Kennistoets.
, Weblecture 1.
Sociaal Ecologische veerkracht.
Veerkracht – Is het vermogen om terug te veren na tegenslag.
Als mensen het over veerkracht hebben denken ze vaak aan persoonlijke
veerkracht. Het vermogen dat je als persoon hebt om terug te veren, dit
vermogen is persoonsgebonden. De helft van het verschil kan verklaard worden
vanuit genetische factoren. Het kan ook verklaard worden vanuit je brein. Zo
zorgt de hippocampus voor je geheugen en je emotie regulatie. Dus op het
moment dat je een grote hippocampus hebt ben je hier beter in. Hier kan je als
pedagoog dus niet zo veel invloed op uitoefenen.
Sociaal Ecologische veerkracht. (Michael Ungar).
Samenspel tussen: individuele kenmerken en vaardigheden (micro) + bronnen
voor veerkracht in de verschillende leefwerelden. (meso en macro).
Hierbij zijn er veel meer aangrijpingspunten om invloed op uit te oefenen voor
de pedagoog.
Micro- vaardigheden of eigenschappen van
de jongeren zelf die hen helpen om met
tegenslagen om te gaan. Bepaalde vorm van
zingeving kan hier ook onder vallen,
bijvoorbeeld geloof, doelen die worden
nagestreefd en kracht geven.
Meso – Belangrijke relaties in het leven van
de jongeren, zoals ouders, vrienden, broer en
zussen etc.
Meso en Macro – Dit zijn plaatsen waarbij
jongeren tijd door brengen en de mensen en
voorzieningen die ze hier kunnen vinden,
bijvoorbeeld school, hobby’s, werk of
woonwijk. Maar ook middelen zoals
studiefinanciering, hulpverlening of andere
soort professionele ondersteuning.
Steunbronnen:
De bronnen voor veerkracht, op de verschillende niveaus kunnen niet los van
elkaar worden gezien. Die bronnen werken op een bepaalde manier samen
waardoor een bepaald steunsysteem wordt gevormd. Wat voor een jongeren op
hun unieke manier werkt en hem of haar veerkrachtig maakt.
, Ondersteuning jeugd in overgang naar volwassenheid – (OJOV)
Onderzoek wat gedurende vier jaar heeft plaatsgevonden. In drie grote steden
Rotterdam, Haarlem en Amsterdam. Bijna 800 jongeren hebben een vragenlijst
ingevuld en daarnaast nog 150 interviews afgenomen. Waarbij 20 van deze
jongeren op 3 momenten zijn gesproken. Net voordat ze 18 werden, net nadat ze
18 waren geworden en nadat ze ruime tijd 18 jaar waren.
Een paar inzichten uit dit onderzoek zijn:
Jongeren willen zelf hun pad bepalen.
Het is waardevol om vanuit het ecologische veerkracht perspectief naar de
levens van jongeren te kijken.
Iedere jongere heeft een uniek steunsysteem.
Praatplaat ‘mijn steunsysteem’
Kan verschillende doelen hebben:
Kennismaking. Een middel om kennis te maken met de jongeren en te
ondervinden welke bronnen voor veerkracht zij hebben op de verschillende
niveaus en leefwerelden en voor welke uitdagingen zij staan en naar welke
doelen zij uiteindelijk willen toe werken.
Signaleren. Een middel om te signaleren. Door te praten over welke uitdagingen
jongeren ervaren kunnen we er misschien achter komen welke belangrijke
tegenslagen er worden ervaren.
Bewustwording. Door het invullen van deze praatplaat kan de jongeren zelf ook
bewust worden van de bronnen voor veerkracht die aanwezig zijn.
Ondersteuning. Het hebben over de uitdagingen en steunbronnen een licht
werpen op waar nog ondersteuning nodig is en waar dus nog geen hulpbron voor
handen is.
Hoe kunnen pedagogisch professionals bijdragen aan de veerkracht van
jongeren?
• Ga met jongeren in gesprek over hun unieke steunsysteem en de bronnen
voor veerkracht die zij op verschillende leefwerelden beschikbaar hebben.
• Ga niet uit van een gewenste norm/ uitkomst voor de jongeren maar sluit aan
bij hun verhaal: niet probleemgericht maar krachtgericht.
• Probeer dus te denken en kijken vanuit een veerkracht perspectief.
Tip: de praatplaat kan een middel vormen die je bij alle bovenstaande punten
helpt.