• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 111 pages
Summary

Samenvatting International Law - Volkenrecht

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 111 pages

Samenvatting van de hoorcolleges van volkenrecht. Ik heb alleen dit geleerd voor mijn examen, en was er ruim door. Er wordt ook bij ieder hoofdstuk een link gelegd met relevante key cases. Leert heel vlot

Content preview

1. Inleidend College (nt zo belangrijk)
2. De Bronnen van het Internationaal Recht
(Artikel 38, lid 1 ICJ-Statuut)
De belangrijkste vindplaats van internationale regels staat in Artikel 38,
lid 1 van het Statuut van het Internationaal Gerechtshof (ICJ). Dit
artikel verdeelt de bronnen in primaire en secundaire bronnen:



 Primaire Bronnen (Hiermee wordt recht gecreëerd):
a) Internationale verdragen: Afspraken die op papier zijn gezet. Ze
scheppen nieuw recht, en zijn enkel bindend voor partijen. Ze zijn
gebaseerd op instemming

b) Internationale gewoonte (gewoonterecht): Regels die
ongeschreven zijn, maar die iedereen al heel lang op dezelfde manier
opvolgt. Dit steunt op 2 elementen: statenpraktijk & opinio juris. Dit bindt
alle staten, behalve de persistent objector (voortdurent bezwaar)

c) Algemene rechtsbeginselen: Fundamentele basisregels die je in
bijna elk nationaal rechtssysteem ook terugvinden (bijvoorbeeld goede
trouw). Dit zijn gap-fillers: ze zijn nuttig als gewoonterecht & verdragen
geen antwoord geven.



 Secundaire Bronnen (Hiermee wordt recht
geïdentificeerd of verduidelijkt):
d) Rechterlijke beslissingen en opvattingen van de meest
bevoegde schrijvers: Dit zijn subsidiaire (aanvullende) bronnen. Ze
maken zelf geen recht, maar helpen om te begrijpen wat de regels
betekenen. Ze “identificeren” dus reeds bestaand recht. Er is geen
precedentwerking, maar grote gezagswaarde.

-> Belangrijk: Deze lijst is niet exhaustief (niet volledig). Er bestaan ook
bronnen buiten dit artikel om, zoals unilaterale verklaringen en soft law.

,Uitdieping van de Bronnen
 Bron A: Verdragen
Verdragen zijn contracten tussen staten. Ze werken op basis van twee
principes:

1. Instemming (consent): Een staat is alleen gebonden aan een verdrag
als hij er zelf mee akkoord is gegaan.

2. Pacta sunt servanda: Afspraak is afspraak. Verdragen moeten te
goeder trouw worden nagekomen.

Het logische gevolg hiervan is dat een verdrag enkel bindend is tussen
partijen. Landen die niet hebben getekend, hoeven zich er niet aan te
houden.



Er zijn verschillende soorten verdragen:
Bilateraal: Tussen twee staten, het regelt een specifieke kwestie van
wederzijds belang (bv het verdrag tussen Tsjecho-Slowakije en Hongarije
om een sluisensysteem te bouwen).

Multilateraal: Tussen heel veel staten, het heeft een wetgeving-karakter
(bv het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten).

Oprichtingsverdrag: Een speciaal verdrag dat een internationale
organisatie opricht (zoals het VN-Handvest). Als een staat hier lid van
wordt, stemt hij er ook mee in om gebonden te zijn door de bindende
besluiten van die organisatie (zoals de VN-Veiligheidsraadresoluties).



 Bron B: Internationaal Gewoonterecht
Dit is ongeschreven recht. Om te bewijzen dat iets een internationale
gewoonte is, moet je aan twee voorwaarden voldoen:

Voorwaarde 1: State Practice (De objectieve voorwaarde). Wat doen
en laten staten in de praktijk? Dit kan fysiek handelen zijn, maar ook
verbale verklaringen of resoluties van organisaties waar de staat lid van
is. Deze praktijk moet aan drie eisen voldoen:

Consistent: Landen moeten het min of meer altijd zo doen. In de
Nicaragua-zaak zei het ICJ dat dit niet met volledige consistentie hoeft te

,zijn; als een land de regel overtreedt maar zich probeert te rechtvaardigen
met een uitzondering, bevestigt dat juist de regel.

Duur: De praktijk moet een bepaalde tijd bestaan (hoewel dit een
ambigue voorwaarde is; soms kan het heel snel gaan, zoals de regel rond
zelfverdediging tegen niet-staat actoren direct na de aanslagen van 11
september 2001).

Algemeenheid: Genoeg staten (vooral staten met belangen) moeten
meedoen. Gewoonterecht kan eventueel ook regionaal gelden of tussen
slechts twee staten (zoals in de Right of Passage-zaak tussen Portugal en
India).

Voorwaarde 2: Opinio Juris (De subjectieve voorwaarde). Staten moeten
de praktijk niet alleen uitvoeren omdat het handig is of uit beleefdheid,
maar omdat ze geloven dat het juridisch bindend is.

In de Lotus-zaak (1927) bleek dat het feit dat staten vaak niet vervolgen,
niet per se betekent dat er een bindende rechtsregel is die hen hiervan
weerhoudt. Het kan ook gewoon een bewuste beslissing zijn.

In de Asiel-zaak (1950) bleek dat het toelaten van diplomatiek asiel in
Latijns-Amerika voortkwam uit goede-buren relaties, niet uit een juridische
plicht (opinio juris).

Wat als een verplichting zowel voorkomt in een verdrag als in het
gewoonterecht?

Dan zijn de verdragsstaten aan beide gebonden. Niet-verdragsstaten zijn
via het gewoonterecht alsnog aan de regel gebonden. Dit noemen we het
kristalliserend effect van een verdrag (zoals de Haagse Regels over
humanitair recht, waarvan de rechtbank oordeelde dat de bepalingen deel
zijn geworden van het gewoonterecht, ook voor landen die geen partij
zijn).

De Persistent Objector (Voortdurende bezwaarmaker)

Het gewoonterecht bindt alle staten, tenzij een staat voortdurend bezwaar
maakt tegen een nieuwe of opkomende gewoonte (zoals Noorwegen deed
in de Fisheries-zaak tegen het Verenigd Koninkrijk).

Nieuwe staten kunnen geen voortdurend bezwaar maken tegen vooraf
bestaand recht. Tevens is een internationale gewoonte geen jus cogens
(tegen absolute basisnormen zoals het verbod op foltering kun je geen
bezwaar maken).



 Bron C: Algemene Rechtsbeginselen

, Toen het ICJ-statuut werd gemaakt, was men bezorgd dat verdragen en
internationale gewoonten onvoldoende konden zijn om alle juridische
antwoorden te voorzien. Deze beginselen zijn bedoeld als gap fillers
(gatenvullers) om non liquet-situaties (waarin de rechter zegt: ik kan geen
uitspraak doen want er is geen wet) te vermijden en te zorgen voor
samenhang binnen het rechtssysteem.

Belangrijke voorbeelden hiervan zijn (de lijst is non-exhaustief):

1. Billijkheid (equity): Een praktische, technische en pragmatische
manier om het recht toe te passen, vaak gebruikt in de context van
het afbakenen van maritieme zones. Dit staat los van pure
rechtvaardigheid.
2. Elementaire overwegingen van menselijkheid: Minimale morele
standaarden die altijd gelden, ook in gewapende conflicten (zoals
bevestigd in de Nicaragua-zaak en de zaak over de wettigheid van
nucleaire wapens).
3. Goede trouw (good faith): Het principe dat de creatie en uitvoering
van verplichtingen regelt. Vertrouwen is inherent aan internationale
samenwerking.

Indirecte bewijsregels (circumstantial evidence): In de Corfu Channel-zaak
tussen het VK en Albanië kon het VK niet direct bewijzen dat Albanië
mijnen had gelegd, maar het was onmogelijk dat de Albanese overheid
hier niet van wist. Indirect bewijs is dan toegestaan: feiten die alles
tesamen tot één enkele conclusie leiden.

Andere voorbeelden: Pacta sunt servanda, het No harm-preventieprincipe,
Res judicata en de vrijheid van maritieme communicatie.



 Bron D: Subsidiaire Bronnen (Beslissingen van
rechters en opvattingen van schrijvers)
Beslissingen van rechters: Onder voorbehoud van artikel 59 van het ICJ-
Statuut hebben beslissingen van rechters geen bindende kracht, behalve
tussen de partijen en met betrekking tot die specifieke zaak. Uitspraken
zijn finaal en zonder beroep (Artikel 60). Adviesopinies zijn niet-bindend.
Laat je niet misleiden door de naam wereldrechtbank: staten moeten nog
steeds hun instemming (consent) geven of het ICJ wel mag oordelen. Ook
beslissingen van andere tribunalen (zoals arbitrage of het EVRM) en
nationale rechtbanken vallen hieronder.

Opvattingen van de meest bevoegde schrijvers: Dit gaat zelden over
specifieke academici, maar vaak over groepen experten (zoals het Tallinn
Manual over cyberoperaties). De belangrijkste is de International Law

Table of contents

  1. 01 3. VERDRAGEN 7
    1. Concept en Basisprincipes 7
    2. Bevoegdheid: Wie mag een verdrag sluiten? 8
    3. Hoe stemt een staat in met een verdrag? (Consent) 9
    4. Inwerkingtreding verdrag 10
    5. Validiteit: Wanneer is een verdrag ongeldig? 11
    6. Reservaties (Voorbehouden bij verdragen) 12
    7. Interpretatie van verdragen 13
    8. Amendementen (Hoe verander je een verdrag?) 15
    9. Beëindiging, terugtrekking en opschorting 16
  2. 02 Bronnen van het zeerecht 102
    1. Historische rechtsgeleerden (17e-18e eeuw) 102
    2. Moderne bronnen 102
  3. 03 de zee is opgedeeld in zones 102
    1. Wat als zones overlappen tussen buurlanden? 103
  4. 04 Jurisdictie in interne en territoriale wateren 104
    1. Hoe worden basislijnen getrokken? 104
    2. Regels voor jurisdictie en doorvaart 104
  5. 05 Exclusieve economische zone (eez) en continentaal plat 105
    1. Exclusieve Economische Zone (EEZ) 105
    2. Continentaal Plat 106
  6. 06 "The area" (het internationaal zeebodemgebied) 106
  7. 07 Deel 7: de hoge zee (high seas) 107
    1. Uitzonderingen op de exclusieve macht van de vlaggenstaat 107
  8. 08 Deel 8: internationale zeestraten 108
    1. Impact van klimaatverandering 108
  9. 09 Piraterij 109
  10. 10 Deel 10: mariene leven en visserij 110
    1. Milieubescherming 110
    2. Regels voor visserij 110
  11. 11 Deel 11: geschillenbeslechting 111

Connected book
 image
Anders Henriksen International Law
Publisher: 19 mei 2026 ISBN: 9780198976318 Edition: 5

Document information

Study
Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Alles uit de les
Uploaded on
September 8, 2026
Number of pages
111
Written in
2025/2026
Type
Summary
$13.13

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
1
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions