EXAMENGERICHTE SAMENVATTING
Psychodiagnostiek 3 SPP
Les 2
KOP-model - VIB - hypothesestelling - wetenschappelijke onderbouwing
Etiologie - differentiaaldiagnostiek - comorbiditeit - casus Lucia
Met kernschema's, docentaccenten, veelgemaakte fouten, modelhypothesen en oefenvragen
Pagina 1
, Psychodiagnostiek 3 SPP | Les 2 | Examengerichte samenvatting
Leeswijzer
Deze bundel is een volledige examengerichte verwerking. De nadruk ligt op wat je moet kennen,
begrijpen, kunnen onderscheiden en op een casus kunnen toepassen.
Belangrijk bij casus Lucia
De genoemde diagnoses zijn hypothesen en geen vastgestelde diagnoses. Je moet redeneren,
alternatieven overwegen, operationaliseren en toetsen. Een generiek voorbeeld uit de les (zoals
een ouderlijke scheiding) mag je niet automatisch als feit uit de casus beschouwen.
Inhoud
Deel Onderwerp
1 Wat moet je voor het examen kunnen?
2 KOP-model: ordenen vanuit meerdere
perspectieven
3 VIB: verbanden en samenhang formuleren
4 Hypothesestelling: typen, selectie- en
kwaliteitscriteria
5 Feedback: veelgemaakte formulatiefouten
6 Wetenschappelijke onderbouwing en etiologie
7 Differentiaaldiagnostiek en comorbiditeit
8 Geïntegreerde toepassing op casus Lucia
9 Stappenplan voor een examenantwoord
10 Oefenvragen met modelantwoorden
11 Ultrakorte eindherhaling
Legenda
KENNEN = definitie of regel correct kunnen weergeven.
BEGRIJPEN = verschillen en samenhang in eigen woorden kunnen uitleggen.
TOEPASSEN = informatie uit een casus selecteren, clusteren, hypothesen formuleren en
motiveren.
Pagina 2
, Psychodiagnostiek 3 SPP | Les 2 | Examengerichte samenvatting
1. Wat moet je voor het examen kunnen?
Niveau Concreet kunnen
Kennen KOP, VIB, drie hypothesetypen, vier selectiecriteria,
kwaliteitscriteria, etiologie,
differentiaaldiagnostiek, comorbiditeit en dubbele
diagnose definiëren.
Begrijpen Uitleggen waarom hypothesen wetenschappelijk
onderbouwd, toetsbaar, cliëntgericht en soms
multidisciplinair moeten worden onderzocht.
Onderscheiden KOP versus VIB; onderkennend versus verklarend
versus indicerend; differentiaaldiagnostiek (of)
versus comorbiditeit (en).
Formuleren Een concrete hypothese als stelling formuleren,
zonder vaagheid, dubbele hypothese of onbewezen
harde causaliteit.
Motiveren Een hypothese afwegen op centraliteit, relevantie,
waarschijnlijkheid en toetsbaarheid, met
casusargumenten en tegenargumenten.
Toepassen De casus Lucia ordenen, een voorlopig integratief
beeld beschrijven en passende alternatieve
hypothesen selecteren.
Wat de docent expliciet niet verwacht
Je hoeft niet alle etiologische factoren of alle kenmerken van een gedragsstoornis letterlijk uit het
hoofd op te sommen. Je moet wél herkennen dat gelijkaardige kenmerken bij verschillende
problematieken voorkomen, weten wat je moet opzoeken en casusgericht kunnen redeneren.
De rode draad van les 2
Stap Kernvraag Resultaat
1. KOP Welke klachten, Geordende informatie vanuit
omgevingsfactoren en meerdere perspectieven.
persoonlijke-stijlfactoren zien
we?
2. VIB Hoe zouden de factoren met Voorlopig, wetenschappelijk
elkaar kunnen samenhangen? onderbouwd samenhangend
beeld.
3. Hypothesen Wat is er aan de hand, waardoor Onderkennende, verklarende en
blijft het bestaan en welke hulp indicerende hypothesen.
kan werken?
4. Toetsing Welke hypothesen zijn centraal, Selectie van hypothesen voor
relevant, waarschijnlijk en verder onderzoek.
toetsbaar?
5. Onderbouwing Wat zeggen casus, literatuur, Gefundeerde diagnostiek in
diagnostische handboeken en plaats van intuïtie.
andere disciplines?
Pagina 3
, Psychodiagnostiek 3 SPP | Les 2 | Examengerichte samenvatting
2. KOP-model
Het KOP-model ordent de beschikbare informatie. Het is geen diagnose en nog geen verklaring.
Eenzelfde gegeven kan, afhankelijk van perspectief en argumentatie, anders worden geclusterd.
Er bestaat dus niet altijd één perfecte oplossing.
Letter Betekenis Vraag
K Klachten / problemen Wat loopt moeilijk en voor wie?
O Omgevingsfactoren Welke contextfactoren
beïnvloeden het functioneren?
P Persoonlijke stijl Welke relatief kenmerkende
manieren van reageren, denken
of handelen zien we?
KOP bij Lucia vanuit drie perspectieven
Perspectief K - klachten O - omgeving P - persoonlijke stijl
Ouders Externaliserend gedrag Vader tijdens de week Moeite met plannen en
thuis; sociale problemen; afwezig; verschillende organiseren; beperkte
buikpijn; schoolweigering; opvoedingsstijlen; zelfhygiëne;
slaap- en eetproblemen; verminderde draagkracht impulsief/overbeweeglijk;
laag welbevinden; conflict moeder; één jaar voorop; nood aan structuur;
met moeder. betrokken ouders, oma koppig gedrag.
en school als krachten.
School Externaliserend en Kordate aanpak Impulsief; wispelturig;
emotioneel gedrag; leerkracht; betrokken gevoelig voor kritiek;
sociale problemen; leerkracht en nood aan structuur.
dalende resultaten; laag zorgcoördinator;
zelfbeeld; moeilijke spanningen met moeder.
leerkracht-leerlingrelatie.
Lucia Conflict met moeder; Moeilijke relatie met Beweeglijk en impulsief;
buikpijn; negatief zelf- en leerkracht; één jaar overtuiging dat niemand
lichaamsbeeld; sociale voorop; verminderde haar graag ziet;
moeilijkheden; verdriet, draagkracht moeder. dichtklappen; extern
prikkelbaarheid en attribueren; coping via
uitbarstingen. gedichten, huisdier en
sport.
Examenvalkuil
Schrijf niet alsof één perspectief objectief “de waarheid” is. Benoem wie iets rapporteert en
vergelijk overeenkomsten én verschillen tussen ouders, school en Lucia.
Krachten en beschermende factoren niet vergeten
Betrokken en bezorgde ouders; goede communicatie tussen ouders en school.
Betrokken leerkracht en zorgcoördinator.
Goede band met oma en zorgzaam gedrag tegenover haar broertjes.
Sportiviteit en kanalen om gevoelens te uiten: gedichten, praten tegen/knuffelen met haar
hond.
Momenten van positief contact met moeder tijdens rustige wandelingen.
Cognitieve mogelijkheden: eerdere intelligentiemeting gaf een bovengemiddelde totaalscore;
interpreteer steeds met de juiste context en actualiteit.
Pagina 4