Inhoudsopgave
Strafrecht...................................................................................................... 1
1. strafrecht..................................................................................................................... 1
juridische situering....................................................................................................... 2
functies en achtergronden............................................................................................5
2. Strafwet..................................................................................................................... 11
legaliteitsbeginsel....................................................................................................... 11
toepassing van de strafwet in de tijd..........................................................................13
toepassing van de strafwet in de ruimte....................................................................15
interpretatie van de strafwet......................................................................................19
3. Misdrijf....................................................................................................................... 20
bestanddelen van het misdrijf....................................................................................20
strafbare poging......................................................................................................... 26
rechtvaardigingsgronden............................................................................................ 29
4. de dader.................................................................................................................... 32
strafrechtelijke verantwoordelijkheid..........................................................................32
onmiddellijk of rechtstreeks daderschap....................................................................34
middellijk daderschap................................................................................................. 34
co-daderschap............................................................................................................ 34
strafbare deelneming................................................................................................. 38
verzwarende bestanddelen en verzwarende factoren................................................41
schuld......................................................................................................................... 43
5. straf........................................................................................................................... 47
begripsbepaling.......................................................................................................... 48
de straffen.................................................................................................................. 49
straftoemeting............................................................................................................ 74
verval of tenietgaan van de straf................................................................................89
6. burgerrechtelijke bepalingen en beveiligingsmaatregelen........................................92
burgerrechtelijke bepalingen......................................................................................92
beveiligingsmaatregel................................................................................................ 95
7. uitvoering van straffen en maatregelen....................................................................99
inleiding...................................................................................................................... 99
uitvoering van vrijheidsbenemende straffen............................................................100
uitvoering van vrijheidsbeperkende straffen............................................................104
uitvoering van vermogensstraffen............................................................................106
uitvoering straffen rechtspersonen...........................................................................107
uitvoering andere straffen........................................................................................107
uitvoering van opschorting en uitstel.......................................................................108
uitvoering van beveiligingsmaatregelen...................................................................108
uitwissing en herstel in eer en rechten.....................................................................111
STRAFRECHT
1. STRAFRECHT
1
,JURIDISCHE SITUERING
BEGRIP
Dia 3
Strafrecht: het recht van misdrijf en straf en de straffen die erop gesteld worden. De
studie van misdrijf dader en straf. Niet iedereen kan gestraft worden (minderjarig,
mensen met een geestelijke beperking.
1 Een geheel van rechtsregels waarover wat is een misdrijf, welke gedragingen zijn
misdrijf, wat zijn de voorwaarden van misdrijven
2 wanneer is iemand strafrechtelijk meerderjarig?
3 er bestaat geen doodstraf meer, wel gevangenisstraf, geldboete
4 welke straf staat er op diefstal? Bv. Gevangenisstraf of geldboete
3 en 4 zijn straf gerelateerd
5 hoe doen we dat dan? Wanneer kunnen die worden opgelegd, hoe zal de strafuitvoering
gebeuren, onder welke voorwaarden kan iemand vervroegd vrij komen…
5 gaat over procedure, hoe gaan we het organiseren, in welke rechtbank.
Dia 4
Studie van misdrijven, studie van straf… Het strafrecht wordt voor van alles gebruikt
terwijl het een laatste redmiddel is. Het werkt niet omdat ze geen tijd hebben om correct
te vervolgen… er zijn veel andere manieren om het op te lossen, als mensen u schade
berokkenen kan je een schadevergoeding vragen (geen straf), buiten het strafrecht. Dit is
geen misdrijf. Moeten we daarvoor een gevangenisstraf geven, loopt heel gelijk. Het moet
doordacht zijn en voor de misdrijven zijn die zeer ernstig zijn.
Misdrijf: die gedragingen waarvan we in de wet hebben gezegd dat het een misdrijf is,
afwijkende gedragingen, dingen die men doet waarvan we vinden dat ze niet mogen
doen, die zo erg zijn met als men dat doet een straf ervoor moeten krijgen. Een straf is
een vorm van leed. Een misdrijf is iets dat niet kan en waarvoor een straf nodig is. Niet
alles wat vroeger misdrijf heette, die dat vandaag niet meer zijn (euthanasie plegen)
vroeger was dit strafbaar als moord. Dingen die moeten bestraft worden veranderen met
de tijd. Wat in Belgie strafbaar is, is in andere landen misschien niet strafbaar. Het hangt
af van wat de mts vindt. Er zijn nu veel meer gedragingen strafbaar bevonden zijn dan
vroeger.
Dader: wie kan strafrechtelijk verantwoordelijk zijn. Vroeger konden dat dieren zijn
(gebeten) -> ophanging
Nu zijn het enkel mensen, ook rechtspersonen (bv. Bedrijf -> milieumisdrijf (illegaal afval
lozen)) en krijgen dan een geldboete (gaat over heel bedrijf dus kan geen
gevangenisstraf)
Sommige niet (minderjarig, beperking)
Straf: welke gedraging strafbaar is en welke straf erop staat, wat is een straf in het
algemeen, voor elk misdrijf is een specifieke straf. Het is mogelijk dat een misdrijf op een
andere manier wordt gereageerd dan een straf, we doen iets ander (een
beveiligingsmaatregel, zoals internering voor mensen die cognitief niet in staat zijn om te
reageren). We gaan die persoon dan niet vrijspreken, we gaan iets andere zoeken ->
beveiligingsmaatregel (bv. Wordt geplaatst in een forensisch centrum -> omdat ze zelf
niet verantwoordelijk zijn voor de misdaad). Of illegale wapens (zijn gevaarlijke dingen die
weg moeten, dus via beveiligingsmaatregels -> ze afnemen.)
2
,We kunnen dus zeggen dat dit OOK ligt bij het strafrecht.
Proceduremaatregelen: bevoegdheden…
PUBLIEK RECHT
Dia 5
Privaat recht: houdt zich bezig tussen personen (bv. Contracten afsluiten) zijn dingen dat je als personen zelf
overeenkomt. Of iemand berokkent jouw schade, dan is er een verplichting om die schade te vergoeden.
Wanneer men dat niet uit zichzelf doet, moet men naar de rechtbank. OH trekt men er niet veel van aan, het is
een zaak ban de burgers
Publiek recht: is tss de staat en de burger, wat er in de grondwet staat. Strafrecht is publiek recht. Het plegen
van een misdrijf is geen relatie met de medeburgers, maar met de OH. Dus als je een diefstal pleegt is dit een
relatie tss de dader en de OH. De burger kan geen straf geven, enkel de OH kan dit.
Verticale rechtsverhouding: alleen de OH kan straffen opleggen. Verschilt helemaal van privaat recht.
Openbare orde: je kunt niet onderling afspreken over misdrijven. Bv. Iemand geeft toestemming om hem te
slaan. Sadomasochisme (mensen slaan voor het plezier, dus geen misdrijf -> nee
Bv. Euthanasie (dood mij maar), als de wet dat niet toelaat, is het een misdrijf.
Het misdrijf slagen en verwondingen, daar valt niet over de onderhandelen, het is een misdrijf.
Bv. De bokssport (elkaar slaan) -> misdrijf
Bv. Mensen die gaan afspreken om te vechten na een voetbalmatch -> misdrijf
Wat een misdrijf is, is een misdrijf
Slachtoffers: het slachtoffer zelf mag niet straffen, het slachtoffer kan wel schadevergoeding vragen, maar de oh
legt de straf op. Ze zullen wel luisteren naar de slachtoffers en zal het slachtoffer kunnen zeggen hoe het zit (bv.
Als de dader vrijkomt dan… komt hij niet naast me wonen…). Ze worden gehoord, gevraagd, betrokken, hebben
inzage in dossiers. Qua straf -> geen inspraak. Formeel gezien speelt het slachtoffer weinig rol. Mensen denken
vaak dat wanneer je je klacht intrekt of geen aangifte doet het geen misdrijf is -> niet waar. Vroeger was dit wel
(bv. Met beledigingen, stalken) -> je kon enkel straffen wanneer er een klacht kwam. Vanaf 2026 is alles een
misdrijf (zonder klacht).
MATERIEEL EN FORMEEL
Dia 6
Materieel strafrecht: die rechtsregels hebben betrekking op misdrijf, daders, straffen. De procedure zit hier niet
in.
Formeel strafrecht: hier zit de procedure, hoe moet de rechter oordelen…
Strafuitvoeringsrecht: bij de uitvoering vd straf, is geen aparte tak, zit zowel MS als FS in.
NATIONAAL EN INTERNATIONAAL
Dia 7
Nationaal strafrecht: Strafrecht (het recht om te straffen) is zeer verbonden met de staat, wordt vdg nog zeer
nationaal bepaald -> Belgisch strafrecht. Strafrecht wordt niet enkel gemaakt door de staat (federaal), maar ook
door de gewesten en gemeenschappen. Zij hebben ook bevoegdheden die niets te maken hebben met de staat.
Bv. Vlaams gewest bevoegd voor milieu (milieuvervuiling), kan een decreet maken.
De gemeente kan reglementen en verordeningen maken (gemeentelijk strafrecht) bv. Gezondheid (gasboetes)
Provincies -> ordonnanties (provinciaal strafrecht)
Nationaal strafrecht gaat heel ver, zo ver dat de rechters enkel Belgisch strafrecht gaan toepassen (bv. Een Belg
heeft iets gedaan in een ander land -> doen via Belgisch recht). Soms anders (bv. Gehuwd in buitenland en er
zijn problemen -> buitenlands recht toepassen (burgerlijke rechtbank)).
Internationaal strafrecht:
NMSMIA: VN of Europese unie: er staan al langer afspraken vast (internationale drugsverdragen,
mensenhandel…) als het gebeurt reageren ze allemaal gelijk.
3
, IS: is een apart rechtssysteem waar landen zich bij aangesloten hebben, ze hebben een eigen strafrecht
(strafwetboek). Bv. Oorlogsmisdaden, genocide…
Rechtsmachtrecht: staten zoals België kunnen beslissen om een toepassingsbereik van een strafrecht
uit te breiden tot buiten België, we gaan ook in het buitenland ons strafrecht toepassen, dit is een
Belgisch recht. Kan zorgen voor conflict in het buitenland. Bv. Iets gebeurt in buitenland en het Belgisch
strafrecht moeit zich hiermee.
FIS: Procedures, de organisatie van die hoven (formeel strafrecht).
DUS: strafrecht is nationaal!
ALGEMEEN EN BIJZONDER
Dia 8
Alg. strafrecht: wat is een misdrijf, wie is de dader, wat zijn de straffen?
Bijzonder strafrecht: welke straffen voor bijzonder strafrecht?
Dia 9
Bestaat uit 2 boeken.
Boek 1: bevat de algemene regels van het strafrecht, wat is een misdrijf, wie is de dader, wat zijn de straffen.
Staat alles wat we moeten weten over misdrijf, daders en straffen. Er zijn wetten die tot stand gekomen zijn na
het wetboek (ze voegen iets toe) -> complementaire straffen. Bv. Mensen die een geestesstoornis hadden die
hun ontoerekeningsvatbaar zijn dus kunnen niet gestraft worden (stond in het wetboek). Andere
beveiligingsmaatregel voorzien (internering). Is later tot stand gekomen, doet iets meer dan het strafrecht, zit in
een wet naast het strafwetboek (de interneringswet).
Bv. Probatie opzoeken (het kan nuttig zijn wanneer mensen een straf krijgen, ze die niet moeten uitzitten maar
een voorwaardelijke straf krijgen (is een idee dat is gekomen na een strafwetboek. Probatie is interessant -> zit
niet meer in de complementaire wet, internering wel. Ook de uitvoering van de straf staat ook niet in het
strafwetboek. Alg materieel strafrecht in boek 1, de andere toevoegingen zitten in boek 2 (die na het wetboek
tot stand zijn gekomen).
Boek 2: bevat een lijst van misdrijven (bv; artikel over diefstal…) en welke straf op een bepaalde gedraging.
De opdeling is niet universeel, soms 3 boeken in bepaalde landen.
Dia 10
Dia 11
Bv. Poging tot diefstal ->Kijken in boek 1 hoe het in elkaar zit (het systeem), boek 2 geeft de misdrijven.
Het kan zijn dat boek 2 afwijkt van boek 1.
Wat we leren op het alg strafrecht is van toepassing bij bijzonder strafrecht (tenzij er van afgeweken wordt).
Dia 12
Boek 1: Belgisch strafrecht.
Ze willen geen apart Vlaams… wetboek, hetgeen dat de provincies, gemeenten kunnen doen moet beperkt
blijven. Eerst overleggen met het Belgisch strafrecht vooraleer er afwijkingen kunnen volgen.
Strafrecht is geen universeel gegeven
4
Strafrecht...................................................................................................... 1
1. strafrecht..................................................................................................................... 1
juridische situering....................................................................................................... 2
functies en achtergronden............................................................................................5
2. Strafwet..................................................................................................................... 11
legaliteitsbeginsel....................................................................................................... 11
toepassing van de strafwet in de tijd..........................................................................13
toepassing van de strafwet in de ruimte....................................................................15
interpretatie van de strafwet......................................................................................19
3. Misdrijf....................................................................................................................... 20
bestanddelen van het misdrijf....................................................................................20
strafbare poging......................................................................................................... 26
rechtvaardigingsgronden............................................................................................ 29
4. de dader.................................................................................................................... 32
strafrechtelijke verantwoordelijkheid..........................................................................32
onmiddellijk of rechtstreeks daderschap....................................................................34
middellijk daderschap................................................................................................. 34
co-daderschap............................................................................................................ 34
strafbare deelneming................................................................................................. 38
verzwarende bestanddelen en verzwarende factoren................................................41
schuld......................................................................................................................... 43
5. straf........................................................................................................................... 47
begripsbepaling.......................................................................................................... 48
de straffen.................................................................................................................. 49
straftoemeting............................................................................................................ 74
verval of tenietgaan van de straf................................................................................89
6. burgerrechtelijke bepalingen en beveiligingsmaatregelen........................................92
burgerrechtelijke bepalingen......................................................................................92
beveiligingsmaatregel................................................................................................ 95
7. uitvoering van straffen en maatregelen....................................................................99
inleiding...................................................................................................................... 99
uitvoering van vrijheidsbenemende straffen............................................................100
uitvoering van vrijheidsbeperkende straffen............................................................104
uitvoering van vermogensstraffen............................................................................106
uitvoering straffen rechtspersonen...........................................................................107
uitvoering andere straffen........................................................................................107
uitvoering van opschorting en uitstel.......................................................................108
uitvoering van beveiligingsmaatregelen...................................................................108
uitwissing en herstel in eer en rechten.....................................................................111
STRAFRECHT
1. STRAFRECHT
1
,JURIDISCHE SITUERING
BEGRIP
Dia 3
Strafrecht: het recht van misdrijf en straf en de straffen die erop gesteld worden. De
studie van misdrijf dader en straf. Niet iedereen kan gestraft worden (minderjarig,
mensen met een geestelijke beperking.
1 Een geheel van rechtsregels waarover wat is een misdrijf, welke gedragingen zijn
misdrijf, wat zijn de voorwaarden van misdrijven
2 wanneer is iemand strafrechtelijk meerderjarig?
3 er bestaat geen doodstraf meer, wel gevangenisstraf, geldboete
4 welke straf staat er op diefstal? Bv. Gevangenisstraf of geldboete
3 en 4 zijn straf gerelateerd
5 hoe doen we dat dan? Wanneer kunnen die worden opgelegd, hoe zal de strafuitvoering
gebeuren, onder welke voorwaarden kan iemand vervroegd vrij komen…
5 gaat over procedure, hoe gaan we het organiseren, in welke rechtbank.
Dia 4
Studie van misdrijven, studie van straf… Het strafrecht wordt voor van alles gebruikt
terwijl het een laatste redmiddel is. Het werkt niet omdat ze geen tijd hebben om correct
te vervolgen… er zijn veel andere manieren om het op te lossen, als mensen u schade
berokkenen kan je een schadevergoeding vragen (geen straf), buiten het strafrecht. Dit is
geen misdrijf. Moeten we daarvoor een gevangenisstraf geven, loopt heel gelijk. Het moet
doordacht zijn en voor de misdrijven zijn die zeer ernstig zijn.
Misdrijf: die gedragingen waarvan we in de wet hebben gezegd dat het een misdrijf is,
afwijkende gedragingen, dingen die men doet waarvan we vinden dat ze niet mogen
doen, die zo erg zijn met als men dat doet een straf ervoor moeten krijgen. Een straf is
een vorm van leed. Een misdrijf is iets dat niet kan en waarvoor een straf nodig is. Niet
alles wat vroeger misdrijf heette, die dat vandaag niet meer zijn (euthanasie plegen)
vroeger was dit strafbaar als moord. Dingen die moeten bestraft worden veranderen met
de tijd. Wat in Belgie strafbaar is, is in andere landen misschien niet strafbaar. Het hangt
af van wat de mts vindt. Er zijn nu veel meer gedragingen strafbaar bevonden zijn dan
vroeger.
Dader: wie kan strafrechtelijk verantwoordelijk zijn. Vroeger konden dat dieren zijn
(gebeten) -> ophanging
Nu zijn het enkel mensen, ook rechtspersonen (bv. Bedrijf -> milieumisdrijf (illegaal afval
lozen)) en krijgen dan een geldboete (gaat over heel bedrijf dus kan geen
gevangenisstraf)
Sommige niet (minderjarig, beperking)
Straf: welke gedraging strafbaar is en welke straf erop staat, wat is een straf in het
algemeen, voor elk misdrijf is een specifieke straf. Het is mogelijk dat een misdrijf op een
andere manier wordt gereageerd dan een straf, we doen iets ander (een
beveiligingsmaatregel, zoals internering voor mensen die cognitief niet in staat zijn om te
reageren). We gaan die persoon dan niet vrijspreken, we gaan iets andere zoeken ->
beveiligingsmaatregel (bv. Wordt geplaatst in een forensisch centrum -> omdat ze zelf
niet verantwoordelijk zijn voor de misdaad). Of illegale wapens (zijn gevaarlijke dingen die
weg moeten, dus via beveiligingsmaatregels -> ze afnemen.)
2
,We kunnen dus zeggen dat dit OOK ligt bij het strafrecht.
Proceduremaatregelen: bevoegdheden…
PUBLIEK RECHT
Dia 5
Privaat recht: houdt zich bezig tussen personen (bv. Contracten afsluiten) zijn dingen dat je als personen zelf
overeenkomt. Of iemand berokkent jouw schade, dan is er een verplichting om die schade te vergoeden.
Wanneer men dat niet uit zichzelf doet, moet men naar de rechtbank. OH trekt men er niet veel van aan, het is
een zaak ban de burgers
Publiek recht: is tss de staat en de burger, wat er in de grondwet staat. Strafrecht is publiek recht. Het plegen
van een misdrijf is geen relatie met de medeburgers, maar met de OH. Dus als je een diefstal pleegt is dit een
relatie tss de dader en de OH. De burger kan geen straf geven, enkel de OH kan dit.
Verticale rechtsverhouding: alleen de OH kan straffen opleggen. Verschilt helemaal van privaat recht.
Openbare orde: je kunt niet onderling afspreken over misdrijven. Bv. Iemand geeft toestemming om hem te
slaan. Sadomasochisme (mensen slaan voor het plezier, dus geen misdrijf -> nee
Bv. Euthanasie (dood mij maar), als de wet dat niet toelaat, is het een misdrijf.
Het misdrijf slagen en verwondingen, daar valt niet over de onderhandelen, het is een misdrijf.
Bv. De bokssport (elkaar slaan) -> misdrijf
Bv. Mensen die gaan afspreken om te vechten na een voetbalmatch -> misdrijf
Wat een misdrijf is, is een misdrijf
Slachtoffers: het slachtoffer zelf mag niet straffen, het slachtoffer kan wel schadevergoeding vragen, maar de oh
legt de straf op. Ze zullen wel luisteren naar de slachtoffers en zal het slachtoffer kunnen zeggen hoe het zit (bv.
Als de dader vrijkomt dan… komt hij niet naast me wonen…). Ze worden gehoord, gevraagd, betrokken, hebben
inzage in dossiers. Qua straf -> geen inspraak. Formeel gezien speelt het slachtoffer weinig rol. Mensen denken
vaak dat wanneer je je klacht intrekt of geen aangifte doet het geen misdrijf is -> niet waar. Vroeger was dit wel
(bv. Met beledigingen, stalken) -> je kon enkel straffen wanneer er een klacht kwam. Vanaf 2026 is alles een
misdrijf (zonder klacht).
MATERIEEL EN FORMEEL
Dia 6
Materieel strafrecht: die rechtsregels hebben betrekking op misdrijf, daders, straffen. De procedure zit hier niet
in.
Formeel strafrecht: hier zit de procedure, hoe moet de rechter oordelen…
Strafuitvoeringsrecht: bij de uitvoering vd straf, is geen aparte tak, zit zowel MS als FS in.
NATIONAAL EN INTERNATIONAAL
Dia 7
Nationaal strafrecht: Strafrecht (het recht om te straffen) is zeer verbonden met de staat, wordt vdg nog zeer
nationaal bepaald -> Belgisch strafrecht. Strafrecht wordt niet enkel gemaakt door de staat (federaal), maar ook
door de gewesten en gemeenschappen. Zij hebben ook bevoegdheden die niets te maken hebben met de staat.
Bv. Vlaams gewest bevoegd voor milieu (milieuvervuiling), kan een decreet maken.
De gemeente kan reglementen en verordeningen maken (gemeentelijk strafrecht) bv. Gezondheid (gasboetes)
Provincies -> ordonnanties (provinciaal strafrecht)
Nationaal strafrecht gaat heel ver, zo ver dat de rechters enkel Belgisch strafrecht gaan toepassen (bv. Een Belg
heeft iets gedaan in een ander land -> doen via Belgisch recht). Soms anders (bv. Gehuwd in buitenland en er
zijn problemen -> buitenlands recht toepassen (burgerlijke rechtbank)).
Internationaal strafrecht:
NMSMIA: VN of Europese unie: er staan al langer afspraken vast (internationale drugsverdragen,
mensenhandel…) als het gebeurt reageren ze allemaal gelijk.
3
, IS: is een apart rechtssysteem waar landen zich bij aangesloten hebben, ze hebben een eigen strafrecht
(strafwetboek). Bv. Oorlogsmisdaden, genocide…
Rechtsmachtrecht: staten zoals België kunnen beslissen om een toepassingsbereik van een strafrecht
uit te breiden tot buiten België, we gaan ook in het buitenland ons strafrecht toepassen, dit is een
Belgisch recht. Kan zorgen voor conflict in het buitenland. Bv. Iets gebeurt in buitenland en het Belgisch
strafrecht moeit zich hiermee.
FIS: Procedures, de organisatie van die hoven (formeel strafrecht).
DUS: strafrecht is nationaal!
ALGEMEEN EN BIJZONDER
Dia 8
Alg. strafrecht: wat is een misdrijf, wie is de dader, wat zijn de straffen?
Bijzonder strafrecht: welke straffen voor bijzonder strafrecht?
Dia 9
Bestaat uit 2 boeken.
Boek 1: bevat de algemene regels van het strafrecht, wat is een misdrijf, wie is de dader, wat zijn de straffen.
Staat alles wat we moeten weten over misdrijf, daders en straffen. Er zijn wetten die tot stand gekomen zijn na
het wetboek (ze voegen iets toe) -> complementaire straffen. Bv. Mensen die een geestesstoornis hadden die
hun ontoerekeningsvatbaar zijn dus kunnen niet gestraft worden (stond in het wetboek). Andere
beveiligingsmaatregel voorzien (internering). Is later tot stand gekomen, doet iets meer dan het strafrecht, zit in
een wet naast het strafwetboek (de interneringswet).
Bv. Probatie opzoeken (het kan nuttig zijn wanneer mensen een straf krijgen, ze die niet moeten uitzitten maar
een voorwaardelijke straf krijgen (is een idee dat is gekomen na een strafwetboek. Probatie is interessant -> zit
niet meer in de complementaire wet, internering wel. Ook de uitvoering van de straf staat ook niet in het
strafwetboek. Alg materieel strafrecht in boek 1, de andere toevoegingen zitten in boek 2 (die na het wetboek
tot stand zijn gekomen).
Boek 2: bevat een lijst van misdrijven (bv; artikel over diefstal…) en welke straf op een bepaalde gedraging.
De opdeling is niet universeel, soms 3 boeken in bepaalde landen.
Dia 10
Dia 11
Bv. Poging tot diefstal ->Kijken in boek 1 hoe het in elkaar zit (het systeem), boek 2 geeft de misdrijven.
Het kan zijn dat boek 2 afwijkt van boek 1.
Wat we leren op het alg strafrecht is van toepassing bij bijzonder strafrecht (tenzij er van afgeweken wordt).
Dia 12
Boek 1: Belgisch strafrecht.
Ze willen geen apart Vlaams… wetboek, hetgeen dat de provincies, gemeenten kunnen doen moet beperkt
blijven. Eerst overleggen met het Belgisch strafrecht vooraleer er afwijkingen kunnen volgen.
Strafrecht is geen universeel gegeven
4