Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 102 pages
Summary

Samenvatting literatuur week 1 FRI: Erasmus Universiteit

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 102 pages

Samenvatting van de literatuur van week 1 voor het vak FRI Erasmus Universiteit. Hiermee heb ik een mooie 8 behaald. De samenvatting is compleet en uitgebreid

Content preview

College 1 dinsdag 6 januari 2026
Onderwerpen: Fusiemethoden: bedrijfsfusie / aandelenfusie / juridische fusie.
Juridische splitsing.
P. van Schilfgaarde/J.W. Winter, J.B. Wezeman & J.D.M.
Schoonbrood, Van de BV en de NV , Deventer: Kluwer 2022 ,
hoofdstuk 14 (Herstructurering van vennootschappen) (m.u.v. nr.
133).
128. fusiemethoden. Bedrijfsfusie
Het recht biedt verschillende mogelijkheden voor ondernemingen die door
wijzigingen in de markt herstructureringen ondergaan. Verschillende
vormen worden besproken: fusie, uitkoopregeling, splitsing en
openbare biedingen, met en zonder grensoverschrijdende karakter.

Bijzondere preventieve herstructurering: Wet homologatie
onderhands akkoord (WHOA, 2021).
 De regeling is met name opgenomen in de faillissementswet (370-
387 FW)
 De regeling implementeert een EU-richtlijn betreffende preventieve
herstructureringsstelsel en heeft als doel het bijdragen aan een goed
functioneren van de interne markt en het verminderen van de
belangrijkste belemmeringen voor vrij verkeer van kapitaal. De
procedure kan worden gebruikt indien een vennootschap de
opeisbare schulden nog wel kan voldoen, maar een
herstructurering van de schulden nodig zal zijn om aan het
faillissement te ontkomen.
 De kern van de regeling is een dwangakkoord tussen de
vennootschap, haar schuldeisers en aandeelhouders. Zij worden
ingedeeld in klassen als de rechten die zij bij een vereffening van
het vermogen van de schuldenaar in faillissement hebben of de
rechten die zij op basis van het akkoord aangeboden krijgen zodanig
verschillend zijn dat van een vergelijkbare positie geen sprake is. De
schuldeisers en aandeelhouders van wie de rechten op basis van het
akkoord worden gewijzigd stemmen over het akkoord. Per klasse
van schuldeisers of aandeelhouders wordt gestemd. Er bestaat de
mogelijkheid cruciale aandeelhouders die nodig zijn voor de
voorzetting van de onderneming anders te behandelen, mits
daarvoor ene redelijk grond bestaat en de tegenstemmende
schuldeisers of aandeelhouders niet in hun belang worden geschaad
(artikel 384 lid 4 sub b FW)
 Klasse van aandeelhouders heeft met het akkoord ingestemd als het
besluit tot instemming is genomen door groep aandeelhouders die
samen minstens 2/3 van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen
behorend tot de aandeelhouders die binnen die klasse een stem
hebben uitgebracht, bij schuldeisers 2/3 van totale bedrag aan
vorderingen in de klasse.
 Na stemming beslist de rechter over de homologatie. Afwijzing bij
afwijzingsgronden, waaronder de best interest test: schuldeisers

, en aandeelhouders mogen door het akkoord niet slechter af zijn dan
in faillissement.
 Na homologatie zijn álle betrokkenen gebonden. Aandeelhouders
kunnen het akkoord in principe niet frustreren. Allerlei besluiten van
de AV voor de uitvoering van het akkoord zijn op grond van de wet
niet vereist, voorbeeld: de besluitvorming ten aanzien van emissie of
voorkeursrechten. Hetzelfde geldt voor contractuele en statutaire
bepalingen ten aanzien van besluitvorming (art. 370 lid 5 Fw).

Fusies
Is samenvoeging van ondernemingen zodat zij in economisch
opzicht en geheel gaan vormen. In artikel 1 van de fusiecode is een
ruimere definitie hiervoor, in boek 2 BW is het een enger begrip. Daarmee
wordt bedoeld de in Titel 7 (art. 2:308-2:333l) geregelde rechtshandeling
die volledige juridische samensmelting van twee of meer rechtspersonen
teweegbrengt. In de praktijk wordt deze figuur aangeduid met de term
‘juridische fusie’.
 Horizontale fusie: wanneer twee ondernemingen samengaan die
voor een groot deel dezelfde inkoop- en afzetmarkt hebben
 Verticale fusie: wanneer een onderneming samen met een
onderneming gaat die de producten verwerkt die door de eerste
vervaardigd worden

Fusiemethoden die niet vallen onder de juridische fusie zijn de
bedrijfsfusie en de aandelenfusie.

Bedrijfsfusie
Het kenmerk van de bedrijfsfusie is dat een van de fusiepartners,
vennootschap A (‘overnemende vennootschap’), van de ander,
vennootschap B, diens bedrijf overneemt. Dit kan gebeuren tegen betaling
in contanten, tegen uitgifte van aandelen, door een combinatie van die
twee of met behulp van een andere betalings- en financieringsvariant.
 Bezwaar tegen deze methode: er moeten een groot aantal
handelingen worden verricht voordat de fusie rond is: alle activa en
passiva van de vennootschap b moeten op voor ieder van die activa
en passiva door de wet voorgeschreven wijze aan vennootschap a
worden overgedragen  ook wel activa-passiva-transactie.
 Werken de crediteuren niet mee, dan blijft vennootschap b naast a
aansprakelijk ex artikel 3:155.
 Ook voor eventuele contractsovernames is de medewerking van de
wederpartij vereist ex 6:159.
 Voordeel: de overnemende vennootschap kan wat betreft de activa
en passiva selectief te werk gaan.
 Gaat echter de selectie zover dat A slechts enkele activa overneemt
dan kan men niet meer van een bedrijfsfusie spreken.

Positie werknemers
Voor wat betreft de positie van werknemers bij deze fusiemethode zijn
artikel 7:662 e.v. van belang, ingevolge artikel 7:663 gaan door de

,overgang van een onderneming rechten en verplichtingen uit de
arbeidsovereenkomst van rechtswege over op de verkrijger.

Overdracht van zeggenschap valt voorts onder art. 25 lid 1 sub a WOR,
het overnemen onder lid 1 sub b. Zijn er OR’en dan moeten deze derhalve
in de gelegenheid worden gesteld om advies uit te brengen.

Overdracht door BV/NV van haar geheel bedrijf betekent
beëindiging van de bedrijfsactiviteiten. Dit zal vaak in strijd zijn met
de doelomschrijving. De auteur vindt dat een statutenwijziging hiervoor te
ver gaat. Beëindiging van de bedrijfsactiviteiten is enigszins vergelijkbaar
met een besluit tot ontbinding, waarvoor evenmin een statutenwijziging
nodig is. Voor een dergelijke overdracht is – net als bij ontbinding – in elk
geval nodig een besluit van de AVA, art. 2:217. Art. 2:107a bevestigt dit
uitdrukkelijk voor de NV. Dat besluit op grond van art. 2:107a is niet nodig
als het bestuur aan schuldeisers en aandeelhouders een akkoord onder de
Wet homologatie onderhands akkoord aanbiedt (art. 370 lid 5Fw).

129. Aandelenfusie
Het kenmerk van de aandelenfusie is dat:
1) Vennootschap A de aandelen van vennootschap B
overneemt of;
2) Dat een door A en B gezamenlijk opgerichte vennootschap C
(‘gemeenschappelijke holding’) de aandelen van zowel A als
B overneemt.
3) Als derde mogelijkheid moet worden genoemd de aandelenfusie tot
stand gebracht door emissie van een pakket aandelen groter
dan het op dat ogenblik geplaatste kapitaal. Emitteert A een
zodanig pakket aan B, dan is daarmee de zeggenschap over
A aan B overgedragen.

Zoals bij de bedrijfsfusie kan betaling geschieden in contanten, tegen
uitgifte van aandelen in de overnemende vennootschap of door een
combinatie van die twee. In de praktijk komen daarnaast allerlei betalings-
en financieringsvarianten voor.

Beperken we ons tot het meest eenvoudige geval waarin A de aandelen
van B overneemt, dan kunnen we het volgende constateren:
 De activa en passiva van B blijven waar zij zijn, namelijk bij B;
 Partijen bij de overeenkomst zijn niet A en B maar A en de
individuele aandeelhouders van B, zij het dat in de praktijk de
stem van het bestuur van B voor het doorgaan van de transactie van
groot gewicht zal zijn.

Eenvoudiger
Goederenrechtelijk gezien is deze vorm van fusie eenvoudiger dan
bedrijfsfusie. Alle rechten en verplichtingen van B blijven staan
ten name van B. Vaak zal B ook als dochtermaatschappij binnen het
concern van A blijven functioneren. Voor zover het nodig of wenselijk is
dat de rechten en verplichtingen uiteindelijk aan A worden overgedragen

, kan zulks geleidelijk aan geschieden, waarmee dan veel fouten en
organisatorische moeilijkheden kunnen worden vermeden. Daarnaast is in
beginsel geen toestemming nodig van een contractspartij bij een
overeenkomst met de overgenomen vennootschap. Het zijn immers de
aandelen en niet de afzonderlijke vermogensbestanddelen die worden
overgedragen.


Complicaties:
Doen zich voor bij aandelenfusie wanneer de statuten een
blokkeringsregeling bevatten, de zeggenschap grotendeels berust bij
prioriteitsaandeelhouders. Een zekere beperking in zeggenschap moet
de verkrijger van de meerderheid van de aandelen zich laten welgevallen
indien de over te nemen vennootschap een structuurvennootschap is en
geen nadere maatregelen worden getroffen: de AVA van een
structuurvennootschap heeft beperkte bevoegdheden vergeleken met
die van een gewone vennootschap.

Bezwaren:
De positie van een minderheidsaandeelhouder kan hachelijk zijn.
 Voorbeeld: Wanneer vennootschap A doorslaggevende zeggenschap
wil verwerven in vennootschap B heeft zij in principe genoeg aan
51% van de aandelen B. Stel dat zij inderdaad 51% van de aandelen
B opkoopt en het er dan bij laat. De positie van de overblijvende
aandeelhouders is in zo’n geval niet benijdenswaardig. A zal als
grootaandeelhouder van B geneigd zijn B te beschouwen als
onderdeel van het concern A (de onderneming A) en weinig
belangstelling hebben voor de bijzondere belangen van de
overblijvende aandeelhouders B. Deze zien de waarde van hun
aandelen dalen, zo deze niet onverkoopbaar worden.

Tegen dit bezwaar richt zich het verplichte bod. Verkrijgt iemand
overwegende zeggenschap in een beurs-NV, dan moet hij een
openbaar bod uitbrengen op alle aandelen (artikel 5:70 Wft).
Overwegende zeggenschap is in artikel 1:1 Wft gedefinieerd als het
kunnen uitoefenen van 30% of meer van de stemrechten in de AVA
(besproken in nr 135 hierna)

Maar het omgekeerde kan ook gebeuren: de overnemende vennootschap
die alle aandelen wilt verwerven slaagt daar niet in doordat sommige
aandeelhouders onvindbaar of willig zijn. Dat kan voor de overnemende
vennootschap lastig en kostbaar zijn.

Positie werknemers
Neemt A niet het bedrijf van B over maar de aandelen, dan blijft formele
het bedrijf in handen van B met wie de arbeidsovereenkomsten
gesloten zijn. Dit blijft zo en artikel 7:662 e.v. vinden geen toepassing.

Heeft A een OR dan is in beginsel van toepassing art. 25 lid 1 sub b WOR.
Voor wat betreft de OR van B ligt dit moeilijker. Weliswaar wordt de

Document information

Study
Uploaded on
September 8, 2026
Number of pages
102
Written in
2026/2027
Type
Summary
$9.16

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Sold
52
Followers
0
Items
28
Last sold
3 days ago




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions