De staat ..................................................................................................................................1
Democratie .............................................................................................................................4
Parlementen ......................................................................................................................... 10
Regeringen ............................................................................................................................ 13
Subnationaal bestuur ............................................................................................................ 18
Politieke cultuur .................................................................................................................... 21
Verkiezingen en kiezers .......................................................................................................... 24
Politieke partijen.................................................................................................................... 28
Belangengroepen .................................................................................................................. 32
De staat
Definitie
Klassieke definitie van Max Weber = een menselijke gemeenschap die het monopolie op / het
legitiem gebruik van fysieke dwang claimt binnen een bepaald territorium.
Moderne context = legale en politieke entiteit met volgende 5 elementen:
- Een overheid: concreet, overheden komen en gaan, terwijl een staat abstract en
permanent is
- Een bevolking: een politieke gemeenschap van burgers, gelijkwaardig, rechten en
plichten
- Een territorium
- Soevereiniteit:
- Dit concept w ontwikkeld dr Bodin
- Diende vroeger als rechtvaardiging vr de macht dr bepaalde monarchen
- De mogelijkheid om te regeren en beslissingen te maken binnen een bepaalde
politieke gemeenschap, onafhankelijk van externe actoren
- Democratie won id 19e eeuw aan populariteit, en bijgevolg ook het idee vd
bevolking als de dragers van soevereiniteit
- Legitimiteit
- ≠ legaliteit
- Een legitieme staat is gebaseerd op autoriteit en de erkenning van die autoriteit
door haar burgers en door andere staten
- Een lange historie en een sterk gevoel v identiteit zorgen voor meer legitimiteit
De autoriteit van staten vertaalt zich ook naar verplichtingen tov andere staten en internatio
organisaties
Gezien de afwezigheid van een “wereld overheid” is het moeilijk om staten te straffen vr het
verbreken v internatio wetgeving
Burgerschap = een burger heeft rechten en plichten
Niet alle legale inwoners van een land bezitten burgerschap
Staat vs. natie
1
,Staat: formeel, legaal, burgerschap
Natie: cultureel, historisch, identiteit
Een natie eist meestal zelfbeschikking en -bestuur op, m een gedeelde cultuur als
rechtvaardiging → het idee dat een natie recht heeft od vorming v hun eigen lot, oh bestuur vh
eigen volk heet nationalisme
- De term nationalisme w ook soms gebruikt om de assertieve acties v nationalistische
leiders en groepen te omschrijven, ze promoten hun ideeën via veronderstelde
superioriteit en uitsluiting
- Nationalisme w aangemoedigd dr globalisering en immigratie
- Verwant aan xenofobie: de angst voor en uitsluiting van vreemdelingen
- Verwant aan nativisme: het idee dat de belangen vd autochtonen voorrang
krijgen op die vd immigranten
Een natiestaat is een staat waarvan de bevolking een gedeelde natio identiteit heeft
Een multinationale staat bestaat uit bevolkingsgroepen m diverse natio identiteiten onder één
bestuur
Een gemeenschappelijk identiteit creëren is niet gemakkelijk
Landen proberen dat (zoals binnen de EU) via regionale integratie = politieke en econo
integratie met een autoriteit bovenaan, samenwerking ipv competitie
Oorsprong en ontwikkeling
De moderne staat is vooral een westers concept dat gegroeid is vanuit middeleeuws Europa
Voorheen (middeleeuwen) was politiek vooral persoonsgebonden, gedecentraliseerd, keizer- en
koninkrijken, feodalisme en de Kerk als transnationale autoriteit
Oorlog als katalysator: nieuwe technologieën → wapenwedloop → politieke bestuursentiteiten
en bureaucratieën groeien en worden meer uniform
Reformatie als katalysator: centralisering vd macht, godsdienstoorlog en Luthers ideeën hollen
de macht vd Kerk uit
De Vrede van Westfalen (1648)
- Maakt een einde ad 30j oorlog ih Romeinse Rijk en de 80j oorlog tss Spanje en de Ned
Rep
- Het past de grenzen aan
- Vorsten krijgen autonomie over religie in hun gebied
- Het moderne statensysteem w nog steeds het Westfaalse systeem genoemd
Ideologische rechtvaardiging
- Bodin: geloofde dat 1 soevereine autoriteit de volledige macht moet krijgen, wel nog
onder controle en limieten
- Locke: burgers bezitten natuurlijke rechten die beschermd moeten worden dr een
autoriteit, indien deze autoriteit de rechten schendt, mag het volk in opstand komen
- Amerikaanse Rev
- Onafh strijd tgn de Britten
- Beperken vd staatsmacht dd scheiding der machten, checks and balances,
bescherming tgn overheidsoptreden
- → liberale staat
- Franse Rev
- Burgers m gelijke rechten, het algemeen belang, volkssoevereiniteit
- → democratische staat
Expansie v staten
2
, - Vanaf 1850: econo depressies → protectionisme, regulaties, de taken vd overheid
breiden uit = extern afbakenen, intern expanderen
- WOI
- Oorlog is duur → belastingen heffen → paspoorten
- Einde → golf v staatvorming in Centraal-Europa en het Midden-Oosten
- WOII
- Welvaartsstaat, Keynesianisme
- Golf v onafh strijd
- Voormalige kolonies kennen een moeilijk begin: kunstmatige grenzen,
econo afh (gedwongen in exportrol)
- Voormalige kolonies kennen duidelijk een westerse politieke organisatie
- Val vh communisme: nieuwe golf v staatvorming
- Nog steeds bewegingen v secessie en regionalisme, soms worden deze situaties
vreedzaam opgelost, meestal gewelddadig
Diversiteit v staten
Bevolking
- Grote staten zijn uitzonderlijk, vooral relatief kleine
- Hoe groter de staat, hoe meer diversiteit, hoe moeilijker om een gemeenschappelijk
identiteit te ontwikkelen; een kleine staat is echter geen garantie op succes
Inkomen
- High income (Europa, Noord-Am, Australië, delen v Azië), Upper middle income (meeste
snel-groeiende nieuwe economieën), Lower middle income (Afrika en Azië), Low income
(sub-Sahara Afrika)
Politieke autoriteit
- Quasi-staten = erkend dd internationale gemeenschap maar functioneren amper als
een echte soevereine entiteit (bv. Somalië)
- De facto-staten = niet erkend dd internationale gemeenschap (geen de jure bestaan)
maar functioneren id praktijk (de facto) als staten
Toekomst van de staat
Veel debat over, drie scholen te onderscheiden
- Weinig evolutie: de staat behoudt haar kenmerken
- Belang vd staat zal toenemen
- Terrorisme dwingt de staat om burgers nabijer to monitoren → de staat dringt
extra dr id privésfeer → surveillance staat / veiligheidsstaat
- Opkomst v radicaalrechts populisme: benadrukken het belang vd natio en
bescherming tgn andere staten
- Belang vd staat zal afnemen
- Principiële kritieken
- Praktische ontwikkelingen
- Globalisering → interdependentie en integratie, over de grenzen heen
- Steeds meer akkoorden tss landen, intergouvernementele organisaties,
supranationale instellingen
- Uitdagingen vr specifieke fragiele staten: veel criminaliteit, zwakke instellingen
→ falende staat
3
, Democratie
Definitie, kenmerken en categorieën
Historisch ideaal tegenover hedendaagse realiteit
Democratie als norm, gewenst, dominante principe
Demo geeft legitimiteit ah pol syst (ook autocratieën beweren drm demo te zijn)
Demo ≠ simpelweg gewone mensen die zichzelf besturen
De kern is wel zelfbestuur
Dahl: de betekenis is geëvolueerd over duizenden jaren
Kwaliteitskenmerken
- Macht
- Instituties
- Participatie
- Rechten
- Verkiezingen
- Oppositie
- Media
Verschillende vormen v democratische heerschappij
- Direct
- Prototype: Atheense stadstaat
- Open discussies, directe betrokkenheid v burgers
- Nadelen: beperkt tot mannen m burgerschap, lage opkomst, duur en
complex, geen coherent beleid, gebrek aan permanente bureaucratie
- De regeerders zijn de geregeerden en omgekeerd
- Komt amper vr dd schaal v bestuur
- Nu beperkt tot referenda en andere initiatieven, of op lokaal
gemeenschapsniveau
- De publieke sfeer (<Habermas): arena waar burgers samenkomen
- Representatief
- De macht w overgedragen aan vertegenwoordigers
Leidt echter tot een barrière tss regeerders en de geregeerden
- De MeH regeert, de MiH heeft rechten
- Rule of law: iedereen is onderworpen ad wet, ongeacht status
- Vandaag de norm
- Voordeel: degenen die betrokken willen zijn, kunnen zich kandidaat stellen,
degenen die niet betrokken willen zijn, kunnen zich afzijdig houden
- Kritiek
- Zijn gwn mensen in staat om geïnformeerde politieke keuzes te maken?
- De beleidskeuzes worden secundair aan de keuze vd vertegenwoordigers
- Liberaal
- Politieke rechten en burgerlijke vrijheden
- Grondwettelijke limieten od macht en het bereik vh verkozen bestuur
- Polyarchie <Dahl
4