• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 65 pages
Resume

Samenvatting leerdoelen Cel tot Molecuul

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 65 pages

Ik heb afgelopen jaar (2025/2026) voor Cel tot Molecuul alle leerdoelen uitgewerkt aan de hand van bullet-points, tabellen en af en toe wat afbeeldingen. Hou jij van overzicht en leren van een samenvatting met bullet-points waarin alle leerdoelen worden uitgewerkt? Dan is dit een samenvatting voor jou! Ps: de leerdoelen zijn vaak het aller belangrijkst voor het tentamen, dus gebruik deze samenvatting als houvast!!

Aperçu du contenu

Leerdoelen thema 1 t/m 6
Cel tot molecuul


Beantwoorden leerdoelen Thema 1
therapeutische en preventieve maatregelen identificeren bij
een aantal monogenetische ziekten
 Therapeutische maatregelen: gentherapie, verwijderen/vervangen
DNA-schade
 Preventieve maatregelen: prenatale diagnostiek, genetisch
onderzoek bij mensen met kinderwens, advies en begeleiding van
een klinisch geneticus voor familieleden


de genetische diversiteit van de mens vanuit de
chromosoombiologie verklaren
 Genetische diversiteit in chromosomen ontstaat vooral door
mutaties (toevallige veranderingen in het DNA) en recombinatie
tijdens geslachtelijke voortplanting (crossing over)
o Mutaties introduceren nieuwe allelen, terwijl recombinatie
bestaande allelen in nieuwe combinaties verpakt
de structuur van chromosomen en afwijkingen daarvan
beschrijven
 Structuur van chromosomen
o Normale menselijke cel heeft 23 chromosoomparen
o DNA-dubbele helix: chromosomen bestaan uit een lange, goed
opgevouwen sliert DNA
o Nucleosoom: stuk DNA dat om een kern van 8 histonen is
gewikkeld
o Chromatine: het complex van DNA en histonen dat zich in de
kern van eukaryote cellen bevindt (nucleosomen die zijn
opgerold tot een nog dichtere structuur)
o Gen: klein stukje DNA die de code bevatten voor erfelijke
eigenschappen
o Locus: positie op het gen
o Allel: variatie van het gen
o Euchromatine: open en actief stuk DNA
o Heterochromatine: compact en inactief stuk DNA

mogelijkheden benoemen met betrekking tot prenatale
diagnostiek van chromosoomafwijkingen
verhoogde kans chromosoomafwijkingen
 verdikte nekplooi op echo  50% kans op chromosoomafwijking
 hoe ouder de zwangere moeder, hoe ouder de kans op een
chromosoomafwijking bij het kind

,diagnostiek vs. Screening
 diagnostische test
o individueel
o uitslag definitief
o test op verzoek
o aangedane of bezorgde personen
o mag veel tijd/moeite/geld kosten
 screenende test
o deel van bevolking
o uitslag voorlopig
o ongevraagd aanbod
o personen zonder klachten of symptomen
o snel/goedkoop
o doel: vroege opsporing, vaststellen risico, geïnformeerde
reproductieve keuzes (afzien van kinderen, afbreken
zwangerschap etc.)
o zijn criteria voor: belangrijk gezondheidsprobleem,
betrouwbare test, respect voor autonomie, doelmatig gebruik
van middelen en soms is zelfs een vergunning nodig
prenatale screening
 combinatietest (gestopt per oktober 2021): nekplooimeting,
serumscreening
 NIPT
 Structureel echo-onderzoek (SEO): 13 en 20 weken
NIPT (niet invasieve screening)
 Maakt gebruik van DNA dat uit de placenta in het bloed van de
moeder komt
o Celvrij foetaal DNA (cff-DNA) afkomstig van
cytotrofoblastcellen
o Aanwezig vanaf week 5 zwangerschap
o Week 10: 5-15% van het celvrije DNA komt van de foetus
(celvrij DNA: kleine stukjes DNA die uit cellen vrijkomen en
circuleren in het bloed en andere lichaamsvloeistoffen)
 NIPT heeft hoge sensitiviteit:




 400 euro
 Vanaf 2023 onderdeel van screening
 Je kan hierin aanwijzingen voor numerieke autosomale
chromosoomafwijkingen zien
 Je kan hierin NIET geslachtschromosomale afwijkingen, kleine
deleties/duplicaties en specifieke mutaties zien
 Exclusiecriteria (wanneer niet de NIPT?)
o Verdikte nekplooi > 3,5 mm

, o Kanker bij de zwangere
o < 3 maanden geleden bloedtransfusie, stamcel,
orgaantransplantatie of immunotherapie
indicaties (invasieve) prenatale diagnostiek
 voorgaand kind met genoomafwijking
 dragerschap chromosoomafwijking
 verhoogde kans op kind met een aandoening waarvoor DNA-
onderzoek mogelijk is
 verhoogde kans op kind met stofwisselingsziekte (DNA- of
enzymonderzoek)
 Echo-afwijking


Prenatale diagnostiek: vlokkentest, vruchtwaterpunctie, GUG
 DNA-onderzoek of enzymonderzoek
 Vlokkentest: invasieve prenatale diagnostiek
o vanaf 11 weken
o verkrijgen van cellen uit de placenta (meestal transcervicaal of
transabdominaal)
o miskraamrisico: 1/500 (0,2%)
o uitslag: 2 dagen tot 3 weken
o afbreken zwangerschap doormiddel van curretage/medicatie
 Vruchtwaterpunctie: invasieve prenatale diagnostiek
o vanaf 16 weken
o verkrijgen van cellen van de foetus door het opzuigen van het
vruchtwater
o miskraamrisico: 1/1000 (0,1%)
o uitslag: 2 dagen tot 3 weken
o afbreken zwangerschap bij de inleiding van de bevalling
 er zijn ook opties voor niet-invasieve prenatale diagnostiek 
Geavanceerd ultrageluidenonderzoek (GUG)


in algemene termen de organisatie van het humane genoom
beschrijven
 Het humane genoom is de complete set erfelijk materiaal in onze
cellen
DNA en chromosomen
 DNA is verdeeld over 46 chromosomen (22 paren autosomen + 2
geslachtschromosomen)
 Elk chromosoom is een DNA-molecule verpakt met eiwitten/histonen
tot chromatine
 Grote delen van het genoom bestaat uit repetitief DNA (spelen rol
bij structuur en soms bij genregulatie)

, Genen en niet coderend DNA
 Ongeveer 1–2 % van het genoom codeert direct voor eiwitten
exons (grootste deel is introns, regulatoire sequenties zoals
promoters, enhancers en silencers en niet coderende regio’s met
functies in regulatie of structuur)
 Er zijn ook genen voor niet-coderende RNA’s (tRNA, rRNA,
microRNA).


Dynamiek en variatie
 Individuele variatie komt voor als SNP’s (single nucleotide
polymorphisms), CNV’s (copy number variations) en grotere
structurele verschillen
de regulering van de genexpressie verklaren
 Genexpressie wordt gereguleerd door
o Eiwitten (zoals transcriptiefactoren of repressoren)
o DNA-sequenties (promotors, operators, enhancers, silencers)
die de binding van het enzym RNA-polymerase beïnvloeden
o Splicing (post-transcriptionele regulatie)
o Epigenetische regulatie: proces waarbij genen aan of uit
worden gezet zonder de DNA-sequentie te veranderen (door
chemische aanpassingen aan het DNA/eiwitten die het DNA
verpakken), dit wordt beïnvloed door omgevingsfactoren zoals
voeding, stress en beweging
 DNA-methylering: aanbrengen van een methylgroep
op het DNA, waardoor de eiwitten het gen niet meer af
kan lezen (het proces is omkeerbaar)
 Histonmodificatie: ook histonen kunnen worden
veranderd waardoor het aflezen van genen anders wordt


X-chromosoom-inactivering verklaren
 Extra X-chromosomen kunnen worden geïnactiveerd
o Bij vrouwen wordt in elke cel willekeurig of het paternale of het
maternale X-chromosoom geïnactiveerd
 De gebruikelijke ‘dosis’ X-chromosomen is zowel voor
man als vrouw gelijk aan 1, dus moeten vrouwen er 1
inactiveren
 Mannen zijn altijd hemizygoot: ze hebben slechts 1
kopie van de genen op het X-chromosoom
o Consequentie voor klinische uitkomst van vrouwelijke
mutatiedragers  penetrantie is zeer variabel
 Als het fenotype dramatisch is en de fitness heel laag is
(bijvoorbeeld bij een geïsoleerde soort), dan is er een
hoog percentage nieuwe mutaties

Table des matières

  1. 01 Beantwoorden leerdoelen Thema 1 1
    1. therapeutische en preventieve maatregelen identificeren bij een aantal monogenetische ziekten 1
    2. de genetische diversiteit van de mens vanuit de chromosoombiologie verklaren 1
    3. de structuur van chromosomen en afwijkingen daarvan beschrijven 1
    4. mogelijkheden benoemen met betrekking tot prenatale diagnostiek van chromosoomafwijkingen 1
    5. in algemene termen de organisatie van het humane genoom beschrijven 3
    6. de regulering van de genexpressie verklaren 4
    7. X-chromosoom-inactivering verklaren 4
    8. de celcyclus beschrijven 5
    9. de mitose en de meiose beschrijven 6
    10. de processen van recombinatie en segregatie beschrijven 6
    11. Cytogenetische termen en een eenvoudig karyotype begrijpen 7
    12. de ontstaanswijze van numerieke en structurele chromosomale afwijkingen beschrijven/ de celdeling en de gevolgen van verstoring daarvan beschrijven 7
    13. op DNA- en eiwitniveau de verschillende typen mutaties begrijpen 8
    14. veel voorkomende numerieke chromosoomafwijkingen bij de mens en de klinische karakteristieken ervan beschrijven 9
    15. stambomen tekenen 10
    16. overervingspatronen herkennen/ overervingspatronen van ziekten identificeren 11
    17. klinische en genetische heterogeniteit beschrijven 12
    18. het verschil tussen allel en locus-heterogeniteit beschrijven 12
    19. kansberekeningen maken ten behoeve van erfelijkheidsadvies/ risicobepalingen uitvoeren in families met een erfelijke ziekte 12
    20. eenvoudige toepassingen van het Theorema van Bayes hanteren bij erfelijkheidsadvies 12
    21. basaal omgaan met de psychologie van de voorspellende DNA-diagnostiek 13
    22. de basale principes van de populatiegenetica begrijpen 14
    23. de basale principes en toepassing van moderne genetisch diagnostische methodes beschrijven/ diagnostische methoden om chromosoomafwijkingen op te sporen selecteren 14
  2. 02 Leerdoelen Thema 2 beantwoorden 16
    1. de processen van replicatie, reparatie en transcriptie van het genoom beschrijven en begrijpen/ de deelprocessen van DNA-replicatie begrijpen en beschrijven/ het proces van eiwittranslatie beschrijven en begrijpen 16
    2. verklaren hoe verschillende typen kiembaan en somatische mutaties kunnen ontstaan 17
    3. verklaren hoe defecten in synthese of structuur van eiwitten leiden tot monogenetische ziekten/ uitleggen hoe een pathogene DNA-mutatie kan leiden tot een ziekte 18
    4. aangeven met welke frequentie de replicatiemachinerie fouten maakt en hoe deze worden hersteld 19
    5. verschillende DNA-schades en hun reparatie mechanismes beschrijven 19
    6. de rol van telomerase en DNA-reparatiesystemen in het behoud van genetische stabiliteit verklaren 19
    7. Uitleggen hoe een defect in het DNA-schade en reparatiemechanisme kan leiden tot ziekte 20
    8. de structuur van een eiwit-coderend eukaryotisch gen begrijpen en beschrijven 21
    9. de rol van de verschillende RNA-klassen benoemen 21
    10. het elementaire proces van transcriptie beschrijven en eenvoudige transcripties uitvoeren 21
    11. de onderdelen van mRNA processing beschrijven 22
    12. de niveaus van regulatie van genexpressie beschrijven 22
    13. de bouw van polypeptideketens beschrijven 23
    14. eenvoudige vertaaloefeningen van RNA-DNA-eiwit uitvoeren 23
    15. op DNA- en eiwitniveau de verschillende typen mutaties benoemen 23
    16. weet welke aminozuren gefosforyleerd kunnen worden. 24
    17. Weet welke aminozuren welke lading hebben bij een fysiologische pH 24
    18. kent de rol van gefosforyleerde en geladen aminozuren in de normale situatie en bij het ontstaan van ziekte 24
    19. de fysisch-chemische krachten die spelen bij het tot stand brengen van eiwitstructuren beschrijven 25
    20. de structuurelementen van eiwitten beschrijven 25
    21. globaal de gevolgen van DNA-mutaties op structuur en functioneren van een eiwitproduct voorspellen 26
    22. het belang verklaren van conformatieverandering voor het functioneren van eiwitten 27
    23. post-translationele eiwitmodificaties beschrijven en in functionele context plaatsen 27
    24. de rol en werking van het proteasoom samenvatten 27
  3. 03 Beantwoorden leerdoelen Thema 3 28
    1. mechanismen beschrijven van cellulair transport van stoffen (gassen, elektrolyten, voedingsstoffen, eiwitten) 28
    2. het ontstaan en het doorgeven van een signaal in zenuwcellen beschrijven 28
    3. de moleculaire samenstelling en eigenschappen van biologische membranen omschrijven 29
    4. beschrijven hoe membraaneiwitten met de membraan geassocieerd zijn 30
    5. de verschillende functies van membraaneiwitten onderscheiden 31
    6. een samenvatting geven van actief en passief membraantransport en de verschillende typen transporteiwitten 31
    7. de opbouw van de membraanrust- en de actiepotentiaal beschrijven 31
    8. exo- en endocytose beschrijven 32
    9. beschrijven hoe en langs welke routes eiwitten hun uiteindelijke bestemming bereiken 34
    10. de moleculaire bouw en functies van organellen en insluitsels en hun onderlinge samenhang beschrijven 34
    11. uitleggen hoe een defect membraaneiwit kan leiden tot een ziekte pathogenetische consequenties van afwijkingen in cellulaire transportprocessen beschrijven 35
  4. 04 Beantwoorden leerdoelen Thema 4 36
    1. Waar kan Acetyl-CoA allemaal uit ontstaan & in om worden gezet 36
    2. het glucose- en vetmetabolisme beschrijven 36
    3. het belang van glucosehomeostase beschrijven 38
    4. de belangrijkste energierijke intermediaire verbindingen benoemen 39
    5. globaal de stapsgewijze oxidatie van glucose en vetzuren beschrijven 41
    6. verklaren hoe keto- en lactaatacidose ontstaan & metabole acidosis verklaren 42
    7. onderscheid maken tussen chemische en enzymatische suikermodificaties van eiwitten (glycatie en glycosylering) 43
    8. de chemische relatie tussen ketonzuren en aminozuren benoemen 44
    9. De processen van gluconeogenese, glycogeenvorming en glycogeenafbraak samenvatten 44
    10. De belangrijkste klassen van enzymen benoemen 45
    11. Globaal enzymkinetiek beschrijven en grafisch weergeven & katalyse en enzymkinetiek reproduceren 46
    12. De begrippen competitieve en niet-competitieve remming verklaren 47
    13. Uitleggen hoe verstoringen van glucose en vetmetabolisme kan leiden tot ziekte 48
  5. 05 Beantwoorden leerdoelen Thema 5 49
    1. beschrijven hoe een extracellulair signaal, intracellulair doorgegeven wordt en (glucose-) homeostatisch effect sorteert 49
    2. moleculair-celbiologisch verklaren hoe verstoringen van signaalroutes ziekte kunnen veroorzaken 49
    3. Preventieve of therapeutische maatregelen om glucosehomeostase te bevorderen beschrijven 50
    4. De manieren waarop cellen onderling communiceren samenvatten 50
    5. Globaal de chemische aard en doelwitten van extra- en intracellulaire signaalmoleculen beschrijven& De rol van 'second-messengers' beschrijven 51
    6. onderscheid maken tussen intracellulaire en celoppervlakte-receptoren en snelle en langzame responses op extracellulaire signaalstoffen 52
    7. De drie hoofdklassen van celoppervlakte-receptoren reproduceren 53
    8. intracellulaire signaaloverdracht beschrijven van de G-protein Coupled receptor (GPCR) pathways en van de Receptor tyrosine kinases pathways 54
    9. Insuline secretie en insuline signaaltransductie en ook de invloed van medicijnen daarop beschrijven 55
    10. Uitleggen hoe verstoringen van signaaltransductie routes kunnen leiden tot ziekte 56
  6. 06 Beantwoorden leerdoelen Thema 6 58
    1. de opbouw en functies van het cytoskelet en de extracellulaire matrix reproduceren 58
    2. uitleggen hoe verstoringen in cytoskelet of extracellulaire matrix kan leiden tot ziekte/ pathogenetische consequenties van afwijkingen in het cytoskelet en in collageen ontrafelen 59
    3. de verschillende onderdelen van de extracellulaire matrix, hun karakteristieken en functies beschrijven 59
    4. de biosynthese van collageenfibrillen in detail beschrijven 60
    5. De rol van vitamine C in de biosynthese van collageen verklaren 62
    6. de pathologische consequenties van mutaties in collageen en collageen processing factoren beschrijven en verklaren 62
    7. De verschillende onderdelen van het cytoskelet, hun karakteristieken en functies beschrijven 64
    8. De werking verklaren van geneesmiddelen en vergiffen die reageren met componenten van het cytoskelet 65

Infos sur le Document

Cours
Publié le
16 septembre 2026
Nombre de pages
65
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
$5.76

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
0
Abonnés
0
Éléments
4
Dernière vente
-




Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Vous travaillez sur vos références ?

Créez des citations précises en APA, MLA et Harvard avec notre générateur de sources gratuit.

Vous travaillez sur vos références ?

Foire aux questions