• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 6 out of 76 pages
Summary

ARBR: Samenvatting gebasseerd op lesnotities + opdrachten. (GESLAAGD!)

Document preview thumbnail
Preview 6 out of 76 pages

Dit document heeft ervoor gezorgd dat ik geslaagd ben voor dit vak! Deze samenvatting behandelt de kernonderwerpen van Arbeidsrecht, met focus op arbeidsovereenkomsten en hun juridische kwalificatie. De stof omvat de vier bestanddelen van een arbeidsovereenkomst (overeenkomst, arbeid, loon, gezag), schijnzelfstandigheid, de criteria uit de Platformwet, en herkwalificatierisico's in risicosectoren zoals bouw en platformwerk.

Content preview

ARBEIDSRECHT:
Arbeidsovereenkomst:

●​ 4 bestanddelen (art. 2 en 3 AOW)
1.​ Overeenkomst
2.​ Arbeid
3.​ Loon
4.​ Gezag
●​ Werknemer = gezag
1.​ Werkgever is bevoegd om: leiding en instructies te geven, toezicht/ controle uit te
oefenen.
1.​ Opm. moet niet voortdurend zijn
●​ Zelfstandige = geen gezag

Overeenkomst:

●​ Opm. Een partij mag essentiële onderdelen van de arbeidsovereenkomst niet zomaar alleen
wijzigen, bv. de functie, arbeidsplaats of soms arbeidstijd.
●​ Zelfs als in het contract staat: “de werkgever mag essentiële voorwaarden eenzijdig

⚠️
wijzigen”, is zo’n beding nietig volgens art. 25 AOW.
●​ Zonder voorbehoud blijven werken, kan stilzwijgende aanvaarding van de wijziging.

Arbeid:

●​ Soort arbeid moet niet noodzakelijk bepaald zijn in arbeidsovereenkomst. (wel aangewezen
voor werknemer, anders kan werkgever soort arbeid wijzigen)

Loon:

●​ Niet betalen overeengekomen loon is strafbaar.
●​ Als geen loon bepaald of het onmogelijk is het bedrag van het loon te bewijzen, is alleen de
geldende minimumloonschaal van toepassing.
●​ Vrijwilliger = geen loon; kostenvergoeding mag wel. Wordt er eigenlijk loon betaald voor
arbeid, dan kan de relatie als arbeidsovereenkomst worden gekwalificeerd.
●​ Risico werkgever: overschrijdt een vrijwilliger de toegelaten vergoedingsgrenzen,
dan kan hij als werknemer worden beschouwd, met gevolgen voor
aansprakelijkheid/verzekering, sociale zekerheid, belastingen, uitkeringen en
mogelijke sancties.

Gezag:
Schijnzelfstandigheid:

●​ Iemand die als zelfstandige wordt voorgesteld maar die volgens de concrete uitvoering
eigenlijk onder gezag werkt en dus juridisch als werknemer moet worden beschouwd.
●​ Gevolg: mogelijkheid tot herkwalificatie.

Juridische vs. Economische afhankelijkheid:

●​ Juridische => Je werkt onder het gezag van iemand anders
●​ Economische => Financieel afhankelijk van één opdrachtgever




1

, Arbeidsrelatiewet - schijnzelfstandigheid:

●​ Neutrale criteria:
●​ = zaken waaraan je geen doorslaggevende betekenis mag geven bij de kwalificatie.
Je moet kijken naar de werkelijke uitvoering.
●​ Bv. Het hebben van een ondernemingsnummer, btw-nummer of facturen zegt
nog niets.
●​ Algemene criteria: art. 333 Platformwet—> Hoe?
●​ Kan de opdrachtgever hiërarchische controle uitoefenen?
●​ Wil der partijen zoals in overeenkomst
●​ Vrijheid van organisatie van de werktijd
●​ Vrijheid van organisatie van het werk
●​ Mogelijkheid tot hiërarchische controle

—> Samenloop van criteria bij beoordeling.

●​ Specifieke criteria:

​ Risicosectoren: ​

●​ Schijnzelfstandigheid komt vaker voor in deze sectoren, daarom—> bijzonder
weerlegbaar vermoeden.
●​ Risicosectoren (BBP LT VS): bouw, bewaking, platformwerk, landbouw, tuinbouw,
vervoer en schoonmaak.
●​ 9 sectorspecifieke criteria: art. 337/2 Programmawet

e.
●​ Financieel/economisch risico — investeert hij zelf en deelt hij in
winst/verlies?
●​ Financiële beslissingsmacht — beslist hij zelf over financiële middelen?
●​ Aankoopbeleid — beslist hij zelf wat hij aankoopt?
●​ Prijsbeleid — bepaalt hij zelf zijn prijzen?
●​ Resultaatsverbintenis — is hij verbonden tot een bepaald resultaat?
●​ Vergoeding — heeft hij een vaste/gewaarborgde vergoeding?
●​ Personeel — kan hij zelf personeel aannemen of zich laten vervangen?
●​ Eigen onderneming — presenteert hij zich als onderneming/heeft hij
meerdere opdrachtgevers?
●​ Materiaal/lokalen — werkt hij met eigen materiaal of eigen/gehuurde
bedrijfsruimte?

⚠️ Het is weerlegbaar: daarna kan je aan de hand van onder andere de 4 algemene criteria van
art. 333 aantonen dat de werkelijkheid anders is.

●​ Uber → vervoer = risicosector → art. 337/2 → bijzonder vermoeden →
daarna 4 algemene criteria art. 333 voor eventuele weerlegging.
●​ 8 platformcriteria: art. 337/3, §2 Platformwet
●​ Als minstens 3 vd. 8 of 2 vd. laatste 5 aanwezig = wettelijk vermoeden van
werknemerschap (= vermoeden arbeidsovk)!

​ ​ ​ 1. Exclusiviteit mbt werkterrein eisen.
​ ​ ​ 2. Geolokalisatie voor andere doeleinden dan de goede werking
basisdiensten.
​ ​ ​ 3. Wijze van vrijheid beperken (ivm. uitvoering werk)



2

,​ ​ ​ 4. Beperken van het inkomensniveau/prijszetting
​ ​ ​ 5. Dwingende gedrags-/werkregels
​ ​ ​ 6. Prioritering/rangschikking van opdrachten + elektronische controle
​ ​ ​ 7. Vrijheid om het werk te organiseren beperken,
​ ​ ​ 8. Eigen klanten/derden beperken

●​ ⚠️ Weerlegging mogelijk door: bewijs van reële zelfstandigheid: art. 337/3, §3
●​ = terug naar algemene criteria: art. 333 Platformwet
●​ vermoeden ≠ definitieve kwalificatie.
●​ Deliveroo: Opm. Gezag hoeft niet noodzakelijk door een menselijke manager te
worden uitgeoefend. Ook digitale/algoritmische organisatie en controle kan juridisch
relevant zijn.
●​ Arbeidshof Brussel op 21 december 2023: “= werknemer”
●​ Deliveroo → digitaal platform → art. 337/3 → 8 platformcriteria →
vermoeden → eventueel weerleggen via de 4 algemene criteria van art. 333.

Gevolgen kwalificatie als zelfstandige:

●​ Mogelijk geen opzegtermijn.
●​ Geen opdrachten = geen werk/inkomen.
●​ In principe vrijheid om opdrachten te weigeren.
●​ In principe vrije prijszetting.
●​ Vaak grote afhankelijkheid van het platform.
●​ Meer eigen risico en minder risicodekking.
●​ Minder collectieve actiemogelijkheden, al zijn CAO’s voor zelfstandigen mogelijk.

Gevolgen schijnzelfstandigheid:

●​ Zelf sociale bijdragen en bedrijfsvoorheffing betalen.
●​ Geen wettelijke opzegbescherming/-vergoeding.
●​ Geen gewaarborgd loon bij ziekte of ongeval.
●​ Geen quasi-immuniteit bij schade → meer aansprakelijkheidsrisico.

Link: art. 18 AOW:

●​ Bijzondere aansprakelijkheidsbescherming werknemer
●​ Bij uitvoering arbeidsovk enkel persoonlijk aansprakelijk voor:
●​ Bedrog/ opzet
●​ Zware fout
●​ Gewoonlijk voorkomende lichte fout
●​ Opm. Zelfstandige heeft wie werknemersbescherming niet!

Administratieve Commissie ter regeling van de arbeidsrelatie
​ •​ ​ ⁃​ Doet uitspraak bij onzekerheid over kwalificatie


Module 3: Soorten arbeidsovereenkomsten
1. AO? → overeenkomst + arbeid + loon + gezag
2. Aard? → arbeider / bediende / bijzondere categorie
3. Duur? → onbepaald / bepaald / bepaald werk / vervanging
4. Omvang? → voltijds / deeltijds
5. Uitvoering? → werkelijk gewerkte uren conform contract + wet?



3

,Vraag 1: Waaruit blijkt dat de gesloten overeenkomst een arbeidsovereenkomst is?

●​ 4 wezenskenmerken:
1.​ Overeenkomst
2.​ Arbeid
3.​ Loon
4.​ Gezag

​ ​ —> Bij twijfel: algemene criteria (wwoc)

●​ Arbeidsovk verplicht schriftelijk?
●​ Nee
●​ Art 12 AOW: kan mondeling —> consensualisme (wilsovereenstemming volstaat)
●​ Een gewone arbeidsovereenkomst kan mondeling geldig zijn én mag ook

⚠️
met getuigen bewezen worden.
●​ Uitzonderingen: wanneer wél een geschrift?
●​ art. 8.9, §1 BW → + €3.500
●​ Art. 9 AOW → AO voor bepaalde tijd of duidelijk omschreven werk;
●​ Art. 11bis AOW → deeltijdse AO;
●​ Art. 35 AOW → ontslag om dringende reden;
●​ Art. 22bis AOW → scholingsbeding.
●​ Hiërarchie van de arbeidsrechtelijke normen

​ Als verschillende rechtsbronnen elkaar tegenspreken, gebruik je art. 51 CAO-wet:
​ ​ 1) Dwingende bepalingen van de wet
​ ​ 2) Algemeen verbindend verklaarde CAO's (NAR/ PC/ PSC)
​ ​ ​ → Alle wg’s en wn’s binnen het toepassingsgebied moeten ze naleven.
​ ​
​ ​ 3) Niet-algemeen verbindend verklaarde cao’s wanneer WG ondertekend heeft
of aangesloten is bij Buitondertekenende organisatie (NAR / PC / PSC / OR)
​ ​ 4) Schriftelijke individuele arbeidsovereenkomst
​ ​ ​ → In jouw contract staat schriftelijk: €3.000 loon per maand.
​ ​ 5) Niet algemeen verbindend verklaarde cao’s gesloten in paritair orgaan,
wanneer WG onder paritair orgaan valt maar niet aan vwn 3. is voldaan.
​ ​ 6) Arbeidsreglement
​ ​ ​ → Daarin staat bv. wanneer de werkdag begint en eindigt.
​ ​ 7) Aanvullende bepalingen wet
​ ​ ​ → De wet geeft een regel, maar partijen mogen ervan afwijken. Als ze niets
regelen, geldt de wettelijke regel.
​ ​ 8) Mondelinge arbeidsovereenkomst
​ ​ ​ → Werkgever zegt mondeling: “Je mag elke vrijdag thuiswerken.”
​ ​ 9) Gebruik
​ ​ ​ → In het bedrijf bestaat al jarenlang een vaste gewoonte.

⚠️
​
Er geldt niet zomaar een algemeen principe dat je altijd de voor de werknemer gunstigste regel
kiest. Je moet eerst de hiërarchie van art. 51 CAO-wet toepassen.
Vraag 2: Welke soort overeenkomst is het voor wat betreft de aard van het werk? Waaruit blijkt
dit?

●​ Soort werk:

​ → Arbeider
​ ​ → huisarbeiders



4

,​ ​ → dienstboden
​ → Bediende
​ ​ → handelsvertegenwoordigers
​ → Student
Studentenarbeid: art. 121 AOW

●​ Vermoeden van arbeidsovereenkomst;
●​ overeenkomst moet schriftelijk;
●​ daarna bepaal je volgens de gewone regels welk type AO het is:
●​ arbeider;
●​ bediende;
●​ handelsvertegenwoordiger;
●​ dienstbode.

​ ⚠️600 uren per kalenderjaar
​ Flexi-job:

●​ parafiscaal voordelig;
●​ geen opbouw van sociale rechten;
●​ enkel naast een ander hoofdberoep;
●​ raamcontract + arbeidsovereenkomst per oproep;
●​ snel inzetbaar.

Arbeider vs. bediende:
​ Art. 1978 AOW: onder één wet, maar nog steeds verschillende regeling:
​ → Arbeider (art. 2 AOW)
​ ​ = handarbeid tegen loon en onder gezag van een wg.
​ ​ Bv. chauffeur, inpakker, magazijnier, schoonmaker, broodjes maken/afwas,
ijsjes/wafelkraam, (hulpkelner PC 302 horeca).
​ → Bediende (art. 3 AOW)
​ ​ = hoofdarbeid tegen loon en onder gezag van een wg.
​ ​ Bv. administratieve ondersteuning, cashier, cabin crew, paralegal, logistieke
ondersteuning, verkoper, bijlesgever, onthaalmedewerker, sales assistant, pr medewerker, (hulpkelner
PC 200 catering).

●​ Sterk verschil in opzegtermijn (bedienden veel langer dan arbeiders)
●​ Voordeligere ziekteregeling voor bedienden (geen carensdag)

​ ↪ Eenheidsstatuut:

●​ Arbitragehof 8 juli 1993, nr. 56/93 → verschil in opzegtermijn en carensdag strijdig
met gelijkheidsbeginsel;
●​ GwH 7 juli 2011, nr. 125/2011 → wetgever krijgt deadline;
●​ GwH 18 december 2014 → willekeurig ontslag enkel voor arbeiders strijdig met
gelijkheidsbeginsel.

​
​ Vanaf 1 januari 2014 kwam de Wet Eenheidsstatuut (WES 2013):

●​ harmonisatie opzegtermijnen;
●​ afschaffing carensdag;
●​ afschaffing proeftijd.




5

, ​ Daarnaast:
​ ​ CAO nr. 109 van 12 februari 2014 → bescherming tegen kennelijk onredelijk ontslag

⚠️
voor zowel arbeiders als bedienden.
​ Maar het onderscheid bestaat nog steeds: aparte titel in AOW:

●​ Andere regeling voor vakantiegeld, gewaarborgd loon, overgangsbepalingen
opzegtermijn, tijdelijke economische werkloosheid.
●​ Enkel voor arbeiders: technische stoornis, weerverlet.

Handelsvertegenwoordiger: Titel IV AOW:
​ Definitie – art. 4, lid 1 AOW
​ Een handelsvertegenwoordiger:

●​ is werknemer;
●​ spoort en bezoekt cliënteel;
●​ met het oog op onderhandelen en sluiten van zaken;
●​ voor rekening en in naam van opdrachtgever;
●​ tegen loon;
●​ onder gezag.

​ Het gaat in hoofdzaak om hoofdarbeid → bediende.
​ → Bv. Youssef werkt voor Coca-Cola en bezoekt cafés en restaurants om hen
Coca-Cola-producten te verkopen.
​ Art. 88 AOW:
​ → De werknemer moet bewijzen dat handelsvertegenwoordiging zijn hoofdopdracht is.
​
​ Art. 4 lid 2 AOW - vermoeden:
​ → Handelsvertegenwoordiger = veel onderweg is, gezag moeilijker zichtbaar.
​ Daarom: vermoeden van arbeidsovk:
​ ​ wn hoeft ondergeschiktheid niet te bewijzen
​ ​ ​ → wg moet bestaan geen ondergeschiktheid aantonen.
​ Loon handelsvertegenwoordiger:
​ Art. 89 AOW: mogelijkheden:

●​ vast loon;
●​ commissieloon (bv. percentage per verkoop)
●​ of combinatie van beide.

​
​ Art. 90 e.v. AOW: bijzondere regels voor commissieloon.
​ ​ Bv: €2.000 vast loon + 5% commissie op iedere verkoop.
​
​ Art. 101 AOW: uitwinningsvergoeding bij einde AO, onder voorwaarden waaronder:

●​ minstens 1 jaar dienst; vanaf 3 maanden loon.

​
​ Art. 65 AOW: gewone regeling concurrentiebeding voor arbeiders/bedienden;
​ de regeling voor handelsvertegenwoordigers wijkt hiervan af (bijzondere regels)
Dienstbode: Titel V AOW:
Hoodzakelijk = huishoudelijke handarbeid voor de huishouding van de werkgever of zijn gezin.
Bv.: kok/kokkin, poetsvrouw, nanny in particuliere dienst.
Niet:



6

Document information

Study
Uploaded on
September 10, 2026
Number of pages
76
Written in
2025/2026
Type
Summary
$12.66

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Sold
47
Followers
0
Items
31
Last sold
4 weeks ago




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions