Kindermishandeling
Opdracht 1
Rosie en Noud hebben een zoon, Milan. Rosie heeft nog 2 andere kinderen uit een vorige
relatie, Emma en Olivia, die bij de moeder van R wonen. Milan is niet veilig bij de ouders.
a) Welke stappen moeten er worden gezet om M onmiddellijk uit huis te plaatsen en welke
organisaties zijn hierbij betrokken?
Het gaat hier om voorlopige OTS met een spoeduithuisplaatsing (art. 1:257 jo. 1:265b BW).
Dit is een tijdelijke maatregel.
In art. 1:257 jo. 1:255 jo. 1:265b BW staat de spoed/voorlopige OTS met uithuisplaatsing. De
spoedprocedure verloopt als volgt:
De kraamverzorgster moet eerst de stappen van KNMG-meldcode volgen en doet een
melding bij Veilig Thuis volgens art. 5.2.6 Wmo.
Veilig Thuis belt dan op dezelfde dag nog met de RvdK volgens art. 4.1.1 lid 2 sub e
Wmo. Er is iets dringends nodig, dus meteen contact opnemen met de Raad, zodat zij
direct een uithuisplaatsing met OTS kan verzoeken bij de kinderrechter. Dit gaat
mondeling over de telefoon.
Er is geen GI betrokken, want er is nog geen OTS.
Bij acuut gevaar mag de kraamverzorgster direct melden aan de RvdK volgens art.
1:240 BW.
Als dit allemaal is gebeurd moet gekeken worden of aan de gronden van de OTS is
voldaan, namelijk: volgens art. 1:257 lid 1 BW moet er een ernstig vermoeden zijn dat
aan art. 1:255 lid 1 BW is voldaan en de maatregel noodzakelijk is.:
Ernstige ontwikkelingsbedreiging van de minderjarige. Dit is het geval want Milan
wordt verwaarloosd, is ondervoed en onverzorgd.
Noodzakelijke zorg i.v.m. wegnemen bedreiging door ouders wordt niet of
onvoldoende geaccepteerd. Dit is het geval, want de moeder snapt de aanwijzingen
niet en de vader wil de aanwijzingen niet opvolgen.
Verwachting is gerechtvaardigd dat de ouders binnen een gelet op de persoon en
ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn de
verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding in staat is te dragen. Dit zal je
opnieuw moeten toetsen, dus niet kijken o.g.v. het verleden. Er zal wel een
aanvaardbare termijn zijn.
Vervolgens moet gekeken worden of de maatregelen noodzakelijk zijn om de acute en
ernstige bedreiging voor de minderjarige weg te nemen.
Aan de gronden van de uithuisplaatsing moet zijn voldaan:
Uithuisplaatsing met alleen machtiging volgens art. 1:256a BW
Kinderrechter kan de machtiging verlenen volgens art. 1:265b BW: indien de plaatsing
noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of
tot onderzoek van… Dit is van toepassing.