,
,Proloog – Een hoofd vol geschiedenis: hoe leren kinderen geschiedenis?
0.1 Vooraf
Geschiedenisonderwijs in het basisonderwijs heeft als doel leerlingen te helpen het verleden systematisch te
begrijpen en betekenis te geven. Het gaat daarbij niet uitsluitend om het onthouden van jaartallen, personen
en gebeurtenissen. Essentieel is dat leerlingen leren begrijpen hoe samenlevingen veranderen, waarom
gebeurtenissen plaatsvinden en hoe het verleden samenhangt met het heden en mogelijke ontwikkelingen
in de toekomst.
Historische kennis vormt daarvoor een noodzakelijke basis. Zonder kennis van gebeurtenissen, ontwikkelingen,
personen, plaatsen en maatschappelijke structuren is historisch redeneren nauwelijks mogelijk. Tegelijkertijd is
feitelijke kennis alleen onvoldoende. Leerlingen moeten historische informatie leren ordenen, vergelijken,
interpreteren en beoordelen.
Geschiedenis kan daarom worden beschouwd als een combinatie van:
kennis van het verleden;
historisch denken en redeneren;
ontwikkeling van tijdsbesef;
onderzoeken en interpreteren van historische informatie.
Goed geschiedenisonderwijs brengt deze elementen met elkaar in verbinding. Een leerling leert bijvoorbeeld
niet alleen dat landbouw duizenden jaren geleden ontstond, maar onderzoekt ook welke gevolgen deze
overgang had voor wonen, voedselvoorziening, sociale verhoudingen en bevolkingsgroei.
0.2 Tijd voor tijd: een hoofd vol geschiedenis
Tijd is voor jonge kinderen een abstract begrip. Een kind kan gebeurtenissen uit het eigen leven vaak goed
herkennen, maar heeft aanvankelijk moeite om grote historische perioden in de juiste verhouding tot elkaar te
plaatsen. Het verschil tussen gisteren, honderd jaar geleden en duizenden jaren geleden is cognitief aanzienlijk.
Historisch tijdsbesef ontwikkelt zich geleidelijk. Kinderen bouwen eerst een begrip op van persoonlijke en
dagelijkse tijd, waarna zij steeds beter historische tijd kunnen begrijpen. Daarbij moeten verschillende
temporele relaties worden ontwikkeld:
chronologische volgorde;
duur en tijdsafstand;
verandering en continuïteit;
gelijktijdigheid;
oorzaak en gevolg.
Een belangrijk probleem is dat kinderen historische gebeurtenissen gemakkelijk als losse verhalen opslaan. Een
effectieve didactische aanpak helpt hen daarom verbanden te leggen. Een tijdlijn kan bijvoorbeeld zichtbaar
maken dat de Romeinse periode niet direct voorafging aan de middeleeuwen in één eenvoudig Europees
verhaal, maar deel uitmaakte van bredere ontwikkelingen die op verschillende plaatsen verschillend verliepen.
Het gebruik van tijd moet daarom functioneel zijn. Jaartallen hebben vooral betekenis wanneer zij bijdragen
aan het begrijpen van historische verhoudingen.
,
,Proloog – Een hoofd vol geschiedenis: hoe leren kinderen geschiedenis?
0.1 Vooraf
Geschiedenisonderwijs in het basisonderwijs heeft als doel leerlingen te helpen het verleden systematisch te
begrijpen en betekenis te geven. Het gaat daarbij niet uitsluitend om het onthouden van jaartallen, personen
en gebeurtenissen. Essentieel is dat leerlingen leren begrijpen hoe samenlevingen veranderen, waarom
gebeurtenissen plaatsvinden en hoe het verleden samenhangt met het heden en mogelijke ontwikkelingen
in de toekomst.
Historische kennis vormt daarvoor een noodzakelijke basis. Zonder kennis van gebeurtenissen, ontwikkelingen,
personen, plaatsen en maatschappelijke structuren is historisch redeneren nauwelijks mogelijk. Tegelijkertijd is
feitelijke kennis alleen onvoldoende. Leerlingen moeten historische informatie leren ordenen, vergelijken,
interpreteren en beoordelen.
Geschiedenis kan daarom worden beschouwd als een combinatie van:
kennis van het verleden;
historisch denken en redeneren;
ontwikkeling van tijdsbesef;
onderzoeken en interpreteren van historische informatie.
Goed geschiedenisonderwijs brengt deze elementen met elkaar in verbinding. Een leerling leert bijvoorbeeld
niet alleen dat landbouw duizenden jaren geleden ontstond, maar onderzoekt ook welke gevolgen deze
overgang had voor wonen, voedselvoorziening, sociale verhoudingen en bevolkingsgroei.
0.2 Tijd voor tijd: een hoofd vol geschiedenis
Tijd is voor jonge kinderen een abstract begrip. Een kind kan gebeurtenissen uit het eigen leven vaak goed
herkennen, maar heeft aanvankelijk moeite om grote historische perioden in de juiste verhouding tot elkaar te
plaatsen. Het verschil tussen gisteren, honderd jaar geleden en duizenden jaren geleden is cognitief aanzienlijk.
Historisch tijdsbesef ontwikkelt zich geleidelijk. Kinderen bouwen eerst een begrip op van persoonlijke en
dagelijkse tijd, waarna zij steeds beter historische tijd kunnen begrijpen. Daarbij moeten verschillende
temporele relaties worden ontwikkeld:
chronologische volgorde;
duur en tijdsafstand;
verandering en continuïteit;
gelijktijdigheid;
oorzaak en gevolg.
Een belangrijk probleem is dat kinderen historische gebeurtenissen gemakkelijk als losse verhalen opslaan. Een
effectieve didactische aanpak helpt hen daarom verbanden te leggen. Een tijdlijn kan bijvoorbeeld zichtbaar
maken dat de Romeinse periode niet direct voorafging aan de middeleeuwen in één eenvoudig Europees
verhaal, maar deel uitmaakte van bredere ontwikkelingen die op verschillende plaatsen verschillend verliepen.
Het gebruik van tijd moet daarom functioneel zijn. Jaartallen hebben vooral betekenis wanneer zij bijdragen
aan het begrijpen van historische verhoudingen.
,