
• Spinale zenuwen
Axonen
Myelinescheden
Schwanncellen
▪ Arachnoidea
▪ Dura mater
• Dicht collageen BW
➢ Spinaal ganglion
▪ Pseudo-unipolaire neuronen
• Grote kern
• Nissl-substantie in cytoplasma
▪ Neurogliacellen: mantel- of satellietcellen: kleine, ronde kernen
▪ Afferente zenuwvezels
• Fibrocyten in endoneurium
• Schwanncellen
▪ Epineurium
❖ Ruggenmerg (Nissl)
➢ Blauw:
▪ Nisslsubstantie
▪ Kernen
❖ Arterie gekruiste kernen kat (HE)
➢ Doorsnede doorheen rete mirabile = wondernet
▪ Arteriole (akomstig van a maxillaris)
• Endotheel
Dwarse doorsnede: kernen van endotheelcellen parallel aan
bloedstroom georiënteerd
Schuine doorsnede: kernen van endotheelcellen liggen loodrecht,
ronde doorsneden
• T media => glad SW
Dwarse doorsnede: kernen van gladde spiercellen dwars op
bloedstroom georiënteerd
Schuine doorsnede: kernen van gladde spiercellen zijn langwerpig
georiënteerd
• T serosa
▪ Zenuwweefsel van n maxillaris
• Axonen
• Opgeloste myelineschede
• Schwanncelkernen: ovaal
• Kernen van fibrocyten: afgeplat
In endoneurium
• Ganglion
PRACTICUM 1: ZENUWSTELSEL & BLOEDVATEN
❖ Grote hersenen kat (HE)
➢ Hersengyri = hersenkronkels
▪ Grijze stof = cortex
• Vertakkende bloedvaten
• Moleculaire laag = plexiforme laag
Neuronen: grote, bleke kern met duidelijke nucleolus
Zenuwvezels: axonen en dendrieten
Neurogliacellen: kleine, donkere kern
• Piramidale laag
Piramidevormige neuronen = cellen van Betz:
➢ grote kern, duidelijke nucleolus
➢ cytoplasma met korreling van de stof van Nissl
Neurogliacellen
Granulaire neuronen (binnenste piramidale laag)
• Multiforme laag
Kleine neuronen
Neurogliacellen
▪ Witte stof = medulla
• Bloedvaatjes afgelijnd door endotheel
• Gemyeliniseerde axonen
• Neurogliacellen
➢ Sulci
➢ Hersenvliezen
▪ Arachnoidea
• Overbrugt sulci
▪ Subarachnoidale ruimte
• Dunwandige bloedvaten
▪ Pia mater
• Volgt hersenoppervlak
❖ Kleine hersenen hond (HE)
➢ Pons & verlengde merg = medulla oblongata
▪ Witte stof
▪ Nuclei = kernen van grijze stof
➢ Verbinding kleine hersenen – verlengde merg
▪ Velum medullare rostrale
▪ Velum medullare caudale
▪ => hersenventrikel IV
• 1-lagig kubisch epitheel met ependymcellen
, • Plexus choroideus
Tela choroidea = centrale BW-as met bloedvaten
L epithelialis = kubische ependymcellen
➢ Kleine hersenen = cerebellum
▪ Arbor vitae = witte stof
Gemyeliniseerde axonen
Neurogliacellen
▪ Cortex = grijze stof
• Sulci & folia
• Moleculaire laag
Neuronen
Zenuwvezels
• Ganglionaire laag
Purkinjecellen = rij grote neuronen
➢ Dendrietengewei
➢ Grote kern met nucleolus
• Granulaire laag = korrellaag
Kleine neuronen: donkere kern
Glomeruli cerebelli = eilandjes van Held
➢ Eosinofiele zones
▪ Hersenvliezen
• Arachnoidea
Overbrugt sulci
• Subarachnoidale ruimte
BW-trabekels
Kleine bloedvaatjes
• Pia mater
❖ Wervel in wording (HE)
➢ Doorsnede doorheen wervelkanaal
▪ Ruggenmerg
• Ependymkanaal
1-lagig cilindrisch epitheel
• Grijze stof
Neuronen
Neurogliacellen
Endotheelcellen
• Witte stof (meest perifeer)
Gemyeliniseerde axonen
Neurogliacellen
Endotheelcellen
▪ Ruggenmergvliezen
• Pia mater
, • Subarachnoidale ruimte => BW-trabekels
• Arachnoidea
• Dura mater
• Epidurale ruimte => vetrijk
▪ Doorsneden wervels
• Wervellichaam => endochondrale beenvorming
Geserieerde kraakbeencellen
Hypertrofische kraakbeencellen
Beenvorming rond kraakbeenbalkjes
Trabeculair been
➢ Osteocyt
➢ Osteoïd
• Wervelboog => periostale beenvorming
Periost
➢ Fibrocyten
➢ Spoelvormige mesenchymcellen → fibroblasten
▪ Spinale ganglia
• Neuronen
• Mantelcellen: ronde kernen
• Endoneurium met fibrocyten
▪ Spinale zenuwen
• (weinig) gemyeliniseerde axonen
• Schwanncellen
• Fibrocyten
▪ Dwarsgestreept SW
❖ Ruggenmerg (HE)
➢ Fissura mediana
➢ Sulcus medianus dorsalis
➢ Ependymkanaal
➢ Grijze stof
▪ Motorneuronen
• Dendrieten
• Neurogliacellen
Astrocyten: grotere, blekere, ovale kern
Oligodendrocyten: kleinere, donkere, ronde kern
Microgliacellen: donker en afgeplatte kern
• Niet-gemyeliniseerde vezels
➢ Witte stof
▪ Axonen
▪ Opgeloste myelinescheden
▪ Neurogliacellen
➢ Ruggenmergvliezen
▪ Pia mater
, ▪ Subarachnoidale ruimte
• Bloedvaten
• Spinale zenuwen
Axonen
Myelinescheden
Schwanncellen
▪ Arachnoidea
▪ Dura mater
• Dicht collageen BW
➢ Spinaal ganglion
▪ Pseudo-unipolaire neuronen
• Grote kern
• Nissl-substantie in cytoplasma
▪ Neurogliacellen: mantel- of satellietcellen: kleine, ronde kernen
▪ Afferente zenuwvezels
• Fibrocyten in endoneurium
• Schwanncellen
▪ Epineurium
❖ Ruggenmerg (Nissl)
➢ Blauw:
▪ Nisslsubstantie
▪ Kernen
❖ Arterie gekruiste kernen kat (HE)
➢ Doorsnede doorheen rete mirabile = wondernet
▪ Arteriole (akomstig van a maxillaris)
• Endotheel
Dwarse doorsnede: kernen van endotheelcellen parallel aan
bloedstroom georiënteerd
Schuine doorsnede: kernen van endotheelcellen liggen loodrecht,
ronde doorsneden
• T media => glad SW
Dwarse doorsnede: kernen van gladde spiercellen dwars op
bloedstroom georiënteerd
Schuine doorsnede: kernen van gladde spiercellen zijn langwerpig
georiënteerd
• T serosa
▪ Zenuwweefsel van n maxillaris
• Axonen
• Opgeloste myelineschede
• Schwanncelkernen: ovaal
• Kernen van fibrocyten: afgeplat
In endoneurium
• Ganglion