1A: KLINISCH ONDERZOEK – FOURNEAU L1
1. SEMEIOLOGIE
© Semeiologie: de leer vd tekenen
© Typische
o Symptomatologie
o Klinische tekenen
o Technische onderzoeken
© Vaatpathologie
o Arterieel, veneus, lymfestelsel
o Arterieel is het meest uitgebreid
1.1 ARTERIËLE VAATPATHOLOGIE
© Arterieel lijden is een systemische ziekte
© Occlusief lijden
o Atheromateus
§ Bijna altijd door atheromateus lijden, dichtslippen vd aders, vaak door ouderdom
§ Dan moet je kijken is er perifeer vaatlijden, meestal in benen, bijna nooit in armen
o Niet-atheromateus
o Perifeer
o Visceraal
o Extra-craniële vaten
o (Coronair)
o Acuut
o Chronisch
© Aneurysmatisch lijden
© Dissectie
1.2 VENEUZE VAATPATHOLOGIE
© Trombose
© Klepinsufficientie
1.3 LYMFEVAATPATHOLOGIE
© Primair lymfoedeem
© Secundair lymfoedeem
2. ARTERIEEL STELSEL INLEIDING
2.1 RISICOFACTOREN
© Pt met arterieel lijden dan moet je automatisch denken aan heeft mijn pt risicofactoren
o Atherosclerose is een systeemziekte.
1
,© 9/10 is dat verbonden met atheromatose
o Zit in de seimiologie omdat als pt bepaalde klacht heeft en heeft 0 RF dan is het veel minder teken dat het
occlusief lijden zal zijn
o Daarom belangrijk om bij seimiologie, anamnese, KO -> te kijken nr RF
© Bevraag dus steeds actief symptomen in alle vaatterritoria:
o Hart
o Onderste ledematen
o Halsslagaders
o Nierslagaders/digestieve arteries
© Risicofactoren:
o Diabetes
o Roken
o Obesitas
o Sedentair leven
o Familiaal
o Mannelijk geslacht
o Leeftijd
o Hypertensie
o Hoge cholesterol
© Atheromatose = een systeemziekte
o Zit dus in verschillende teritoria
o Als pt klacht heeft in 1 gebied heeft, altijd nr eventueel klachten v andere gebieden vragen, want kans groot
dat ook daar aantasting want meestal zegt die enkel de hoofdzaak
§ Vaak gaat pt zelf beslissen wat die belangrijk vind om te zeggen tegen de cardioloog
§ Vraag toch actief nog nr andere dingen, die ku veel belangrijker zijn voor ons als arts soms
© 'heeft mijn pt risicofactoren?’ => presenteerd pt met bepaalde klacht en hij heeft geen RF dan is de kans dat het
occlusief lijden arterieel is, klein
o Dus kijken of risicofactoren zijn -> ja -> dan meer kans dat het occlusief lijden arterieel is
2.2 PTEN MET EEN BEPAALD PROFIEL
© Verbonden aan RF: dus bepaald profiel v onze patiënten
© Profiel
o Iedereen is oud
§ Als ze niet administratief oud zijn zijn ze biologisch oud
§ Als je jonge kerel v 30 ziet en die komt met pijn in zijn benen, dan moet je niet meteen denken aan
arterieel occlusief lijden
o Veel co morbiditeiten
§ Heeft veel invloed op wat je gaat voorstellen qua therapie aan de pt
§ Een pt die heel fragiel is daar gaan we geen zeer belastende therapie voorstellen want kan erger
zijn dan het probleem zelf
3 CHRONISCHE ARTERIELE INSUFFICIENTIE ONDERSTE LEDEMATEN
3.1 STADIA VAN FOUNTAINE
© Stadia van Fontaine: symptomen opgedeeld
o Symptomen makkelijk te begrijpen als je weet dat bloed transporter voor 02 en voedingsstoffen
o We hebben ook heel wat reserve, occlusief lijden kan erg gevorderd zijn voor je klachten hebt
o Zolang je net genoeg capaciteit hebt om oké te zijn, kan er heel wat schade al zijn zonder we het merken
© Stadia van Fontaine:
o Stadium I: asymptomatisch
2
, o Stadium II: claudicatio intermittens
§ IIA: >250m
§ IIB:<250m
o Stadium III: rustpijn
o Stadium IV: niet-helende wonden Of gangreen
© Alternatieve classificatie:
o Classificatie volgens Rutherford
3.1.1 STADIUM I: ASYMPTOMATISCH
© Klachten vaak als je veel O2 nodig hebt, bv bij inspanning, mensen in stadium I vaak assymptomatisch omdat ze
niet veel inspanning doen
o bv heel de dag in zetel en merken het dan niet en kan dan ver vorderen
© Vaststellen met KO: verminderde pulsaties of door bd te nemen in OL verlaagd
3.1.2 STADIUM II: CLAUDICATIO INTERMITTENS
© Claudicatio intermittens kan je puur door anamnese eruit halen
o ‘etalageziekte’ ‘rokersbenen’
© Typische kenmerken:
o Onaangenaam gevoel in een (vaste) spiergroep
§ Pijn, spanning, kramp, zwakheid, moeheid
§ Bv altijd pijn in kuit en daarna bv altijd pijn in bovenbeen
o Na constante hoeveelheid spierarbeid
§ Zelfde hoeveelheid O2 nodig, doe ik dezelfde inspanning dan heb ik dezelfde klacht
• Niet zoals bij artrose: als het slecht weer is voel ik het anders niet
§ Sneller bij bergop gaan of zich haasten
o Dwingt meestal tot stoppen
§ Uitz. Walking through fenomeen
• Wnr pt zijn snelheid verminderd, en dus minder intensief arbeid levert, kan die soms wel
doorgaan aan trager tempo
o Rust doet de klachten snel verdwijnen
§ Ook zonder de extremiteit te ontlasten
• Gewoon even stilstaan volstaat dat je daarna weer verder kan, moet niet gaan zitten
• Bv artrose: daar moet je echt belasting verminderen en even gaan zitten
o De localisatie van de pijn is afhankelijk van de localisatie van het letsel (de belangrijkste stenose)
§ Hoge claudicatio (bil, dij)
§ Lage claudicatio (kuit)
§ Voetclaudicatio (komt zelden voor)
§ Maar is niet 1 op 1, niet omdat daar de klacht dat je absoluut weet dat het daar is het probleem
© Vragenlijst vr typische claudicatio eruit te halen: rose questionnaire
o Hebt u pijn in één of beide kuiten?
o Wordt de pijn uitgelokt door inspanning? (‘ja’)
o Hebt u gelijkaardige klachten in rust? (‘nee’)
o Dwingt de pijn u om de inspanning te stoppen? (‘ja’)
o Verdwijnt de pijn binnen 10’ rust? (‘ja’)
o Verergert de pijn met doorzetten van de inspanning? (‘ja’)
o Als je die klachten hebt met pt CV RF dan ben je bijna zeker
o Maar hoe ouder pt -> hoe meer co morbiditeiten dan is het niet uitgesloten dat pt naast dat occlusief
lijden ook artrose heeft
§ Dan gaan het bv mengpatronen worden met bv artrose
3
, 3.1.3 STADIUM III: RUSTPIJN
© Als niet genoeg 02 om weefsels in rust te bevoorraden -> nachtelijke pijn en rustpijn
© Paresthesieën en stekende pijnen in de ACRALE delen (bv tenen)
o Nachtelijke pijn
§ Alleen in liggende houding (bloedsomloop niet geholpen door Fz)
o Rustpijn
§ Ook in zittende houding (dan nog een stadium verder)
o Het begint altijd in de acrale delen, bloed moet daar het verste geraken dus eerste plaats waar het niet
geraakt
o Iedereen heeft weleens kuitkrampen in de nacht of tijdens sporten, is geen ischemische rustpijn, ook bij
ouderen is geisoleerde kuitkrampen zonder pijn in tenen geen ischemische rustpijn
© Verlichting door voet buiten bed te laten hangen, even op te staan of in een stoel te slapen (cave hypostatisch
oedeem), door hulp v Fz
© Nachtelijke spierkrampen zijn frequent bij patiënten met chronische ischemie, maar GEEN uiting van
ischemische rustpijn.
© DD: Polyneuropathie
© Ischemische rustpijn, niet verwarren met polyneuropathie
© Polyneuropathie -> Paresthesiën
o Koudegevoel (subjectief gevoel, voeten zijn niet echt koud, voelen vaak warm)
o branderig gevoel
© Zeer hardnekkig
© Dag en nacht (even erg)
© Weinig beïnvloed door houdingsveranderingen
© ! Post-ischemische neuritis
o Zenuwen lijden daar heel snel grondig onder
o Als je doorbloeding verbetert gaat dat herstellen, maar gaat wel traag
o Mensen gaan nog daarna last hebben v post ischemische neuritis
3.1.4 STADIUM IV: NIET HELENDE WONDEN OF GANGREEN
© Spontaan, na banaal trauma of kleine ingrepen
o Zo weinig 02 dat er zelfs te weinig is om comfortabel in stand te houden -> dan krijg je wondjes
© Traag of niet helend
© Scherpe pijn (niet bij diabetische neuropathie)
o Heel typisch vr ischemische wonden en gangreen
© Beterend bij afhangen van het been
© Evolueren naar huidnecrose of gangreen (wondjes gaan zwart worden)
© Maar niet altijd zo dat er eerst claudicatio is dan rustpijn dan gangreen
o Meestal claudicatio al overgeslaan en ook de wondjes ku samen met ischemische rustpijn gwn ontstaan
3.1.5 KRITISCHE ISCHEMIE ALIAS ‘CHRONISCHE LIDMAATBEDREIGENDE ISCHEMIE’
© Kritische ischemie
o = het bestaan v ischemische rustpijn met dagelijkse nood aan analgetica sinds meer dan 2 weken
o of de aanwezigheid van wonden of gangreen MET
§ Enkeldruk < 50mmHg voor niet-diabetici of
§ Teendruk < 30mmHg voor diabetici.
© Kritische ischemie gaat gepaard met groot risico op amputatie, zeker wnr revascularisatie niet mogelijk blijkt
4