College 19 dinsdag 10 februari 2026
Onderwerpen: WHOA
Hoofdstuk 29: WHOA – art. 369-387
Als een schuldenaar in financiële problemen verkeert is de vereffening van
zijn vermogen niet altijd de beste oplossing. Als de schuldenaar
bijvoorbeeld op zich een gezonde en winstgevende onderneming drijft,
maar door een ondraaglijke schuldenlast in financiële problemen dreigt te
raken, is het voor zowel de schuldenaar als zijn schuldeisers
aantrekkelijker om de financiële problemen te lijf te gaan door een
akkoord te sluiten met de schuldeisers en/of de aandeelhouders,
in plaats van door liquidatie van het vermogen in faillissement.
Een dergelijk akkoord houdt veelal in dat de schuldeisers afstand
doen van een deel van hun vorderingen.
Daardoor kan de schuldenaar met de gereduceerde schuldenlast
voortbestaan, en het overblijvende deel van zijn schulden voldoen.
Dat behoudt niet alleen werkgelegenheid, maar dat leidt vaak
uiteindelijk ook tot een grotere uitbetaling aan de schuldeisers dan
zij bij vereffening tegemoet zouden kunnen zien.
Een dergelijk akkoord tussen een schuldenaar en zijn schuldeisers zonder
dat de schuldenaar in een formele insolventieprocedure zoals surseance of
faillissement verkeert, is een buitengerechtelijk of onderhands
akkoord. Schuldeisers en aandeelhouders kunnen daar in beginsel alleen
aan gebonden worden als zij daarmee instemmen.
Als de schuldenaar in financiële problemen verkeert, een
gekwalificeerde meerderheid van zijn schuldeisers en
aandeelhouders een aangeboden akkoord steunt, er zonder dat
akkoord een vereffening van het vermogen van de schuldenaar te
verwachten is, de schuldeisers daarbij naar verwachting minder
zullen ontvangen dan met een akkoord, en dit alles door de rechter
is getoetst, dan is het gelegitimeerd om een dergelijk akkoord ook
met dwang aan de tegenstemmers op te leggen
Dwangakkoord
De WHOA voorziet in een dwangakkoord zonder dat de schuldenaar in
een formele insolventieprocedure hoeft te verkeren zoals surseance
van betaling of een faillissement.
Die beide procedures voorzien ook in een dwangakkoord, maar die
bleken in de praktijk vaak niet toereikend. Omdat onder de WHOA
een dwangakkoord tot stand komt zonder dat de schuldenaar in
faillissement of surseance verkeert wordt een akkoord onder de
WHOA ook wel een ‘pre- insolventieakkoord’ genoemd.
,Een dwangakkoord is voor de betrokkenen alleen interessant als het ‘de
koek groter maakt’, als er met het akkoord meer te verdelen is dan
zonder het akkoord.
De totale waarde die met het akkoord, en de bijbehorende
reorganisatie, kan worden behaald is de reorganisatiewaarde, vgl.
art. 375 lid 1 sub e.
Daar tegenover staat de liquidatiewaarde, de waarde die kan worden
bereikt door het vermogen van de schuldenaar te executeren (in een
faillissement). Dat kan de totale waarde zijn bij losse
(executie)verkoop van de vermogensbestanddelen of de boedel die
gezamenlijk wordt verkocht in het kader van een doorstart vanuit
faillissement.
Een belangrijke voorwaarde voor de bevestiging van een akkoord
onder de WHOA is dat iedere betrokken schuldeiser uit de
regorganisatiewaarde meer ontvangt dan dat hij zou ontvangen
uit de liquidatiewaarde die zonder akkoord gerealiseerd kan
worden
Verloop procedure
De totstandkoming van een akkoord onder de WHOA kent een aantal vaste
onderdelen.
1. Als de schuldenaar met de voorbereiding begint deponeert hij een
startverklaring bij de rechtbank.
2. Vervolgens wordt het akkoord aangeboden aan de schuldeisers en/of
aandeelhouders die mogelijk daaraan gebonden zullen worden. Zij
hebben minimaal acht dagen om over dat akkoord te stemmen. De
stemming vindt plaats in verschillende groepen, ‘klassen’ genaamd.
3. Daarna maakt de aanbieder van het akkoord de stemuitslag op.
4. Als er tegenstemmers zijn dient hij bij de rechtbank een verzoek in tot
goedkeuring van het akkoord. De rechtbank keurt het akkoord goed en
, verklaart het verbindend, ‘homologeert’ het akkoord, of wijst het
af.
Daarnaast bevat de WHOA facultatieve onderdelen, die enkel een rol
spelen als daar een beroep op wordt gedaan.
De schuldeisers of de schuldenaar kunnen bijvoorbeeld vragen om
de benoeming van een herstructureringsdeskundige, die de
totstandkoming van het akkoord begeleidt.
Ook kan er een afkoelingsperiode worden afgekondigd, en
Kunnen allerlei vragen al vroeg in het proces aan de rechtbank
worden voorgelegd.
De verschillende varianten worden hierna uiteengezet in de volgorde van
de wet.
Een akkoord onder de WHOA kan in beslotenheid tot stand komen of in
het openbaar. Bij een besloten akkoord zijn alleen de schuldenaar
betrokken en degenen aan wie hij het akkoord aanbiedt. Anderen worden
niet ingelicht, op een eventueel betrokken herstructureringsdeskundige
na.
De verzoeker om de eerste beslissing, of dat nu een schuldeiser of
de schuldenaar is, moet dus bij zijn verzoek aangeven of hij voor de
besloten of de openbare procedure kiest, en die keuze motiveren;
art. 371 lid 2.
Als de verzoeker niet de schuldenaar is wordt die gehoord en zo
nodig beslist de rechtbank of de openbare of besloten
akkoordprocedure wordt gevolgd; art. 371 lid 2. De rechtbank moet
bij de eerste beslissing in het kader van de procedure vaststellen en
zo nodig bepalen welke procedure gevolgd wordt.
, Het akkoord kan worden aangeboden aan alle schuldeisers en
aandeelhouders van de schuldenaar, behalve werknemers, maar dat is
niet verplicht. Het akkoord kan ook worden aangeboden aan een
beperkt deel van de schuldeisers of aandeelhouders.
29.2 Volledig buitengerechtelijk akkoord
Een schuldenaar kan bij overeenkomst met zijn schuldeisers zijn
schuldenlast reduceren, zolang alle schuldeisers waarvan de
vorderingen worden gewijzigd daarmee instemmen. Regelmatig
worden op die wijze schulden gewijzigd zonder enige betrokkenheid van
de rechter. Het is dan een volledig buitengerechtelijk akkoord.
Een buitengerechtelijk akkoord kan toch aan de rechter
worden voorgelegd als de schuldenaar een vordering instelt om
een of meer schuldeisers die weigeren in te stemmen te dwingen tot
medewerking, of als schuldeisers die niet met het akkoord hebben
ingestemd nakoming van hun vordering eisen.
Het staat schuldeisers in beginsel vrij om een dergelijk buitengerechtelijk
akkoord te wijzigen.
Alleen als een schuldeiser door te weigeren in te stemmen met een
buitengerechtelijk akkoord misbruik maakt van zijn bevoegdheden in
de zin van art. 3:13 BW en aldus naar redelijkheid het akkoord niet
had kunnen weigeren is er ruimte voor een rechtelijk gebod tot
mede werking aan een buitengerechtelijk akkoord.
De omstandigheid dat een schuldeiser de slechte financiële positie
van de schuldenaar of diens dreigende faillissement kent, is in het
algemeen niet voldoende voor een beroep op misbruik van
bevoegdheid;
29.3 Algemene bepalingen
29.3.1 Uitgezonderde schuldenaren en uitgezonderde schulden
Vrijwel iedere schuldenaar kan aan vrijwel al zijn schuldeisers een
akkoord aanbieden onder WHOA. Enkele schuldenaren en
schuldeisers zijn uitgezonderd: art. 369 lid 1
1. Schuldenaren die natuurlijke personen zijn en geen zelfstandig
beroep of bedrijf uitoefenen
2. Banken
3. Verzekeraars
4. Volgens lid 5: schuldenaar die in de afgelopen 3 jaar een akkoord
heeft aangeboden dat door alle klassen werd weggestemd of de
homologatie werd geweigerd
Het akkoord kan aan alle schuldeisers en vermogensverschaffers worden
aangeboden met uitzondering van werknemers: rechten uit hoofde van
een arbeidsovereenkomst in de zin van art. 7:610 kunnen niet met een
akkoord worden geweigerd.
De ondernemingsraad heeft alleen adviesrecht over het akkoord als dat
onderdeel is van een bredere reorganisatie en die adviesplichtig is op
Onderwerpen: WHOA
Hoofdstuk 29: WHOA – art. 369-387
Als een schuldenaar in financiële problemen verkeert is de vereffening van
zijn vermogen niet altijd de beste oplossing. Als de schuldenaar
bijvoorbeeld op zich een gezonde en winstgevende onderneming drijft,
maar door een ondraaglijke schuldenlast in financiële problemen dreigt te
raken, is het voor zowel de schuldenaar als zijn schuldeisers
aantrekkelijker om de financiële problemen te lijf te gaan door een
akkoord te sluiten met de schuldeisers en/of de aandeelhouders,
in plaats van door liquidatie van het vermogen in faillissement.
Een dergelijk akkoord houdt veelal in dat de schuldeisers afstand
doen van een deel van hun vorderingen.
Daardoor kan de schuldenaar met de gereduceerde schuldenlast
voortbestaan, en het overblijvende deel van zijn schulden voldoen.
Dat behoudt niet alleen werkgelegenheid, maar dat leidt vaak
uiteindelijk ook tot een grotere uitbetaling aan de schuldeisers dan
zij bij vereffening tegemoet zouden kunnen zien.
Een dergelijk akkoord tussen een schuldenaar en zijn schuldeisers zonder
dat de schuldenaar in een formele insolventieprocedure zoals surseance of
faillissement verkeert, is een buitengerechtelijk of onderhands
akkoord. Schuldeisers en aandeelhouders kunnen daar in beginsel alleen
aan gebonden worden als zij daarmee instemmen.
Als de schuldenaar in financiële problemen verkeert, een
gekwalificeerde meerderheid van zijn schuldeisers en
aandeelhouders een aangeboden akkoord steunt, er zonder dat
akkoord een vereffening van het vermogen van de schuldenaar te
verwachten is, de schuldeisers daarbij naar verwachting minder
zullen ontvangen dan met een akkoord, en dit alles door de rechter
is getoetst, dan is het gelegitimeerd om een dergelijk akkoord ook
met dwang aan de tegenstemmers op te leggen
Dwangakkoord
De WHOA voorziet in een dwangakkoord zonder dat de schuldenaar in
een formele insolventieprocedure hoeft te verkeren zoals surseance
van betaling of een faillissement.
Die beide procedures voorzien ook in een dwangakkoord, maar die
bleken in de praktijk vaak niet toereikend. Omdat onder de WHOA
een dwangakkoord tot stand komt zonder dat de schuldenaar in
faillissement of surseance verkeert wordt een akkoord onder de
WHOA ook wel een ‘pre- insolventieakkoord’ genoemd.
,Een dwangakkoord is voor de betrokkenen alleen interessant als het ‘de
koek groter maakt’, als er met het akkoord meer te verdelen is dan
zonder het akkoord.
De totale waarde die met het akkoord, en de bijbehorende
reorganisatie, kan worden behaald is de reorganisatiewaarde, vgl.
art. 375 lid 1 sub e.
Daar tegenover staat de liquidatiewaarde, de waarde die kan worden
bereikt door het vermogen van de schuldenaar te executeren (in een
faillissement). Dat kan de totale waarde zijn bij losse
(executie)verkoop van de vermogensbestanddelen of de boedel die
gezamenlijk wordt verkocht in het kader van een doorstart vanuit
faillissement.
Een belangrijke voorwaarde voor de bevestiging van een akkoord
onder de WHOA is dat iedere betrokken schuldeiser uit de
regorganisatiewaarde meer ontvangt dan dat hij zou ontvangen
uit de liquidatiewaarde die zonder akkoord gerealiseerd kan
worden
Verloop procedure
De totstandkoming van een akkoord onder de WHOA kent een aantal vaste
onderdelen.
1. Als de schuldenaar met de voorbereiding begint deponeert hij een
startverklaring bij de rechtbank.
2. Vervolgens wordt het akkoord aangeboden aan de schuldeisers en/of
aandeelhouders die mogelijk daaraan gebonden zullen worden. Zij
hebben minimaal acht dagen om over dat akkoord te stemmen. De
stemming vindt plaats in verschillende groepen, ‘klassen’ genaamd.
3. Daarna maakt de aanbieder van het akkoord de stemuitslag op.
4. Als er tegenstemmers zijn dient hij bij de rechtbank een verzoek in tot
goedkeuring van het akkoord. De rechtbank keurt het akkoord goed en
, verklaart het verbindend, ‘homologeert’ het akkoord, of wijst het
af.
Daarnaast bevat de WHOA facultatieve onderdelen, die enkel een rol
spelen als daar een beroep op wordt gedaan.
De schuldeisers of de schuldenaar kunnen bijvoorbeeld vragen om
de benoeming van een herstructureringsdeskundige, die de
totstandkoming van het akkoord begeleidt.
Ook kan er een afkoelingsperiode worden afgekondigd, en
Kunnen allerlei vragen al vroeg in het proces aan de rechtbank
worden voorgelegd.
De verschillende varianten worden hierna uiteengezet in de volgorde van
de wet.
Een akkoord onder de WHOA kan in beslotenheid tot stand komen of in
het openbaar. Bij een besloten akkoord zijn alleen de schuldenaar
betrokken en degenen aan wie hij het akkoord aanbiedt. Anderen worden
niet ingelicht, op een eventueel betrokken herstructureringsdeskundige
na.
De verzoeker om de eerste beslissing, of dat nu een schuldeiser of
de schuldenaar is, moet dus bij zijn verzoek aangeven of hij voor de
besloten of de openbare procedure kiest, en die keuze motiveren;
art. 371 lid 2.
Als de verzoeker niet de schuldenaar is wordt die gehoord en zo
nodig beslist de rechtbank of de openbare of besloten
akkoordprocedure wordt gevolgd; art. 371 lid 2. De rechtbank moet
bij de eerste beslissing in het kader van de procedure vaststellen en
zo nodig bepalen welke procedure gevolgd wordt.
, Het akkoord kan worden aangeboden aan alle schuldeisers en
aandeelhouders van de schuldenaar, behalve werknemers, maar dat is
niet verplicht. Het akkoord kan ook worden aangeboden aan een
beperkt deel van de schuldeisers of aandeelhouders.
29.2 Volledig buitengerechtelijk akkoord
Een schuldenaar kan bij overeenkomst met zijn schuldeisers zijn
schuldenlast reduceren, zolang alle schuldeisers waarvan de
vorderingen worden gewijzigd daarmee instemmen. Regelmatig
worden op die wijze schulden gewijzigd zonder enige betrokkenheid van
de rechter. Het is dan een volledig buitengerechtelijk akkoord.
Een buitengerechtelijk akkoord kan toch aan de rechter
worden voorgelegd als de schuldenaar een vordering instelt om
een of meer schuldeisers die weigeren in te stemmen te dwingen tot
medewerking, of als schuldeisers die niet met het akkoord hebben
ingestemd nakoming van hun vordering eisen.
Het staat schuldeisers in beginsel vrij om een dergelijk buitengerechtelijk
akkoord te wijzigen.
Alleen als een schuldeiser door te weigeren in te stemmen met een
buitengerechtelijk akkoord misbruik maakt van zijn bevoegdheden in
de zin van art. 3:13 BW en aldus naar redelijkheid het akkoord niet
had kunnen weigeren is er ruimte voor een rechtelijk gebod tot
mede werking aan een buitengerechtelijk akkoord.
De omstandigheid dat een schuldeiser de slechte financiële positie
van de schuldenaar of diens dreigende faillissement kent, is in het
algemeen niet voldoende voor een beroep op misbruik van
bevoegdheid;
29.3 Algemene bepalingen
29.3.1 Uitgezonderde schuldenaren en uitgezonderde schulden
Vrijwel iedere schuldenaar kan aan vrijwel al zijn schuldeisers een
akkoord aanbieden onder WHOA. Enkele schuldenaren en
schuldeisers zijn uitgezonderd: art. 369 lid 1
1. Schuldenaren die natuurlijke personen zijn en geen zelfstandig
beroep of bedrijf uitoefenen
2. Banken
3. Verzekeraars
4. Volgens lid 5: schuldenaar die in de afgelopen 3 jaar een akkoord
heeft aangeboden dat door alle klassen werd weggestemd of de
homologatie werd geweigerd
Het akkoord kan aan alle schuldeisers en vermogensverschaffers worden
aangeboden met uitzondering van werknemers: rechten uit hoofde van
een arbeidsovereenkomst in de zin van art. 7:610 kunnen niet met een
akkoord worden geweigerd.
De ondernemingsraad heeft alleen adviesrecht over het akkoord als dat
onderdeel is van een bredere reorganisatie en die adviesplichtig is op