Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1: Geest, gedrag en psychologische wetenschap (Psychologie, de
basis)...................................................................................................................... 1
Hoofdstuk 2: Biopsychologie, neurowetenschappen en de menselijke aard.........14
Hoofdstuk 3: Sensatie en perceptie......................................................................28
Hoofdstuk 4: Leren en omgeving..........................................................................33
Hoofdstuk 5: Geheugen........................................................................................ 42
Hoofdstuk 6: Denken en intelligentie....................................................................45
Hoofdstuk 7: Psychologische ontwikkeling...........................................................53
Hoofdstuk 8: Vormen van bewustzijn...................................................................60
Hoofdstuk 9: Motivatie en emotie.........................................................................66
Hoofdstuk 10: Persoonlijkheid: theorieën van de gehele persoon........................75
Hoofdstuk 11: Sociale psychologie.......................................................................83
Hoofdstuk 12: Psychische stoornissen..................................................................87
Hoofdstuk 13: Therapieën voor psychische stoornissen.......................................93
Hoofdstuk 14: Stress, gezondheid en welzijn.......................................................99
Begrippenlijst..................................................................................................... 103
Oefentoets 1 — Hoofdstuk 1 t/m 14...................................................................131
Antwoorden oefentoets 1................................................................................... 136
Oefentoets 2 — Hoofdstuk 1 t/m 14...................................................................138
Antwoorden oefentoets 2................................................................................... 142
Oefentoets 3 — Hoofdstuk 1 t/m 14...................................................................144
Antwoorden oefentoets 3................................................................................... 149
Ultrakorte samenvatting – hoofdstuk 1 t/m 14...................................................152
Complete leerkaartenset - hoofdstuk 1 t/m 14...................................................155
Dit moet je écht kennen per hoofdstuk..............................................................166
Vergelijkingstabellen.......................................................................................... 167
Moeilijke begrippen eenvoudig uitgelegd...........................................................172
Last-minute leerblad........................................................................................... 174
De 20 dingen die ik als eerst zou leren:.............................................................178
,Hoofdstuk 1: Geest, gedrag en psychologische
wetenschap (Psychologie, de basis)
Psychologie is de wetenschap die gedrag en geestelijke (mentale)
processen bestudeert. Gedrag kun je van buitenaf waarnemen, terwijl
geestelijke processen zoals denken en redeneren intern plaatsvinden en niet
direct waarneembaar zijn.
Er zijn drie soorten psychologen. Experimentele psychologen doen vooral
onderzoek naar elementaire psychologische processen. Docenten psychologie
geven vooral onderwijs op het hbo en de universiteit. Toegepast psychologen
gebruiken psychologische kennis om problemen van mensen op te lossen. Zij
vormen ongeveer twee derde van alle psychologen.
Binnen de toegepaste psychologie bestaan verschillende specialisaties. Zo
houden arbeids- en organisatiepsychologen zich bezig met werk en
productiviteit, sportpsychologen met motivatie en prestaties van sporters en
schoolpsychologen met leren en lesgeven. Klinisch psychologen en
counselors helpen mensen bij moeilijke keuzes en sociaal-emotionele
problemen. Forensische psychologen werken met psychologische kennis
binnen het rechtssysteem. Omgevingspsychologen onderzoeken de relatie
tussen mensen en hun omgeving en gerontpsychologen richten zich op
ouderen en hun gezondheid en welzijn.
Psychologen onderzoeken onder andere hoe mensen denken, handelen,
beslissen, leren, zich ontwikkelen en met elkaar omgaan. Psychologie
wordt daarom op veel verschillende gebieden gebruikt, zoals reclame, politiek en
de geestelijke gezondheidszorg.
Een psychiater verschilt van een psycholoog doordat een psychiater een arts
en medisch specialist is. Een psychiater kan psychiatrische stoornissen
behandelen en medicijnen voorschrijven. Psychologen kunnen ook testen en
therapie gebruiken, maar mogen volgens deze leerstof geen medicijnen
voorschrijven.
Niet alles wat over gedrag en de geest gaat, is wetenschappelijke
psychologie. Pseudopsychologie bestaat uit niet-onderbouwde
psychologische aannames die als wetenschappelijke waarheden worden
gepresenteerd. Parapsychologie maakt gebruik van psychologie, maar valt
volgens de leerstof niet onder psychologie.
Bij psychologie is kritisch nadenken belangrijk. Je kunt hiervoor zes vragen
gebruiken:
1. Wat is de bron? → Is de bron betrouwbaar?
2. Is de bewering redelijk of extreem? → Klopt de bewering of is deze
overdreven?
3. Wat is het bewijsmateriaal? → Is er echt wetenschappelijk bewijs?
4. Kan de conclusie beïnvloed zijn door bias? → Is er sprake van een
vooroordeel of vertekening?
~1~
,5. Worden veelvoorkomende denkfouten vermeden? → Bijvoorbeeld de
denkfout dat correlatie automatisch causaliteit betekent.
6. Zijn verschillende invalshoeken nodig? → Soms moet je een probleem
vanuit meerdere kanten bekijken.
~2~
, Psychologie is belangrijk binnen de criminologie, omdat psychologische kennis
helpt bij het begrijpen van bijvoorbeeld criminaliteit, hersenen, IQ, psychische
stoornissen, waarneming, motivatie, emoties, persoonlijkheid, geheugen,
therapieën, leren en psychologische ontwikkeling.
Door de geschiedenis heen zijn verschillende ideeën over geest en gedrag
ontstaan. Er bestaan verschillende psychologische perspectieven, die ieder
hun eigen onderzoeksvragen en methoden hebben. Ook buiten Europa
ontstonden psychologische ideeën, bijvoorbeeld in Afrika en Azië. In de
middeleeuwen stelde de kerk dat ziel en geest losstaan van natuurwetten.
Psychologen kunnen gedrag vanuit zes verschillende perspectieven bekijken.
Elk perspectief heeft een eigen visie op de mens, een andere verklaring voor
gedrag en een eigen focus van onderzoek.
Biologisch perspectief: kijkt naar de invloed van hersenen, zenuwstelsel,
hormonen, biochemie en erfelijkheid op gedrag. Ook wordt gekeken naar
evolutionaire voordelen van gedrag.
Behavioristisch perspectief: ziet mensen als wezens die reageren op hun
omgeving en gedrag aanleren. Gedrag wordt bepaald door prikkels uit de
omgeving en eerdere gevolgen van gedrag.
Cognitief perspectief: ziet mensen als informatieverwerkers. De manier
waarop we ervaringen interpreteren wordt beïnvloed door mentale processen
zoals waarnemen, leren, geheugen en taal.
Whole-Person-perspectief: kijkt naar de hele persoon. Hierbij wordt onder
andere gekeken naar onbewuste conflicten, het zelfconcept, karaktertrekken en
temperament.
Ontwikkelingsperspectief: kijkt naar de veranderingen die mensen
gedurende hun leven doormaken. Hierbij wordt gekeken naar de
wisselwerking tussen omgeving en erfelijke invloeden.
Sociocultureel perspectief: ziet mensen als sociale wezens die altijd in een
sociale context moeten worden bekeken. Cultuur, sociale normen, verwachtingen
en sociaal leren spelen hierbij een belangrijke rol.
Moderne biologische perspectief
Het biologische perspectief zoekt de oorzaken van gedrag in het lichaam,
zoals genen, hersenen, het zenuwstelsel en het hormoonstelsel. De geest wordt
gezien als een product van de hersenen.
Descartes maakte onderscheid tussen de spirituele geest en het fysieke
lichaam. Hij was een rationalist, waarbij denken centraal stond.
Er zijn twee belangrijke variaties:
Neurowetenschap: onderzoekt hoe de hersenen mentale processen
zoals gedachten, gevoelens en herinneringen veroorzaken.
Evolutionaire psychologie: verklaart gedrag vanuit erfelijke neigingen
en aanpassingen die belangrijk zijn voor overleving en voortplanting.
~3~