Chapter 1: Psychopathology
Mental disorders
Dit zijn ziekte die psychiatrische symptomen geven en zo tekenen van distress en/of sociale
dysfunctie, ook vaak met fysieke tekenen en symptomen. Hierdoor is het lastig om een
scheiding te maken tussen fysieke en mentale aandoeningen. Neurologische functies kunnen
gelokaliseerd worden in het CNS, bij mentale functies is dit niet mogelijk. Deze zijn meer
complex en omvatten neurale netwerken. De meest complexe functie hierin is zelfbewustzijn.
De term syndroom wijst naar een combinatie van mentale en fysieke symptomen en tekenen.
Ze hebben een bekend patroon van symptomen en progressie maar geen duidelijke oorzaak.
Omdat bepaalde syndromen verbeteren op medicatie moet er hier dus een
psychopathogenetische verklaring voor zijn.
Diagnose en classificatie
Diagnose betreft het identificeren van symptomen en tekenen aan de hand van
voorgeschiedenis. Ook is de diagnose hier veel meer op de individuele patiënt gericht.
Ateiopathogenese
In routine practice houdt men 2 benaderingen aan;
- Interpretatieve benadering: levenservaringen kunnen psychiatrische aandoeningen
veroorzaken.
- Natural science benadering: fysieke factoren die behandeld kunnen worden met
techniek en medicatie.
Dit noemen we het methodologische dualisme.
Consequenties
Vaak hebben psychiatrische aandoeningen net zoveel consequenties als fysieke ziekte. Zo zien
we dat anxiety- en mooddisorders in de top 10 medische condities staan die het meest kostbaar
zijn en de grootste ziektelast hebben.
Chapter 2; Diagnosis and Classification
Summary
- Psychiatrische diagnose is op dezelfde manier gestructureerd als de diagnose bij
“normale” geneeskunde. De psychiater onderzoekt de tekenen en symptomen van de
voorgeschiedenis en de examinaties.
- Naast de specifieke voorgeschiedenis van de belangrijkste subjectieve problemen van
de patiënt, neemt de psychiater een algemene psychiatrische voorgeschiedenis af van
de belangrijkste symptomen van de belangrijkste psychiatrische stoornissen.
- Veel patiënten met psychiatrische stoornissen melden zich bij een huisarts met fysieke
klachten. Om vast te stellen of er sprake kan zijn van een psychiatrische stoornis, moet
de huisarts verschillende vragen stellen over depressie, angst, paniekaanvallen, fobieën
en zwaar drinken.
- Vrijwel alle psychiatrische stoornissen kunnen worden veroorzaakt door een fysieke
aandoening. Psychiaters moeten fysieke oorzaken zorgvuldig uitsluiten, vooral in het
geval van patiënten die ouder zijn dan 40 en nooit eerder aan de psychiatrische stoornis
in kwestie hebben geleden.
, - Het is van essentieel belang om een gedetailleerde sociale en biografische geschiedenis
op te nemen om de psychiatrische symptomen en eventuele psychologische en sociale
oorzaken en gevolgen van de psychiatrische stoornis te identificeren.
- Als de psychiatrische stoornis het voor de patiënt moeilijk maakt om over zijn eigen
voorgeschiedenis te vertellen, moet de psychiater altijd andere mensen interviewen.
- Tijdens het afnemen van de anamnese observeert de psychiater de objectieve tekenen
van de psychiatrische stoornis. Bepaalde psychiatrische tekenen kunnen worden
geïdentificeerd en breed worden gekwantificeerd met behulp van eenvoudige
klinimetrische tests.
- De informatie die op deze manier wordt verkregen door het opnemen van de anamnese,
het onderzoeken, observeren en testen, wordt systematisch vastgelegd in een rapport
over de mentale toestand, met secties voor cognitieve functies, affectieve functies en
conatieve functies.
- Psychiaters maken steeds vaker gebruik van gestructureerde interviews en vragenlijsten
om de signalen en symptomen van psychiatrische stoornissen op betrouwbare en
kwantificeerbare wijze te identificeren.
- Er zijn nog geen laboratoriumtests beschikbaar om de diagnose van psychiatrische
stoornissen te bevestigen of te verwerpen. Toch zijn dergelijke tests belangrijk om
lichamelijke oorzaken op te sporen.
- Omdat psychiatrische diagnose zowel een classificatie van het syndroom omvat in
overeenstemming met de DSM-5 als een beschrijving van;
- De betekenis van de symptomen voor de patiënt
- Het ontwikkelingsstadium, ernst, complicaties en omvang
- Predisponerende factoren
- Functionele beperkingen
- Factoren die het beloop en de behandeling van de aandoening beïnvloeden
Chapter 3; Aetiopathogenesis and the Stress-Vulnerability
model
- Psychologische functie en dysfunctie zijn het resultaat van complexe interacties tussen
genetische predispositie en omgevingsfactoren.
- Neurobiologische processen en psychologische processen beïnvloeden elkaar:
1. Cerebrale processen zijn de schakel van al onze psychologische functies.
2. Hersenprocessen kunnen psychologische klachten en symptomen veroorzaken.
Ze kunnen ontregeld raken als gevolg van het gebruik van psychoactieve drugs
of door lichamelijke ziekten elders in het lichaam.
3. Interpersoonlijke ervaringen kunnen de structuur en functie van de hersenen
tijdelijk of permanent beïnvloeden en zo de psychologische mogelijkheden van
het individu veranderen.
- De complexe dynamiek tussen neurobiologische structuur en psychologisch
functioneren ontwikkelt zich - en kan dus ontsporen - onder invloed van interne of
externe factoren of interactie tussen interne en externe factoren. Een goed begrip van