0 Inleidend hoofdstuk 0
0.1 Waarom een historisch perspectief? Hoe gaat een historicus te
werk?
0.1.1 Het vertrekpunt: de hedendaagse samenleving
- Sociale wetenschappers: eigentijdse of hedendaagse samenleving beter
begrijpen
Reflectie rond het verleden is daarbij essentieel: hoe kreeg de hedendaagse
samenleving vorm? Hoe heden begrijpen vanuit het verleden?
OOK: reflectie rond het verleden is vaak een reflectie rond de eigentijd omdat wie
over het verleden schrijft niet losstaat van het NU
MAAR: met die historische dimensie wordt vaak:
- of weinig rekening mee gehouden
- of (onjuist) toegeëigend voor andere doeleinden
- of eenvoudig afgeschilderd als ‘slechter’ of juist ‘beter’ dan vandaag
(modernistische versus nostalgische reflex)
het verleden leeft en is overal in de hedendaagse samenleving
- op TV en in de cinema
- in beelden, monumenten, naamgeving straten & pleinen
- musea, lezingen, documentaires
- in de consumptiemaatschappij (wat al lang ‘verkoopt’ zal wel goed zijn vb.
sinds 1850 op verpakkingen )
0.1.2 Is het verleden = de geschiedenis?
Je kan het verleden niet gelijk stellen aan de geschiedenis
Verleden als hoe mensen spreken over zaken uit het verleden, of welke
informatie je erover vindt
Geschiedenis is overal aanwezig
Geschiedenis wordt voortdurend herschreven en misbruikt
- Verleden gebruiken om bepaalde, belangrijke herinneringen ‘levend’ te
houden
- Verleden gebruiken voor identiteitsopbouw groepen
o Van gemeenschappen, groepen, klassen
o Van bedrijven, merken
Herinnering als machtsstrijd: wie herinnert zich wat en waarom? Voor welke
redenen?
- Toe-eigening van het verleden, staat niet los van misleidend, valselijk
en instrumenteel gebruik ervan voor eigentijdse politieke, ideologische
commerciële , religieuze… motieven en identiteiten
,Een invented tradition = Een invented tradition (verzonnen traditie) is een
praktijk of reeks rituelen die eruitziet als een oude traditie, maar in werkelijkheid
vrij recent is ontstaan (vb. Sinterklaas)
Een ‘afgedankte’ herinnering = een aspect van het verleden dat bewust
verdrongen, vergeten of genegeerd wordt door een samenleving of overheid.
Hoe kijken verschillende mensen op het verleden?
economische groei
- Mensen uit landen met sterke eco groei kijken positief naar toekomst en
willen zich tegen verleden af zetten
religie
- Religieuze mensen staan positiever tov toekomst
- Jongere mensen kijken positiever naar toekomst
0.1.3 De geschiedenis als academische reflectie?
- Waarin verschilt een wetenschappelijke omgang met het verleden van een
breder maatschappelijk gebruik?
- Wat doet een universitair historicus dan wel?
- Hoe wordt letterlijk ‘geschiedenis’ geschreven? Hoe beschrijft de
academische historicus het verleden?
Geschiedenis aan de universiteit; kritische studie van het verleden
passieve opleiding, zelf actief op zoek gaan (via studie van originele bronnen
en bestaande literatuur (‘historiografie’)
1) Er gebeurt iets, een gebeurtenis vindt plaats
2) Die gebeurtenissen laten sporen na die historici kunnen onderzoeken ( de
primaire bronnen ) ; bron = getuigenis uit het verleden
3) Ontwikkelen van methoden (kwantitatief, kwalitatief)
4) Abstractie van het verleden
Historische methode
Historicus (re)construeert een verleden gebeurtenis of feit:
- A.d.h.v. origineel bronnenmateriaal en bestaande wetenschappelijke
literatuur
- Volgens een wetenschappelijk, kritische onderzoeksmethode: plausibiliteit/
waarschijnlijkheid staat centraal
- In een narratief (verhaal): beschrijving, zoeken naar betekenis,
samenhang, oorzakelijkheid, verklaring,…
o Wie? Wanneer? Waar? Wie? Waarom?
,Eigen aan de wetenschappelijk gegroeide interpretatie of (re)constructie van
verleden gebeurtenissen of feiten, is dat ze steeds 3 terugkerende fases volgt
1. Fase van de heuristiek (bronnenonderzoek)
Actief op zoek gaan naar ‘bronnen’ of getuigenissen/sporen, die ons iets kunnen
vertellen over een gebeurtenis/ ‘feit’ uit het verleden
- Schriftelijke stukken, geschreven bronnen
o Voor een breed publiek; kranten, (auto)biografieën, jaarrekeningen,
fictie
o Niet gepubliceerd; brieven, dagboeken
o Niet voor publiek (bewaard in archieven); administratieve stukken,
rekeningen, archieven politie, justitie
- Voor meer recente (of juist heel oude) periodes, maken historici gebruik
van niet-geschreven bronnen
- materiële sporen; voorwerpen, gebouwen, wapens machines,
landschappen
- mondelinge geschiedenis
2. Fase van de historisch-kritische onderzoeksmethodes (methode)
Alle nog resterende bronnen kunnen dienstig zijn om de geschiedenis te schrijven
en tot een (re)constructie van de feiten te komen, maar ze kunnen niet om het
even welke manier worden gebruikt of geïnterpreteerd.
Elke gebruikte bron wordt op zijn waarde getoetst, en onderworpen aan interne
en externe kritiek
Tijdens methodologische fase gaat de historicus zeer kritisch om met zijn
bronnen
o externe kritiek: authenticiteit van de bron bepalen, historicus peilt
naar authenticiteit en datering van de bron
o interne kritiek: wie, wat en waarom , en voor wie? Historicus peilt
naar omstandigheden waarin bron tot stand kwam.
Al die aspecten zijn van belang om waarde van de bron te bepalen. Had de
opsteller van de bron voldoende kennis om gebeurtenissen te begrijpen en te
kaderen? Waarvoor en voor wie was de bron bestemd?
- Ook bij schijnbaar ‘objectieve’ statistieken, kunnen vragen gesteld worden
over de intenties van de opstellers, gebruikte vraagstelling methodes, enz.
Vervalsing historische documenten
- fotoshop
- vervalsing van een dagboek
- slogans veranderen
hoax is een verzonnen verhaal of misleidende informatie die als waar wordt
verspreid. Dit kan opzettelijk gebeuren om mensen te bedriegen, paniek te
zaaien of aandacht te trekken. Hoaxes komen vaak voor op sociale media, in
kettingbrieven of in nieuwsberichten zonder betrouwbare bron.
, 3. Fase van de constructie
Verslag of neerslag van verleden gebeurtenissen door de historicus is nooit een
passief proces. Integendeel, vandaag spreekt academisch geschoolde historicus
niet enkel over het verleden, maar doet hij evenveel verslag over zijn/haar
werkwijzen, gebruikte methodes, selectie- en interpretatieprocedures,
(kunst)ingrepen, enzovoort om tot een bepaalde uitspraak over dat verleden te
kunnen komen.
(re)constructie
- geen passief proces
- bronnen ontoereikend
o onvolledig, onbetrouwbaar, eenzijdig en gekleurd (‘subjectief’)
- historici selecteren
- historici interpreteren (bronnen spreken niet)
Anachronisme: verkeerd in tijd situeren van een gebeurtenis, heden toepassen
op het verleden (fout in tijdslogica)
Hineininterpretierung /post-factum analyse: interpretaties maken die voor
tijdgenoot niet vanzelfsprekend waren. Je probeert achteraf een verklaring te
geven voor iets wat al gebeurd
Teleologisch-lineaire analyse: interpretaties maken die vooral als doel hebben
een eigentijds standpunt te legitimeren
- Chronologie is de moeder van de geschiedenis!
- Doel van geschiedenis is te begrijpen binnen eigen context, en dat kader
zo goed mogelijk begrijpen
0.1.4 Nut van een historische benadering?
Fernand Braudel, maakte onderscheid tussen 3 soorten tijd in de geschiedenis.
Deze benadering helpt ons om het verleden breder, dieper en minder
oppervlakkig te begrijpen.
- Le temps géographique
o Zeer lange termijn, verandert heel traag. Omvat natuur, klimaat,
landschappen. Vormt het onveranderlijke decor waarbinnen
geschiedenis zich afspeelt
- Le temps sociale
o Verandert langzaam, maar sneller dan ‘Le temps géographique’
betreft maatschappelijke structuren: economie, religie, klassen,
gewoonten, migratie,..
- Le temps individuel
o Korte termijn, dit is het domein van actuele gebeurtenissen,
oorlogen, revoluties, leiders, beslissingen
0.2 Inhoud en uitgangspunten?