Querry en Quetelet studeerde van 1825-1827 de verdeling van criminaliteit over verschillende
regio's in Frankrijk. Ze werden beschouwd als de grondleggers van de wetenschappelijke criminele
statistiek.
Van het aantal misdrijven dat bij de politie bekend wordt, wordt maar een klein deel opgehelderd.
Van dit deel wordt slechts een deel door het OM vervolgd, waarna de rechter daarvan maar een
fractie ter behandeling krijgt voorgelegd. Er wordt ook maar een deel van deze zaken tot een
schuldverklaring gebracht en sancties opgelegd. Dit proces heet het funnelingprocess.
Misdrijven die niet worden opgespoord of waarvan geen aangifte wordt gedaan, noem je het dark
figure, oftewel ongeregistreerde criminaliteit. De cijfers van de politie gaan over de geregistreerde
criminaliteit. Misdrijven kunnen op verschillende manieren bij de politie bekend worden. Vaak
constateert de politie zelf misdrijven. De meest gebruikelijke is dat iemand aangifte doet. Van lang
niet alle misdrijven wordt aangifte gedaan. uit de landelijke slachtoffer enquêtes van het CBS blijkt al
jaren dat gemiddeld 33% van de veelvoorkomende delicten waarvan men slachtoffer werd, aangifte
gedaan.
Wanneer de politie meer alcoholcontroles uitvoert, dan zullen er meer gevallen van dronken rijden in
de registratie terechtkomen, dit betekend niet dat er meer gevallen van dronken rijden zijn, maar dat
er meer gevallen bekend zijn. Nog een factor die een stijging of daling van criminaliteitscijfers tot
gevolg kan hebben zonder dat er een werkelijke stijging of daling van criminaliteit sprake is, is de
wijziging in strafbaarstelling van bepaalde gedragingen. Abortus was vroeger strafbaar, nu niet meer.
Omgekeerd was vroeger een verkrachting binnen een huwelijk niet strafbaar, nu wel.
Bij selfreport studies (zelfrapportage) wordt tijdens een enquête de vraag gesteld of je je in een
bepaalde periode schuldig hebt gemaakt aan bepaalde vormen van crimineel gedrag, of de politie op
de hoogte is van de betreffende misdrijven of overtredingen, en of er een proces-verbaal van is
opgemaakt. Selfreport studies worden vooral verricht om te weten te komen wie de plegers van
delicten zijn en om inzicht te krijgen in de relatie tussen categorieën daders en delicten. Modus
operandi staat voor de manier van werken.
Hfd 3 spanningstheorieën, strain en (sub)cultuur
Durkheim stelde dat armoede en ongelijkheid normale en onvermijdelijke verschijnselen zijn in elke
maatschappij en niet noodzakelijk tot criminaliteit hoeven te leiden. Daarvoor is er volgens
Durkheim nog een voorwaarde voor nodig, de afwezigheid van maatschappelijke normen of regels.
Een dergelijke toestand van normloosheid noemt Durkheim ''anomie''. Zowel Lombroso als
Durkheims theorieën zijn gedeeltelijk een reactie op het klassieke uitgangspunt dat de mens vrij is,
zijn gedrag rationeel bepaald en dat hij door middel van contracten relaties aangaat met zijn
omgeving. Lombroso zocht de oorzaak van crimineel gedrag bij de individu zelf, Durkheim richtte zich
op de maatschappij en de organisatie en ontwikkeling daarvan.
In de traditionele samenleving is er sprake van relatief geïsoleerde groepen, die deels onder
dezelfde omstandigheden, met hetzelfde werk en dezelfde normen en waarden hebben. Er is weinig
verdeling in arbeid en er zijn enkele leden binnen de groep die specialistische functies hebben. De
solidariteit (verbintenis) is gebaseerd op de gelijkwaardigheid van de leden. In de organistische
samenleving zijn de verschillende groepen in de samenleving juist afhankelijk van elkaar als gevolg
van een verregaande verdeling van arbeid. Sociale solidariteit is niet langer gebaseerd op de
gelijkwaardigheid van de leden, maar juist op de diversiteit. Volgens Durkheim bevind elke
samenleving zich in de ontwikkeling tussen puur mechanische en puur organische vorm van
samenleving.
, Het recht speelt in beide vormen van samenleving een belangrijke rol om de onderlinge solidariteit te
handhaven. In de mechanische samenleving richt het recht zich op elke afwijking van de heersende
normen. In de organische samenleving reguleert het recht de transacties tussen de verschillende
onderdelen en individuen binnen de samenleving. Omdat het recht z'n verschillende rol heeft in
beide samenlevingen, heeft dit ook gevolgen voor de perceptie van criminaliteit. Volgens Durkheim is
een bepaald niveau van criminaliteit in een samenleving normaal. Een samenleving zonder
criminaliteit zou 'over gecontroleerd' zijn. De normen binnen een samenleving zijn altijd zo
geformuleerd dat een minderheid hier niet aan kan voldoen. De minderheid moet groot genoeg zijn
om op te vallen, maar wel een minderheid blijven die door de meerderheid te beheersen is. Hierdoor
ontstaat een balans en volgens Durkheim de belangrijkste functie; de meerderheid krijgt het gevoel
van superioriteit. Het doel van straffen is een middel om de solidariteit te versterken van hen die wel
de regels naleven.
De Amerikaanse socioloog Robert Merton zag in 1968 anomie als het gevolg van het gebrek aan
afstemming van sociaal wenselijke aspiraties (culturele doelen) zoals status of rijkdom. Merton wilde
ontdekken hoe sommige sociale structuren druk uitoefenen op bepaalde personen in de samenleving
om niet-conformistisch in plaats van conformistisch (de neiging om zich aan te passen aan het gedrag
binnen de groep) gedrag te vertonen. Volgens Merton ontstaat een strain to anomie wanneer er in
een maatschappij een sterke nadruk ligt op bepaalde succesdoelen, maar niet iedereen over de
legitieme middelen beschikt om die doelen te bereiken. Die spanning (strain) tussen doelen en
middelen leidt tot normvervaging en afwijkend gedrag, oftewel strain to anomie. Een persoon kan
op verschillende manieren reageren op een situatie van anomie. Hij kan zowel de doelstelling als de
middelen accepteren (+), afwijzen (-), of afwijzen en vervangen (+/-).
Gedragsaanpassing Culturele doelen Legitieme middelen
1. Conformiteit + +
2. Innovatie + -
3. Ritualisme - +
4. Retreatism (terugtrekgedrag) - -
5. Rebellie +/- +/-
In een stabiele samenleving zullen mensen voor conformiteit kiezen, de gebruiken legitieme
middelen om culturele doelen te bereiken. De sociale structuur maakt het voor de een makkelijker
om de doelen te bereiken dan voor de ander.
De meeste criminaliteit komt volgens Merton voort uit innovatie. De culturele doelen worden
erkend, maar men constateert dat men die met de legitieme middelen nooit, voldoende of tijdig zal
bereiken. Men gaat dus nieuwe, illegale middelen bedenken om de doelen toch te bereiken.
In het geval van ritualisme verdwijnen de culturele maatschappelijke doelen uit beeld, terwijl men
zich wel vasthoudt aan de legitieme middelen. We spreken hier wel van afwijkend gedrag, maar niet
van crimineel gedrag. Men speelt in dit geval safe, omdat ze niet teleurgesteld worden als ze de
culturele doelen niet bereiken. Ze komen ook niet in de problemen omdat ze zich aan de regels
houden.
Retreatism staat voor helemaal niet meer meedoen. Er lijkt een vorm van apathie (ontbreken van
emoties, motivatie en enthousiasme) te ontstaan. Volgens Merton gaat het hierbij om de
onmogelijkheid om aan de culturele doelen te voldoen met de legitieme middelen. Voorbeelden zijn
daklozen, zwervers en verslaafde.