Ziekte en oorzaken
Definitie gezondheid en ziekte
WHO - World Health Organisation
Gezondheid = toestand van volledig welbevinden op lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk vlak
Ziekte = indien men zich onwel voelt in één of meerdere van deze gebieden
Homeostase
Gezondheid = toestand van dynamisch evenwicht tussen:
→ gezondheidsbevorderende krachten en gezondheid remmende krachten
→ belastbaarheid en belasting
Ziekte = verstoord evenwicht en en gezondheids remmende krachten en belasting worden groter
Ziekteleer - pathologie
= Studie die zich toespitst op ziekte en ziekteverschijnselen (logie = leer van)
Algemene ziekteleer
= Leer gefocust op oorzaken en gevolgen van ziekte in het algemeen
- Ziekte en haar oorzaken - Groeistoornissen
- Regressieve veranderingen - Aangeboren afwijkingen
- Afweerreacties - Stofwisselingsstoornissen
- Algemene inleiding infectieziekten - Voedingsstoornissen
- Circulatiestoornissen - Diagnostiek en therapie
Speciële of specialistische ziekteleer
= Leer van verschillende ziekten en ziekteverschijnselen, ingedeeld volgens orgaanstelsel of
specialisme
Pneumologie Longen Fysiotherapie Beweging
Gastro-enterologie Maag-darmen Otorinolaryngologie N-K-O
Urologie Urinewegen Oftalmologie Ogen
Nefrologie Nieren Dermatologie Huid
____________________________________ ________________________________
Cardiologie Hart Geriatrie Ouderen
Hematologie Bloed Pediatrie Kinderen
Neurologie Zenuwstelsel Psychiatrie Mentaal
Endocrinologie Hormonen Klinische chemie Lichaamsvloeistoffen
Andrologie M voortplanting Microbiologie Micro-organismen
Gynaecologie V voortplanting Medische beeldvorming Medische beelden
Orthopedie Beweging chirurgie
,Begrippen
Etiologie = Oorzaak
Epidemiologie = Hoe frequent een ziekte voorkomt; bij wie, wat, waar; wat zijn de risicofactoren
Transmissie = Manier van overdracht van een ziekte
Pathofysiologie = Hoe kan een bepaalde oorzaak aanleiding geven tot ziekte en ziekteverschijnselen
Diagnose = Op welke manier stelt men vast of iemand een ziekte heeft, hoe erg het is, …
Prognose = Hoe is het verder verloop. Hoe snel geneest men, kan men eraan sterven, …
Ziekten ingedeeld volgens oorzaak en ontstaan
Ziekte door aangeboren afwijkingen
= Alle in- en uitwendige misvormingen en/of functionele aandoeningen die ofwel bij de geboorte
direct herkenbaar zijn, ofwel in aanleg aanwezig zijn
● Chromosomale afwijkingen
= Tekort of teveel aan chromosomen
→ Downsyndroom, turnersyndroom, klinefeltersyndroom, …
● Genetische afwijkingen
= Ontbreken of beschadiging van DNA, vaak erfelijk
→ Achondroplasie, hypothyroïdie, …
● Embryonale en foetale ontwikkelingsstoornissen
= Ontstaan tijdens zwangerschap door ziekten en blootstelling aan toxen
→ Spina bifida, foetaal alcoholsyndroom, rhesus-incompatibiliteit, …
● Perinatale afwijkingen
= Aandoeningen vlak voor, tijdens of na de bevalling
→ Cerebrale parese, prematuren retinopathie, …
Ziekte door omgevingsfactoren
● Micro-organismen
= Levende eencellige / kleine meercellige organismen niet te zien met het blote oog
⇨ Schimmels, protozoa, bacteriën, virussen en prionen
→ Tinea corporis, malaria, de pest, ebola, rabies, …
● Macro-organismen
= Levende organismen met het blote oog waarneembaar
⇨ Trauma, gif, in of op planten en dieren leven, …
→ Macroflora (planten): Bereklauw, vingerhoedskruid, wolfskers, …
→ Macrofauna (dieren): Wormen, luizen, vlooien, mijten, spinnen, slangen, …
, ● Fysische oorzaken
= Door trauma, bestraling, overbelasting en immobiliteit
→ Steekwonden, verbranding, bevriezing, osteoporose, …
● Chemische oorzaken
= Door contact met, inademen van of innemen van gevaarlijke chemische stoffen
→ Chemische verbranding, vergiftiging, …
Ziekten door aangeboren gevoeligheid en omgevingsfactoren
● Immuunstoornissen
= Stoornissen in het afweersysteem met als gevolg allergie, immuundeficiëntie en auto-immuniteit
→ Penicilline-allergie, koortsblaasjes en reuma
● Circulatiestoornissen
= Stoornissen in circulatie van zuurstof, voedingsstoffen, afvalstoffen door afwijkingen van het hart,
de vaten of de samenstelling van het bloed
→ Shock, hartinfarct, …
● Stofwisselingsstoornissen
= Stoornissen in opbouw en afbraak van suikers, vetten en eiwitten of energieproductie
→ Hyperlipidemie, diabetes, …
● Groeistoornissen
= Stoornissen door afwijkingen in delen en groeien van cellen en weefsels
→ Goedaardige en kwaadaardige gezwellen
● Voedingsstoornissen
= Stoornissen door intolerantie, allergie of voeding niet gepast voor de behoefte
→ Obesitas, vitaminedeficiëntie, anorexia, …
● Psychische stoornissen
= Stoornissen op vlak van mentaal en maatschappelijk functioneren en welzijn
→ Burn-out, depressie, angststoornissen, …
● Veroudering
= Stoornissen door veroudering van cellen en weefsels
→ Ectropion, cataract, …
, Stofwisselingsstoornissen
Diabetes mellitus - suikerziekte
= Chronisch syndroom met typische symptomen (ploy-urie, dorst, vermoeidheid) en complicaties
(slechtziendheid, arterieel lijden) en meerdere mogelijke oorzaken (genetisch, ongezonde levensstijl)
Het kernproblem is een absoluut of relatief te lage insulineproductie, met als gevolg te hoge
suikerconcentratie in het bloed en andere lichaamsvochten en te lage suikerconcentratie in de cel
→ Syndroom = Verzameling van symptomen en kenmerken die vaak voorkomen in een ziekte
Insuline
= Hormoon geproduceerd door bètacellen in de eilandjes van Langerhans in de pancreas of
alvleesklier. De productie wordt gestimuleerd door verhoogde glycemie.
Insuline stimuleert Insuline remt
- Opname van glucose in cellen - Glycolyse = glycogeenafbraak
- Energie vrijstelling uit glucose - Lipolyse = vet afbraak
- Synthese van glycogeen - Proteolyse = EW afbraak
- Synthese van vetzuren - Gluconeogenese = nieuwvorming van
- Synthese van EW suikers uit aminozuren, glycerol en
pyrodruivenzuur
→ Glycogeen = Koolhydraten opslagvorm (polysacharide), kan snel glucose vrijmaken voor energie
Type Diabetes Mellitus
Type 1
= Lichaam maakt weinig / geen insuline aan, bètacellen in pancreas zijn beschadigd (auto-immuniteit)
- Kinderen tot jongvolwassenen
- Prevalentie: 0,4% in belgië
→ Symptomen: Snel en uitgesproken
→ Oorzaken: Erfelijke en omgevings uitlokking om antistoffen aan te maken tegen pancreas
→ Behandeling: Insuline inspuiten
Type 2
= Lichaam maakt te weinig insuline aan, of de werking ervan is verminderd
- +40j
- Prevalentie: 8% in België
→ Symptomen: Langzaam en pas zichtbaar bij complicaties
→ Oorzaken: Ongezonde levensstijl en erfelijke aanleg
→ Behandeling: Levensstijl aanpassen, antidiabetica en insuline
Definitie gezondheid en ziekte
WHO - World Health Organisation
Gezondheid = toestand van volledig welbevinden op lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk vlak
Ziekte = indien men zich onwel voelt in één of meerdere van deze gebieden
Homeostase
Gezondheid = toestand van dynamisch evenwicht tussen:
→ gezondheidsbevorderende krachten en gezondheid remmende krachten
→ belastbaarheid en belasting
Ziekte = verstoord evenwicht en en gezondheids remmende krachten en belasting worden groter
Ziekteleer - pathologie
= Studie die zich toespitst op ziekte en ziekteverschijnselen (logie = leer van)
Algemene ziekteleer
= Leer gefocust op oorzaken en gevolgen van ziekte in het algemeen
- Ziekte en haar oorzaken - Groeistoornissen
- Regressieve veranderingen - Aangeboren afwijkingen
- Afweerreacties - Stofwisselingsstoornissen
- Algemene inleiding infectieziekten - Voedingsstoornissen
- Circulatiestoornissen - Diagnostiek en therapie
Speciële of specialistische ziekteleer
= Leer van verschillende ziekten en ziekteverschijnselen, ingedeeld volgens orgaanstelsel of
specialisme
Pneumologie Longen Fysiotherapie Beweging
Gastro-enterologie Maag-darmen Otorinolaryngologie N-K-O
Urologie Urinewegen Oftalmologie Ogen
Nefrologie Nieren Dermatologie Huid
____________________________________ ________________________________
Cardiologie Hart Geriatrie Ouderen
Hematologie Bloed Pediatrie Kinderen
Neurologie Zenuwstelsel Psychiatrie Mentaal
Endocrinologie Hormonen Klinische chemie Lichaamsvloeistoffen
Andrologie M voortplanting Microbiologie Micro-organismen
Gynaecologie V voortplanting Medische beeldvorming Medische beelden
Orthopedie Beweging chirurgie
,Begrippen
Etiologie = Oorzaak
Epidemiologie = Hoe frequent een ziekte voorkomt; bij wie, wat, waar; wat zijn de risicofactoren
Transmissie = Manier van overdracht van een ziekte
Pathofysiologie = Hoe kan een bepaalde oorzaak aanleiding geven tot ziekte en ziekteverschijnselen
Diagnose = Op welke manier stelt men vast of iemand een ziekte heeft, hoe erg het is, …
Prognose = Hoe is het verder verloop. Hoe snel geneest men, kan men eraan sterven, …
Ziekten ingedeeld volgens oorzaak en ontstaan
Ziekte door aangeboren afwijkingen
= Alle in- en uitwendige misvormingen en/of functionele aandoeningen die ofwel bij de geboorte
direct herkenbaar zijn, ofwel in aanleg aanwezig zijn
● Chromosomale afwijkingen
= Tekort of teveel aan chromosomen
→ Downsyndroom, turnersyndroom, klinefeltersyndroom, …
● Genetische afwijkingen
= Ontbreken of beschadiging van DNA, vaak erfelijk
→ Achondroplasie, hypothyroïdie, …
● Embryonale en foetale ontwikkelingsstoornissen
= Ontstaan tijdens zwangerschap door ziekten en blootstelling aan toxen
→ Spina bifida, foetaal alcoholsyndroom, rhesus-incompatibiliteit, …
● Perinatale afwijkingen
= Aandoeningen vlak voor, tijdens of na de bevalling
→ Cerebrale parese, prematuren retinopathie, …
Ziekte door omgevingsfactoren
● Micro-organismen
= Levende eencellige / kleine meercellige organismen niet te zien met het blote oog
⇨ Schimmels, protozoa, bacteriën, virussen en prionen
→ Tinea corporis, malaria, de pest, ebola, rabies, …
● Macro-organismen
= Levende organismen met het blote oog waarneembaar
⇨ Trauma, gif, in of op planten en dieren leven, …
→ Macroflora (planten): Bereklauw, vingerhoedskruid, wolfskers, …
→ Macrofauna (dieren): Wormen, luizen, vlooien, mijten, spinnen, slangen, …
, ● Fysische oorzaken
= Door trauma, bestraling, overbelasting en immobiliteit
→ Steekwonden, verbranding, bevriezing, osteoporose, …
● Chemische oorzaken
= Door contact met, inademen van of innemen van gevaarlijke chemische stoffen
→ Chemische verbranding, vergiftiging, …
Ziekten door aangeboren gevoeligheid en omgevingsfactoren
● Immuunstoornissen
= Stoornissen in het afweersysteem met als gevolg allergie, immuundeficiëntie en auto-immuniteit
→ Penicilline-allergie, koortsblaasjes en reuma
● Circulatiestoornissen
= Stoornissen in circulatie van zuurstof, voedingsstoffen, afvalstoffen door afwijkingen van het hart,
de vaten of de samenstelling van het bloed
→ Shock, hartinfarct, …
● Stofwisselingsstoornissen
= Stoornissen in opbouw en afbraak van suikers, vetten en eiwitten of energieproductie
→ Hyperlipidemie, diabetes, …
● Groeistoornissen
= Stoornissen door afwijkingen in delen en groeien van cellen en weefsels
→ Goedaardige en kwaadaardige gezwellen
● Voedingsstoornissen
= Stoornissen door intolerantie, allergie of voeding niet gepast voor de behoefte
→ Obesitas, vitaminedeficiëntie, anorexia, …
● Psychische stoornissen
= Stoornissen op vlak van mentaal en maatschappelijk functioneren en welzijn
→ Burn-out, depressie, angststoornissen, …
● Veroudering
= Stoornissen door veroudering van cellen en weefsels
→ Ectropion, cataract, …
, Stofwisselingsstoornissen
Diabetes mellitus - suikerziekte
= Chronisch syndroom met typische symptomen (ploy-urie, dorst, vermoeidheid) en complicaties
(slechtziendheid, arterieel lijden) en meerdere mogelijke oorzaken (genetisch, ongezonde levensstijl)
Het kernproblem is een absoluut of relatief te lage insulineproductie, met als gevolg te hoge
suikerconcentratie in het bloed en andere lichaamsvochten en te lage suikerconcentratie in de cel
→ Syndroom = Verzameling van symptomen en kenmerken die vaak voorkomen in een ziekte
Insuline
= Hormoon geproduceerd door bètacellen in de eilandjes van Langerhans in de pancreas of
alvleesklier. De productie wordt gestimuleerd door verhoogde glycemie.
Insuline stimuleert Insuline remt
- Opname van glucose in cellen - Glycolyse = glycogeenafbraak
- Energie vrijstelling uit glucose - Lipolyse = vet afbraak
- Synthese van glycogeen - Proteolyse = EW afbraak
- Synthese van vetzuren - Gluconeogenese = nieuwvorming van
- Synthese van EW suikers uit aminozuren, glycerol en
pyrodruivenzuur
→ Glycogeen = Koolhydraten opslagvorm (polysacharide), kan snel glucose vrijmaken voor energie
Type Diabetes Mellitus
Type 1
= Lichaam maakt weinig / geen insuline aan, bètacellen in pancreas zijn beschadigd (auto-immuniteit)
- Kinderen tot jongvolwassenen
- Prevalentie: 0,4% in belgië
→ Symptomen: Snel en uitgesproken
→ Oorzaken: Erfelijke en omgevings uitlokking om antistoffen aan te maken tegen pancreas
→ Behandeling: Insuline inspuiten
Type 2
= Lichaam maakt te weinig insuline aan, of de werking ervan is verminderd
- +40j
- Prevalentie: 8% in België
→ Symptomen: Langzaam en pas zichtbaar bij complicaties
→ Oorzaken: Ongezonde levensstijl en erfelijke aanleg
→ Behandeling: Levensstijl aanpassen, antidiabetica en insuline