Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 38 pages
Summary

Samenvatting Arbeidsrecht | De Arbeidsverhouding | HvA | 2026/2027

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 38 pages

Samenvatting van Arbeidsrecht voor het HBO Rechten programma aan Hogeschool van Amsterdam, gericht op hoofdstuk 1 over de arbeidsverhouding. Dit document behandelt de arbeidsovereenkomst volgens artikel 7:610 BW, het bijzondere karakter van arbeidsrelaties, de kwalificatie van overeenkomsten, en onderscheid tussen werknemers en zelfstandigen. Ideaal voor examenvoorbereiding omdat het kernconcepten als juridische ondergeschiktheid, economische afhankelijkheid, en de vier voorwaarden voor een arbeidsovereenkomst duidelijk uitlegt.

Content preview

Samenvatting Arbeidsrecht
H1 De arbeidsverhouding
Het burgerlijk wetboek kent in boek 7 bijzondere overeenkomsten. Een van
deze bijzondere overeenkomsten is de arbeidsovereenkomst geregeld
in titel 10.

1.3 Het bijzondere karakter van de arbeidsovereenkomst
Het bijzondere van de arbeidsovereenkomst ten opzichte van andere
overeenkomsten, blijkt uit de volgende omstandigheden:
A. Het personenrechtelijke element met zijn juridische ondergeschiktheid
en economische afhankelijkheid is sterk in de individuele arbeidsrelatie
aanwezig.
- De werknemer is in een gezagsverhouding ten opzichte van zijn
werkgever staat. Hij is juridisch aan zijn werkgever
onderschikt.
- De arbeidsovereenkomst is een duurovereenkomst, dus bevindt
de werknemer zich in een kwetsbare positie. Deze dubbele
kwetsbaarheid (juridische ondergeschiktheid en economische
afhankelijkheid) rechtvaardigt een afzonderlijke behandeling in
boek 7 BW. De wettelijke bepaling hierin zijn gericht op, het
beginsel van de ongelijkheidscompensatie.
- Het creëren van een beter evenwicht tussen de contractpartijen,
waarbij de feitelijke ongelijkheid in juridisch wordt gecompenseerd.
B. Collectieven, zoals vakbond en de ondernemingsraad, spelen in het
arbeidsrecht een belangrijke rol. De door hen tot stand gebrachte
regelgeving kan consequenties hebben voor de inhoud van de individuele
arbeidsovereenkomst.
- Vakbonden kunnen met werkgever (organisaties) collectieve
arbeidsovereenkomsten cao’s afsluiten, waarin de
arbeidsvoorwaarden voor de komen periode worden vastgelegd.
- Soms mogen ze daarbij afwijken van de wet. Dit betekent dat ze
bepaalde wettelijke regels buiten werking mogen stellen als ze
dat in de cao afspreken. De ondernemingsraad heeft in
toenemende mate invloed op de bepalingen die tussen werkgever
en werknemer gelden.
C. De inbedding van de arbeidsovereenkomst in geheel de
arbeidsorganisatie. Dit heeft invloed op wat de individuele werknemer
van zijn werkgever mag verwachten en andersom.
- Een werkgever heeft meestal te maken met een grote groep
werknemers met ieder zijn eigen wensen en voorkeuren. De
arbeidsorganisatie en de voortgang daarvan spelen een rol bij de
vraag wat partijen individueel van elkaar mogen verwachten
institutionele karakter van het arbeidsrecht.

1.4 Kwalificatie van de overeenkomst
De arbeidsovereenkomst is het entreebiljet van het arbeidsrecht en het
sociaalzekerheidsrecht. Als er sprake is van een arbeidsovereenkomst
heeft de werknemer toegang tot beschermende regels:
- Bescherming werknemer tegen werkgever;

, - Voorzieningen beschikbaar etc. Het verschil is van belang om te
bepalen of regels van sociaalzekerheidsrecht al dan niet van
toepassing zijn;
- Daarnaast biedt de arbeidsovereenkomst toegang tot bescherming
via wetten zoals de arbeidstijdenwet, wet minimumloon en
minimumvakantiebijslag en vaak via een cao.
- De arbeidsovereenkomst is de toegangspoort tot
werknemersverzekeringen, zoals werkloosheidswet, ziektewet en
wet WIA, die uitkeringen bieden bij werkloosheid of
arbeidsongeschiktheid.
Einde arbeidsovereenkomst zit aan regels vast. Van belang is:
- Bepaalde of onbepaalde tijd
- Loopt de proeftijd nog
- Is toestemming voor ontbinding aanwezig van de werknemer, het
UWV of de rechter.
Voor het vaststellen van de rechtspositie van een persoon die voor een
ander arbeid verricht, is het belangrijk om te weten of hij werkzaam is
voor een arbeidsovereenkomst. Als dit niet het geval is, dan is de persoon
werkzaam als zelfstandige, op basis van een overeenkomst van
opdracht art. 7:400 BW of aanneming van werk art. 7:750 BW. Is dit
allemaal niet van toepassing dan spreken we van een overeenkomst sui
generis een overeenkomst van eigen aard waarvoor geen bijzondere
wettelijke regeling bestaat. De overeenkomst wordt dan beheerst door het
algemene overeenkomstrecht (boek 3 en 6 BW).

1.5 Werknemer of zelfstandige?
1.5.1 De elementen van artikel 7:610 BW
Art. 7:610 BW bepaalt wanneer sprake is van een arbeidsovereenkomst.
De arbeidsovereenkomst is de overeenkomst waarbij de ene partij, de
werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever
tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten. Er zijn 4
voorwaarden voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst:
1. De verplichting tot het verrichten van arbeid
2. De verplichting tot het betalen van loon
3. Gedurende een zekere tijd
Ook de tijdsduur van minder dan een dat of een uur voldoet aan dit
element. Als aan de andere drie voorwaarden is voldaan, wordt
aangenomen dan ook aan het zekere tijd element is voldaan.
4. In dienst van de andere partij
Ook een mondelinge overeenkomst kan kwalificeren als
arbeidsovereenkomst.

A De verplichting tot het verrichten van (persoonlijke) arbeid
- Er is sprake van arbeid als deze bijdraagt aan het primaire doel
van de onderneming.
- Niet alle werkzaamheden vallen onder arbeid in de zin van een
arbeidsovereenkomst. Bv:
 Beurspromovendi leveren arbeid, maar worden niet altijd als
werknemers gezien

,  Stagiaires werken niet in het kader van een arbeidsovereenkomst.
- De arbeid moet persoonlijk worden verricht; een werknemer mag
zich alleen laten vervangen als de werkgever daarmee instemt.
Beurspromovendi-arrest
Arbeid moet persoonlijk verricht worden art. 7:659 lid 1 BW. Dit
impliceert dat alleen natuurlijke personen als werknemer een
arbeidsovereenkomst kunnen hebben. Ook moet de arbeid een verplicht
karakter hebben. Iemand die naar eigen believen werk kan weigeren,
verricht geen arbeid in de zin van art. 7:610 BW. De verplichting tot het
verrichten van arbeid kan onder andere worden afgeleid uit het bestaan
van een aan de werkgever toekomende instructiebevoegdheid.

B De verplichting tot het betalen van loon
Huize Bethesa-arrest:
Met loon wordt gedoeld op de overeengekomen tegenprestatie van de
arbeid. Er zijn 3 elementen waaraan moet zijn voldaan:
- Een vergoeding
- Die door de werkgever verschuldigd is aan de werknemer
- Ter zake van de bedongen arbeid
Het loon kan uit meer bestaan dan een financiële vergoeding art.
7:617BW. Fooi, onverschuldigde betaling en onkostenvergoeding maken
geen deel uit van loon.

D In dienst van de andere partij
Dit element wordt als de gezagsverhouding aangemerkt. De werknemer
is onderschikt.
Gezag criterium (deliveroo-arrest, is het werk en de werknemer ingebed
in organisatie).

Het gaat dan niet om een instructiebevoegdheid ten aanzien van de
inhoud van het werk, maar ten aanzien van de werkdiscipline.
- Materieel gezag criterium: ziet op de inhoud van het werk zelf.
- Formeel gezag criterium: heeft betrekking op de vraag of de
werkrelatie aan normale organisatorische inbedding heeft gekregen.
Er wordt gekeken naar niet de inhoud van het werk, maar de
organisatie eromheen:
o Inrichting van de werktijden
o De wijze van beloning
o Regelingen over vakantie, etc.
Verricht iemand werkzaamheden die tot de corebussiness van het bedrijf
horen, dan zal de werkgever daar ook gezag over uitoefenen. Is de werker
niet te onderscheiden van andere werknemers, ook dan zal snel sprake
zijn van gezag.

Kenmerken van arbeid:
1. De bijdrage moet gericht zijn op primaire doel onderneming
(Beurspromovendi-arrest)
2. De bijdrage moet persoonlijk worden verricht, als vervanging
mogelijk is dan geen arbeidsovereenkomst, tenzij met toestemming

, van de werkgever. Dus geen vrijvervangingsclausule
(deliverroo-arrest)
3. Verplicht karakter (werkgever heeft instructiebevoegdheid), geen
werkweigering mogelijk.

Deliverroo-arrest (2023)
Samenbrengen van Groen/Schoevers en x/gemeente Amsterdam.
Deliverroo hanteerde eerst arbeidsovereenkomsten, daarna zelfstandige
contracten nl. Partnerovereenkomsten. Deliverroo gaf aan geen
arbeidsovereenkomst, want arbeid hoeft niet persoonlijk te worden
verricht en geen gezagsverhouding.

Er is wel een arbeidsovereenkomst, want er zijn kenmerken van een
arbeidsovereenkomst. Of een overeenkomst moeten worden aangemerkt
als een arbeidsovereenkomst, hangt af van alle omstandigheden van het
geval in onderling verband bezien. Dus ook bij kwalificatietoets van
X/Gmeente Amsterdam is bedoeling van partijen van belang.

1.5.2 Kwalificatie van de overeenkomst en de elementen van art.
7:610 BW
Regelmatig hebben partijen hun rechtsverhouding niet nader omschreven
en moet uit de concrete omstandigheden van het geval worden afgeleid
van welk type overeenkomst er sprake is. Hoe een geschil over de
kwalificatie van een overeenkomst moet worden beoordeeld weten we
door 2 arresten.

Groen/ Schoevers
Groen werkte parttime bij Schroevers. Dit was mondeling
overeengekomen. Hij gedroeg zich als een zelfstandige met facturering
aan zijn CV. Schroevers droeg daarom geen inhoudingen af (loonbelasting,
premie sociale verzekering etc.). Geen vakantiegeld of betaling bij ziekte
en geen arbeidsvoorwaarden. Schroevers beëindigt de overeenkomst.
Groen gaf aan dat dit niet kon want art. 7:610 BW van toepassing.
Hoge Raad: partijen kunnen het verrichten van werk op verschillende
wijze inrichten. Waarvan sprake is hangt af van: hoe bepaalt je welke soort
overeenkomst m.b.t. werk verrichten voor een ander sprake is?
- Partijbedoeling wat hadden partijen bij het sluiten van de
overeenkomst voor ogen?
- Feitelijke uitvoering wijze waarop zij feitelijk aan de
overeenkomst uitvoering hebben gegeven, getoetst aan art. 7:610
lid 1 BW:
 Arbeid persoonlijk verricht
 Loon vaste bedragen/ bepaald moment, doorbetalen in vakantie.
 Gezagsverhouding: aanwijzingen/ instructies.
- Overige omstandigheden.
Zowel de kantonrechter als de rechtbank waren het hier niet mee eens en
kwamen tot de conclusie dat er geen sprake zou zijn van een
arbeidsovereenkomst.

Connected book
 image
Publisher: 29 januari 2024 ISBN: 9789462128910 Edition: 2

Document information

Study
Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
H1 tm h4/ h7
Uploaded on
September 6, 2026
Number of pages
38
Written in
2026/2027
Type
Summary
$23.74

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
6
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions