3. Erfelijke materiaal in de kern
In kern chromatine (= drager erfelijke eigenschappen)
Chromatine bestaat uit 2 delen:
1) DNA (= desoxyribonucleïnezuur)
- = spiraalvormig gewonden touwladder (dubbelhelix – schroef)
- De 2 ‘touwen’ opgebouwd uit fosfaatgroepen + desoxyribose
(=pentosesuiker)
- Suikers + fosfaatgroepen wisselen elkaar af vormen hoofdassen
van helix met elkaar verbonden door ‘sporten’
‘Sporten’ gevormd door organische basen (4
verschillende)
Adenine (A)
Guanine (G)
Cytosine (C)
Thymine (T)
Adenine + guanine = purines (bestaan uit dubbele ring)
Cytosine + Thymine = pyrimidines (opgebouwd uit 1
ring)
Basen liggen vast op pentosuiker komen in paren voor:
Adenine tegenover thymine
Guanine tegenover cystosine
= complementaire basen (= vullen elkaar aan)
, Basen worden bij elkaar gehouden door zwak elektrostatische
krachten waterstofbruggen
Houden 2 touwen bij elkaar
Adenine verbonden met thymine door 2 waterstofbruggen
Guanine en cytosine door 3 waterstofbruggen
1 desoxyribose waarop 1 fosfaatgroep en 1 organische base
vastzitten = nucleotide
DUS dna is opeenvolging van groot aantal nucleotide =
polynocleotide genoemd
2) Eiwitten (een aantal)
- Histonen = specifiek eiwit dat samen met DNA in celkern zit
- Vormen chromatine (erfelijke eigenschappen)
- Histonen zijn bouwsteen voor dragers DNA
- 8 histonen vormen eiwitbolletje vormt kern omheen lange DNA-
molecuul
Celdeling:
- Stap 1: DNA-moleculen gaat is ontdubbelen + kopiëren 2
identieke DNA strengen ontstaan
- Stap 2: elke DNA streng vormt reeks lussen rond centrale as
- Stap 3: as spiraliseert zich verder tot chromosoom
- Chromatinevezels gaan verder condenseren/oprollen
Chromosomen vormen 2 korte dikke draadvormige kluwens =
chromatiden (ter hoogte van centromeer blijven ze
aan elkaar vastliggen)
In elke cel zelfde chromosomen (behalve geslachtscellen):
- 23 homologe chromosomen bij mens per 2
- 22 chromosomen zijn paren die gelijk zijn (gaan over zelfde
eigenschap bv. oogkleur, haarkleur…) = autosomen
- Andere 2 chromosomen zijn geslachtschromosomen
Vrouw: 2 even grote X-chromosomen
Man: 1 X-chromosoom + 1 Y-chromosoom
- Beeld waarop dit zichtbaar is = karyogram
- Meestal even aantal chromosomen (vormen paren)
Voorgesteld als: 2n (=diploïd) bij mens is 2n=46
- Bij geslachtscellen
23 chromosomen (=haploïd)
,4. Eiwitsynthese
Eiwitten = werkpaarden van cel zorgen voor structuur, transport,
reactie en communicatie
Eiwit opgebouwd uit:
- Aminozuren (in specifieke volgorde)
- Volgorde bepaald door genetische code in = DNA
Vorming eiwitten heeft 2 stappen:
- Transcriptie
= overschrijven (in de cel)
In celkern ligt DNA erfelijke informatie
Een gen (=stukje DNA dat codeert voor eiwit) overgeschreven
naar boodschapper-RNA (= mRNA = messenger RNA)
DNA dient als sjabloon complementaire RNA-kopie wordt
gemaakt
mRNA verlaat nadien kern en gaat naar cytoplasme
Vergelijking vb.: transcriptie is alsof je een kopie van recept
maakt uit een kookboek. Het kookboek (DNA) blijft veilig in de
bibliotheek (KERN) maar je neemt een kopie (mRNA) mee naar de
keuken (cytoplasma)
- Translatie
= vertalen (aan de ribosomen in het cytoplasma)
mRNA komt terecht bij ribosoom (fabriekje van de cel)
Speciale moleculen (tRNA = transfer RNA) lezen 3 basen (codon)
van mRNA af elk condon staat voor 1 aminozuur
Ribosoom zet aminozuren in juiste volgorde en bouwt zo eiwit op
Vergelijking vb.: translatie is alsof je het recept (mRNA) stap voor
stap volgt in keuken. De ingrediënten (aminozuren) worden 1
voor 1 toegevoegd en zo krijg je het gerecht (eiwit)
Zie voorbeelden p 27
, 5. celdeling: mitose en meiose
Celdelingen vinden plaats in lichaam bij voortplanting, groei, herstel van
wonde…
2 types celdeling:
- Mitose
- Meiose
Kern speelt belangrijke rol (andere organellen worden ook gedeeld)
Verloop van een mitose:
Ander woord voor mitose = gewone celdeling
Komt voor in alle cellen en weefsels van lichaam
Door 1 mitotische deling ontstaat er uit 1 diploïde moedercel 2 diploïde
dochtercellen
Mitose vindt plaats voor:
- Groei organisme
- Vervanging afgestorven cellen in organisme
- Herstelling van beschadigd weefsel
Meercellig organisme ontstaat uit 1 bevruchte eicel (= zygote)
Groeien tot volwassen individu talrijke delingen noodzakelijk
Na deling ontstaan 2 identieke cellen die gaan groeien
Wordt oppervlakte te groot opnieuw delen (wordt cel te groot
kunnen zuurstof en voedingstoffen niet snel genoeg diffunderen)
Bij beschadiging weefsel stijging delingsactiviteit zichtbaar
Per seconden 5 miljoen cellen vervangen worden
Gewone celdeling (mitose) =
- Van levensbelang voor meercellige organisme
- Continu proces (alle bestanddelen over 2 dochtercellen gelijkmatig
verdeeld worden)
Erfelijk DNA van beide dochtercellen MOET identiek zijn + overeenkomen
met DNA-moedercel