Waaromleren.nl
Uitreksel: Sociology – A Global Introduction
Macionis and Plummer 2005
Hoofdstuk: 1, 2, 4 t/m 12, 14, 15, 16, 17, 18, 21, 23
Website: www.waaromleren.nl
Boek: Sociology – A global introduction
,Hoofdstuk 1 – The Sociological Imagination
Wat is sociologie: de wetenschap van de samenleving, het samenleven t.b.v. wetenschappelijke en
toegepaste kennis. Ofwel de systematische en wetenschappelijke studie van de maatschappij.
Wetenschap: kennis moet aantoonbaar en controleerbaar zijn ( dus methoden en onderzoek is van
groot belang ).
Samenleven: samenleven begint bij aanwezigheid van minimaal 2 mensen.
Kracht van sociologie: het toont aan hoe sterk sociale factoren op vele verschillende wijze
meespelen in een samenleving.
Algemene kenmerken van een groep / samenleven:
- Modus hoe beslissingen worden genomen
- Onder en bovenschikking ( ongelijkheid )
- Gezamenlijk produceren ( bv. Materieel product, veiligheid, richting )
- Ontwikkelen standaarden ( = cultuur ) bv. Rituelen, perceptie, gedrag, verwachtingen.
Sociologie is een complexe wetenschap omdat mensen niet altijd hetzelfde doen in dezelfde
situatie ( onvoorspelbaarheid ). Een atoom bv wel. Het is een wetenschap die geconfronteerd
wordt met zaken die niet altijd eenduidig uit te leggen zijn. Het is een nieuwe manier van kijken
naar patronen in het sociaal leven.
Doel van Sociologie: Sociologie zoekt naar de waarheid. Hoe zit de maatschappij werkelijk in
elkaar.
Het Sociologische perspectief:
1. Het algemene in het bijzondere zien:
Algemene patronen identificeren het gedrag van bijzondere individuen. De maatschappij
reageert verschillend op groepen mensen binnen die maatschappij. Er zijn vele factoren die
ons leven vormen / bepalen ( leeftijd, ras, geslacht, sociale status ). Bv gedrag lijkt bijzonder,
maar komt vanuit religie dus religie is het algemene.
2. Het vreemde in het gewone zien:
Is het relativeren van je eigen cultuur. Hiervoor moet je afstand nemen. Berger; dingen zijn
niet wat ze lijken. Verwerpen van het idee dat menselijk gedrag datgene is wat mensen
besluiten te doen en te accepteren dat de maatschappij onze daden en gedachten stuurt / leidt (
dus doen en denken is cultureel bepaal ).
3. Individualiteit in de context van het sociale: individuen gedragen zich in socially patterned
ways. Het sociale beïnvloedt het individuele. Zelfs zelfmoord ( Durkheim ) blijkt cultureel
bepaald. ( hoe meer sociale relaties hoe minder kans op suïcide, en hoe individualistische hoe
meer kans. Komt allemaal neer op sociale integratie. )
Problemen van het sociologische perspectief:
1. De wereld verandert ( steeds sneller )
2. Sociologen zijn een deel van wat zij bestuderen; vertekend beeld ( bias )
3. Sociologische kennis wordt een deel van de samenleving; open deur verwijt ( vb. misdaden
stijgen, dit komt in de media, mensen gaan er meer op letten, aantal meldingen blijft
toenemen. )
Voordelen van het sociologische perspectief:
1. Het sociologische perspectief wordt een manier van denken, een vorm van bewustzijn, die het
begrip van onszelf en andere uitdaagt zodat we kritisch de waarheid kunnen zoeken van
algemene ( voor )oordelen.
2. Het sociologische perspectief helpt ons om zowel de mogelijkheden als de beperkingen van
onze cultuur ( en dus ons leven ) te begrijpen. Dus wat kunnen we wel / niet bereiken en hoe.
3. Het sociologische perspectief stelt ons in de gelegenheid actief te participeren in onze
maatschappij ( hoe beter begrip, hoe meer mogelijkheden ).
4. Het sociologische perspectief helpt ons menselijke verschillen en leed te herkennen en te
plaatsen in een sociologisch perspectief en om te gaan met de verschillen van het leven in een
gedifferentieerde wereld.
Website: www.waaromleren.nl
Boek: Sociology – A global introduction
, De oorsprong van sociologie: het is ontstaan vanaf 1838. A.g.v. 3 belangrijke maatschappelijke
veranderingen:
1. Cultureel: de verlichting / de rede ( 16e – 17e eeuw ); de waarom vraag, waarom is de wereld
zoals die is.
2. Economische: industriële revolutie ( 17e – 19e eeuw ); geld, techniek en kennis worden
belangrijk. Sociale tegenstellingen worden groter.
3. Politiek: de Franse revolutie ( 18e eeuw ).
Filosofen hielden zich vooral bezig met hoe de wereld zou moeten zijn ( utopie van de ideale
wereld )
Grondleggers Sociologie: Auguste Comte en Emile Durkheim.
Auguste Comte: ontwikkelde een wetenschappelijke manier om de maatschappij te benaderen.
Hij beschreef 3 periode:
1. Theologische fase ( Middeleeuwen ); gedachten en zienswijzen over de wereld weden geleid
door religie ( wereld is expressie van God’s wil )
2. Metafysische fase ( Renaissance ); maatschappij is een natuurlijk fenomeen i.p.v. een
bovennatuurlijk ( Hobbes, filosoof )
3. Wetenschappelijke fase
Comte was een positivist van hieruit geloofde Comte dat de maatschappij overeenkwam met
onveranderlijke wetten ( zoals in de fysica de zwaartekracht ).
Positivisme: een manier om de wereld te begrijpen gebaseerd op wetenschap.
Social statics: hoe de maatschappij een geheel vormt en behoudt.
Social dynamics: hoe de maatschappij verandert.
C. Wrights Mills ( 1916 – 1962 ): Amerikaanse Marxist; Mills zag sociologie als een
mogelijkheid om de valkuilen van het leven te ontvluchten. Niet het individu is verantwoordelijk
voor keuzen en falen maar de maatschappij. Mills transformeerde individuele problemen naar
sociale, publieke en politieke problemen. Mills legt de nadruk op:
- De macht van de maatschappij tot het vormen van onze levens.
- Het belang van het relateren van onze levens met de geschiedenis / biografie en met de
maatschappij.
- Sociologische verbeelding ( Socialogical imagination ). Een bewustzijn dat ons helpt te zien
wat er gebeurt in de wereld en wat er gebeurt met jezelf en dit kunnen relateren.
Verandering, transformatie en sociologie: Giddens; Sociologie is ontstaan a.g.v. de Franse
revolutie en de Industriële revolutie. Hierdoor de volgende veranderingen / ontwikkelingen:
1. Wetenschappelijke ontdekkingen en geavanceerde techniek waardoor er fabrieken kwamen en
een geïndustrialiseerde economie ( kapitalisme ).
2. A.g.v. de fabrieken en de werkgelegenheid ontstaan steden die enorm groeien.
3. Politieke veranderingen a.g.v. besef individuele vrijheid en rechten.
4. Verlies van de gemeenschap; groeiende individualisering. Toennies noemen dit
respectievelijk; essentially united in spite of all separatiing factors en essentially separated in
spite of uniting factors.
Visie op deze veranderingen:
- Comte en Toennies: angst voor ontworteling van mensen en overweldiging van verandering.
Angst voor verlies van traditie.
- Marx: ongelijke verdeling van kapitaal.
Sociaal uitgesloten / buitengesloten personen zullen eerder dan andere de gevolgen van de
maatschappij waarnemen. Periode van sociale crisis zet aan tot denken.
Website: www.waaromleren.nl
Boek: Sociology – A global introduction
Uitreksel: Sociology – A Global Introduction
Macionis and Plummer 2005
Hoofdstuk: 1, 2, 4 t/m 12, 14, 15, 16, 17, 18, 21, 23
Website: www.waaromleren.nl
Boek: Sociology – A global introduction
,Hoofdstuk 1 – The Sociological Imagination
Wat is sociologie: de wetenschap van de samenleving, het samenleven t.b.v. wetenschappelijke en
toegepaste kennis. Ofwel de systematische en wetenschappelijke studie van de maatschappij.
Wetenschap: kennis moet aantoonbaar en controleerbaar zijn ( dus methoden en onderzoek is van
groot belang ).
Samenleven: samenleven begint bij aanwezigheid van minimaal 2 mensen.
Kracht van sociologie: het toont aan hoe sterk sociale factoren op vele verschillende wijze
meespelen in een samenleving.
Algemene kenmerken van een groep / samenleven:
- Modus hoe beslissingen worden genomen
- Onder en bovenschikking ( ongelijkheid )
- Gezamenlijk produceren ( bv. Materieel product, veiligheid, richting )
- Ontwikkelen standaarden ( = cultuur ) bv. Rituelen, perceptie, gedrag, verwachtingen.
Sociologie is een complexe wetenschap omdat mensen niet altijd hetzelfde doen in dezelfde
situatie ( onvoorspelbaarheid ). Een atoom bv wel. Het is een wetenschap die geconfronteerd
wordt met zaken die niet altijd eenduidig uit te leggen zijn. Het is een nieuwe manier van kijken
naar patronen in het sociaal leven.
Doel van Sociologie: Sociologie zoekt naar de waarheid. Hoe zit de maatschappij werkelijk in
elkaar.
Het Sociologische perspectief:
1. Het algemene in het bijzondere zien:
Algemene patronen identificeren het gedrag van bijzondere individuen. De maatschappij
reageert verschillend op groepen mensen binnen die maatschappij. Er zijn vele factoren die
ons leven vormen / bepalen ( leeftijd, ras, geslacht, sociale status ). Bv gedrag lijkt bijzonder,
maar komt vanuit religie dus religie is het algemene.
2. Het vreemde in het gewone zien:
Is het relativeren van je eigen cultuur. Hiervoor moet je afstand nemen. Berger; dingen zijn
niet wat ze lijken. Verwerpen van het idee dat menselijk gedrag datgene is wat mensen
besluiten te doen en te accepteren dat de maatschappij onze daden en gedachten stuurt / leidt (
dus doen en denken is cultureel bepaal ).
3. Individualiteit in de context van het sociale: individuen gedragen zich in socially patterned
ways. Het sociale beïnvloedt het individuele. Zelfs zelfmoord ( Durkheim ) blijkt cultureel
bepaald. ( hoe meer sociale relaties hoe minder kans op suïcide, en hoe individualistische hoe
meer kans. Komt allemaal neer op sociale integratie. )
Problemen van het sociologische perspectief:
1. De wereld verandert ( steeds sneller )
2. Sociologen zijn een deel van wat zij bestuderen; vertekend beeld ( bias )
3. Sociologische kennis wordt een deel van de samenleving; open deur verwijt ( vb. misdaden
stijgen, dit komt in de media, mensen gaan er meer op letten, aantal meldingen blijft
toenemen. )
Voordelen van het sociologische perspectief:
1. Het sociologische perspectief wordt een manier van denken, een vorm van bewustzijn, die het
begrip van onszelf en andere uitdaagt zodat we kritisch de waarheid kunnen zoeken van
algemene ( voor )oordelen.
2. Het sociologische perspectief helpt ons om zowel de mogelijkheden als de beperkingen van
onze cultuur ( en dus ons leven ) te begrijpen. Dus wat kunnen we wel / niet bereiken en hoe.
3. Het sociologische perspectief stelt ons in de gelegenheid actief te participeren in onze
maatschappij ( hoe beter begrip, hoe meer mogelijkheden ).
4. Het sociologische perspectief helpt ons menselijke verschillen en leed te herkennen en te
plaatsen in een sociologisch perspectief en om te gaan met de verschillen van het leven in een
gedifferentieerde wereld.
Website: www.waaromleren.nl
Boek: Sociology – A global introduction
, De oorsprong van sociologie: het is ontstaan vanaf 1838. A.g.v. 3 belangrijke maatschappelijke
veranderingen:
1. Cultureel: de verlichting / de rede ( 16e – 17e eeuw ); de waarom vraag, waarom is de wereld
zoals die is.
2. Economische: industriële revolutie ( 17e – 19e eeuw ); geld, techniek en kennis worden
belangrijk. Sociale tegenstellingen worden groter.
3. Politiek: de Franse revolutie ( 18e eeuw ).
Filosofen hielden zich vooral bezig met hoe de wereld zou moeten zijn ( utopie van de ideale
wereld )
Grondleggers Sociologie: Auguste Comte en Emile Durkheim.
Auguste Comte: ontwikkelde een wetenschappelijke manier om de maatschappij te benaderen.
Hij beschreef 3 periode:
1. Theologische fase ( Middeleeuwen ); gedachten en zienswijzen over de wereld weden geleid
door religie ( wereld is expressie van God’s wil )
2. Metafysische fase ( Renaissance ); maatschappij is een natuurlijk fenomeen i.p.v. een
bovennatuurlijk ( Hobbes, filosoof )
3. Wetenschappelijke fase
Comte was een positivist van hieruit geloofde Comte dat de maatschappij overeenkwam met
onveranderlijke wetten ( zoals in de fysica de zwaartekracht ).
Positivisme: een manier om de wereld te begrijpen gebaseerd op wetenschap.
Social statics: hoe de maatschappij een geheel vormt en behoudt.
Social dynamics: hoe de maatschappij verandert.
C. Wrights Mills ( 1916 – 1962 ): Amerikaanse Marxist; Mills zag sociologie als een
mogelijkheid om de valkuilen van het leven te ontvluchten. Niet het individu is verantwoordelijk
voor keuzen en falen maar de maatschappij. Mills transformeerde individuele problemen naar
sociale, publieke en politieke problemen. Mills legt de nadruk op:
- De macht van de maatschappij tot het vormen van onze levens.
- Het belang van het relateren van onze levens met de geschiedenis / biografie en met de
maatschappij.
- Sociologische verbeelding ( Socialogical imagination ). Een bewustzijn dat ons helpt te zien
wat er gebeurt in de wereld en wat er gebeurt met jezelf en dit kunnen relateren.
Verandering, transformatie en sociologie: Giddens; Sociologie is ontstaan a.g.v. de Franse
revolutie en de Industriële revolutie. Hierdoor de volgende veranderingen / ontwikkelingen:
1. Wetenschappelijke ontdekkingen en geavanceerde techniek waardoor er fabrieken kwamen en
een geïndustrialiseerde economie ( kapitalisme ).
2. A.g.v. de fabrieken en de werkgelegenheid ontstaan steden die enorm groeien.
3. Politieke veranderingen a.g.v. besef individuele vrijheid en rechten.
4. Verlies van de gemeenschap; groeiende individualisering. Toennies noemen dit
respectievelijk; essentially united in spite of all separatiing factors en essentially separated in
spite of uniting factors.
Visie op deze veranderingen:
- Comte en Toennies: angst voor ontworteling van mensen en overweldiging van verandering.
Angst voor verlies van traditie.
- Marx: ongelijke verdeling van kapitaal.
Sociaal uitgesloten / buitengesloten personen zullen eerder dan andere de gevolgen van de
maatschappij waarnemen. Periode van sociale crisis zet aan tot denken.
Website: www.waaromleren.nl
Boek: Sociology – A global introduction