Persoonlijkheid & Emoties – Colleges
College 1 – Emotietheorie, fysiologie
Emoties 4 onderdelen:
1 Fysiologische arousal (lichamelijke reactie)
2 Cognitieve interpretatie (gedachte)
3 Subjectieve beleving
4 Expressie (gedrag, gezichtsexpressie)
Vertoond gedrag
Denken aan gedrag
Besluiten om niks te doen
Theorieën over emoties:
Instinctieve reacties (BAM! Een emotie)
Emoties niet volledig genetisch geprogrammeerd; ook beïnvloeding door leren (klassieke conditionering bijv. Little
Albert)
Aangeleerde emotionele responsen kunnen onderdeel zijn van psychologische stoornissen (bijv. fobische
vermijdingsgedrag. Gaat hier meer om operante conditionering)
Theorieën over de vraag: Wat is de relatie tussen emotie, cognitie en lichamelijke reacties?
James-Lange Stimulus lichamelijke respons emotie
Er komt een tijger op me af mijn hart bonst ik ben bang.
Eerst reactie, dan cognitieve labeling; ik ben dus bang. Voor de emotionele beleving hoeft geen cognitieve
verklaring te zijn (bijv. het ervaren van emoties bij gebruik van stimulerende middelen)
Canon-Bard Fysiologie kan vertraagd zijn.
Responsen zijn te weinig gevarieerd om verschillende emoties te veroorzaken.
Emotie kan ook door gedachten worden veroorzaakt (niet alleen door fysieke stimulus)
Fysiologische respons en emotioneel gevoel vinden tegelijkertijd plaats; beide zijn het resultaat van
een cognitieve beoordeling van de situatie.
Er komt een tijger op me af ik weet dat tijgers gevaarlijk zijn mijn hart bonst en ik ben bang
Schachter 2 factorentheorie:
- Emoties zijn afhankelijk van de inschatting (cognitieve interpretatie) van de interne lichamelijke
toestand en de externe situatie
Stimulus cognitie & lichamelijke respons emotie
Er komt een tijger op me af ik weet dat tijgers gevaarlijk zijn en mijn hart bonst ik ben dus bang
Tentamenvraag
Een persoon met depressieve klachten neemt prozac. Hij krijgt geen begeleiding/therapie en verder blijven omstandigheden
in zijn leven gelijk. Toch nemen de depressieve gevoelens af. Voor welke emotietheorie kan je dit zien als bewijs?
De theorie van James Lange (geen cognitieve verklaring voor emotionele beleving)
Persoonlijkheid en emoties 1
,Functionele benadering:
Frijda
Emotie proces als informatieverwerkingsproces
Emoties dienen de belangenbevrediging; door de relevantie van gebeurtenissen te bewaken, gedrag aan te
passen of op te starten.
3 lijnen in het proces:
Kernproces Stimulus gebeurtenis t/m reactie:
1. Analyse; gebeurtenis van buitenaf of binnenuit wordt geanalyseerd(zelf ingegeven
gedachte/gebeurtenis analysetaxatie). Er komt een hond op je af
2. Vergelijking; de stimulusgebeurtenis wordt getaxeerd op relevantie (4 signalen: lust,
onlust, verwondering, verlangen) eerdere ervaringen niet positief; onlust
3. Diagnose; (on)mogelijkheden voor hantering het is te hanteren
4. Evaluatie; berekening van urgentie, moeilijkheid en ernst(moet je echt iets doen met
deze emotie?) het is ernstig en urgent
5. Gedragsplanning; verandering in actiebereidheid hoge actiebereidheid
6. Fysiologische veranderingen fysiologische angstreacties
7. Gedragsgeneratie; overt of cognitief gedrag: overt – weglopen, cognitief – (bewust)
stil blijven staan
Regulatieproces Het kernproces staat bloot aan regulerende ingrepen
Bewuste zelfbeheersing
Overige invoer Randvoorwaarden: kennis & vermogen om de implicaties van een gebeurtenis af te leiden.
Prioriteitsparameters: belangen
Gedragsrepetoire: actieprogramma’s
Drempels (m.b.t. bijv. urgentie)
Stemming: heersende arousal (activatieniveau)
Uitvoer:
Overt gedrag
Fysiologische verandering (arousal)
Deze leveren feedback aan:
Gedragsbesturing: stuurvoorrang
Beleving
Geen lineair proces
Constante loop: voortdurende aftasting van de omgeving; bij overschrijden van relevantiedrempel
relevantiesignaal
Volgorde kan variëren (bv. geautomatiseerd gedrag, emotie opgewekt door interne processen)
Onderscheid gevoelens en emoties:
Gevoelens Emoties
Blijven een inclinatie (neiging) Verandering in actiebereidheid
Stuurvoorrang Een emotie kan andere processen onderbreken
Een emotie kan ervoor zorgen dat het gedrag kan voortduren
Fysiologie: ‘The human face’ Engels echtpaar; relatietherapie is gebaseerd op fysiologische reacties.
Persoonlijkheid en emoties 2
, Fysiologie Centrale zenuwstelsel: Hersenen en ruggenmerg
Perifere zenuwstelsel:
Somatisch Autonoom
Impulsen naar Impulsen van en naar organen (o.a. controle van automatische functies; bv.
spieren hartslag, ademhaling)
Parasympathisch Sympathisch
Zorgt voor moduleren en Zorgt voor exciteren (aanvuren) van
inhiberen(afremmen) van targetorganen en –klieren
targetorganen en – klieren Het ‘geheel’ reageert
Werkt meer specifiek (per (ganglion cellen langs
orgaan; ganglion cellen ruggenmerg bijv. flight or
vlakbij targets) fright)
Meer plezierige emoties Meer onplezierige emoties
Feedback uit het lichaam naar Centrale Zenuwstelsel:
Info vanuit targetorganen en klieren (bv. zweten, hogere hartslag)
Hormonen beïnvloeden hersenen direct
Hormonen beïnvloeden indirect via de organen
CZSLimbisch systeem Aantal onderling verbonden hersenstructuren binnen in de hemisferen op en rond de thalamus.
Structuren werken samen (subcorticaal).
Thalamus: relaystation
Amygdala(belangrijkste structuur):
Naar bange mensen kijken wekt ook angst op (emoties herkennen&opwekken)
Interpretatie van emotioneel belang van stimuli
Controle van emotionele expressie en ervaring (met name angst)
Hippocampus: speelt cognitieve info door aan de amygdala; zorgt voor associatie
tussen emotie en gebeurtenis en slaat dit op
Little Albert; enge geluiden + konijntje witte konijntjes zijn eng.
Hypothalamus: reguleert afscheiden van hormonen; homeostase, fight or
flightreactie, voedingsgedrag, voortplantingsgedrag
Cortex:
Orbitofrontale cortex: betrokken bij het nemen van beslissingen en affectieve
leerprocessen.
Persoonlijkheid en emoties 3
College 1 – Emotietheorie, fysiologie
Emoties 4 onderdelen:
1 Fysiologische arousal (lichamelijke reactie)
2 Cognitieve interpretatie (gedachte)
3 Subjectieve beleving
4 Expressie (gedrag, gezichtsexpressie)
Vertoond gedrag
Denken aan gedrag
Besluiten om niks te doen
Theorieën over emoties:
Instinctieve reacties (BAM! Een emotie)
Emoties niet volledig genetisch geprogrammeerd; ook beïnvloeding door leren (klassieke conditionering bijv. Little
Albert)
Aangeleerde emotionele responsen kunnen onderdeel zijn van psychologische stoornissen (bijv. fobische
vermijdingsgedrag. Gaat hier meer om operante conditionering)
Theorieën over de vraag: Wat is de relatie tussen emotie, cognitie en lichamelijke reacties?
James-Lange Stimulus lichamelijke respons emotie
Er komt een tijger op me af mijn hart bonst ik ben bang.
Eerst reactie, dan cognitieve labeling; ik ben dus bang. Voor de emotionele beleving hoeft geen cognitieve
verklaring te zijn (bijv. het ervaren van emoties bij gebruik van stimulerende middelen)
Canon-Bard Fysiologie kan vertraagd zijn.
Responsen zijn te weinig gevarieerd om verschillende emoties te veroorzaken.
Emotie kan ook door gedachten worden veroorzaakt (niet alleen door fysieke stimulus)
Fysiologische respons en emotioneel gevoel vinden tegelijkertijd plaats; beide zijn het resultaat van
een cognitieve beoordeling van de situatie.
Er komt een tijger op me af ik weet dat tijgers gevaarlijk zijn mijn hart bonst en ik ben bang
Schachter 2 factorentheorie:
- Emoties zijn afhankelijk van de inschatting (cognitieve interpretatie) van de interne lichamelijke
toestand en de externe situatie
Stimulus cognitie & lichamelijke respons emotie
Er komt een tijger op me af ik weet dat tijgers gevaarlijk zijn en mijn hart bonst ik ben dus bang
Tentamenvraag
Een persoon met depressieve klachten neemt prozac. Hij krijgt geen begeleiding/therapie en verder blijven omstandigheden
in zijn leven gelijk. Toch nemen de depressieve gevoelens af. Voor welke emotietheorie kan je dit zien als bewijs?
De theorie van James Lange (geen cognitieve verklaring voor emotionele beleving)
Persoonlijkheid en emoties 1
,Functionele benadering:
Frijda
Emotie proces als informatieverwerkingsproces
Emoties dienen de belangenbevrediging; door de relevantie van gebeurtenissen te bewaken, gedrag aan te
passen of op te starten.
3 lijnen in het proces:
Kernproces Stimulus gebeurtenis t/m reactie:
1. Analyse; gebeurtenis van buitenaf of binnenuit wordt geanalyseerd(zelf ingegeven
gedachte/gebeurtenis analysetaxatie). Er komt een hond op je af
2. Vergelijking; de stimulusgebeurtenis wordt getaxeerd op relevantie (4 signalen: lust,
onlust, verwondering, verlangen) eerdere ervaringen niet positief; onlust
3. Diagnose; (on)mogelijkheden voor hantering het is te hanteren
4. Evaluatie; berekening van urgentie, moeilijkheid en ernst(moet je echt iets doen met
deze emotie?) het is ernstig en urgent
5. Gedragsplanning; verandering in actiebereidheid hoge actiebereidheid
6. Fysiologische veranderingen fysiologische angstreacties
7. Gedragsgeneratie; overt of cognitief gedrag: overt – weglopen, cognitief – (bewust)
stil blijven staan
Regulatieproces Het kernproces staat bloot aan regulerende ingrepen
Bewuste zelfbeheersing
Overige invoer Randvoorwaarden: kennis & vermogen om de implicaties van een gebeurtenis af te leiden.
Prioriteitsparameters: belangen
Gedragsrepetoire: actieprogramma’s
Drempels (m.b.t. bijv. urgentie)
Stemming: heersende arousal (activatieniveau)
Uitvoer:
Overt gedrag
Fysiologische verandering (arousal)
Deze leveren feedback aan:
Gedragsbesturing: stuurvoorrang
Beleving
Geen lineair proces
Constante loop: voortdurende aftasting van de omgeving; bij overschrijden van relevantiedrempel
relevantiesignaal
Volgorde kan variëren (bv. geautomatiseerd gedrag, emotie opgewekt door interne processen)
Onderscheid gevoelens en emoties:
Gevoelens Emoties
Blijven een inclinatie (neiging) Verandering in actiebereidheid
Stuurvoorrang Een emotie kan andere processen onderbreken
Een emotie kan ervoor zorgen dat het gedrag kan voortduren
Fysiologie: ‘The human face’ Engels echtpaar; relatietherapie is gebaseerd op fysiologische reacties.
Persoonlijkheid en emoties 2
, Fysiologie Centrale zenuwstelsel: Hersenen en ruggenmerg
Perifere zenuwstelsel:
Somatisch Autonoom
Impulsen naar Impulsen van en naar organen (o.a. controle van automatische functies; bv.
spieren hartslag, ademhaling)
Parasympathisch Sympathisch
Zorgt voor moduleren en Zorgt voor exciteren (aanvuren) van
inhiberen(afremmen) van targetorganen en –klieren
targetorganen en – klieren Het ‘geheel’ reageert
Werkt meer specifiek (per (ganglion cellen langs
orgaan; ganglion cellen ruggenmerg bijv. flight or
vlakbij targets) fright)
Meer plezierige emoties Meer onplezierige emoties
Feedback uit het lichaam naar Centrale Zenuwstelsel:
Info vanuit targetorganen en klieren (bv. zweten, hogere hartslag)
Hormonen beïnvloeden hersenen direct
Hormonen beïnvloeden indirect via de organen
CZSLimbisch systeem Aantal onderling verbonden hersenstructuren binnen in de hemisferen op en rond de thalamus.
Structuren werken samen (subcorticaal).
Thalamus: relaystation
Amygdala(belangrijkste structuur):
Naar bange mensen kijken wekt ook angst op (emoties herkennen&opwekken)
Interpretatie van emotioneel belang van stimuli
Controle van emotionele expressie en ervaring (met name angst)
Hippocampus: speelt cognitieve info door aan de amygdala; zorgt voor associatie
tussen emotie en gebeurtenis en slaat dit op
Little Albert; enge geluiden + konijntje witte konijntjes zijn eng.
Hypothalamus: reguleert afscheiden van hormonen; homeostase, fight or
flightreactie, voedingsgedrag, voortplantingsgedrag
Cortex:
Orbitofrontale cortex: betrokken bij het nemen van beslissingen en affectieve
leerprocessen.
Persoonlijkheid en emoties 3