1 Inleiding in de pathologie
1.1 Wat houdt het in?
Psychopathologie = de wetenschappelijke studie van de psychische
stoornissen
1.1.1 Belangrijke concepten Syndroom: verzameling van de
symptomen - vormen samen een
specifieke aandoening
Symptomen: de klachten /
problemen
1.1.2 (Ab)normaal gedrag
(Voorbeeld van wat vroeger
abnormaal was en nu “normaal” is)
Waar ligt de grens tussen normaal en abnormaal?
Contraproductief = de klacht werkt de
persoon tegen in zijn algemeen
functioneren
Sarah is een 23-jarige studente die het laatste jaar van haar opleiding volgt. De afgelopen maanden
merkt haar omgeving dat ze steeds vaker nachten overslaat om te tekenen en te schilderen. Ze
zegt dat ze “niet kan stoppen omdat haar handen gestuurd worden door een hogere kracht”. Sarah
voelt zich hierdoor vaak uitgeput en komt regelmatig te laat op haar lessen of afspreken met
vrienden.
Wanneer ze toch aanwezig is, kan ze plots midden in een gesprek beginnen te fluisteren tegen
zichzelf. Ze zegt dat ze stemmen hoort die haar advies geven over hoe ze haar kunst moet
afwerken. Sarah vindt dit enerzijds inspirerend, maar anderzijds voelt ze zich ook steeds angstiger
omdat de stemmen soms zeggen dat er “gevaar dreigt” als ze niet luistert. Ze geeft aan zich
hierdoor erg gespannen en bang te voelen.
Alle criteria aanwezig, behalve gevaar
1
,1.1.3 Ontstaan van pathologie
Het diathese-stressmodel = Een verklaringsmodel ; de combinatie van
kwetsbaarheid en stressfactoren kan leiden tot een stoornis
Voorbeeld: depressie
Lina (21 jaar) is een studente sociaal werk in haar derde jaar.
Haar moeder lijdt al jaren aan een ernstige depressieve
stoornis en haar grootmoeder had een
alcoholverslaving. Lina omschrijft zichzelf als
perfectionistisch en faalangstig. Tijdens haar middelbare
schooltijd haalde ze goede punten, maar ze voelde zich vaak
gespannen.
Sinds ze op kot woont, ervaart ze veel druk. Ze combineert
haar studie met een studente job, en haar relatie liep
recent stuk. In de weken daarna begon ze zich neerslachtig
te voelen, sliep ze slecht en had ze weinig eetlust. Ze piekert
1) Genetische aanleg
2) Persoonlijkheidskenmerken
3) Stressfactoren
Besluit: de opeenstapeling van stressoren overschrijdt haar draagkracht en leidt
ook tot mogelijke symptomen ( gevoeliger voor depressieve klachten )
1.1.4 Instandhouding van pathologie
Wat zijn instandhoudende factoren?
= Elementen die maken dat een stoornis blijft bestaan of terugkeert, zelfs
wanneer de uitlokkende oorzaak niet meer aanwezig is
Cognitieve processen (negatieve denkpatronen)
Gedragsmatige factoren (vermijdingsgedrag, beloningsmechanismen)
Emotionele processen (emotieregulatieproblemen)
2
, Sociale en relationele factoren (steun, conflicten, isolatie)
Biologische factoren (stressrespons, slaappatroon, lichamelijke
kwetsbaarheid)
Omgevingsfactoren (stressvolle omstandigheden, socio-economische druk)
1.1.5 Belangrijke concepten
1.1.5.1 Behandeling in de pathologie: modellen
Therapeutische stromingen
• = richtingen binnen de psychotherapie
• Elk eigen visie op ontstaan en behandeling
• Theoretisch kader en methodieken
A. Psychodynamische modellen
• Onbewuste processen en vroegkinderlijke ervaringen
• Freads psychoanalyse en verder ontwikkeld door Jung, Erikson en Klien
• Interne conflicten als kern samen met onverwerkte ervaringen
• Vrije associatie, droomanalyse, overdracht/tegenoverdracht
• Ingezet bij diepgewortelde emotionele en relationele problemen
B. Behavioristische modellen
1e generatie: klassieke gedragstherapie
• Gebaseerd op klassieke & operante conditionering (Pavlov, Skinner)
• Probleemgedrag = aangeleerd, dus ook af te leren
• Focus op observeerbaar gedrag, weinig aandacht voor gedachten
2e generatie: cognitieve gedragstherapie (CGT)
• Ontwikkeld door Beck & Ellis
• Gedachten, overtuigingen → grote rol bij psychische problemen
• Doel: negatieve denkpatronen herkennen, uitdagen, veranderen
3e generatie: contextuele & acceptatiegerichte therapieën
• Focus op acceptatie & mindfulness, niet alleen verandering
• Voorbeelden:
ACT: leren omgaan met negatieve gedachten/emoties
DGT: emotieregulatieproblemen, borderline
C. Humanistische modellen
MBCT: combinatie mindfulness & CGT, terugkerende depressie
3
, = Reactie op psychoanalyse en behaviorisme (1950)
• Focus op persoonlijke groei, zelfontplooiing, authenticiteit
• Carl Rogers, Abraham Maslow
• Rogers: cliëntgerichte therapie → empathie, acceptatie, echtheid
• Problemen ontstaan bij kloof tussen ‘ware zelf’ en ‘ideale zelf’
• Maslow: behoeftehiërarchie -> zelfactualisatie als hoogste doel
D. Systeemmodellen
= Focus op sociale context en relaties i.p.v. individu
• Psychische problemen = gevolg van ongezonde dynamieken en patronen
• Doel: verbeteren communicatie, doorbreken negatieve patronen
• Behandeling richt zich op gezin, relaties, werk, vrienden
Belangrijke figuren:
• Murray Bowen: familiesysteemtheorie, emotionele verbondenheid
• Virginia Satir: gezinscommunicatie, relatieverbetering
Hulpmiddel: genogram → grafische weergave gezinsgeschiedenis
1.1.6 Diagnostiek
1.1.6.1 Classificatiesystemen
Verschillen Doelgroep: mensen met een psychische
stoornis
• Reikwijdte
• Doelgroep Reikwijdte: wereldwijd ingezet
• Focus
Classificatiesystemen
Focus: psychische aandoeningen
DSM - Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders
4