GERECHTELIJK RECHT
DEEL 1: ALGEMENE BEGINSELEN
H1: WEZEN EN FUNCTIE VAN GERECHTELIJK RECHT
Gerechtelijk recht = het geheel van rechtsregels die betrekking hebben op de effectuering van de
materieelrechtelijke aanspraken van de rechtssubjecten
- Ruimer dan procesrecht: gerechtelijk recht bevat ook rechtsvordering van rechtssubjecten,
de rechtsmacht en de bevoegdheid van de rechtbanken en hoven, het geschil
- Gerechtelijk privaatrecht: klemtoon ligt enkel op privaatrechtelijke aanspraken, regels van
het gerechtelijk wetboek bevatten ook de regels van het gemeen procesrecht, dus ook bij
strafzaken (wetboek is niet altijd volledig, indien zij dingen niet bepaald hebben, moet men
kijken naar het Ger. W.) en administratieve procedures is van toepassing
- Nauwe band met materieel recht
- Recht op een eerlijk proces: ARTIKEL 6, EERSTE LID EVRM – de 3 componenten:
o Recht op een de openbare behandeling van de zaak
In uitzonderlijke gevallen kan het achter gesloten deuren bevinden mits
motivatie van de belangen van de goede zeden en openbare orde OF als er
belangen van de minderjarige betrokken zijn à Het is strikt noodzakelijk!
o Redelijke termijn
o Onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie bij wet ingesteld
Onafhankelijkheid: geen invloeden van de andere staatsmachten (WM en
UM) – er zijn wel aanknopingspunten bv. benoeming – maar dat houdt niet
in dat een magistraat onafhankelijk is
Onpartijdig: de rechter moet de zaak naar eer en beweten beoordelen,
conform de regels van het proces. Zonder dat hij het proces bevooroordeeld.
Objectieve onpartijdigheid: magistraat mag geen banden hebben
met één van de procespartijen (opgesomd in Ger.W.)
Subjectieve onpartijdigheid: de rechter zal in een concrete zaak zijn
voorkeur/afkeur voor een bepaalde partij toon (bv. spaghetti-arrest)
Wanneer er een probleem is met één van deze 2 voorwaarden: wraking van
de rechter!
Een overheidsrechter moet bij wet zijn ingesteld, wegens de parlementaire
controle o.b.v. de checks&balances. Dit wil niet zeggen dat er geen
privaatrechtelijke instanties zijn zoals arbitrage.
- Gelijk hebben vs gelijk krijgen: als het proces eerlijk en goed verloopt, krijgt die partij zijn of
haar recht: de juridische waarheid is vaak anders dan wat in werkelijkheid gebeurd. Dit kan
op basis van materieel vlak als op processueel vlak
o Materieel: wetsbepaling
Bv. tussen familieleden en vrienden worden er leningen verstrekt. Ik geef
20.000 euro aan een vriend, ik stel een contract op en wordt ondertekend
door beide partijen. Een jaar later betaald mijn vriend mij niet terug en zegt
dat hij mij niet kent. Ik stap naar de rechtbank maar moet het bewijs leveren,
, MAAR er bestaat een burgerlijke regel dat de onderhandse
schuldbekentenissen en biljetten zijn maar rechtsgeldig als die onderhandse
schuldbiljetten als daar het bedrag van de som voluit is geschreven in
woorden en getallen + gelezen en goedgekeurd. Het contract is niet conform
de wetgeving en verklaard de vordering ontvankelijk maar ongegrond
wegens de fout van het contract.
o Processueel: beroepstermijn verstreken, verjaring …
BRONNEN
Grondwet
Verdragsrecht en recht van de Europese unie
Gerechtelijk Wetboek
Bijzondere wetteksten
Rechtspraak
Rechtsleer
§1 GRONDWET
Ook de belgische grondwet bevat een aantal procedurele kwaliteitseisen en grondrechten.
- ART. 13 GW: recht op toegang tot de rechter
o Geen absoluut recht: procedurele hindernissen kunnen een beperkende werking
hebben als het recht op een eerlijk proces niet wordt ondergraven
- ART. 23, 2° GW: recht op juridische bijstand (sociale grondrechten)
- ART. 40, 144-159 GW: rechterlijk macht als derde staatsmacht, uitgeoefend door de hoven
en rechtbanken. De arresten en vonnissen worden in naam des Konings ten uitvoer gelegd.
o ART. 144 GW: geschillen over de burgerlijke rechten behoren tot de rechtbank
o ART. 145 GW: Politieke geschillen behoren mogelijks ook tot de burgerlijke rechter,
het wordt niet uitgesloten van de rechtsmacht, maar kunnen ook aan andere
instanties worden toevertrouwd
Is dit in strijd met art. 6 EVRM? Nee, want de Gw zegt dat je naar een
onafhankelijke en opartijdige rechter, maar niks verhindert om politieke rechten
een ander rechtscollege oprichten dat niet gelinkt is aan de gewone burgerlijke
rechter.
Bv. Munitieraad
o ART 146 GW: zuivere illustratie van EVRM dat alle rechtbanken bij wet worden
ingesteld om willekeur tegen te gaan door de parlementaire controle
In overeenstemming met art. 6 EVRM? Ja, legaliteitsprincipe
o ART. 147 GW: Hof van Cassatie
o ART. 148 GW: openbare terechtzittingen
In overeenstemming met art. 6 EVRM?: Ja, openbaarheid van de terechtzitting
mogen aan uitzonderingen worden gelegd.
o ART. 149 GW: elk vonnis is met redenen omkleed (motiveringsplicht) en openbaar
bekend gemaakt, het is conform het recht op een eerlijk proces (art. 6 EVRM)
1e lid: Deze bepaling is maar een loutere vormvereiste: indien voldaan is aan de
motivering is art. 149 Gw gerespecteerd, ookal is de motivering niet correct
2
, 2e lid: In overeenstemming met art. 6 EVRM?: Ja, conform art. 6 EVRM want de
openbaarheid wordt gerespecteerd en specifieert dit verder.
o ART. 151 GW: onafhankelijkheid van de rechters, conform art. 6 EVRM? Ja
o ART. 152 GW: voor het leven benoemd, zorgt voor de onafhankelijkheid van de
rechter
De onafhankelijkheid houdt niet in dat er interferenties zijn tussen de RM en
de andere staatsmachten zoals dat de WM het pensioen van het RM
bepalen.
o ART 154 GW: illustratie van de interferenties tussen de RM en de andere
staatsmachten
o ART. 155 GW: geen rechter mag van een regering bezoldigde ambten aanvaarden –
waarborgt de onafhankelijkheid dus conform art. 6 EVRM
Afschermen van de druk van buitenaf
o EX: Hoe concretiseerd de grondwet de onafhankelijkheid van de RM?
Onzetbaarheid, vaste wedde bepaald bij wet, verbod bezoldigingen aannemen,
levenslang benoemd …
§2 VERDRAGSRECHT EN RECHT VAN DE EUROPESE UNIE
- Art. 6 EVRM en art. 14 BUPO
o Ger. W. vormt concrete uitwerking door Belgische wetgever van art. 6 EVRM
Verordeningen niet in extensonr.1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012
- Verordening
kennen. Wel weten dat die bestaande rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de ten uitvoerlegging van
betreffende
en wat die precies regelt en terug te
beslissingen in burgerlijke en handelszaken (= Brussel I bis Verordening)
vinden in de codex o Heeft als uitgangspunt dat elk vonnis dat door Europese rechter is uitgesproken door
de rechterlijke macht van een ander land moet worden erkend als een volwaardige
rechterlijke uitspraak.
o Regelt Europees internationaal bevoegdheidsrecht en erkenning en
tenuitvoerlegging van Europese gerechtelijke beslissingen
- Verordening nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid
en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de
ouderlijke verantwoordelijkheid
- Verordening (EG) Nr. 1896/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december
2006 tot invoering van een Europese betalingsbevelprocedure
o Betalingsbevelprocedure = een partij betaalt niet hetzij uit nalatigheid, hetzij omdat
ze niet kan betalen. Het is een zware belasting voor het rechtssysteem om elke keer
als er een factuur niet betaald wordt een proces te starten. Op Europees niveau
heeft men procedure opgestart, enerzijds ter ontlasting van de rechter maar
anderzijds ook om de SE die volledig in zijn recht is een snelle betaling te garanderen.
o Vgl. Invordering van onbetwiste geldschulden (art. 1394/20 Ger.W.)
- Verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 tot
vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen
Vraag: Er is een geschil tussen Hongaarse koper en Belgische verkoper. Welk wettelijk instrument zal
bepalen of hetzij de Belgische rechtbanken hetzij de Hongaarse rechtbanken bevoegd zijn?
Antwoord: Brussel I bis Verordening (verkorte benaming volstaat)
3
, §3 GERECHTELIJK WETBOEK
Wet 10 oktober 1967, in werking 1 november 1970
- Ontwerp van Charles van Reepinghen, Koninklijke commissaris voor de gerechtelijke
hervorming (opgevolgd door Ernest Krings)
- Betrachtingen:
o Modernisering van een drie eeuwen oud procesrecht (Ordonnance Civile 1667; Code
de procedure civile 1806; Wet Rechterlijke Organisatie 1869; Wet Bevoegdheid 1876)
o De 3 doelstellingen van het Ger.W.
Eenheid van rechtsmacht cfr. recenter eenheidsloket of centrale
inleidingskamer
Eenheid van rechtspleging
Vereenvoudiging en versnelling van rechtspleging. (Bv: verdwijnen
pleitbezorgers; afschaffing van verplichte procesvertegenwoordiging; minder
formalisme; kennisgeving bij gerechtsbrief; wijziging van eis;
beslagprocedure)
Voor dat het Gerechtelijk Wetboek was hervormd, waren er dus
strenge vormvereisten waar men aan moest voldoen, als deze niet
werden vervuld dan was de sanctie de nietigheid
Nietigheid brengt geen enkel rechtsgevolg teweeg
ART. 860-861 GER.W.: nietigheidsleer!
De nietigheid kan als sanctie worden uitgesproken als de wet dit
voorschrijft
Als de nietigheid wordt voorgeschreven en de vorm is miskend
dan wordt de nietigheid niet uitgesproken als degene die zich
erop beroept geen schade kan bereiken
- Amendering in het parlement (o.m. arr. rb.)
Latere aanvullingen:
- Een wettekst evolueert mee met het recht
o Arbitragewet 4 juli 1972 (Deel VI)
o Nieuwe wet op de bemiddeling 25 februari 2005 (Deel VII)
o Collaboratieve onderhandelingen (wet 12 juni 2018, inwerkinggetreden op 1 jan.
2019)
- Men is meer gaan inzetten op de buitengerechtelijke afhandeling toegevoegd aan het Ger.W.
d.w.z. dat u niet meer naar de overheidsrechter omdat de hoven en rechtbanken alle
geschillen niet meer aankunnen.
Verwaarlozing 1970 – 1995 van al wat het gerecht aanbelangde:
- Wet van 3 augustus 1992 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek. Nadien wachtte de
wetgever tot 2007 en vervolgens 2014 om het civiel procesrecht aanzienlijk te wijzigen.
- Gedurende de eerste 25 jaar werd er weinig aan het Gerechtelijk Wetboek gesleuteld.
Nadien talrijke wetswijzigingen (à naar aanleiding van de feiten “Dutroux): NIET KENNEN
- Octupuswetgeving met HRJ – 7 december 1998
- Adviesraad magistratuur – 8 maart 1999
- Derde weg magistratuur – 7 april 2005
4
DEEL 1: ALGEMENE BEGINSELEN
H1: WEZEN EN FUNCTIE VAN GERECHTELIJK RECHT
Gerechtelijk recht = het geheel van rechtsregels die betrekking hebben op de effectuering van de
materieelrechtelijke aanspraken van de rechtssubjecten
- Ruimer dan procesrecht: gerechtelijk recht bevat ook rechtsvordering van rechtssubjecten,
de rechtsmacht en de bevoegdheid van de rechtbanken en hoven, het geschil
- Gerechtelijk privaatrecht: klemtoon ligt enkel op privaatrechtelijke aanspraken, regels van
het gerechtelijk wetboek bevatten ook de regels van het gemeen procesrecht, dus ook bij
strafzaken (wetboek is niet altijd volledig, indien zij dingen niet bepaald hebben, moet men
kijken naar het Ger. W.) en administratieve procedures is van toepassing
- Nauwe band met materieel recht
- Recht op een eerlijk proces: ARTIKEL 6, EERSTE LID EVRM – de 3 componenten:
o Recht op een de openbare behandeling van de zaak
In uitzonderlijke gevallen kan het achter gesloten deuren bevinden mits
motivatie van de belangen van de goede zeden en openbare orde OF als er
belangen van de minderjarige betrokken zijn à Het is strikt noodzakelijk!
o Redelijke termijn
o Onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie bij wet ingesteld
Onafhankelijkheid: geen invloeden van de andere staatsmachten (WM en
UM) – er zijn wel aanknopingspunten bv. benoeming – maar dat houdt niet
in dat een magistraat onafhankelijk is
Onpartijdig: de rechter moet de zaak naar eer en beweten beoordelen,
conform de regels van het proces. Zonder dat hij het proces bevooroordeeld.
Objectieve onpartijdigheid: magistraat mag geen banden hebben
met één van de procespartijen (opgesomd in Ger.W.)
Subjectieve onpartijdigheid: de rechter zal in een concrete zaak zijn
voorkeur/afkeur voor een bepaalde partij toon (bv. spaghetti-arrest)
Wanneer er een probleem is met één van deze 2 voorwaarden: wraking van
de rechter!
Een overheidsrechter moet bij wet zijn ingesteld, wegens de parlementaire
controle o.b.v. de checks&balances. Dit wil niet zeggen dat er geen
privaatrechtelijke instanties zijn zoals arbitrage.
- Gelijk hebben vs gelijk krijgen: als het proces eerlijk en goed verloopt, krijgt die partij zijn of
haar recht: de juridische waarheid is vaak anders dan wat in werkelijkheid gebeurd. Dit kan
op basis van materieel vlak als op processueel vlak
o Materieel: wetsbepaling
Bv. tussen familieleden en vrienden worden er leningen verstrekt. Ik geef
20.000 euro aan een vriend, ik stel een contract op en wordt ondertekend
door beide partijen. Een jaar later betaald mijn vriend mij niet terug en zegt
dat hij mij niet kent. Ik stap naar de rechtbank maar moet het bewijs leveren,
, MAAR er bestaat een burgerlijke regel dat de onderhandse
schuldbekentenissen en biljetten zijn maar rechtsgeldig als die onderhandse
schuldbiljetten als daar het bedrag van de som voluit is geschreven in
woorden en getallen + gelezen en goedgekeurd. Het contract is niet conform
de wetgeving en verklaard de vordering ontvankelijk maar ongegrond
wegens de fout van het contract.
o Processueel: beroepstermijn verstreken, verjaring …
BRONNEN
Grondwet
Verdragsrecht en recht van de Europese unie
Gerechtelijk Wetboek
Bijzondere wetteksten
Rechtspraak
Rechtsleer
§1 GRONDWET
Ook de belgische grondwet bevat een aantal procedurele kwaliteitseisen en grondrechten.
- ART. 13 GW: recht op toegang tot de rechter
o Geen absoluut recht: procedurele hindernissen kunnen een beperkende werking
hebben als het recht op een eerlijk proces niet wordt ondergraven
- ART. 23, 2° GW: recht op juridische bijstand (sociale grondrechten)
- ART. 40, 144-159 GW: rechterlijk macht als derde staatsmacht, uitgeoefend door de hoven
en rechtbanken. De arresten en vonnissen worden in naam des Konings ten uitvoer gelegd.
o ART. 144 GW: geschillen over de burgerlijke rechten behoren tot de rechtbank
o ART. 145 GW: Politieke geschillen behoren mogelijks ook tot de burgerlijke rechter,
het wordt niet uitgesloten van de rechtsmacht, maar kunnen ook aan andere
instanties worden toevertrouwd
Is dit in strijd met art. 6 EVRM? Nee, want de Gw zegt dat je naar een
onafhankelijke en opartijdige rechter, maar niks verhindert om politieke rechten
een ander rechtscollege oprichten dat niet gelinkt is aan de gewone burgerlijke
rechter.
Bv. Munitieraad
o ART 146 GW: zuivere illustratie van EVRM dat alle rechtbanken bij wet worden
ingesteld om willekeur tegen te gaan door de parlementaire controle
In overeenstemming met art. 6 EVRM? Ja, legaliteitsprincipe
o ART. 147 GW: Hof van Cassatie
o ART. 148 GW: openbare terechtzittingen
In overeenstemming met art. 6 EVRM?: Ja, openbaarheid van de terechtzitting
mogen aan uitzonderingen worden gelegd.
o ART. 149 GW: elk vonnis is met redenen omkleed (motiveringsplicht) en openbaar
bekend gemaakt, het is conform het recht op een eerlijk proces (art. 6 EVRM)
1e lid: Deze bepaling is maar een loutere vormvereiste: indien voldaan is aan de
motivering is art. 149 Gw gerespecteerd, ookal is de motivering niet correct
2
, 2e lid: In overeenstemming met art. 6 EVRM?: Ja, conform art. 6 EVRM want de
openbaarheid wordt gerespecteerd en specifieert dit verder.
o ART. 151 GW: onafhankelijkheid van de rechters, conform art. 6 EVRM? Ja
o ART. 152 GW: voor het leven benoemd, zorgt voor de onafhankelijkheid van de
rechter
De onafhankelijkheid houdt niet in dat er interferenties zijn tussen de RM en
de andere staatsmachten zoals dat de WM het pensioen van het RM
bepalen.
o ART 154 GW: illustratie van de interferenties tussen de RM en de andere
staatsmachten
o ART. 155 GW: geen rechter mag van een regering bezoldigde ambten aanvaarden –
waarborgt de onafhankelijkheid dus conform art. 6 EVRM
Afschermen van de druk van buitenaf
o EX: Hoe concretiseerd de grondwet de onafhankelijkheid van de RM?
Onzetbaarheid, vaste wedde bepaald bij wet, verbod bezoldigingen aannemen,
levenslang benoemd …
§2 VERDRAGSRECHT EN RECHT VAN DE EUROPESE UNIE
- Art. 6 EVRM en art. 14 BUPO
o Ger. W. vormt concrete uitwerking door Belgische wetgever van art. 6 EVRM
Verordeningen niet in extensonr.1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012
- Verordening
kennen. Wel weten dat die bestaande rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de ten uitvoerlegging van
betreffende
en wat die precies regelt en terug te
beslissingen in burgerlijke en handelszaken (= Brussel I bis Verordening)
vinden in de codex o Heeft als uitgangspunt dat elk vonnis dat door Europese rechter is uitgesproken door
de rechterlijke macht van een ander land moet worden erkend als een volwaardige
rechterlijke uitspraak.
o Regelt Europees internationaal bevoegdheidsrecht en erkenning en
tenuitvoerlegging van Europese gerechtelijke beslissingen
- Verordening nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid
en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de
ouderlijke verantwoordelijkheid
- Verordening (EG) Nr. 1896/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december
2006 tot invoering van een Europese betalingsbevelprocedure
o Betalingsbevelprocedure = een partij betaalt niet hetzij uit nalatigheid, hetzij omdat
ze niet kan betalen. Het is een zware belasting voor het rechtssysteem om elke keer
als er een factuur niet betaald wordt een proces te starten. Op Europees niveau
heeft men procedure opgestart, enerzijds ter ontlasting van de rechter maar
anderzijds ook om de SE die volledig in zijn recht is een snelle betaling te garanderen.
o Vgl. Invordering van onbetwiste geldschulden (art. 1394/20 Ger.W.)
- Verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 tot
vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen
Vraag: Er is een geschil tussen Hongaarse koper en Belgische verkoper. Welk wettelijk instrument zal
bepalen of hetzij de Belgische rechtbanken hetzij de Hongaarse rechtbanken bevoegd zijn?
Antwoord: Brussel I bis Verordening (verkorte benaming volstaat)
3
, §3 GERECHTELIJK WETBOEK
Wet 10 oktober 1967, in werking 1 november 1970
- Ontwerp van Charles van Reepinghen, Koninklijke commissaris voor de gerechtelijke
hervorming (opgevolgd door Ernest Krings)
- Betrachtingen:
o Modernisering van een drie eeuwen oud procesrecht (Ordonnance Civile 1667; Code
de procedure civile 1806; Wet Rechterlijke Organisatie 1869; Wet Bevoegdheid 1876)
o De 3 doelstellingen van het Ger.W.
Eenheid van rechtsmacht cfr. recenter eenheidsloket of centrale
inleidingskamer
Eenheid van rechtspleging
Vereenvoudiging en versnelling van rechtspleging. (Bv: verdwijnen
pleitbezorgers; afschaffing van verplichte procesvertegenwoordiging; minder
formalisme; kennisgeving bij gerechtsbrief; wijziging van eis;
beslagprocedure)
Voor dat het Gerechtelijk Wetboek was hervormd, waren er dus
strenge vormvereisten waar men aan moest voldoen, als deze niet
werden vervuld dan was de sanctie de nietigheid
Nietigheid brengt geen enkel rechtsgevolg teweeg
ART. 860-861 GER.W.: nietigheidsleer!
De nietigheid kan als sanctie worden uitgesproken als de wet dit
voorschrijft
Als de nietigheid wordt voorgeschreven en de vorm is miskend
dan wordt de nietigheid niet uitgesproken als degene die zich
erop beroept geen schade kan bereiken
- Amendering in het parlement (o.m. arr. rb.)
Latere aanvullingen:
- Een wettekst evolueert mee met het recht
o Arbitragewet 4 juli 1972 (Deel VI)
o Nieuwe wet op de bemiddeling 25 februari 2005 (Deel VII)
o Collaboratieve onderhandelingen (wet 12 juni 2018, inwerkinggetreden op 1 jan.
2019)
- Men is meer gaan inzetten op de buitengerechtelijke afhandeling toegevoegd aan het Ger.W.
d.w.z. dat u niet meer naar de overheidsrechter omdat de hoven en rechtbanken alle
geschillen niet meer aankunnen.
Verwaarlozing 1970 – 1995 van al wat het gerecht aanbelangde:
- Wet van 3 augustus 1992 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek. Nadien wachtte de
wetgever tot 2007 en vervolgens 2014 om het civiel procesrecht aanzienlijk te wijzigen.
- Gedurende de eerste 25 jaar werd er weinig aan het Gerechtelijk Wetboek gesleuteld.
Nadien talrijke wetswijzigingen (à naar aanleiding van de feiten “Dutroux): NIET KENNEN
- Octupuswetgeving met HRJ – 7 december 1998
- Adviesraad magistratuur – 8 maart 1999
- Derde weg magistratuur – 7 april 2005
4