Theorie: 10 punten
Oefeningen: 10 punten
De hier onderstaand aangegeven punten worden herleid.
VRAAG 1:
VEELVOORKOMENDE FOUTEN/ ONVOLLEDIGHEID BIJ VRAAG 1:
● Meestal wordt de basis van het antwoord gegeven zoals: 4.150 BW, Art. 2.3.19 en
2.3.22 BW, maar is het antwoord niet volledig.
A) Kan de inkorting van een gift in natura gebeuren, en zo ja, in welke gevallen? Geef
daarbij telkens nauwkeurig de juiste rechtsgrond aan. (4p)
Op grond van art. 4.150 BW gebeurt de inkorting in principe in waarde. Hierop bestaan
echter drie uitzonderingen waarbij de inkorting in natura kan gebeuren:
1. Geschonken en gelegateerde goederen die aan inkorting onderworpen zijn: in
de wettelijk bepaalde gevallen kan de inkorting van deze goederen in natura
plaatsvinden.
2. Concrete reserve van de langstlevende echtgenoot: wanneer een inkorting in
natura noodzakelijk is om de langstlevende echtgenoot zijn concrete reserve te
laten verkrijgen, kan dit zowel betrekking hebben op geschonken als
gelegateerde goederen.
3. Legaat aan een niet-erfgenaam: wanneer de inkorting betrekking heeft op een
legaat aan een niet-erfgenaam, kan de inkorting in natura gebeuren. Deze
uitzondering geldt enkel voor legaten en niet voor schenkingen.
B) Bespreek het statuut van beroepsgoederen in het wettelijk stelsel. Geef daarbij
telkens nauwkeurig de juiste rechtsgrondslag aan. (3p)
Het wettelijk stelsel bevat een bijzondere regeling voor beroepsgoederen, op grond van
art. 2.3.19 en 2.3.22 BW.
Wanneer beroepsgoederen tijdens het huwelijk met gemeenschappelijke middelen
worden aangekocht, wordt een onderscheid gemaakt tussen titre en finance. De titre of
het recht op het goed is eigen aan de echtgenoot die het goed beroepsmatig gebruikt,
terwijl de finance, namelijk de vermogenswaarde van het goed, tot het
gemeenschappelijk vermogen behoort.
Deze regeling geldt slechts onder bepaalde voorwaarden. Ten eerste moet het
beroepsgoed tijdens het huwelijk met gemeenschappelijke middelen zijn verkregen.
Werd het goed reeds vóór het huwelijk verkregen of tijdens het huwelijk met aantoonbaar
eigen middelen, dan is de bijzondere regeling niet van toepassing. Volgens de gewone
regels van het wettelijk stelsel is het goed dan volledig eigen, met inbegrip van zijn
vermogenswaarde.