Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 64 pages
Class notes

College aantekeningen Schenk Erf en Overdrachtsbelasting II (JUR-4SCHENKERF2)

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 64 pages

College aantekeningen van het vak Schenk Erf en Overdrachtsbelasting II (JUR-4SCHENKERF2)

Content preview

Schenk-, erf- en overdrachtsbelasting II hoorcollege
Hoorcollege 1 – Art. 10 SW en turbotestament
Iedere week de betreffende pagina’s uit de Wegwijs lezen!!! We gaan nu alles doen over de
onderneming in ruime zin.

Inleiding
We hebben in de bachelor art. 10 SW gehad met transacties tijdens het leven. Nu gaan we er
veel dieper op in  we gaan doen alsof erven, erven is. Art. 10 SW staat in het erfrecht. De
Tilburgers zijn de fictiebepalingen los gaan laten op uiterste willen en dit is al erfrecht
‘krachtens erfrecht verkregen’.
We laten deze fictie los op onder andere ik-opa-testamenten.

Daarna krijgen we de overdrachtsbelasting, art. 15 lid 1 sub a WBR (als art. 10 SW is
afgerond). De omzetbelasting is ook van belang als het om onroerend goed gaat. Daarna krijg
je art. 15 lid 1 sub e, f, h WBR. Ook BV’s verkrijgen onroerende zaken of een eenmanszaak die
wordt ingebracht in een BV.
Als je van BV 1 naar BV 2 gaat en er zit nog onroerend goed in, dan kijk je naar sub h.

Ook kijken we naar art. 4 WBR. Een aandeel in de BV is een fictieve onroerende zaak. Het is
een fictie. Hier is dus overdrachtsbelasting verschuldigd. Die aandelenoverdracht is een
verkrijging van onroerende zaken.

Na de herfstvakantie gaan we het hebben over de bedrijfsopvolging (art. 35f SW). Hier komt
ook een stukje Wet IB en AB bij.

 Het zijn dus eigenlijk twee tentamens.

Art. 10 SW uitgebreid
De klassieke art. 10 SW
Er wordt een huis overgedragen van A naar B. We spreken van omzetten. De truc is dat ouder
A zich het vruchtgebruik voorbehoudt en het pand wordt overgedragen aan het kind B. B
verkrijgt een onroerende zaak, maar de ouder blijft wonen, die blijft genieten.
 Art. 3:203 BW: vruchtgebruik vererft niet. Het vruchtgebruik eindigt bij het overlijden.
Het gaat dus niet naar de erfgenamen. Een stiefmoeder die vruchtgebruik heeft, gaat
dus niet naar haar eigen kinderen.
 Art. 1 SW: alleen belast bij overlijden is hetgeen ‘krachtens erfrecht is verkregen’.

Op het moment dat de langstlevende echtgenoot overlijdt en stel ze heeft alleen het
vruchtgebruik van dat pand, is er geen fiscale verkrijging. Het vruchtgebruik gaat dus in rook
op bij overlijden.
MAAR in 1897 zei men: dan zou iemand zich eenvoudig van de erfbelasting kunnen ontdoen.
Er kan dus bij overlijden geen erfbelasting geheven worden. DUS werd hier iets aan gedaan.
Zo zijn de ficties in de SW ontstaan. We gaan bij deze transactie ‘doen’ alsof er een
erfrechtelijke verkrijging kan worden bij het overlijden van A. Maar in beginsel zie je geen
erfrechtelijke verkrijging. De ficties mag je niet oprekken.

,Als A overlijdt, is er geen erfbelasting verschuldigd, dus we gaan doen alsof. Wat zou je
verwachten en wat is uiteindelijk de techniek geworden? In de fictie doen we alsof
vruchtgebruik wel vererft. Maar in de letterlijke tekst van art. 10 SW staat ‘al wat’. Dus we
heffen over al wat bij de ‘pijl’ betrokken is geweest. Het gaat om het object van de
rechtshandeling.
 Ten koste van  afkomstig uit het vermogen van A. We doen bij het overlijden van A
alsof het hele pand een verkrijging krachtens erfrecht is.

Dit geldt wel alleen maar voor de verdachte familieclub (art. 10 lid 4 SW). Dus niet als je dit
doet met bijv. een vriendin. Zie hiervoor ook art. 1a SW. Anders schrijf je op dat A en B wel in
de verdachte familieclub zitten.

 Conclusie: het huis wat overgedragen is met een rechtshandeling is geen verkrijging
krachtens erfrecht geweest, maar we doen bij het overlijden bij A, dat die onroerende zaak
alsnog vererft.

Als B een koopsom heeft betaald, gaan we naar art. 7 SW. Voor alle ficties mag je met een
economische bril kijken. Het hele huis wordt belast, maar als er al iets bedongen was of
opgeofferd, dan mag dit in mindering worden gebracht.

Veel ouders hebben op advies van notarissen gewacht met kwijtschelden. Er werd betaald
met een soort geldlening op papier. Als jij later gaat kwijtschelden, is het ook niet meer
bedongen of opgeofferd. Dit heeft de HR heel streng gezegd op 10 oktober 2014.
 Art. 7 lid 2 en 3 SW: je mag er een rente bij tellen bij hetgeen is bedongen, 6%
enkelvoudig erbij tellen.

Wat mag je dan wel aftrekken van de al wat? Hetgeen is bedongen of opgeofferd.

Naar welke waarde betaal je dan belasting over dat huisje? We doen alsof hij dat huis geërfd
heeft. Je kijkt naar de waarde in het economisch verkeer (art. 21 lid 5 SW: Je betaalt de
waarde van nu).

Maar alle panden die voor 2010 zijn overgedragen, mogen nog steeds uitgaan van de waarde
van destijds. Maar die moeten o.g.v. de step up regeling een beetje erbij tellen  de waarde
van 2010 tot het moment van overlijden.

Wil je geen genot, dan betaal je jaarlijks een rente van 6% daadwerkelijk (art. 10 lid 3 SW).
Maar betaalt hij maar 5%, dan ben je al gelijk aan het genieten. ‘Een beetje genot, is ook
genot’.
Je kunt de rente ook kwijtschelden, maar doe dit niet gelijk want in lid 1 staat ook: ‘een
samenstel van rechtshandelingen’. En dan gaat het niet op.

Art. 10 SW toegepast op testament
Op masterniveau naar art. 10 SW kijken. We gaan naar de testamentenwereld. Meneer A
overlijdt, en we hebben een moeder B de genieter/vruchtgebruiker, en het kind C wordt
blooteigenaar.

,We hebben de testamentenmaker, meneer A. Die heeft een eigen vermogen namelijk 100.
Hiervan geeft hij het vruchtgebruik aan B. Vruchtgebruiker kan ook vervreemdings- en
verteringsbevoegdheid hebben.

Vader zegt in zijn uiterste wil, moeder krijgt het vruchtgebruik van mijn 100. HR 19 juni 2009
 gaat over het turbotestament. Vader A gaat in zijn testament ook nog zetten, naast het
gewone vruchtgebruik van mijn 100, mevrouw B als ik er niet meer ben, , dan verplicht ik jou
om jouw huis (gehuwd in koude uitsluiting) over te dragen aan kind C. Moeder B, jij krijgt dan
het vruchtgebruik van het huis.
 Het overlijden van A is het eerste overlijden.
 Maar de fiscale stunt, speelt bij het tweede overlijden.

Moeder heeft het vruchtgebruik en dit vererft niet. Dus in de nalatenschap van moeder zit
het blooteigendom van de 100 en ook het blooteigendom van het huis.

 Het kan zijn dat er een gemeenschap van goederen is. Dan is het iets minder zuiver dan bij
een koude uitsluiting. Bij een gemeenschap van goederen gaat het dan om een half huis en
niet om een heel huis.
Ook kan het zijn dat niet de vader eerst doodgaat, maar de moeder.

Kan meneer A in zijn uiterste wil het pand toe laten komen aan C, ook al is het pand van zijn
echtgenoot (koude uitsluiting)? Kan hij dit pand legateren?
Je hoeft GEEN eigenaar te zijn van spullen om een uiterste wil te maken (art. 4:117 en 4:113
BW).
 Art. 4:117 BW: je hebt iemand een vorderingsrecht toegekend. Er staat nergens dat je
eigenaar hoeft te zijn. Dat zien ze wel bij mijn overlijden. Als ze zo stom zijn om zuiver
te aanvaarden, hangen de verplichtingen aan hun broek als erfgenamen.
 Art. 4:130 BW: ook kun je een testamentaire last maken. Er is dan een verplichting
uitgedeeld.

Vader A heeft op het huis van zijn echtgenote een verplichting gelegd, om dat bij overlijden
van A al over te dragen aan C. Dan is er al erfbelasting verschuldigd over het huis. Dan is er
erfbelasting over het blooteigendom verschuldigd. Dit is bij het eerste overlijden.

Maar wat op het moment dat moeder overlijdt. Dit kan nooit art. 10 SW zijn? Er is wel genot,
maar een testament kan nooit art. 10 SW zijn. Wat missen we hier? Degene die de
rechtshandeling verricht, is meneer A die al is overleden, hij maakt de uiterste wil.
Vruchtgebruik vererft niet dus op zich geen art. 10 SW. Het testament en art. 10 SW kwam
niet samen.

Nu kwam het Turbotestament-arrest  hoe kwam Tilburg/HR op art. 10 SW? Mevrouw B is
de genieter bij tweede overlijden, maar we hebben niet mevrouw B de testamentenmaker.
Zie je actie bij mevrouw B, na het overlijden van A? A heeft de verplichting opgelegd tijdens
zijn leven, dus de woning is al overgedragen. Het gaat om dat moment van overlijden van A,
is dan art. 10 SW van toepassing? Het staat in de uiterste wil van A. Speelt dan art. 10 SW
een rol? De feitelijke uitvoering is pas bij overlijden van B.

, De HR zegt dat het gaat om het ‘aanvaarden van de uiterste wil’. Het moment dat mevrouw
het testament van meneer aanvaard EN uitvoert, ten laste van haar vermogen. Dit woord
bestond toen nog niet in art. 10 SW. Ze hadden eigenlijk ten koste van (afkomstig uit) moeten
gebruiken.
De HR gebruikt dan: misschien kom je er niet met ten koste van, dus hebben ze ten laste van
eraan toegevoegd. In de rechtsregel staat dus iets anders dan de wettekst van destijds. Nu
staat wel in de wettekst ten laste van, maar dit betekent iets economisch. Je voelt het in je
portemonnee.
Misschien hebben ze willen zeggen dat deze casus art. 10 SW is, omdat het een
testamentaire last is. Mevrouw B moet uit haar eigen vermogen een testamentaire last
brengen.

Dit vind je terug in art. 10 lid 5 en 6 SW. Als je de rechtsregel heel letterlijk ging uitleggen,
dan was bijna iedere testament art. 10 SW en dit was niet de bedoeling. Constructies als het
turbotestament waren sowieso belast, dat was duidelijk.
Maar bijv. het ik-opa-testament is net weer anders. We gaan alle uiterste willen bekijken.

Document information

Study
Uploaded on
September 10, 2026
Number of pages
64
Written in
2025/2026
Type
Class notes
Professor(s)
B. schols
Contains
All classes
$10.03

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
10
Followers
0
Items
18
Last sold
2 months ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions