H1
Het is bijna onmogelijk om vraag en aanbod altijd perfect op elkaar af te
stemmen, maar succesvolle bedrijven blijven er wel continu naar streven.
H2
Processen: een proces is een reeks activiteiten die input accepteert en
output produceert. Kan op geaggregeerd niveau worden gedefinieerd.
Input-transformatie-outputmodel
Procesprestaties:
Flow units: stromen door het proces, beginnend als input en later
vertrekkend als output
Metingen:
I Inventory (WIP): voorraad = hoeveel flow units zich in het proces
bevinden
T Flow time: Doorlooptijd = totale tijd dat een stroomeenheid zich in het
proces bevindt. (1.5 uur voor klant 4)
R Flow rate: Doorloopsnelheid = snelheid waarmee flow units het proces
binnenkomen of verlaten. (11 klanten per dag) is COGS
Little’s law:
WIP = gemiddelde flow rate x gemiddelde flow tijd voor inventory
Inventory turns: voorraadomloopsnelheid
Inventory turns = COGS / WIP
Inventory costs:
Per- unit inventory costs = annual inventory cost / annual inventory turns
Komt in de toets!!!
Inventory types:
1. Pipeline inventory: basisvoorraad waarop het proces draait. Komt
door de tijd die een flow unit in het proces moet doorbrengen.
minder flowtijd is minder pipeline inventory.
2. Seasonal inventory: gemaakt omdat de capaciteit niet flexibel is en
de vraag varieert.
, 3. Cycle inventory: betekent dat het soms voordeliger is om meerdere
eenheden tegelijk te verwerken, zodat je kunt profiteren van
schaalvoordelen in de operatie
4. Decoupling inventory: Voorraad tussen processtappen kan dienen als
buffer. Zo’n
voorraadbuffer maakt het mogelijk voor het management om
stappen los van elkaar uit te voeren
5. Safety inventory: stochastische vraag betekent dat we te maken
hebben met onzekerheid in de vraag. Dat is vooral een groot
probleem in winkels of bij fabrikanten die met eindproducten
werken. Voorraad kun je hier zien als een manier om je te
beschermen tegen de onzekerheid in de vraag.
Product-process matrix:
H3
Process capacity: de maximale flow rate die een proces kan leveren.
- Eerst bepaal je de capaciteit van elke processtap = de maximale
flow rate (R) per processtap
- Je kunt elke tijdseenheid kiezen die je wilt, maar je moet consequent
zijn
- = de bottleneck
Utilization = Flow rate / capacity
Implied utilization = demand / capacity
- Is niet afhankelijk van hoe de stroomeenheid wordt gedefinieerd,
zolang alle vraag en capaciteit worden gedefinieerd met dezelfde
stroomeenheid
Hoorcollege 3,