Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 88 pages
Summary

Samenvatting - Ethische en rechtsfilosofische stromingen

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 88 pages

Dit document bevat een samenvatting van het vak ethiek van de professor Jan Verplaetse. Het bestaat uit de Powerpoint aangevuld met lesnotities.

Content preview

Ethische en rechtsfilosofische stromingen

Inleiding

Wat is ethiek?

Definitie = met ethiek neem je op een rationele wijze een houding aan
tegenover een moreel probleem

Moreel probleem = een normatief probleem

- Bv. Moet ik een goede kennis die om geld vraagt, dat ook geven?
Mag een dove ouder voor een doof kind kiezen? Is het goed dat er
een verplichte samenlevingsdienst voor jongeren
komt? …  analyseren en proberen oplossen
- Betrekking op ‘mogen’, ‘moeten’, ‘niet moeten’
- Persoonlijke, politieke, morele,
samenlevingsproblemen
 Zorgt voor spanning
o Het is moeilijk aan te pakken
o Over nadenken want je kan verschillende kanten uitgaan
 Niet vrijblijvend, mening wordt verwacht
o Er is niet 1 juist antwoord, maar je moet uiteindelijk wel
antwoorden
o Want : het is dringend en valt iedereen lastig
 Weinig / geen consensus
o Er is geen vast antwoord = iedereen denkt dat hij het bij het
rechte eind heeft
o Er is wel een antwoord waar je zelf achter staat en kan
argumenteren

 Recht = meer houvast

Houding = methode om met het moreel probleem om te gaan

- Oplossing voor het probleem  eigen antwoord dat voor jou
overtuigend is
- Zinvolle reflectie
- Nieuw probleem zien  duiden waarom iets niet vanzelfsprekend is
- Een benadering waardoor er geen probleem meer is

 Met verdedigbare houding verdwijnt spanning

Rationele wijze = redelijke argumenten = de houding op een rationele
manier onderbouwen, vormgeven




1

, Ethische en rechtsfilosofische stromingen



Niet – rationele houdingen

(1) Geloof – wil van God
- Dilemma van Euthyphro – Plato
 Euthyphro wil aangeven aan de autoriteit dat zijn vader opnieuw
een slaag dood heeft geslagen. Hij vindt dit vreselijk omdat dit
strijdig is met de wil van God
 Socrates vraagt hoe hij weet wat die wil is
 Euthyphro antwoord dat de Goden dit afkeuren omdat het niet
rechtvaardig is
 Gevolg : de Goddelijke wil wordt overbodig bij ethiek want we
kunnen zaken beantwoorden door rechtsreeks te verwijzen naar
ethische principes (zoals rechtvaardigheid)

(2) Emoties, instincten, intuïties
- Zonder emoties geen spanning en zonder spanning ga je ook
niet op zoek naar de juiste houding
- We hebben wel emoties nodig, veel moreel gedrag wordt
daardoor gestuurd

(3) Feitelijke toestand
- Je moet een onderscheid maken tussen feiten en normen

Feitelijke toestand Normatieve toestand
- Verklaren - Rechtvaardigen
- Begrijpen - Aanvaarden
- Voorspellen - Verwerpen


- Naturalistische drogreden (naturalistic fallacy) = je maakt de
sprong van feiten (zijn) naar normen (moeten)
 Feiten zijn belangrijk in ethische debatten
 Maar : eens je de onderzoeken kent, mag je geen sprong maken
naar normativiteit
- Je moet een onderscheid maken tussen beschrijvende en
voorschrijvende termen

Feitelijke toestand Normatieve toestand
- X behoort tot onze natuur - X is goed
- X is natuurlijk, oorspronkelijk, - X is gezond
zuiver


- Naturalistische drogreden (naturalistic fallacy) = wanneer je een
handelt goed – of afkeurt omdat die natuurlijk of onnatuurlijk is

2

, Ethische en rechtsfilosofische stromingen

 Bv. Bewerkt voedsel is slecht voor ons = link tussen iets dat
natuurlijk is en iets dat gezond is MAAR er bestaan ook natuurlijke
zaken die ongezond zijn

Moeilijk te aanvaarden = Bv. broer en zus krijgen samen kinderen. België:
je mag niet trouwen. Duitsland: verbod incestseks. Broer zat in de cel,
trekt naar Straatsburg maar wil niet oordelen. Maar hoe konden zij verliefd
worden? Wij: samenleven aversie. Bij hun niet. Is oordeel Duitse rechter
rechtvaardig?

- Rationele argumenten: Wederzijdse toestemming; Meerderjarige
volwassenen; Genetische risico geen punt bij niet-verwante
koppels; Wat met verwante koppels die geen kinderen willen of zich
laten steriliseren?
- Irrationele argumenten: Incest voelt vies aan; Vrijwel overal ter
wereld taboe

Onze morele ontwikkeling

Waarom ethiek? Waarom volstaan de morele vermogens niet die
we nu al bezitten?

Pijnempathie

- Vanaf 4 jaar = hulp aanbieden wanneer aan een ander kind die pijn
ervaart of in nood verkeert
- Ontwikkelingsmodel van Martin Hoffman
(1) Global distress (0 – 6 maanden)
 Emotionele besmetting = je neemt emoties over, alsof het zijn
eigen gevoelens zijn (kind wordt besmet met leed van anderen)
 Reactive crying = baby’s huilen mee met andere baby’s
(2) Egocentrische empathie (6 maanden – 1 jaar)
 Het kind maakt gebruik van zijn mobiliteit om weg te geraken
van het leed (probeert zichzelf in veiligheid te
brengen)
 Dus : onderscheid tussen zichzelf en de
omgeving
(3) Quasi – egocentristische empathie (1 –
2 jaar)
 Hulpreflex = je gaat helpen door te zoeken naar een middel
(Bv. Knuffel geven, eigen moeder halen)
 Overgang van persoonlijk onbehagen (personal distress) naar
empathisch betrokkenheid (empathic concern) (vluchten
 helpen)
(4) Waarachtige empathie (2 – 4 jaar)


3

, Ethische en rechtsfilosofische stromingen

 Theory of mind = vermogen om je in de gedachten van
anderen te verplaatsen en te beseffen dat jouw gedachten niet
noodzakelijk overeenkomen met die van een ander
 Bv. Sally & Anne test
(5) Verdere ontwikkeling (4 – 7 jaar)
 Andere emoties dan pijn




Fairness = verdelende rechtvaardigheid

- Frans de Waal = niet alleen mensen, maar ook bij dieren
wezensapen
 Dieren zouden dus ook moraal hebben en reageren op
ongelijkheid
 Onderzoek aan de hand van Kapucijnapen

6 vormen van fairness

 Prosociaal VS. altruïstisch
o Prosociaal = je geeft iets aan iemand en verliest
zelf niks
VS. pesterig
 Prosociale spel
 De aap krijgt een extra stukje banaan, wat
ervoor zorgt dat de andere aarp geen banaan
krijgt
o Altruïstisch = je gaat iets verlezen ten voordele
van iemand anders
VS. egoïstisch
 Prosociale spel
 De aap gaat delen, waardoor hij zelf iets mist
 Nadelige ongelijkheidsaversie VS. Voordelige
ongelijkheidsaversie
o Ongelijkheidsspel
 De verdeler (doorgaans de onderzoeker)
stelt een bepaalde verdeling voor die jij
en de ander kan aanvaarden of verwerpen
 Bij protest zal de verdeler in de volgende
ronde een mare faire verdeling voorstellen
 Bij aanvaarden zal de verder in de volgende ronde dezelfde
verdeling voorstellen


4

Connected book
 image
Publisher: 15 september 2024 ISBN: 9789463106191 Edition: 1

Document information

Study
Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
September 12, 2026
Number of pages
88
Written in
2025/2026
Type
Summary
$14.53

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
10
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions