Lokaal en Stedelijk Bestuur
Lokaal bestuur - Derksen & Schaap
Lokaal bestuur
Hoofdstuk 1
Gemeenten hebben in Nederland twee gezichten: autonoom bestuur van burgers ter plaatse en
uitvoerder van rijksbeleid. Aan die uitvoering van rijksbeleid door het gemeentelijk bestuur ligt de
gedachte ten grondslag, dat het efficiënter en effectiever is om rijksbeleid ter plaatse uit te voeren.
Dan kan met lokale omstandigheden rekening worden gehouden. De kans wordt groter dat met het
beleid de doelen bereikt worden.
Het betekent niet dat het rijksbeleid steeds effectiever en efficiënter wordt naarmate de lokale
beleidsvrijheid groter is. De kans wordt groter dat gemeenten een eigen beleid gaan voeren dat
mogelijk afwijkt van de bedoelingen van de nationale wetgever. Lokale vrijheid betekent ook een
grotere kans op lokale verschillen in beleid, waardoor de rechtsongelijkheid en de rechtsonzekerheid
voor burgers vergroot worden.
Juridisch vindt het onderscheid tussen de twee gezichten van de gemeente zijn vertaling in de
begrippen autonomie en medebewind. De gemeentelijke autonomie impliceert dat het
gemeentebestuur vrij is regels te stellen, beleid te ontwikkelen, subsidies te verstrekken binnen de
eigen gemeentegrenzen (op voorwaarde dat deze regels en dit beleid niet in strijd zijn met hogere
regels). -> open huishouding.
Indien de gemeente daarentegen beleid van de rijksoverheid uitvoert, zeggen we dat de gemeente
door de centrale overheid in medebewind is geroepen (ter uitvoering van dit rijksbeleid). Voor de
uitvoering van beide soorten taken is het gemeentelijk bestuur verantwoordelijk.
Zes kenmerken van een gemeente(bestuur):
1) De gemeente heeft de jurisdictie (rechterlijke bevoegdheid) over een specifiek gebied. De
gemeente beschikt binnen haar eigen territorium over publiekrechterlijke bevoegdheden.
2) De gemeente is in dit gebied ondergeschikt aan een hogere autoriteit, (provinciale en
rijksbestuur).
3) Het bestuur van de gemeente is democratisch gelegitimeerd door middel van
verkiezingen.
4) De gemeente heeft het recht om van haar burgers belasting te heffen.
5) De gemeente heeft een ‘open huishouding’. Het gemeentelijk takenpakket is in principe
onbeperkt, maar bij een waterschap bijvoorbeeld zijn de taken nadrukkelijk omschreven.
In de Nederlandse verhoudingen bestaan slechts drie bestuurslagen met een open
huishouding, namelijk Rijk, provincies en gemeenten -> integraal bestuur, waarin de
verschillende terreinen van overheidszorg op elkaar zijn afgestemd en verschillende
belangen zijn afgewogen.
6) De gemeente is de laatste schakel tussen burger en overheid. (Dit is kenmerkend voor
lokaal bestuur). Lokaal bestuur is derhalve synoniem voor gemeente, gemeentebestuur of
gemeentelijk bestuur. Local government: alle subnationale overheden.
Elke gemeente kent, ondanks de ‘gezamenlijke’ Gemeentewet, haar eigen regels en omgangsnormen.
Drie factoren die alle verschillen tussen gemeenten verklaren:
1) Veel verschillen worden verkaard door hun omvang (inwonertal)
2) Gemeenten verschillen naar de mate van stedelijkheid.
3) Veel verschillen tussen gemeenten worden door hun politieke en bestuurlijke cultuur
bepaald.
1
,Hoofdstuk 2
Burgers en de lokale democratie
Lokale en landelijke politiek zijn op tal van manieren met elkaar vervlochten. Algemene politieke visies
hebben niet alleen op landelijk niveau betekenis, maar ook binnen gemeenten. Daarom doen landelijk
georganiseerde partijen ook mee aan de gemeenteraadsverkiezingen.
Burgers blijken meer in de landelijke dan in de lokale politiek geïnteresseerd te zijn, maar bij politiek
gaat het niet alleen om interesse maar ook om kennis, vertrouwen en gedrag. Burgers menen even
goed op de hoogte te zijn wat er speelt binnen de gemeente als in Nederland. Daarnaast blijkt de
burger meer vertrouwen te hebben in het lokale dan in het landelijke bestuur.
De individuele en georganiseerde participatie van burgers heeft de rol van politieke partijen
veranderd. De politieke partij vormt minder dan vroeger het ‘verbindingskanaal’ tussen burger en
bestuur. Moderne kaderpartij (Koole): Politieke partijen schrijven vergaderingen uit die voor de helft
van de tijd gewijd worden aan lokale onderwerpen. Tegenwoordig vindt een groot deel van de
participatie van burgers in het lokale bestuur plaats in de vorm van interactieve beleidsvorming.
Nadere analyse laat zien dat de opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen hoger is wanneer de
gemeenteraadsverkiezingen (enige maanden) aan de verkiezingen van de Tweede Kamer voorafgaan.
De landelijke politieke partijen lopen bij de raadsverkiezingen alvast warm. Vooral in de grote
gemeenten worden de gemeenteraadsverkiezingen door de landelijke politiek overheerst. De lokale
verkiezingen zijn dus in belangrijke mate genationaliseerd. Deze nationalisering is met name mogelijk
omdat in veel gemeenten landelijke partijen de lokale politieke domineren.
Vicieuze cirkel van raadsverkiezingen: Gemeenteraadsverkiezingen zijn graadmeter voor de
populariteit van de landelijke politici, waardoor landelijke politici meer geïnteresseerd raken in lokale
verkiezingen. Dat versterkt het landelijke karakter van gemeenteraadsverkiezingen. Deze
nationalisering van de lokale politiek leidt ertoe dat lokale thema’s en lokale politieke prestaties naar
de achtergrond worden gedreven.
Ondanks alle verwevenheid met de landelijke politiek is er één factor die gemeenteraadsverkiezingen
een heel eigen karakter geeft: de aanwezigheid van lokale partijen. Deze partijen zijn niet verbonden
aan een landelijke partij. Lokale partijen zijn partijen die slechts in één gemeente aan de verkiezingen
deelnemen en geen binding hebben met een landelijke partij. (Wel bestaan er overkoepelende
organisaties van lokale partijen).
Het afscheid van de verzuiling heeft voor de lokale partijen grote gevolgen gehad. Ze kregen steeds
meer concurrentie van landelijke partijen, maar er ontstond ook meer ruimte voor lokale partijen
elders in het land.
Overeenkomsten tussen lokale partijen:
• Grote maatschappijvisies ontbreken. Het gaat lokale partijen vooral om het goed besturen van
de gemeente en om het verbeteren van het contact tussen de burger en de gemeente.
• Een of andere bedreiging vormt een belangrijke reden van bestaan; (angst voor overheersing
of annexatie door de centrumgemeente).
• De leden hebben hartstocht voor hun partij en voor hun gemeente en zijn zichtbaar voor de
lokale bevolking.
• Lokale partijen beschikken over onvoldoende bestuurlijke vaardigheden (in het politieke spel
en inzicht in de complexiteit van het lokale bestuur).
• Vertegenwoordigers van lokale partijen spreken graag de taal van de gewone burger.
• Lokale partijen richten zich eerder op het helpen van individuen dan op het ontwikkelen van
beleid.
• Lokale partijen staan voor plaatselijke symbolen, waardoor de lokale politiek voor burgers heel
herkenbaar wordt.
• In bepaalde opzichten zijn lokale partijen apolitiek en soms zelfs antipolitiek.
Vier factoren in het voordeel van lokale partijen:
2
, 1) Het eigene en het lokale wordt steeds meer gekoesterd (ondanks dat de burgers meer en
meer wereldburgers worden).
2) De ideologische verflauwing die zich in het algemeen in de politiek voordoet, heeft vooral
gevolgen voor de (vanouds minder ideologische) lokale politiek.
3) Binnen de politiek vindt een verschuiving van programma’s naar personen plaats. Lokale
partijen moeten het meer van personen dan van programma’s hebben.
4) Gemeenteraadsverkiezingen zijn voor steeds meer burgers ‘second order’-verkiezingen: er
staat minder op het spel dan bij de landelijke verkiezingen en men voelt zich vrij om eens
iets anders te stemmen.
Ontwikkelingen die in het nadeel van de lokale politiek werken:
1) Als de nationalisering van de lokale politiek doorzet, zullen landelijke partijen in de
gemeenten dominant blijven.
2) Verder zullen lokale partijen op eigen terrein concurrentie gaan ondervinden, wanneer
landelijk partijen het accent van hun werkzaamheden zullen verleggen van het
gemeentehuis naar de lokale samenleving en dus meer op lokale partijen gaan lijken.
Voor het passieve kiesrecht (het recht om in de gemeenteraad gekozen te worden) gelden dezelfde
eisen als het actieve kiesrecht. Drie soorten belemmeringen voor deelname van vrouwen aan de
politiek:
1) Vrouwen beschikten over minder politieke hulpbronnen (opleiding, vakbekwaamheid en
ervaring) dan mannen.
2) Het traditionele rollenpatroon verlangde dat vrouwen een grotere verantwoordelijkheid
voor het gezin hadden dan mannen.
3) De psychologie van de politiek is door de dominantie van mannen ook mannelijk
geworden.
Problemen van de lokale politiek hebben vooral te maken met de sterke verwevenheid tussen de
lokale en landelijke politiek:
1) De gemeenteraadsverkiezingen zijn sterk genationaliseerd
2) De lokale politiek wordt gedomineerd door landelijke partijen
3) De gemeente voer veel landelijk beleid uit
Het lokaal bestuur stond in het afgelopen decennium in het teken van vernieuwing politieke
vernieuwing, bestuurlijke vernieuwing en sociale vernieuwing. Bij politieke vernieuwing gaat het vooral
om de relatie tussen de overheid en burger, (de aanleiding hiervoor was de lage opkomst bij de
gemeenteraadsverkiezingen van 1990). Bij bestuurlijke vernieuwing gaat het in hoofdzaak om de
inrichting van het binnenlands bestuur en bij sociale vernieuwing gaat het zowel om een nieuw
achterstandsbeleid als om een versterking van de eigen verantwoordelijkheid van burgers (en
daarmee dus weer om een vorm van politieke vernieuwing). Veel thema’s die vroeger als sociale
vernieuwing werden aangeduid, vallen tegenwoordig onder het grotestedenbeleid. Andere elementen
van sociale vernieuwingen vinden we nu terug bij het streven naar een interactief bestuur.
3
Lokaal bestuur - Derksen & Schaap
Lokaal bestuur
Hoofdstuk 1
Gemeenten hebben in Nederland twee gezichten: autonoom bestuur van burgers ter plaatse en
uitvoerder van rijksbeleid. Aan die uitvoering van rijksbeleid door het gemeentelijk bestuur ligt de
gedachte ten grondslag, dat het efficiënter en effectiever is om rijksbeleid ter plaatse uit te voeren.
Dan kan met lokale omstandigheden rekening worden gehouden. De kans wordt groter dat met het
beleid de doelen bereikt worden.
Het betekent niet dat het rijksbeleid steeds effectiever en efficiënter wordt naarmate de lokale
beleidsvrijheid groter is. De kans wordt groter dat gemeenten een eigen beleid gaan voeren dat
mogelijk afwijkt van de bedoelingen van de nationale wetgever. Lokale vrijheid betekent ook een
grotere kans op lokale verschillen in beleid, waardoor de rechtsongelijkheid en de rechtsonzekerheid
voor burgers vergroot worden.
Juridisch vindt het onderscheid tussen de twee gezichten van de gemeente zijn vertaling in de
begrippen autonomie en medebewind. De gemeentelijke autonomie impliceert dat het
gemeentebestuur vrij is regels te stellen, beleid te ontwikkelen, subsidies te verstrekken binnen de
eigen gemeentegrenzen (op voorwaarde dat deze regels en dit beleid niet in strijd zijn met hogere
regels). -> open huishouding.
Indien de gemeente daarentegen beleid van de rijksoverheid uitvoert, zeggen we dat de gemeente
door de centrale overheid in medebewind is geroepen (ter uitvoering van dit rijksbeleid). Voor de
uitvoering van beide soorten taken is het gemeentelijk bestuur verantwoordelijk.
Zes kenmerken van een gemeente(bestuur):
1) De gemeente heeft de jurisdictie (rechterlijke bevoegdheid) over een specifiek gebied. De
gemeente beschikt binnen haar eigen territorium over publiekrechterlijke bevoegdheden.
2) De gemeente is in dit gebied ondergeschikt aan een hogere autoriteit, (provinciale en
rijksbestuur).
3) Het bestuur van de gemeente is democratisch gelegitimeerd door middel van
verkiezingen.
4) De gemeente heeft het recht om van haar burgers belasting te heffen.
5) De gemeente heeft een ‘open huishouding’. Het gemeentelijk takenpakket is in principe
onbeperkt, maar bij een waterschap bijvoorbeeld zijn de taken nadrukkelijk omschreven.
In de Nederlandse verhoudingen bestaan slechts drie bestuurslagen met een open
huishouding, namelijk Rijk, provincies en gemeenten -> integraal bestuur, waarin de
verschillende terreinen van overheidszorg op elkaar zijn afgestemd en verschillende
belangen zijn afgewogen.
6) De gemeente is de laatste schakel tussen burger en overheid. (Dit is kenmerkend voor
lokaal bestuur). Lokaal bestuur is derhalve synoniem voor gemeente, gemeentebestuur of
gemeentelijk bestuur. Local government: alle subnationale overheden.
Elke gemeente kent, ondanks de ‘gezamenlijke’ Gemeentewet, haar eigen regels en omgangsnormen.
Drie factoren die alle verschillen tussen gemeenten verklaren:
1) Veel verschillen worden verkaard door hun omvang (inwonertal)
2) Gemeenten verschillen naar de mate van stedelijkheid.
3) Veel verschillen tussen gemeenten worden door hun politieke en bestuurlijke cultuur
bepaald.
1
,Hoofdstuk 2
Burgers en de lokale democratie
Lokale en landelijke politiek zijn op tal van manieren met elkaar vervlochten. Algemene politieke visies
hebben niet alleen op landelijk niveau betekenis, maar ook binnen gemeenten. Daarom doen landelijk
georganiseerde partijen ook mee aan de gemeenteraadsverkiezingen.
Burgers blijken meer in de landelijke dan in de lokale politiek geïnteresseerd te zijn, maar bij politiek
gaat het niet alleen om interesse maar ook om kennis, vertrouwen en gedrag. Burgers menen even
goed op de hoogte te zijn wat er speelt binnen de gemeente als in Nederland. Daarnaast blijkt de
burger meer vertrouwen te hebben in het lokale dan in het landelijke bestuur.
De individuele en georganiseerde participatie van burgers heeft de rol van politieke partijen
veranderd. De politieke partij vormt minder dan vroeger het ‘verbindingskanaal’ tussen burger en
bestuur. Moderne kaderpartij (Koole): Politieke partijen schrijven vergaderingen uit die voor de helft
van de tijd gewijd worden aan lokale onderwerpen. Tegenwoordig vindt een groot deel van de
participatie van burgers in het lokale bestuur plaats in de vorm van interactieve beleidsvorming.
Nadere analyse laat zien dat de opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen hoger is wanneer de
gemeenteraadsverkiezingen (enige maanden) aan de verkiezingen van de Tweede Kamer voorafgaan.
De landelijke politieke partijen lopen bij de raadsverkiezingen alvast warm. Vooral in de grote
gemeenten worden de gemeenteraadsverkiezingen door de landelijke politiek overheerst. De lokale
verkiezingen zijn dus in belangrijke mate genationaliseerd. Deze nationalisering is met name mogelijk
omdat in veel gemeenten landelijke partijen de lokale politieke domineren.
Vicieuze cirkel van raadsverkiezingen: Gemeenteraadsverkiezingen zijn graadmeter voor de
populariteit van de landelijke politici, waardoor landelijke politici meer geïnteresseerd raken in lokale
verkiezingen. Dat versterkt het landelijke karakter van gemeenteraadsverkiezingen. Deze
nationalisering van de lokale politiek leidt ertoe dat lokale thema’s en lokale politieke prestaties naar
de achtergrond worden gedreven.
Ondanks alle verwevenheid met de landelijke politiek is er één factor die gemeenteraadsverkiezingen
een heel eigen karakter geeft: de aanwezigheid van lokale partijen. Deze partijen zijn niet verbonden
aan een landelijke partij. Lokale partijen zijn partijen die slechts in één gemeente aan de verkiezingen
deelnemen en geen binding hebben met een landelijke partij. (Wel bestaan er overkoepelende
organisaties van lokale partijen).
Het afscheid van de verzuiling heeft voor de lokale partijen grote gevolgen gehad. Ze kregen steeds
meer concurrentie van landelijke partijen, maar er ontstond ook meer ruimte voor lokale partijen
elders in het land.
Overeenkomsten tussen lokale partijen:
• Grote maatschappijvisies ontbreken. Het gaat lokale partijen vooral om het goed besturen van
de gemeente en om het verbeteren van het contact tussen de burger en de gemeente.
• Een of andere bedreiging vormt een belangrijke reden van bestaan; (angst voor overheersing
of annexatie door de centrumgemeente).
• De leden hebben hartstocht voor hun partij en voor hun gemeente en zijn zichtbaar voor de
lokale bevolking.
• Lokale partijen beschikken over onvoldoende bestuurlijke vaardigheden (in het politieke spel
en inzicht in de complexiteit van het lokale bestuur).
• Vertegenwoordigers van lokale partijen spreken graag de taal van de gewone burger.
• Lokale partijen richten zich eerder op het helpen van individuen dan op het ontwikkelen van
beleid.
• Lokale partijen staan voor plaatselijke symbolen, waardoor de lokale politiek voor burgers heel
herkenbaar wordt.
• In bepaalde opzichten zijn lokale partijen apolitiek en soms zelfs antipolitiek.
Vier factoren in het voordeel van lokale partijen:
2
, 1) Het eigene en het lokale wordt steeds meer gekoesterd (ondanks dat de burgers meer en
meer wereldburgers worden).
2) De ideologische verflauwing die zich in het algemeen in de politiek voordoet, heeft vooral
gevolgen voor de (vanouds minder ideologische) lokale politiek.
3) Binnen de politiek vindt een verschuiving van programma’s naar personen plaats. Lokale
partijen moeten het meer van personen dan van programma’s hebben.
4) Gemeenteraadsverkiezingen zijn voor steeds meer burgers ‘second order’-verkiezingen: er
staat minder op het spel dan bij de landelijke verkiezingen en men voelt zich vrij om eens
iets anders te stemmen.
Ontwikkelingen die in het nadeel van de lokale politiek werken:
1) Als de nationalisering van de lokale politiek doorzet, zullen landelijke partijen in de
gemeenten dominant blijven.
2) Verder zullen lokale partijen op eigen terrein concurrentie gaan ondervinden, wanneer
landelijk partijen het accent van hun werkzaamheden zullen verleggen van het
gemeentehuis naar de lokale samenleving en dus meer op lokale partijen gaan lijken.
Voor het passieve kiesrecht (het recht om in de gemeenteraad gekozen te worden) gelden dezelfde
eisen als het actieve kiesrecht. Drie soorten belemmeringen voor deelname van vrouwen aan de
politiek:
1) Vrouwen beschikten over minder politieke hulpbronnen (opleiding, vakbekwaamheid en
ervaring) dan mannen.
2) Het traditionele rollenpatroon verlangde dat vrouwen een grotere verantwoordelijkheid
voor het gezin hadden dan mannen.
3) De psychologie van de politiek is door de dominantie van mannen ook mannelijk
geworden.
Problemen van de lokale politiek hebben vooral te maken met de sterke verwevenheid tussen de
lokale en landelijke politiek:
1) De gemeenteraadsverkiezingen zijn sterk genationaliseerd
2) De lokale politiek wordt gedomineerd door landelijke partijen
3) De gemeente voer veel landelijk beleid uit
Het lokaal bestuur stond in het afgelopen decennium in het teken van vernieuwing politieke
vernieuwing, bestuurlijke vernieuwing en sociale vernieuwing. Bij politieke vernieuwing gaat het vooral
om de relatie tussen de overheid en burger, (de aanleiding hiervoor was de lage opkomst bij de
gemeenteraadsverkiezingen van 1990). Bij bestuurlijke vernieuwing gaat het in hoofdzaak om de
inrichting van het binnenlands bestuur en bij sociale vernieuwing gaat het zowel om een nieuw
achterstandsbeleid als om een versterking van de eigen verantwoordelijkheid van burgers (en
daarmee dus weer om een vorm van politieke vernieuwing). Veel thema’s die vroeger als sociale
vernieuwing werden aangeduid, vallen tegenwoordig onder het grotestedenbeleid. Andere elementen
van sociale vernieuwingen vinden we nu terug bij het streven naar een interactief bestuur.
3