Algemeen
Cx
Tx Extra:
- Cx: LF naar R sluit meeste facetgewricht R.
- Lx: rotatie heterolateraal sluit meeste het
facetgewricht.
Lx
Beloop
- Acute klachten (< 6 weken)
- Subacute klachten (6-12 weken)
- (Sub)chronische klachten (> 12 weken en < 6 maanden bestaand en steeds recidiverend, of > 6
maanden bestaand.
Houdingsafwijking
1e graad: pt kan dit zelf corrigeren
2e graad: pt kan dit niet zelf corrigeren maar wij als kine wel, is niet beenderig
3e graad: is beenderige afwijking, valt niet te corrigeren
1
,AFWIJKINGEN
• Thoracale hyperkyfose
- Verkorte: M pectoralis major/minor
- Verzwakt: Tx rugspieren, tussenschouderblad spieren
- Compensatie: vaak gecompenseerd door cervicale en lumbale hyperlordose wat
gepaard gaat met hypertone heupbuigers en nekspieren die cervicale lordose
overspannen
• Tx vlakke rug: spierbalans oké
• Lumbale hyperlordose
- Verkorte heupbuigers → trekken bekken naar anteversie
- Verzwakte: buikspieren, gluteï
- Compensatie: thoracale hyperkyfose=> wat zorgt voor verkorting van de pectoralis
spieren en verzwakte Tx spieren en interscapulaire spieren
• Lumbale hypolordose: spierbalans oké
• Kyfo-lordotische houding:
- anteversie van het bekken
- lumbale hyperlordose
- aangespannen pectoralis spieren
- thoracale hyperkyfose
- protractie schouders
- scapulae alatae
- cervicaal hyperlordose
- Hier krijgen we in zit vaak het beeld van een totale ronde rug + cervicale hyperlordose
• Sway back: beetje gelijkaardige houding als kyfo-lordotische houding, maar er is een
shift van de romp op het bekken dus geen echte lordotische kromming thv Lx
bekken in retroversie
• Vlakke rug/rechte rug: hypolordose en hypokyfose
• Totale kyfose: zoals bij Ziekte van Bechterew
= een Tx en Lx overdreven convexiteit + cervicale hyperlordose
• Vertebrosternale regio: T3-T7
• Vertebrochondrale regio: T8-T10
• Scoliose: hoek van cobb=> twee lijnen trekken aan bovenzijde van bovenste extreme
wervel en aan de onderzijde van de onderste extreme wervel.
Scoliose in het frontaal plan gaat vaak gepaard met een rotatie afwijking in het transversaal vlak.
- Bij een scoliotische houding: ontstaat er geen gibbus bubbel en blijft de rug symmetrisch
- Bij structurele scoliose ontstaat er een gibbus aan de convexe zijde
Normale hoek van cobb<10°.
Bij scoliose zullen de paravertebralen, m quadratus lumborum, m latissimus dorsi verzwakt zijn
aan de convexe zijde VS verkort aan de concave zijde.
• Klinische biomechanica cervico-thoracaal:
- Flexie: gekoppeld aan anterieure transaltie en distractie
- Extensie: gekoppelde met posterieure translatie en distractie
- Lateroflexie: aan de zijde van LF; anterieure rotatie rib, voorwaartse translatie
bovenliggende vertebrae. Aan de heterolaterale zijde=> posterieure rotatie rib +
achterwaartse transaltie bovenliggende vertebrae
- Rotatie: gekoppeld met een heterolaterale translatie + homolaterale LF.
2
, Het lokale spiersysteem
Cervicaal Thoracaal Lumbaal en sacraal
Ventraal: / Ventraal:
M. rectus capitis anterior en M. transversus abdominis
lateralis M. Obliquus abdiminis
M. longus colli capitis internus
M. Psoas
Dorsaal: Dorsaal: Dorsaal:
M. rectus capitis posterior M. trapezius mm. Interspinales
major en minor M. serratus anterior mm. Intertransversarii
M. Obliquus capitis superior en mm. Multifidus
inferior M. longissimus thoracis pars
Multifidi lumborum
Mm. Rotatores M. iliocostalis lumborum
Mm. Interspinales en pars lumborum
intertransversarii
M. spinalis cervices
M. semispinalis cervices en
capitis
M. trapezius pars descendens
/ / Lateral:
M. Quadratus lumborum
(medial)
Het globale spiersysteem
Cervicaal Thoracaal Lumbaal en sacraal
Ventraal: / Ventraal:
M. sternocleidomastoideus M. rectus abdominis
mm. Scaleni M. obliquus abdominis
Supra- en infrahyoidale spieren externus
M. obliquus abdominus
internus
M. psoas
Dorsaal: Dorsaal: Dorsaal:
M. splenius capitis en cervicus M. levator scapulae M. longissimus thoracos pars
M. semispinalis capitus M. rhombodei thoracis
M. longissimus capitus en M. Latissumus dorsi M. iliocostalis lumborum pas
cervices M. pectoralis minor thoracis
M. iliocostalis cervices M. latissimus dorsi
M. Levator scapulae
/ / Lateraal:
M. Quadratus lumborum
(lateral)
3
, Anamnese
• Informatie over de ontstaan, verloop en status praesens + body chart
- Ontstaan: Hoe is de klacht ontstaan? Traumatisch of idiopathisch
- Tijdsverloop: Wanneer is de klacht ontstaan? Hoe is de klacht geëvolueerd?
- Status praesens (body chart): Wat zijn de klachten? Pijn, tintelingen,
krachtsvermindering, instabiliteit, … Lokalisatie – zones
- Soort pijn: constant of intermitterend + Ernst (VAS)
• Informatie over symptoomgedrag
- Provocatie: Wat doet de klachten toenemen? (houdingen – bewegingen)
- Reductie: Wat doet de klachten verminderen? (houdingen – bewegingen)
- Vermijding: Welke bewegingen/houdingen ontziet de patiënt om pijn te vermijden
- 24-uursverloop
• Informatie over eerdere episodes
- Andere klachten
- Vergelijkbare klachten: Wanneer – frequentie - …
• Informatie over de belasting: welke, hoelang, hoe frequent, in welke houding…
• Persoonsgebonden factoren: Leeftijd, familiale omstandigheden, Beroep, Hobby
• Screening op onderliggende medische problemen (bv niet MSS):
- Technische onderzoeken (medische beeldvorming)...
- Medicatie
- Algemene gezondheid
4