RAYMAEKERS
HOOFDSTUK 0: INLEIDING
1. EEN EERSTE ORIËNTATIE
1.1. TERMINOLOGISCHE VERDUIDELIJKING
Een etymologische aanloop
om over het goede voor individu en gemeenschap te spreken gebruikt men substantieven die
teruggaan op een drietal wortels
Moraal – moreel – moraliteit : Latijnse wortels
Sommige uitdrukkingen zijn met elkaar verbonden en worden door elkaar gebruikt
Ethos – ethisch – ethiek : Griekse wortels
Zeden – zedelijk – zedelijkheid : Germaanse wortels
adjectieven: min of meer hetzelfde, substantieven: verschillende niveaus van reflectie
Bron: het Grieks
Ons denken is nog steeds bepaald door wat de Grieken dachten
2 woorden die dezelfde betekenis lijken te hebben
1. Ethos1: verblijfplaats van dieren (cfr. ethologie), vandaar gewoonte, zede, gebruik; een geheel van
regels en gedragsvormen eigen aan een groep (cfr. Habitude-habiter, moeurs-demeurer)
datgene wat een groep gemeenschappelijk heeft, de normen en de waarden in die groep,
omgeving waarin we ons goed voelen
ethiek gaat niet uitsluitend over wat mag en wat niet mag
sociaal, collectief, cultuur
2. Ethos2: karakter, gezindheid, grondhouding
innerlijke overtuiging
3. Ethnos:: groep levende wezens, kudde dieren of een groep mensen, volk, natie
de 3 zijn verwant door verband tussen een sociale groep zijn verblijfplaats en zijn levensgewoontes
wonen- gewoonte, habitude-habituer (in elke taal terug te vinden )
Zeden, moraal, ethos: neutrale en beschrijvende betekenis
Zedelijkheid, moraliteit: normatieve, evaluatieve betekenis verwijzen naar zedelijke normen of
idealen die in het handelen (niet) bereikt worden
Ethiek is een samenstelling van:
1. ethos 1(moraal): een objectief beschrijfbaar systeem van gedragsregulering mbt wat goed of
slecht is, geoorloofd of verboden bij individu of groep
karakteriseert de groep en je voelt je hier als individu in thuis of net niet
2. ethos 2 (moraliteit): hier wordt de klemtoon gelegd op het kwalitatief niveau of gehalte van
handelen en handelingsbewustzijn
standpunt van het subject
bv in hoeverre moet het recht rekening houden met gewetensbezwaar
ethiek = een sytematisch-kritische reflectie over moraal en moraliteit
1
,Praktische wijsbegeerte vs theoretische wijsbegeerte
Praktische wijsbegeerte/ethiek: handelt over zedelijke begrippen en gedragingen, over wat goed en
kwaad is
o Weten omwille van het handelen, ze wil onze praxis met de werkelijkheid en of die WH zelf
verbeteren
o Werkelijkheid zoals ze zou moeten zijn, WH onder het aspect van het goede, wat nog niet is,
maar moet zijn
o Sollen - Ought
Theoretische wijsbegeerte: weten om het weten, ze willen onze kennis vermeerderen zonder zich
om directe bruikbaarheid of toepassing ervan te bekommeren
o De werkelijkheid weer zoals ze is als voorwerp, WH onder aspect van het ware, van wat is
o Sein – Is
VORMEN VAN ETHIEK
1. DESCRIPTIEVE/BESCHRIJVENDE ETHIEK/MORAALWETENSCHAPPEN
= brengt het morele veld in kaart en probeert te beschrijven hoe mensen zich gedragen en
waardoor ze zich laten begeleiden in hun gedrag en proberen dit vaak wetenschappelijk te
verklaren
zowel historisch als actuele oogpunten
evalueert in principe de beschreven morele systemen niet
risico: onbewuste morele aannames gebruiken
Vaak terug te vinden in menswetenschappen
bv psychologie leert ons iets over de motieven waarom mensen dingen doen
Case: L. Kohlberg (het Heinz-dilemma)
Hij gebruikte hiervoor morele dilemma’s
hij kon zoveel mensen bevragen omdat hij gelinkt was aan het Amerikaanse leger
door een dilemma aan veel personen te stellen kreeg hij een typologie
Heinz werkt als assistent in een apotheek en hij verneemt dat er een nieuw medicijn is uitgevonden
om een bepaald geval van kanker te genezen. Zijn vrouw is ernstig ziek en zij zou hierdoor
geholpen zijn. Dit medicijn is echter heel duur, waardoor hij dit normaal niet zou kunnen kopen.
Vindt u het geoorloofd is om dit medicijn mee naar huis te nemen voor zijn vrouw of niet
Op basis van empirisch onderzoek keek hij hoe de morele ontwikkeling van mensen tot stand kwam
en ontdekte dat er 3 verschillende stadia van morele ontwikkeling waren
1. Pre-conventionele niveau: gedrag gericht op vermijden van een straf
I. Regels volgen uit gehoorzaamheid tov autoriteiten
omdat mama en papa dit zeggen
II. Goed is eigenbelang volgen
2. Conventionele niveau: sociale erkenning door conformiteit
ik tel mee omdat ik doe wat er van mij gevraagd wordt
I. Goed is de verwachtingen van anderen vervullen en loyaal zijn
II. Goed is de wetten respecteren zijn plichten vervullen
3. Postconventioneel: zich richten op algemene morele principes vanuit het oog voor algemeen
maatschappelijk belang of vanuit inzicht in de geldigheid van algemene morele principes
I. Zich houden aan onderlinge afspraken en vermeerdering van het nut voor zoveel mogelijk
mensen
II. Goed is het volgen van autonoom gekozen, universele rechtvaardigheidsprincipes
Zijn conclusie: mannen objectief gemeenschappelijk hoogstaander waren dan vrouwen
2
, o Vrouwen kwamen gemiddeld tot stap 4, mannen tot stap 6
o Dit gaat in tegen onze spontane opvattingen
Zijn onderzoek ligt aan de basis van feministische kritiek
Hij gebruikt een impliciete opvatting over wat moreel goed is
= het moraal goede bestaat uit het volgen van autonoom gekozen universele principes
dit kan je obv onderzoek niet zeggen
Is het niet beter dat mensen zich inzetten voor concrete individuen dan algemene principes
2. NORMATIEVE ETHIEK/MORAALFILOSOFIE
= filosofische reflectie op het morele die op zoek gaat naar de legitimering van de morele normen
gaat over de vraag: waar komen onze normen vandaan/waar zijn die op gebaseerd
wil een redelijke verantwoording geven van de normen en fundamenten van een bepaalde moraal,
waarbij redelijk breder is dan het strikt wetenschappelijk-rationele
Algemene en bijzondere ethiek
Algemene: bestudeert de normatieve en meta-ethische problemen in hun algemeenheid, zonder
specifieke situaties
o Individuele ethiek
Menselijke handelen, legitimerende normen en funderende beginselen van een individu,
over zijn individueel geluk
Ethiek van lichamelijkheid, seksuele ethiek, morele verantwoordelijkheid, …
o Sociale ethiek
Menselijke handelen als een gemeenschapswezen, de mens zoals hij leeft in een wereld
van dingen/anderen/…
Ethiek van liefde, van de arbeid, …
Bijzondere/toegepaste: brengt algemene principes in verband met bijzonder situaties
3. META-ETHIEK
= analyseert de taal van de normatieve ethiek in haar semantische en logische aspecten
= 2de-moraalfilosofie: taal over een ethische taal
reflectie van de wijze waarop in de ethiek geredeneerd
2 richtingen die van belang zijn
i. Logica
zijn logische regels in morele uitspraken op dezelfde manier van toepassing als in een
redenering
ii. Semantiek
de betekenis van woorden
bv het woord onnozel is vandaag niet positief, in het middeleeuws Nederlands betekende dit
onschuldig
betekenissen verschuiven
Deel 1. Basisthema’s uit de ehtiek
HOOFDSTUK 1: PROBLEMEN VOOR EEN NORMATIEVE ETHIEK
Schets ethiek kan niet zonder de moeilijkheden van de normatieve ethiek in kaart te brengen
Hachelijke onderneming je kan geen afstand nemen van je tijd
Doordat we deel zijn van onze tijd, kunnen we grote lijnen moeilijk onderscheiden
3
, 1. LEGITMERINGSCRISIS
het is niet zo makkelijk om te tonen waarop ethiek gebaseerd is
1.1. DE PARADOX VOOR EEN ACTIELE ETHIEK
De hedendaagse normatieve ethiek heeft te maken met een paradox (= een schijnbare tegenstelling,
ziet eruit als een tegenstelling, maar is in feite oplosbaar)
Hedendaags vaak verwezen naar ‘morele crisis’ (naast economische, politieke, culturele crises)
= een crisis volgend uit een morele beleving
Wat wordt er niet bedoeld met een morele crisis:
een louter aantasting van traditionele moraalcodex
‘vroeger was het beter’
o nieuwe wetenschappelijke inzichten/wijzigende elementen waarden onderhevig aan
verandering
betekent ook dat mensen hiermee om moeten kunnen risico op fundamentalisme
de wereld wijzigt zo snel dat mensen dreigen af te haken
wat altijd zo geweest is lijkt in voortdurende beweging te zijn
bv. bij 80+ is de digitale kloof hoog, ze kunnen niet die wij als normaal beschouwen
o het ontbreken van een dergelijke herformulering
een ruime context blijkt te bestaan over een aantal ethische grondovertuigingen
dat we vandaag niet zouden beschikken over wat we als moraal goed beschouwen, want
deze lijsten bestaan
term voor wat wij als waardevol beschouwen: fundamentele verklaring van de rechten van
de mens
De crisis moet worden bekeken als een legitimeringscrisis de grondslag van normativiteit lijkt ter
discussie te staan
Feitelijke consensus niet gerechtvaardigd vanuit objectieve grondslag
De paradox wordt vaak aangeduid als de paradox van Apel (Duitse ethicus):
„Een universele, dwz. Intersubjectief (=voor alle mensen) geldige ethiek op basis van solidaire
verantwoording schijnt tegelijk noodzakelijk en onmogelijk te zijn‘“
1. Noodzakelijk: problemen zijn wereldomvattend. Voor het eerst wordt de mens geconfronteerd met
een planetaire verantwoordelijkheid. Wetenschap en technologie hebben effecten die dehele
mensheid raken.
Vb 1986 Tsjernobyl: de wolk met nucleaire deeltjes werd door de wind naar hier geblazen
o De weermannen op tv kregen de instructie om dit niet door te vertellen, omdat mensen anders
in paniek zouden slagen deze nucleaire wolk was hoog technische technologie
Vb. kapping Regenwoud
2. Onmogelijk: die intersubjectieve geldigheid blijkt precies mogelijk als positief-
wetenschappelijke objectiviteit. Alles wat verbonden is met waarden en normen dreigt terecht te
komen op het terrein van de irrationaliteit
o De taal van wiskunde zegt niets, want is formeel leeg en is altijd waarom omdat ze leeg is,
ethiek is niet leeg en heeft inhoud
Daarin ligt de paradox: diezelfde kracht waarmee we die hele technologische evolutie op
gang hebben gebracht, houdt ook een aantal elementen in zich die de universaliteit lijkt te
betrekken mbt tot universele ethiek
de reden waarom we vandaag nood hebben aan een ethiek, is ook de reden dat het niet
kan
4