Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 59 pages
Summary

Samenvatting Europees Recht en Privacy | HvA | 2026/27

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 59 pages

Deze samenvatting behandelt het eerste hoofdstuk van Europees Recht en Privacy aan de Hogeschool van Amsterdam, gericht op HBO Rechten-studenten. De stof omvat vormen van Europese samenwerking (intergouvernementeel, supranationaal, federaal), economische samenwerkingsvormen (vrijhandelszone tot EMU), en de ontwikkeling van de EU via diverse verdragen tot het supranationale systeem van vandaag. Het document biedt een helder overzicht van essentiële basisconcepten die cruciaal zijn voor het begrijpen van de EU-structuur en bevoegdheden, perfect voor het voorbereiden op examens en het versterken van fundamentele kennis. Ook bevat de samenvatting Hoofdstukken van Privacy recht.

Content preview

Samenvatting Europa en Privacy
H1 Europese samenwerking
1.1 Vormen van samenwerking
Een verdrag is een schriftelijk vastgelegde overeenkomst tussen landen. Het kan ook
zijn dat landen bij een verdrag een organisatie (VN) in het leven roepen. Een verdrag
wordt in eerste instantie gesloten tussen de regeringen van landen en kan pas in werking
treden als het door alle landen (minimaal landen) formeel goedgekeurd is. Dit wordt in
de meeste landen gedaan door de regering en kan pas gebeuren nadat parlementaire
goedkeuring voor het verdrag is verkregen. In sommige landen kunnen bepaalde
verdragen pas worden goedgekeurd nadat een meerderheid van de bevolking zich (via
een referendum) voor het verdrag heeft uitgesproken.

Landen kunnen bij zo’n verdrag opgerichte organisatie kiezen tussen verschillende
samenwerkingen:
- Intergouvernementele samenwerking: een organisatie waarbij activiteiten
alleen kan ontwikkelen wanneer alle aangesloten landen daarmee akkoord gaan.
Organisatie kan niet doen zonder toestemming van de lidstaten. Voorbeelden zijn
VN, NAVO, WTO en OECD
- Supranationale samenwerking: een organisatie die in beperkte mate
bevoegdheden van de samenwerkende staten overneemt. Deze organisatie kan
dus op een aantal gebieden handelen zonder toestemming van de lidstaten.
- Federale samenwerking: er wordt een overkoepelende staat opgericht die op
veel belangrijke gebieden de bevoegdheden van de samenwerkende staten
overneemt. Bijvoorbeeld Bondsrepubliek Duitsland en de Verenigde Staten van
Amerika.

Er zijn verschillende vormen van economische samenwerkingen:
- Vrijhandelszone: lidstaten hebben onderling alle douanerechten (financiële
lasten bij in- en uitvoer) afgeschaft. Elk van de staten binnen de vrijhandelszone
blijft gerechtigd douanerechten te heffen op producten uit de niet-aangesloten
landen.
- Douane-unie: vrijhandelszone+ gemeenschappelijk buitentarief. Hierbij
schaffen de lidstaten onderlinge douanerechten af en hanteren zij een
gemeenschappelijk buitentarief ten aanzien van producten afkomstig uit niet-
lidstaten.
- Interne markt: douane-unie+ vrij verkeer van goederen, personen, diensten en
kapitaal. Deze vorm van samenwerking heeft ten doel om op economisch gebied
de bestaande binnenmarkten van de lidstaten te vervangen door 1 binnenmarkt.
Dus alle hinderpalen voor het vrij verkeer van goederen, personen, diensten en
kapitaal moeten worden afgeschaft.
- Economische en monetaire Unie: interne markt+ gezamenlijke munt+
gezamenlijk economisch en monetair beleid. De EMU impliceert een
gezamenlijke munt en een gezamenlijk economisch en monetaire beleid.

1.7 van EG naar EU
Overzicht verdragswijzigingen van EEG naar EU
1. Europese akte→ nieuwe datum voor verwezenlijking interne markt

, 2. Verdrag van Maastricht→ oprichting intergouvernementele EU; omvorming EEG
tot EG; nieuwe take en bevoegdheden EG, zoals totstandbrenging EMU
3. Verdrag van Amsterdam→ taak van EG om RVVR tot stand te brengen
4. Verdrag van Nice→ geringe verbeteringen ter zake besluitvorming EG
5. Verdrag van Lissabon→ EU wordt supranationaal en zet de bestaande activiteiten
van de EG voort.
Door het verdrag van Lissabon zijn deze verdragsteksten opgeleverd:
- Het verdrag betreffende de Europese Unie VEU
- Het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie VWEU
- Het handvest van de grondrechten van de Europese Unie EU-Handvest

De VEU en de VWEU zijn de basisverdragen. Art. 1 VEU vertelt dat de verdragsluitende
partijen een EU hebben opgericht, waaraan de lidstaten bevoegdheden toedelen om
hun gemeenschappelijke doelen te halen. In het VEU zijn algemene bepalingen over de
EU nieuwe stijl opgenomen. Het VWEU bevat vooral bepalingen over zaken en
bevoegdheden voor diverse projecten van de EU. Het GBVB en andere beleidsterreinen
zijn opgenomen in het VEU. Het EU- handvest heeft dezelfde rechtskracht als de
basisverdragen, art. 6 lid 1 VEU. De VEU bevat vooral de algemene bepalingen voor
supranationale samenwerking.

De EU heeft de supranationale methode overgenomen. Alleen op het
gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid GBVB is en blijft de
intergouvernementele methode van toepassing. De huidige EU wordt gekenmerkt door
een hybride (= tweeslachtige) structuur omdat het een supranationale organisatie is,
waarbinnen de lidstaten zelf een bekende rol hebben toebedeeld. Hierdoor is het een
supranationale organisatie met een intergouvernementele inslag. Deze
tweeslachtigheid heeft het voordeel dat de meeste lidstaten zich niet te veel bedreigd
voelen in hun soevereiniteit. Nadeel is dat het de slagvaardigheid van de organisatie in
gevaar kan brengen.




1.9 toetreding EU
Voor toetreding bij de EU moet een land voldoen aan: criteria van Kopenhagen
- Stabiele instellingen hebben die de democratie, de rechtstaat, de eerbieding van
mensenrechten en respect voor minderheden waarborgen.
- Een goed draaiende markteconomie hebben en opgewassen zijn tegen
concurrentie binnen de EU
- De verplichtingen van het lidmaatschap op zich te nemen, de doelstellingen van
de EU ondersteunen en de gehele EU-regelgeving overnemen en toepassen.

,Een Europees land kan niet toetreden als daar niet de democratie, de rechtsstaat en de
mensenrechten worden gewaarborgd. Uit art. 49 VEU moet worden afgeleid dat
lidstaten de in art. 2 VEU vermelde waarden niet mogen aantasten.

Kandidaat- lidstaat: deze status betekent dat zij kunnen toetreden zodra zij aan de
criteria van Kopenhagen kunnen voldoen. Potentiële kandidaat- lidstaat: deze landen
komen pas voor toetreding in aanmerking vanaf het moment dat zij de status van
kandidaat- lidstaat hebben gekregen. Toetreding vindt plaats door middel van een
toetredingsverdrag→ een verdrag tussen de bestaande lidstaten en het land dat wil
toetreden. Een toetredingsverdrag kan slechts in werking treden na goedkeuring door
alle lidstaten. In zo’n toetredingsverdrag wordt een datum bepaald waarop de nieuwe
lidstaat zal toetreden en wordt in allerlei overgangsregelingen voorzien. Nieuw
toegetreden lidstaten krijgen vanaf de dag van toetreding aantal jaren de tijd om zich
volledig aan te passen aan de nieuwe regels.

1.10 Uitreding EU
In de zaak Costa/ ENEL is bevestigd dat de lidstaten een gemeenschap voor
onbepaalde tijd hebben opgericht. Hiermee verduidelijkte het hof dat het aangaan van
een supranationaal samenwerkingsverband een investering in de toekomst is. Dit was in
de tijd van de EEG.

In art. 50 VEU wordt de mogelijkheid tot uittreding van de EU uitdrukkelijk erkend. Met
dit artikel geldt de eisen:
- Het betreffende land moet kennisgeven aan de Europese Raad van zijn
voornemen om zich terug te trekken (notificatieplicht).
- Vanaf dat moment moet er binnen 2 jaar een akkoord worden gesloten over de
terugtrekkingsvoorwaarden. Na enige verlenging van de termijn van 2 jaar is een
terugtrekkingsakkoord uit de bus genomen.
In het terugtrekkingsakkoord kan een overgangsperiode worden afgesproken. Deze
overgangsperiode kan meerdere keren verlengd worden en is bedoeld om rustig te
kunnen onderhandelen over een akkoord over toekomstige samenwerking. Volgens art.
50 lid 2 VEU moet het terugtrekkingsakkoord namens de EU worden gesloten door de
Raad van Ministers, na goedkeuring door het Europees Parlement.

Met een overgangsperiode wordt tijd gewonnen voor de onderhandelingen over een
akkoord over toekomstige samenwerking. Zo’n overeenkomst over toekomstige
samenwerking is een verdrag van internationaal publiekrecht. Met een handels- en
samenwerkingsovereenkomst kon worden voorkomen dat onnodige schade voor beide
partijen zou ontstaan.

H2 Fundamentele rechtsbeginselen EU
De EU en de lidstaten zijn onderworpen aan 6 rechtsbeginselen:
- Het voorrangsbeginsel→ bevat een verplichting voor lidstaten
- Het beginsel van loyale samenwerking→ bevat een verplichting voor lidstaten
- Het beginsel van bevoegdheidstoedeling
- Het subsidiariteitsbeginsel
- Het evenredigheidsbeginsel

, - Het gelijkheidsbeginsel→ bevat een verplichting voor lidstaten.
Het voorrangsbeginsel, beginsel van loyale samenwerking en het gelijkheidsbeginsel
geven aan welke basisprincipes in acht moeten worden genomen door de lidstaten als
gevolg van hun lidmaatschap van de EU. De overige rechtsbeginselen zijn primair
gericht tot de EU-instellingen. Deze basisprincipes moeten de EU-instellingen in acht
nemen bij al hun handelingen. Als zij dat niet doen, is onrechtmatigheid van hun
handelingen tot gevolg.

2.1 Het voorrangsbeginsel
Het EU-recht wordt automatisch onderdeel van het recht van de lidstaten. Om dezelfde
toepassing van EU-recht te garanderen, heeft het hof in de zaak Costa/ENEL duidelijk
gemaakt dat het EU-recht voorrang heeft→ voorrangsbeginsel. De voorrang van EU-
recht in Nederland vloeit voort uit de toetreding van Nederland tot de supranationale EU.
EU-recht heeft het opperste gezag en als gevolg daarvan heeft EU-recht voorrang boven
alle nationale regels, zelfs grondwetten. Als gevolg van het voorrangsbeginsel is dat alle
nationale instanties (rechters en bestuursorganen) alle nationale regels die in strijd zijn
met EU-recht buiten toepassing moeten laten. Zij moeten dus bij het nemen van hun
beslissingen doen alsof alle met EU strijdige nationale regels niet bestaan. Dit geldt ook
voor latere nationale wetgeving.

2.2 Het beginsel van loyale samenwerking
Het beginsel van loyale samenwerking in art. 4 VEU betekent dat de lidstaten verplicht
zijn om in alle opzichten de EU-instellingen te ondersteunen bij het verwezenlijken van
de doelstellingen van de EU. Deze verplichting tot loyale samenwerking vraagt
praktische consequenties voor de lidstaten. Uit de verplichting tot loyale samenwerking
heeft het Hof concrete plichten afgeleid, voorbeelden:
- Frankrijk moet optreden tegen gewelddadige boeren
- Overtreding van EU-regels: schadevergoeding volgens EU-regels
- Regels in strijd met EU-recht: verplichting om deze te negeren. Alle nationale
overheidsinstanties zijn onderworpen aan het beginsel van loyale samenwerking,
dus ook provincies, gemeentes en onafhankelijke nationale rechters.

2.3 het beginsel van bevoegdheidstoedeling
Als gevolg van het beginsel van bevoegdheidstoedeling art. 5 lid 2 VEU beschikt de EU
slechts over bevoegdheden die uitdrukkelijk zijn toegerekend→ attributiebeginsel. Het
komt erop neer dat de EU bij iedere voorgenomen activiteit moet nagaan of de EU
daartoe wel de vereiste bevoegdheid heeft. Dit geldt ook voor wetgevingshandelingen.
Daden van wetgeving zijn dus alleen mogelijk als de verdragen (VEU en VWEU) dit
toestaan. Deze bepalingen vormen de rechtsbasis voor het vaststellen van wetgeving op
duidelijk omschreven gebieden.

2.4 Het subsidiariteitsbeginsel
Als gevolg van het subsidiariteitsbeginsel art. 5 lid 3 VEU is dat de EU alleen actie mag
ondernemen wanneer een Europese aanpak efficiënter is dan een aanpak op het niveau
van de lidstaten. De EU hoeft zich niet altijd af te vragen of het subsidiariteitsbeginsel
van toepassing is. Dit beginsel speelt geen rol wanneer de EU over exclusieve
bevoegdheden beschikt. De EU moet het subsidiariteitsbeginsel alleen in acht nemen

Connected book
 image
Constantijn Bakker, Merijn Maassen Europees recht. De basis voor bachelorstudenten
Publisher: 23 augustus 2022 ISBN: 9789462512979 Edition: 1

Document information

Study
Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
H1 tmh5+h7 +h8+h11.3 en privacyrecht+ h1+h2+h4+h5
Uploaded on
September 6, 2026
Number of pages
59
Written in
2026/2027
Type
Summary
$31.86

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
6
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions