Volledige examengerichte
samenvatting
Aanvullend onderzoek, onderzoeksplan, toetsingscriteria,
psychodiagnostisch verslag en gedrag & emotie
theorie • stappenplan • Kobe • instrumentfiches • oefenvragen
Gebaseerd op de cursusdia's, onderzoeksplanillustratie en instrumentenbrochure
, PSYCHODIAGNOSTIEK 3 SPP | LES 3
DEEL A • AANVULLEND ONDERZOEK EN ONDERZOEKSPLAN
Hoe gebruik je dit pakket?
Leer de stof niet alleen door te lezen. Gebruik elke sectie in drie rondes:
1. Lees de kern en markeer wat je nog niet begrijpt.
2. Sluit het document en beantwoord de leerdoelen of oefenvragen hardop.
3. Controleer met het modelantwoord en herhaal alleen wat nog niet volledig was.
EXAMENTIP Voor open examenvragen scoor je vooral door begrippen correct te definiëren, stappen in
de juiste volgorde te zetten én telkens een concrete toepassing of reden te geven.
Inhoud
1. Leerdoelen en kernoverzicht
2. Procesmodel versus handelingsgerichte diagnostiek
3. Van hypothese naar onderzoekshypothese
4. Onderzoeksmethoden selecteren
5. Verklarende hypothesen toetsen
6. Toetsingscriteria formuleren
7. Onderzoek uitvoeren en besluiten
8. Psychodiagnostisch verslag
9. Brochure gedrag en emotie: instrumenten kiezen
10. Stappenplan onderzoeksplan
11. Uitgewerkte illustratie Kobe
12. Oefenvragen met modelantwoorden
1. Leerdoelen en kernoverzicht
Na deze les moet je de onderstaande doelen kunnen uitleggen én toepassen op een casus.
Leerdoel Wat moet je kunnen?
Aangeven wanneer aanvullend onderzoek nodig is en hoe dit past in
Aanvullend onderzoek situeren
het Psychodiagnostisch Procesmodel en HGD.
Een hypothese omzetten in een concrete onderzoeksvraag en
Operationaliseren en expliciteren
meetbare onderzoekshypothese.
Genormeerde en niet-genormeerde methoden breed oplijsten en
Onderzoeksmethoden selecteren
kritisch afwegen.
Onderzoeksplan opstellen Onderzoeksvragen, instrumenten, te toetsen begrippen en
Examengerichte samenvatting • Pagina 2
, PSYCHODIAGNOSTIEK 3 SPP | LES 3
Leerdoel Wat moet je kunnen?
haalbaarheid logisch koppelen.
Vooraf vastleggen bij welke concrete uitkomst een hypothese wordt
Toetsingscriteria maken
aanvaard, verworpen of bijgesteld.
G-schema, ABC-schema, chronologie of experiment kiezen volgens
Verklarende hypothesen toetsen
tijdsverloop en richting van het verband.
Traject cliëntgericht voorstellen en onderzoeksmiddelen
Onderzoek uitvoeren
gestandaardiseerd afnemen.
Resultaten per hypothese interpreteren en helder, doelgericht en
Besluitvorming en verslaggeving
cliëntgericht rapporteren.
De kapstok van de hele les
Hypothese → onderzoeksvraag → onderzoekshypothese.
Breed mogelijke onderzoeksmethoden zoeken.
Methoden afwegen op inhoud, psychometrie, praktijk, bruikbaarheid, richtlijnen en
cliëntkenmerken.
Spaarzaam een combinatie kiezen die voldoende convergerende evidentie oplevert.
Per methode vooraf concrete toetsingscriteria formuleren.
Traject uitleggen, gestandaardiseerd uitvoeren en resultaten interpreteren.
Hypothese bevestigen, weerleggen of bijstellen en dit transparant rapporteren.
EXAMENTIP De toetsingscriteria worden vóór de afname vastgelegd. Dat voorkomt dat je achteraf de
grens aanpast aan de resultaten.
2. Procesmodel versus handelingsgerichte diagnostiek
In beide modellen is de onderzoeksfase hypothesetoetsend. De benaming verschilt, maar de logica is
vrijwel gelijk.
Stap Psychodiagnostisch Procesmodel HGD
Hypothesen omzetten in
1 Begrippen in de onderzoeksvraag expliciteren
onderzoekshypothesen
2 Onderzoeksmethoden selecteren Onderzoeksmiddelen kiezen
3 Toetsingscriteria opstellen Toetsingscriteria formuleren
Onderzoekstraject voorstellen, afgestemd
4 Leerling, leraar/mentor en ouders informeren
op cliënt
Examengerichte samenvatting • Pagina 3
, PSYCHODIAGNOSTIEK 3 SPP | LES 3
Stap Psychodiagnostisch Procesmodel HGD
Onderzoeksmiddelen gestandaardiseerd
5 Onderzoeksgegevens verzamelen
afnemen
Hypothesen bevestigen, weerleggen of Gegevens interpreteren en onderzoeksvragen
6
bijstellen beantwoorden
Belangrijk verschil in formulering: bij HGD zet je de hypothese eerst in vraagvorm. Daarna expliciteer je
de kernbegrippen. In het procesmodel spreekt men rechtstreeks over de omzetting naar een
onderzoekshypothese.
Wanneer aanvullend onderzoek?
Na het voorlopig integratief beeld worden hypothesen opgesteld. Zijn ze met de beschikbare informatie
nog niet betrouwbaar getoetst, dan volgt aanvullend onderzoek. Zijn ze wel voldoende betrouwbaar
getoetst, dan kan men verder naar integreren, indiceren, advies en rapportering.
3. Van hypothese naar onderzoekshypothese
Operationaliseren
Operationaliseren betekent een abstract begrip vertalen naar observeerbaar of meetbaar gedrag. Dit
gebeurt op basis van een wetenschappelijk of vakinhoudelijk kader, bijvoorbeeld DSM-criteria,
handboeken, vaktijdschriften, cursussen of testhandleidingen.
Expliciteren
Expliciteren betekent eerst precies duidelijk maken wat je wilt vaststellen. Pas daarna beslis je met
welke methode je dat het best onderzoekt.
Niveau Voorbeeld
Hypothese Lucia heeft een depressieve stoornis.
HGD-onderzoeksvraag Heeft Lucia een depressieve stoornis?
Lucia heeft gedurende minstens twee weken op de meeste dagen en uren een sombere
Onderzoekshypothese
of prikkelbare stemming en/of verlies van interesse of plezier.
Examengerichte samenvatting • Pagina 4