Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 2 out of 9 pages
Summary

Samenvatting week 19, stagnatie op meerdere levensgebieden, blok 3.1

Document preview thumbnail
Preview 2 out of 9 pages

Deze studienotities behandelen Hoofdstuk 15 over persoonlijkheidsstoornissen uit het Textbook of Psychiatry (Hengeveld & Balkom) voor het vak Oorzaken van ziekten 3.1 aan de RUG. De stof omvat de DSM-5 classificatie van alle drie clusters: Cluster A (excentriek), Cluster B (dramatisch) en Cluster C (angstig), met gedetailleerde beschrijvingen van paranoïde, schizoïde, schizotypische, antisociale, borderline, theatrale en andere persoonlijkheidsstoornissen. Ideaal voor examenvoorbereiding - alle diagnostische criteria en klinische kenmerken zijn helder uitgelegd met praktische voorbeelden.

Content preview

Textbook of Psychiatry; a concise guide to psychiatry
in the Netherlands, Hengeveld & Balkom.
Chapter 15; Personality Disorders
We spreken van een persoonlijkheidsstoornis wanneer bepaalde eigenschappen dusdanig sterk
zijn dat ze resulteren in significante problemen voor de patiënt zelf of anderen, of in sociale
dysfunctie. De DSM-5 identificeert 1- specifieke persoonlijkheidsstoornissen die onderverdeeld
zijn in 3 clusters;
● Cluster A: excentrieke persoonlijkheidsstoornis (paranoïde, Schizoïde en schizotypisch)
● Cluster B: dramatische persoonlijkheidsstoornis (antisociaal, borderline, histrionisch en
narcistisch)
● Cluster C: Anxious persoonlijkheidsstoornis (avoidant, afhankelijk en obsessieve
compulsieve stoornissen.
Allen dienen ze te voldoen aan de onderstaande criteria van de DSM-5.
A. Een voortdurend patroon van gedrag dat verschilt van de verwachtingen uit iemands
cultuur. Het wordt geuit in 2 of meer van de volgende gebieden;
- Cognitie
- Affectiviteit
- Interpersoonlijk functioneren
- Impuls controle

B. Het blijvende patroon is inflexibel en alomtegenwoordig in een breed scala aan
persoonlijke en sociale situaties.

C. Het blijvende patroon leidt tot klinisch significante distress of beperking in sociaal,
occupationaal of andere belangrijke gebieden in functioneren.

D. Het patroon is stabiel en lang van duur, en het begin kan herleid worden tot
adolescentie.
Syndromen
A. Cluster A personality Disorders
Deze mensen vertonen excentriek en vreemd gedrag. Ze zijn introvert, trekken zich terug uit het
sociale leven en hebben een beperkte emotionele expressie. Hierdoor is hun sociaal
functioneren nog meer aangedaan dan bij mensen uit andere clusters.
- Paranoïde persoonlijkheidsstoornis
Een alomtegenwoordig wantrouwen en achterdocht jegens anderen, zodanig dat hun motieven
als kwaadaardig worden geïnterpreteerd. Het begint tijdens de adolescentie en presenteert zich
in verschillende vormen. Ze geven de indruk van scherp, angstig, onzeker, prikkelbaar of boos
te zijn. Hoewel ze emotieloos en koud lijken, zijn ze eerder kwetsbaar, angstig en labiel van
binnen, wat zich uit in vijandigheid, koppigheid en sarcasme.
- Schizoïde persoonlijkheidsstoornis
Een aanhoudend patroon van het loslaten van sociale relaties en een beperkte mate van
expressie van emoties in een interpersoonlijke setting. De patiënt heeft geen behoefte aan en
geniet niet van hechte relaties; kiest vrijwel altijd voor solitaire activiteiten, heeft weinig interesse
in seksuele ervaringen met een andere persoon, etc. Dit uit zich ook in hun werk, vaak als

, computer ontwikkelaar, archivist of lab assistent. Ze wekken de indruk sociaal onbekwaam te
zijn en blijven liever op de achtergrond. Ze lijken minder emoties te ervaren en te tonen dan de
gemiddelde persoon. Ze worden zelden boos en blijven vaak passief, zelfs bij onaangename
gebeurtenissen zoals de dood van een geliefde.
- Schizotypische persoonlijkheidsstoornis
Deze patiënten vallen vaak op door hun ongebruikelijke taalgebruik, vreemde kleding,
onverzorgde uiterlijk en gebrek aan naleving van sociale contacten. Ze lijken weinig interesse te
hebben in relaties of contact met anderen. Ze hebben vaak het gevoel dat ze anders zijn en er
daarom niet bij horen. Ze hebben echter geen illusies, referenties of paranormale ervaringen.
B. Cluster B personality disorder
Dit is de cluster die de meeste aandacht trekt, vooral met borderline
persoonlijkheidsstoornissen. Patiënten in dit cluster manifesteren zich vaak duidelijk: met
zelfverminking, zelfmoordpogingen en eisend gedrag. Met een heleboel conflicten waarvoor de
patiënt bij een narcistische persoonlijkheidsstoornis altijd de schuld bij een ander legt. Van alle
andere clusters zijn zij het meest geneigd om hun problemen als door anderen veroorzaakt te
beschouwen. Hierdoor hebben zij de meeste moeite om hulp te zoeken.
- Antisocial personality disorder
Een aanhoudend patroon van schending van de rechten van anderen, die zich vanaf het 15e
levensjaar voordoen, zoals blijkt uit het niet voldoen aan sociale normen; bedrieglijkheid,
impulsiviteit, prikkelbaarheid en agressiviteit. Omdat deze stoornis vooral gekenmerkt wordt
door bedrog en manipulatie, is het belangrijk om informatie te verkrijgen van de omgeving van
de patiënt. Ze hebben vaak geen spijt van wat ze gedaan hebben en zien hun slachtoffers als
idioten die niks beters verdienen. Vaak hebben deze patiënten te maken gehad met geweld,
mishandeling, chaos etc tijdens hun kindertijd. Een subgroep hierin heeft ook het onvermogen
om empathie te voelen.
- Borderline personality disorder
Een aanhoudend patroon van instabiliteit van interpersoonlijke relaties, zelfbeeld en een
verhoogde impulsiviteit. Veel patiënten hadden als kind een gewelddadig temperament, wat
resulteerde in negatieve interactie met hun ouders. Ze hebben ook een verleden van fysiek of
seksueel misbruik. Zelfmoordpogingen en zelfverminking komen relatief vaak voor. Het wordt
vaak gevonden in combinatie met andere persoonlijkheidsstoornissen. Men stopt met school,
hun baan en verbreken relaties.
- Theathrale personality disorder
Een aanhoudend patroon van overmatige emoties en aandacht zoeken. Men is oncomfortabel
als hij niet het centrum van aandacht is. Vertoont ongepast seksueel verleidelijk gedrag, toont
snel wisselende emoties, gebruikt voortdurend zijn fysieke verschijning om de aandacht op
zichzelf te vestigen. Kenmerkend zijn de levendige gezichtsuitdrukkingen, dramatische gebaren,
sterk gemoduleerde spraak en een woordkeuze die gekenmerkt wordt door superlatieven en
theatraal affect. Vaak was er als kind sprake van shown-off door hun ouders, werd men mooi
gekleed, gecomplimenteerd en werden eigen emoties onderdrukt.
- Narcissistic personality disorder
Een alomtegenwoordig patroon van grootsheid, behoefte aan bewondering en gebrek aan
empathie. De patiënt heeft een groots gevoel van eigen belangrijkheid. is gepreoccupeerd met
fantasieën over macht, gelooft dat hij of zij speciaal en uniek is en heeft behoefte aan

Document information

Study
Uploaded on
September 14, 2026
Number of pages
9
Written in
2026/2027
Type
Summary
$4.72

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
47
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions