Samenvatting
Theorie uit de 9e editie van het boek ‘Ontwikkelingspsychologie’. Geschreven door Robert S.
Feldman, in samenwerking met Daphne van Loon, Patricia Bijttebier, Caroline Boonen en
Ilse Tamrouti.
Inhoudsopgave
HOOFDSTUK 1: EEN INLEIDING IN DE ONTWIKKELING VAN HET KIND ......................3
1.1 EEN ORIËNTATIE OP DE ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE...................................................3
1.2 KINDEREN: VERLEDEN, HEDEN, TOEKOMST.................................................................3
HOOFDSTUK 2 THEORETISCHE PERSPECTIEVEN EN ONDERZOEK............................5
2.1 PERSPECTIEVEN BIJ HET KIJKEN NAAR KINDEREN..........................................................5
2.2 DE METHODOLOGIE VAN WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK.............................................7
2.3 ONDERZOEKBENADERINGEN, - STRATEGIEËN EN -UITDAGINGEN......................................9
HOOFDSTUK 3 HET BEGIN VAN HET LEVEN.....................................................9
3.1 DE VROEGSTE ONTWIKKELING................................................................................. 9
3.2 HET SAMENSPEL TUSSEN ERFELIJKHEID EN OMGEVING................................................12
3.3 PRENATALE GROEI EN VERANDERING.......................................................................12
PDF: ONTWIKKELING VAN HET CENTRALE ZENUWSTELSEL.................................................13
HOOFDSTUK 4 DE GEBOORTE EN HET PASGEBOREN KIND..................................14
4.1 GEBOORTE........................................................................................................ 14
4.2 COMPLICATIES TIJDENS DE GEBOORTE.....................................................................14
4.3 WAT EEN PASGEBOREN BABY ALLEMAAL KAN............................................................15
HOOFDSTUK 5 DE FYSIEKE ONTWIKKELING IN DE BABYTIJD................................15
5.1 GROEI EN ONTWIKKELING..................................................................................... 15
5.2 DE MOTORISCHE ONTWIKKELING............................................................................ 17
5.3 DE ONTWIKKELING VAN ZINTUIGEN.........................................................................18
HOOFDSTUK 6 DE COGNITIEVE ONTWIKKELING IN DE BABYTIJD...........................18
6.1 COGNITIEVE ONTWIKKELING VOLGENS PIAGET...........................................................18
6.2 DE INFORMATIEVERWERKINGSTHEORIE VAN COGNITIEVE ONTWIKKELING.........................18
6.3 DE WORTELS VAN ONZE TAAL................................................................................ 19
HOOFDSTUK 7 DE SOCIAAL-EMOTIONELE ONTWIKKELING EN DE
PERSOONLIJKHEIDSONTWIKKELING IN DE BABYTIJD..........................................20
7.1 DE BASIS VAN SOCIAAL GEDRAG............................................................................ 20
7.2 RELATIES AANGAAN............................................................................................. 20
7.3 VERSCHILLEN TUSSEN BABY’S...............................................................................21
HOOFDSTUK 8: DE FYSIEKE ONTWIKKELING IN DE PEUTER- EN KLEUTERTIJD...........21
8.1 FYSIEKE GROEI................................................................................................... 21
8.2 MOTORISCHE ONTWIKKELING................................................................................ 22
8.3 BEDREIGINGEN VAN FYSIEKE GROEI EN MOTORISCHE ONTWIKKELING.............................22
HOOFDSTUK 9 DE COGNITIEVE ONTWIKKELING IN DE PEUTER- EN KLEUTERTIJD........24
9.1 DE INTELLECTUELE ONTWIKKELING.........................................................................24
9.2 DE TAALONTWIKKELING........................................................................................ 24
9.3 DE INVLOED VAN EDUCATIE EN OPVANG...................................................................25
9.4 VOORLEZEN, TV EN DIGITALE MEDIA.......................................................................25
HOOFDSTUK 10 DE SOCIAAL-EMOTIONELE ONTWIKKELING EN DE
PERSOONLIJKHEIDSONTWIKKELING IN DE PEUTER EN KLEUTERTIJD........................26
10.1 EEN ANTWOORD OP DE VRAAG ‘WIE BEN IK?’.........................................................26
10.2 VRIENDEN EN FAMILIE: HET SOCIALE LEVEN VAN PEUTERS EN KLEUTERS.......................27
10.3 MORELE ONTWIKKELING EN ZELFBEHEERSING.........................................................28
HOOFDSTUK 11 DE FYSIEKE ONTWIKKELING IN DE SCHOOLTIJD...........................28
11.1 HET GROEIENDE LICHAAM.................................................................................. 28
11.2 INVLOEDEN OP DE FYSIEKE ONTWIKKELING.............................................................29
11.3 KINDEREN MET SPECIALE BEHOEFTEN....................................................................29
1
,HOOFDSTUK 12 DE COGNITIEVE ONTWIKKELING IN DE SCHOOLTIJD......................29
12.1 DE INTELLECTUELE EN TAALKUNDIGE ONTWIKKELING................................................29
12.2 ONDERWIJS: LEZEN, SCHRIJVEN EN REKENEN (EN MEER)...........................................30
12.3 INTELLIGENTIE: HET BEPALEN VAN INDIVIDUELE STERKE PUNTEN.................................30
HOOFDSTUK 13 DE SOCIAAL-EMOTIONELE ONTWIKKELING EN DE
PERSOONLIJKHEIDSONTWIKKELING IN DE SCHOOLTIJD.......................................33
13.1 DE ONTWIKKELING VAN HET EIGEN IK....................................................................33
13.2 PEERRELATIES IN DE SCHOOLTIJD.........................................................................33
13.3 HET GEZIN EN DE SCHOOLTIJD.............................................................................33
13.4 GEDRAGS- EN EMOTIONELE PROBLEMEN................................................................34
2
,Hoofdstuk 1: Een inleiding in de ontwikkeling van het kind
1.1 Een oriëntatie op de ontwikkelingspsychologie
Ontwikkelingspsychologie: De wetenschappelijke studie van patronen en groei,
verandering en stabiliteit bij mensen gedurende hun hele leven, van conceptie tot en met de
late volwassenheid.
De ontwikkelingspsychologie bestaat uit drie domeinen:
1. Fysieke ontwikkeling; Invloed van ons lichaam op gedrag (rijpingsproces).
2. Cognitieve ontwikkeling; Totstandkoming van groei en verandering in intellectuele
vermogens en hoe dit ons gedrag beïnvloed.
3. Sociaal-emotionele ontwikkeling en persoonlijke ontwikkeling; De manier waarop
interacties van mensen en hun sociale relaties in de loop van hun leven groeien,
veranderen en stabiel blijven en de manier waarop mensen emoties bewust ervaren
en daar grip op krijgen.
Rijping: Blijvende fysieke of psychologische verandering als gevolg van biologische
groeiprocessen.
Persoonlijkheidsontwikkeling: ontwikkeling van duurzame gedragingen en (karakter)
eigenschappen die de ene van de andere persoon onderscheiden.
Cohort: Een groep mensen die in een bepaalde periode leeft waardoor zij voor een deel
gelijke ervaringen opdoen.
Normatieve invloeden:
- Historisch; Sociale omgevingsinvloeden en biologische invloeden die verbonden zijn
met de specifieke maatschappelijke situatie in een historische tijd.
- Leeftijdsgebonden; Biologische- en omgevingsinvloeden die vergelijkbaar zijn voor
mensen in een bepaalde leeftijdsgroep.
- Sociaal-cultureel; Brede cultuur, etnische afkomst, sociale klasse of het behoren tot
een subcultuur.
Er zijn ook niet-normatieve gebeurtenissen die invloed hebben op de ontwikkeling. Dit zijn
specifieke gebeurtenissen die plaats vinden in het leven van een persoon.
1.2 Kinderen: verleden, heden, toekomst
Pas rond 1600 kregen kinderen een eigen status. Voor die tijd werden kinderen gezien als
miniatuur volwassenen (Aries). Het idee om de kindertijd systematisch te bestuderen
ontstond pas later.
Filosofische denkbeelden over kinderen;
- Tabula Rasa (Locke)
- ‘Nobele wilden’; Kinderen komen op aarde met een gevoel voor goed en kwaad
(moraal). Mensen zijn in wezen goed (Rousseau).
Rousseau was een van de eerste denkers over de ontwikkeling van het kind die stelden dat
groei plaats vond in afzonderlijke fasen. Dit zie je later terug in de theorieën van Piaget.
In 1859 publiceerde Darwin de evolutietheorie. Vanaf dat moment kreeg de observatie van
kinderen een meer systematisch karakter. Daarvoor werden er vooral baby biografieën
bijgehouden door ouders.
3
, De industrialisatie, eind 18e begin 19e eeuw, hervormde het arbeidsproces. Kinderen werden
beschermd tegen uitbuiting, onderwijs werd toegankelijker waardoor kinderen en
volwassenen vaker gescheiden werden en er ontstonden psychologische inzichten over de
invloed van de kindertijd op het volwassen leven ontwikkelingspsychologie werd als apart
vakgebied erkend.
De twintigste eeuw:
- Binet Pionierswerk op gebied van intelligentie en onderzoek naar het geheugen en
hoofdrekenen.
- Hall Eerste onderzoeker van het denken en gedrag van kinderen met behulp van
vragenlijsten. Schrijver van het eerste boek dat adolescentie als aparte periode zag.
Een periode van ‘storm en stress’; een fase van emotionele labiliteit, spanning en
beroering, voortkomend uit biologische veranderingen.
- Hollingworth Een van de eerste vrouwelijke psychologen. Zij ontdekte dat
onderwijs en omgeving naast genetische aanleg ook een cruciale rol speelden.
- Montessori Ook een vrouw. Zij opende in 1907 de eerste kleuterschool. Onderwijs
was gebaseerd op haar theorieën over de wijze waarop kinderen op natuurlijke wijze
leren; ’leer het mij zelf te doen’.
Continue verandering; Geleidelijke kwantitatieve ontwikkeling, waarbij prestaties op een
bepaald niveau voortvloeien uit die op vorige niveaus.
Discontinue verandering; Ontwikkeling die in aparte stappen of stadia plaatsvindt, waarbij
elk stadium gedrag oplevert dat kwalitatief anders is dan gedrag in eerdere stadia.
Kritieke periode; Een specifieke tijd in de ontwikkeling waarin bepaalde gebeurtenissen, of
het uitblijven daarvan, grote of onomkeerbare gevolgen heeft.
De Lange (2004) stelt bijvoorbeeld dat de aanwezigheid van een liefdevolle volwassene in
de vroege kinderjaren essentieel is voor veilige hechting. Singh (2021) wijst op de eerste
1000 dagen. Tegenwoordig weten we dat mensen met name voor de cognitieve, sociaal-
emotionele en persoonlijkheidsontwikkeling flexibel zijn (plasticiteit). Daarom wordt er nu
gesproken over een ‘gevoelige’ periode.
Nature-nurture debat: De discussie over de oorsprong van ons gedrag en onze
eigenschappen (aanleg of opvoedende leefomgeving).
De toekomst van de ontwikkelingspsychologie:
- Het vakgebied zal zich steeds meer specialiseren en er zullen nieuwe
onderzoeksgebieden en perspectieven ontstaan.
- Er zal meer informatie komen over genen en neurobiologische aspecten van gedrag.
- De groeiende diversiteit van de bevolking zal leiden tot meer aandacht voor
diversiteitsvraagstukken
- Meer professionals gaan gebruik maken van onderzoeksbevindingen uit de
ontwikkelingspsychologie.
- Inzichten uit de ontwikkelingspsychologie zullen een steeds grotere invloed hebben
op maatschappelijke kwesties.
- Technologie beïnvloedt een steeds groter deel van ons leven.
4
Theorie uit de 9e editie van het boek ‘Ontwikkelingspsychologie’. Geschreven door Robert S.
Feldman, in samenwerking met Daphne van Loon, Patricia Bijttebier, Caroline Boonen en
Ilse Tamrouti.
Inhoudsopgave
HOOFDSTUK 1: EEN INLEIDING IN DE ONTWIKKELING VAN HET KIND ......................3
1.1 EEN ORIËNTATIE OP DE ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE...................................................3
1.2 KINDEREN: VERLEDEN, HEDEN, TOEKOMST.................................................................3
HOOFDSTUK 2 THEORETISCHE PERSPECTIEVEN EN ONDERZOEK............................5
2.1 PERSPECTIEVEN BIJ HET KIJKEN NAAR KINDEREN..........................................................5
2.2 DE METHODOLOGIE VAN WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK.............................................7
2.3 ONDERZOEKBENADERINGEN, - STRATEGIEËN EN -UITDAGINGEN......................................9
HOOFDSTUK 3 HET BEGIN VAN HET LEVEN.....................................................9
3.1 DE VROEGSTE ONTWIKKELING................................................................................. 9
3.2 HET SAMENSPEL TUSSEN ERFELIJKHEID EN OMGEVING................................................12
3.3 PRENATALE GROEI EN VERANDERING.......................................................................12
PDF: ONTWIKKELING VAN HET CENTRALE ZENUWSTELSEL.................................................13
HOOFDSTUK 4 DE GEBOORTE EN HET PASGEBOREN KIND..................................14
4.1 GEBOORTE........................................................................................................ 14
4.2 COMPLICATIES TIJDENS DE GEBOORTE.....................................................................14
4.3 WAT EEN PASGEBOREN BABY ALLEMAAL KAN............................................................15
HOOFDSTUK 5 DE FYSIEKE ONTWIKKELING IN DE BABYTIJD................................15
5.1 GROEI EN ONTWIKKELING..................................................................................... 15
5.2 DE MOTORISCHE ONTWIKKELING............................................................................ 17
5.3 DE ONTWIKKELING VAN ZINTUIGEN.........................................................................18
HOOFDSTUK 6 DE COGNITIEVE ONTWIKKELING IN DE BABYTIJD...........................18
6.1 COGNITIEVE ONTWIKKELING VOLGENS PIAGET...........................................................18
6.2 DE INFORMATIEVERWERKINGSTHEORIE VAN COGNITIEVE ONTWIKKELING.........................18
6.3 DE WORTELS VAN ONZE TAAL................................................................................ 19
HOOFDSTUK 7 DE SOCIAAL-EMOTIONELE ONTWIKKELING EN DE
PERSOONLIJKHEIDSONTWIKKELING IN DE BABYTIJD..........................................20
7.1 DE BASIS VAN SOCIAAL GEDRAG............................................................................ 20
7.2 RELATIES AANGAAN............................................................................................. 20
7.3 VERSCHILLEN TUSSEN BABY’S...............................................................................21
HOOFDSTUK 8: DE FYSIEKE ONTWIKKELING IN DE PEUTER- EN KLEUTERTIJD...........21
8.1 FYSIEKE GROEI................................................................................................... 21
8.2 MOTORISCHE ONTWIKKELING................................................................................ 22
8.3 BEDREIGINGEN VAN FYSIEKE GROEI EN MOTORISCHE ONTWIKKELING.............................22
HOOFDSTUK 9 DE COGNITIEVE ONTWIKKELING IN DE PEUTER- EN KLEUTERTIJD........24
9.1 DE INTELLECTUELE ONTWIKKELING.........................................................................24
9.2 DE TAALONTWIKKELING........................................................................................ 24
9.3 DE INVLOED VAN EDUCATIE EN OPVANG...................................................................25
9.4 VOORLEZEN, TV EN DIGITALE MEDIA.......................................................................25
HOOFDSTUK 10 DE SOCIAAL-EMOTIONELE ONTWIKKELING EN DE
PERSOONLIJKHEIDSONTWIKKELING IN DE PEUTER EN KLEUTERTIJD........................26
10.1 EEN ANTWOORD OP DE VRAAG ‘WIE BEN IK?’.........................................................26
10.2 VRIENDEN EN FAMILIE: HET SOCIALE LEVEN VAN PEUTERS EN KLEUTERS.......................27
10.3 MORELE ONTWIKKELING EN ZELFBEHEERSING.........................................................28
HOOFDSTUK 11 DE FYSIEKE ONTWIKKELING IN DE SCHOOLTIJD...........................28
11.1 HET GROEIENDE LICHAAM.................................................................................. 28
11.2 INVLOEDEN OP DE FYSIEKE ONTWIKKELING.............................................................29
11.3 KINDEREN MET SPECIALE BEHOEFTEN....................................................................29
1
,HOOFDSTUK 12 DE COGNITIEVE ONTWIKKELING IN DE SCHOOLTIJD......................29
12.1 DE INTELLECTUELE EN TAALKUNDIGE ONTWIKKELING................................................29
12.2 ONDERWIJS: LEZEN, SCHRIJVEN EN REKENEN (EN MEER)...........................................30
12.3 INTELLIGENTIE: HET BEPALEN VAN INDIVIDUELE STERKE PUNTEN.................................30
HOOFDSTUK 13 DE SOCIAAL-EMOTIONELE ONTWIKKELING EN DE
PERSOONLIJKHEIDSONTWIKKELING IN DE SCHOOLTIJD.......................................33
13.1 DE ONTWIKKELING VAN HET EIGEN IK....................................................................33
13.2 PEERRELATIES IN DE SCHOOLTIJD.........................................................................33
13.3 HET GEZIN EN DE SCHOOLTIJD.............................................................................33
13.4 GEDRAGS- EN EMOTIONELE PROBLEMEN................................................................34
2
,Hoofdstuk 1: Een inleiding in de ontwikkeling van het kind
1.1 Een oriëntatie op de ontwikkelingspsychologie
Ontwikkelingspsychologie: De wetenschappelijke studie van patronen en groei,
verandering en stabiliteit bij mensen gedurende hun hele leven, van conceptie tot en met de
late volwassenheid.
De ontwikkelingspsychologie bestaat uit drie domeinen:
1. Fysieke ontwikkeling; Invloed van ons lichaam op gedrag (rijpingsproces).
2. Cognitieve ontwikkeling; Totstandkoming van groei en verandering in intellectuele
vermogens en hoe dit ons gedrag beïnvloed.
3. Sociaal-emotionele ontwikkeling en persoonlijke ontwikkeling; De manier waarop
interacties van mensen en hun sociale relaties in de loop van hun leven groeien,
veranderen en stabiel blijven en de manier waarop mensen emoties bewust ervaren
en daar grip op krijgen.
Rijping: Blijvende fysieke of psychologische verandering als gevolg van biologische
groeiprocessen.
Persoonlijkheidsontwikkeling: ontwikkeling van duurzame gedragingen en (karakter)
eigenschappen die de ene van de andere persoon onderscheiden.
Cohort: Een groep mensen die in een bepaalde periode leeft waardoor zij voor een deel
gelijke ervaringen opdoen.
Normatieve invloeden:
- Historisch; Sociale omgevingsinvloeden en biologische invloeden die verbonden zijn
met de specifieke maatschappelijke situatie in een historische tijd.
- Leeftijdsgebonden; Biologische- en omgevingsinvloeden die vergelijkbaar zijn voor
mensen in een bepaalde leeftijdsgroep.
- Sociaal-cultureel; Brede cultuur, etnische afkomst, sociale klasse of het behoren tot
een subcultuur.
Er zijn ook niet-normatieve gebeurtenissen die invloed hebben op de ontwikkeling. Dit zijn
specifieke gebeurtenissen die plaats vinden in het leven van een persoon.
1.2 Kinderen: verleden, heden, toekomst
Pas rond 1600 kregen kinderen een eigen status. Voor die tijd werden kinderen gezien als
miniatuur volwassenen (Aries). Het idee om de kindertijd systematisch te bestuderen
ontstond pas later.
Filosofische denkbeelden over kinderen;
- Tabula Rasa (Locke)
- ‘Nobele wilden’; Kinderen komen op aarde met een gevoel voor goed en kwaad
(moraal). Mensen zijn in wezen goed (Rousseau).
Rousseau was een van de eerste denkers over de ontwikkeling van het kind die stelden dat
groei plaats vond in afzonderlijke fasen. Dit zie je later terug in de theorieën van Piaget.
In 1859 publiceerde Darwin de evolutietheorie. Vanaf dat moment kreeg de observatie van
kinderen een meer systematisch karakter. Daarvoor werden er vooral baby biografieën
bijgehouden door ouders.
3
, De industrialisatie, eind 18e begin 19e eeuw, hervormde het arbeidsproces. Kinderen werden
beschermd tegen uitbuiting, onderwijs werd toegankelijker waardoor kinderen en
volwassenen vaker gescheiden werden en er ontstonden psychologische inzichten over de
invloed van de kindertijd op het volwassen leven ontwikkelingspsychologie werd als apart
vakgebied erkend.
De twintigste eeuw:
- Binet Pionierswerk op gebied van intelligentie en onderzoek naar het geheugen en
hoofdrekenen.
- Hall Eerste onderzoeker van het denken en gedrag van kinderen met behulp van
vragenlijsten. Schrijver van het eerste boek dat adolescentie als aparte periode zag.
Een periode van ‘storm en stress’; een fase van emotionele labiliteit, spanning en
beroering, voortkomend uit biologische veranderingen.
- Hollingworth Een van de eerste vrouwelijke psychologen. Zij ontdekte dat
onderwijs en omgeving naast genetische aanleg ook een cruciale rol speelden.
- Montessori Ook een vrouw. Zij opende in 1907 de eerste kleuterschool. Onderwijs
was gebaseerd op haar theorieën over de wijze waarop kinderen op natuurlijke wijze
leren; ’leer het mij zelf te doen’.
Continue verandering; Geleidelijke kwantitatieve ontwikkeling, waarbij prestaties op een
bepaald niveau voortvloeien uit die op vorige niveaus.
Discontinue verandering; Ontwikkeling die in aparte stappen of stadia plaatsvindt, waarbij
elk stadium gedrag oplevert dat kwalitatief anders is dan gedrag in eerdere stadia.
Kritieke periode; Een specifieke tijd in de ontwikkeling waarin bepaalde gebeurtenissen, of
het uitblijven daarvan, grote of onomkeerbare gevolgen heeft.
De Lange (2004) stelt bijvoorbeeld dat de aanwezigheid van een liefdevolle volwassene in
de vroege kinderjaren essentieel is voor veilige hechting. Singh (2021) wijst op de eerste
1000 dagen. Tegenwoordig weten we dat mensen met name voor de cognitieve, sociaal-
emotionele en persoonlijkheidsontwikkeling flexibel zijn (plasticiteit). Daarom wordt er nu
gesproken over een ‘gevoelige’ periode.
Nature-nurture debat: De discussie over de oorsprong van ons gedrag en onze
eigenschappen (aanleg of opvoedende leefomgeving).
De toekomst van de ontwikkelingspsychologie:
- Het vakgebied zal zich steeds meer specialiseren en er zullen nieuwe
onderzoeksgebieden en perspectieven ontstaan.
- Er zal meer informatie komen over genen en neurobiologische aspecten van gedrag.
- De groeiende diversiteit van de bevolking zal leiden tot meer aandacht voor
diversiteitsvraagstukken
- Meer professionals gaan gebruik maken van onderzoeksbevindingen uit de
ontwikkelingspsychologie.
- Inzichten uit de ontwikkelingspsychologie zullen een steeds grotere invloed hebben
op maatschappelijke kwesties.
- Technologie beïnvloedt een steeds groter deel van ons leven.
4