procesrecht
Vraag 1
Smit (Ede) is in Antwerpen tegen de Lange (Breda) aangereden. Materiële schade van
10.500,- en smartengeld van 3.000,-.
a) Kan er voor de Nederlandse rechter worden geprocedeerd, en zo ja, is de Nederlandse
rechter exclusief bevoegd?
Er zijn twee Nederlandse partijen, maar het ongeluk is in Antwerpen gebeurd. Er moet voor
de rechtsmacht dus gekeken worden naar internationale aspecten volgens art. 1 Rv. Er is dus
voorrang van internationaal en Europees recht (art. 94 Gw). De eiser is de Lange, de
gedaagde is Smit en grondslag vordering is art. 6:162 BW (OD).
Ten eerste moet gekeken worden naar de verdragen en Europese verordeningen: EEX-Vo II
(Brussel I-bis). Deze ziet op de rechtsmachtverdeling tussen EU lidstaten.
Materieel toepassingsgebied: volgens art. 1 lid 1 in burgerlijke en handelszaken.
Volgens lid 2 zijn er wat uitzonderingen qua rechtsgebieden. In casu is de EEX-VO II
dus gewoon van toepassing, want het gaat om een onrechtmatige daad = burgerlijke
zaak.
Formele toepassing: als hoofdregel is er de forum rei volgens art. 4. Hierin is bepaald
dat de gedaagde een woonplaats moet hebben op het grondgebied van een EU
lidstaat. Hoofdregel voor de internationale rechtsmacht is hier dat de verweerder
wordt opgeroepen voor het gerecht van de lidstaat op het grondgebied waarvan deze
woonplaats heeft.
In beginsel kan er volgens de forum rei voor de Nederlandse rechter worden geprocedeerd,
maar deze is niet exclusief bevoegd. Er zijn namelijk alternatieve gronden voor rechtsmacht,
zoals bij verbintenissen uit onrechtmatige daad. Hierbij kan gekozen worden om te
procederen op de plaats waar het schade brengende feit zich heeft voorgedaan. Dit staat in
art. 5 (alternatieve fora) art. 7 lid 2. In casu heeft de onrechtmatige daad in Antwerpen
plaatsgevonden, wat betekent dat ook de Belgische rechter bevoegd kan zijn.
Concluderend kan er voor de Nederlandse rechter geprocedeerd worden (art. 4), maar de
Nederlandse rechter is niet exclusief bevoegd (art. 7). De eiser kiest uiteindelijk waar hij heen
wil. Aangezien hij in NL woont ligt het voor de hand dat ze in NL gaan procederen.
b) Stel dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft. Bij welke absoluut en relatief
bevoegde rechter zal De Lange de procedure aanhangig dienen te maken? Is de
kantonrechter bevoegd?
Absolute competentie: Hierbij kijken naar welke rechter hiërarchisch gezien bevoegd is. Dit
kan de rechtbank, het hof of de Hoge Raad zijn. De regels van absolute competentie zijn van
openbare orde. Volgens art. 72 Rv moeten ongeacht het standpunt van partijen zo nodig
, ambtshalve door de rechter worden toegepast. Uitgangspunt is dat de rechtbank in eerste
aanleg bevoegd is. Volgens art. 42 RO nemen de rechtbanken in eerste aanleg kennis van alle
burgerlijke zaken. De Lange moet zijn procedure dus aanhangig maken bij de Nederlandse
rechtbank in eerste aanleg.
Vervolgens moet gekeken worden of er sprake is van een dagvaardingsprocedure of een
verzoekschriftprocedure. Volgens art. 78 jo. 261 lid 1 jo. 261 lid 2 Rv: het gaat om een
onrechtmatige daad (art. 6:162 BW). Hierin wordt niet gesproken over verzoek, dus gaat het
om een dagvaardingsprocedure.
Sectorcompetentie (civiel of kanton): Art. 93 sub a Rv geldt voor de dagvaardingsprocedure.
Voor het optellen van de kosten is art. 94 lid 1 Rv van belang: kijken naar totale waarde van
beide vorderingen (juncto 93 + 94). Dit is 13.500 euro en is minder dan de competentiegrens
van 25.000 euro. De kantonrechter is dus bevoegd op grond van art. 93 sub a Rv.
Relatieve competentie: Hierbij moet gekeken worden welke rechter geografisch gezien
bevoegd is. Hierbij moet naar art. 108 en 110 Rv gekeken worden. De regels van relatieve
competentie zijn van regelend recht. De rechter van de woonplaats van de gedaagde is
relatief bevoegd volgens art. 99 lid 1 Rv. Dit is dus de rechter in de woonplaats van Smit,
namelijk Ede; arrondissement Gelderland; zittingslocatie Arnhem. Naast deze rechter kan
ook een andere rechter relatief bevoegd zijn, wat blijkt uit art. 100-108 Rv.
c) Stel de zaak is aanhangig gemaakt bij de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen. Wat zal de
rechter in dit geval doen.
Er moet gekeken worden naar art. 110 Rv. Volgens lid 1: het verweer dat de rechter niet
relatief bevoegd is, op straffe van verval van het recht daartoe, moet worden gevoerd voor
alle weren ten gronde. Er is ook een uitzondering: in zaken waarin de vordering ten hoogste
25.000 euro is, zal de rechter zonder daartoe strekkend verweer beoordelen of hij relatief
bevoegd is. Tot 25.000 euro moet de rechter dus ambtshalve toetsen. Dit is om zwakkere
partijen te beschermen, bij een kantonzaak geldt immers geen verplichte
procesvertegenwoordiging en is er vaak geen advocaat betrokken. Voordat je de zaak
inhoudelijk behandeld moet de partij verweer voeren dat de locatie niet juist is. Bij de zaken
tot 25.000 euro moet de rechter beoordelen of hij relatief bevoegd is. Er is dan dus sprake
van een ambtshalve toetsing.
In casu is de vordering lager dan 25.000 euro en moet de rechter ambtshalve toetsen of hij
relatief bevoegd is. Volgens lid 2 moet de rechter, indien hij beslist dat niet hij bevoegd is, de
zaak naar de bevoegde rechter verwijzen. Art. 110 lid 2 Rv.
Art. 69 en 70 Rv gaat over verkeerde rechtsingang bij absolute competentie, terwijl het bij
deze vraag gaat om een fout in de relatieve competentie.
Vraag 2
Vink BV Amsterdam
Berend Bakels Arnhem
Het Park Doorn, vlakbij Utrecht