VISIE OP INTELLIGENTIE
INTELLIGENTIEBEGRIP VOLGENS WECHSLER
• Intelligentie manifesteert zich in zeer uitlopend gedrag
• Veel psychologische factoren spelen een rol bij gedrag
o Cognitieve (intellectuele) vaardigheden, impulscontrole, motivatie, …
• Gedrag wordt bepaald door 2 belangrijke factoren:
o Cognitieve-Intellectuele factoren (redeneren, analyseren, …)
o Niet-cognitieve intellectuele factoren (motivatie, doorzetting, ….)
• Intelligentie is de functie van de volledige persoonlijkheid
• Aandeel van beide factoren kunnen sterk verschillen en invloed van:
o Omgeving, ervaring, training, scholing
Conclusie: Intelligentie is de geëigende, globale capaciteit van het individu om doelgericht te
handelen, rationeel te denken en effectief om te gaan met de omgeving
Belangrijk!
o Intelligentie ≠ het resultaat van een intelligentietest
▪ Belang van observatiegegevens
▪ cfr. Niet-intellectuele factoren
▪ Belang van gegevens van andere bronnen (intake, dossier,…)
We blijven nieuwe testen ontwikkelen omdat de mens slimmer wordt ( Flynn-effect)
CHC-MODEL
G = de algemene intelligentie
Hoe korter het pijltje, hoe hoger de cognitieve vaardigheden, hoe belangrijker
,KENMERKEN METEN VAN INTELLIGENTIE + IMPLICATIES
• Aangeboren versus ontwikkelde capaciteiten
• Selectie van tests
• Minder invloed van niet-intellectuele factoren
• Totaal IQ (TIQ) meest valide schatting van algemene intelligentie
o Blijft beperkt → aanvullende informatie nodig
o TIQ is een relatieve maat
o Subtests zijn geen indicator van één intelligentiefactor
▪ Vb: Onvolledige Tekeningen: redeneren, visualisatie, impulscontrole, lange
termijngeheugen, aandacht en concentratie, werken onder tijdsdruk,
simultane verwerking, …
GEBRUIKSMOGELIJKHEDEN UITGEBREIDE INTELLIGENTIEMETING
• Nadelen
o Arbeidsintensief
o Tijdsduur
o Kostelijk
• Voordelen
o Niveau-analyse
o Profielanalyse
o Individuele analyse
o Observatieanalyse
, OBSERVEREN EN RAPPORTEREN
OBSERVEREN, EENVOUDIG … OF TOCH NIET
WAT IS OBSERVEREN IN HET DAGELIJKS LEVEN
Alledaags observeren = omvat zo het voortdurend en ongemerkt waarnemen, verwerken en
interpreteren van zintuiglijke prikkels
• Wat? Verbaal en non-verbaal gedrag, ook paraverbaal gedrag (= stemhoogte, ritme en toon)
• Waarom?
o Om je snel sociaal te plaatsen tegenover de ander(en); informatie over anderen
krijgen
o Informatie over hoe anderen jou waarnemen = afgeleide observatie ; zelfobservatie
= waarneming van je eigen gedrag en innerlijke prikkels
o Over relaties en situaties waar je al dan niet bij betrokken bent
• Hoe? Voortdurend en onbewust interpreteer je zaken en stem je jouw gedrag en gevoelens
erop af. Spiegelneuronen worden geactiveerd wanneer je observeert wat iemand doet. Het
attributieproces (zie sociale psych.) komt hier ook bij kijken.
Alledaags observeren gaat gepaard met selectiviteit en subjectiviteit.
Professioneel observeren:
• Vakkundig handelen = eerst waarnemen, dan betekenissen geven aan je waarnemingen en
deze kunnen beargumenteren
• Vier kwaliteitseisen
o Bewust informatie opnemen
o Doelgerichte aandacht
o Observeren met je zintuigen
o Observaties registreren en communiceren: noteren en delen met collega’s