1. Uitleggen hoe het jeugd(straf)rechtssysteem zich vanaf 1905 tot heden heeft ontwikkeld
(Hoofdstuk 1)
2. Reflecteren op de leeftijdsgrenzen in het jeugdstrafrecht in relatie tot het IVRK en de
uitzonderingen daarop (Hoofdstuk 2)
3. Reflecteren op de buitengerechtelijke afdoening van jeugdstrafzaken in relatie tot het IVRK
en de in dat kader vereiste juridische waarborgen (Hoofdstuk 3)
4. Uitleggen hoe de rechtspositie van de aangehouden jeugdige verdachte eruitziet (Hoofdstuk
4)
5. Uitleggen op welke punten de regeling van de voorlopige hechtenis voor jeugdige
verdachten afwijkt van die voor volwassen verdachten en hoe daarmee kan worden
geanticipeerd op ambulante jeugdsancties (Hoofdstuk 5)
6. Uitleggen waarom en hoe de terechtzitting bij jeugdige verdachten verschilt van die bij
volwassen verdachten en daarop reflecteren in het licht van de door het IVRK gestelde eisen
(Hoofdstuk 6)
7. Casuïstiek in jeugdstrafzaken analyseren
8. Uitleggen waarom en hoe vrijheidsbenemende jeugdsancties verschillen van die van sancties
voor volwassenen (Hoofdstuk 7)
9. Uitleggen hoe het regime en de rechtspositie in de justitiële jeugdinrichtingen eruitziet en
daarop reflecteren in relatie tot de rechtspositie in accommodaties voor gesloten jeugdhulp
en de eisen die daar in Europees verband aan worden gesteld. (Hoofdstuk 8)
Thema 1: Jeugdspecialisme, leeftijdsgrenzen, adolescentenstrafrecht
Videocollege week 1 deel 1 : Hoofdstuk 1 Jeugdstrafrecht en jeugdspecialisme
Waarom een apart jeugdstrafrecht: staat in het IVRK.
Jeugdwetgeving 19e eeuw
Crimineel wetboek voor het Koninkrijk Holland (1809-1811)
Ondergrens 12 jaar, 12-15 jaar kinderlijke straffen, 15-18 jaar verkorte volwassen straf
Code Penal (1811-1886)
Tot 16 jaar – als feit met ‘oordeel des onderscheids’ gepleegd: verkorte volwassen straf
Zo niet: vrijspraak met mogelijkheid plaatsing verbeterhuis (tot 20 e jaar)
Wetboek van Strafecht (1886-1905)
Ondergrens 10 jaar. Plaatsing in rijksopvoedingsgesticht door civiele rechter op vordering van OM
(tot 18e jaar).
Zaak van de Zeeuwse zusjes 1868: meisjes van 5 en 9 jaar oud waren veroordeeld tot 7.5 jaar
tuchthuis. NB: Bij vrijspraak en plaatsing verbeterhuis had dat veel langer kunnen duren, tot 20 e jaar,
dus max 15 (voor de 5-jarige) en 11 jaar (voor de 9-jarige). → Discussie: wellicht heeft de rechter
bewust veroordeeld, omdat de kinderen dan voor een vooraf vastgestelde tijd vast zouden zitten en
daarna zekerheid hadden dat ze vrij kwamen. Kinderen werkten in die tijd rond de leeftijd van 12
jaar.
, Jeugdinstellingen 19e eeuw
Op initiatief Nederlandsch Genootschap ter Zedelijke Verbetering van der Gevangenen
1833 – Eerste jongensgevangenis in Rotterdam met school
1836 – Eerste meisjesgevangenis in Amsterdam
→ Opvoedelingen en veroordeelden werden samen geplaatst!
1857 – Huis van Verbetering en opvoeding voor jongens in Alkmaar
1859 – Huis van Verbetering en Opvoeding voor meisjes in Montfoort, gefuseerd met
meisjesgevangenis Amsterdam
Achtergrond Kinderwetten
Opkomst Nieuwe Richting (aandacht persoon van de verdachte)
G.A. van Hamel in 1895: strafrecht moet bij jeugdige wetsovertreders altijd zijn gerelateerd aan ‘de
pedagogiek, de opvoedingskunst’. Straf moet naast vergelding ook een opvoedend karakter hebben.
Oprichting Pro Juventute (1896): werd ook wel patronagestelsel genoemd
Vrijwilligers begeleiden als ‘patroon’ jongeren tot 18 jaar binnen het eigen gezin als alternatief voor
strafrechtelijk ingrijpen. PJ regelt rechtsbijstand en fungeert als reclasseringsorgaan voor jeugdige
misdadigers of jeugdigen die risico lopen dat te worden.
Kinderwetten 1905 (1901 aangenomen): huidige basis voor het jeugdstrafrecht en
jeugdbeschermingsrecht
1. Strafrechtelijke kinderwet: aparte jeugdsancties en aparte procedureregels voor jeugdige
verdachten.
2. Civielrechtelijke kinderwet: mogelijkheid om bij verwaarlozing of misbruik ouders te
ontzetten of ontheffen uit de ouderlijke macht
3. Kinderbeginselenwet: Regeling tuchtscholen (strafrechtelijk veroordeelden) en
rijksopvoedingsgestichten (waarin opvoeding ouders kon worden overgenomen, kinderen
hadden langdurige opvoeding nodig)
Tevens invoering Leerplichtwet.
Verband met jeugdbeschermingsrecht
Minister van Justitie Cort van der Linden MvT:
‘’ Het onderscheid tussen verwaarloosde kinderen en die welke met de strafrechter in aanraking
komen, is veelal voorkomen oppervlakkige onderscheiding. Het is dikwijls bloot toevallig of kinderen
een misdrijf plegen, dan wel of de aandacht wordt gevestigd op het feit dat zij op verregaande wijze
verwaarloosd zijn, want dat laatste, de verwaarlozing zelve , is dikwerf de oorzaak van misdrijf’’’
Jeugdinstellingen vanaf 1905
Tuchtschool: max 1 jaar tuchtschoolstraf, kortdurende disciplinering
Rijksopvoedingsgesticht (ROG): Jeugdtbr, te verlengen tot 21e jaar, uit omgeving halen. Hier
konden ook kinderen op civielrechtelijke titel worden geplaatst. Regering subsidieerde oprichting
particuliere opvoedingsgestichten naar geloofsovertuiging ouders. Wilde daarmee ‘staats’-
opvoeding voorkomen. Je kan dit vergelijken met internaten. Je kon hier dus ook worden
geplaatst o.b.v. civielrechtelijke titel. Zowel civiele- als strafrechtelijke titels zaten hier.
‘Criminele’ kinderen (strafrechtelijk) – naar ROG, bij goed gedrag naar particuliere instelling
‘Verwaarloosde’ kinderen (civielrechtelijk) – naar particuliere instelling, bij problemen naar ROG
Gespecialiseerde autoriteiten vanaf 1905
, Vanaf 1918 steeds meer bureaus Kinderpolitie → de eerste was in Rotterdam!
1922 – invoering kinderrechter: behandelt zowel strafzaken als jeugdbeschermingszaken. In elke
rechtbank een ‘Bureau Kinderrechter’ waar kennis bestond over de voor jeugdigen beschikbare
jeugdhulp
1922 – invoering ondertoezichtstelling (OTS) door gezinsvoogd, werkzaam bij een
gezinsvoogdijinstelling, zoals Pro Juventute.
1954 – Raad voor de Kinderbescherming krijgt plaats in de wet
Twee ingrijpende herzieningen in de 20 e eeuw
Herziening 1965: Commissie Overwater (1951) adviseert tot versterking band met
jeugdbeschermingsrecht. Voor de verdere uitbouw van het kinderbeschermingswerk, waaronder het
jeugdstrafrecht, beide onder één ministerie brengen volgens beginselen neergelegd in één algemene
jeugdwet.
Herziening 1995: Commissie Anneveld (1982) adviseert tot doorsnijden band met
jeugdbeschermingsrecht, omdat dit leidt tot minder rechtswaarborgen. Jeugdigen zijn rechtssubject
en geen voorwerp van hulp en steun. Schrapping specifieke jeugdsancties en afbouw van de
gespecialiseerde autoriteiten en instellingen.
1995 – ratificatie Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK)
In 1989 in werking getreden, in 1995 in Nederland geratificeerd. Toezicht op naleving doordat er elke
5 jaar een rapportage moet uitgebracht aan het VN-Kinderrechtencomité. Regering moet gevolg
geven aan de aanbevelingen en ook verantwoorden. Belang van het kind moet altijd de doorslag
geven.
Uitgangspunt is art. 3 lid 1 IVRK: In all actions concering children, whether undertaken by public or
private sociale welfare institutions, courts of law, administrative authorities of legislative bodies, the
best interest of the child shall be a primary consideration.
Art. 40 lid 3 aanhef IVRK: Promote the establishment of laws, procedures, authorities and institutions
specifically applicabe to children alleged as, accuses of, or recognized as having infringed the penal
law.
General comment nr. 24: Om principes en rechten van het verdrag te kunnen implementeren is
effectieve organisatie, jeugdrechtspleging nodig. Vereist gespecialiseerde jeugdunits van de politie,
jeugdofficieren van justitie en jeugdrechtadvocaten. Kinderrechtbanken inrichten als aparte units of
gespecialiseerde jeugdrechters benoemen. Tevens diensten gespecialiseerd in reclassering,
begeleiding en toezicht van jeugdige wetsovertreders, op jeugd gerichte dagbehandelingscentra en
kleinschalige faciliteiten voor residentiele zorg en behandeling voor jeugdigen. Gespecialiseerde
gemeenschapsgerichte voorzieningen voor kinderen die hulp nodig hebben, maar gezien leeftijd
strafrechtelijk verantwoordelijk zijn te houden.
Videocollege week 1 deel 2: Hoofdstuk 2 Wettelijke leeftijdsgrenzen
Ondergrens
Crimineel wetboek voor het Koninkrijk Holland 1809: 12 jaar
Code Penal 1811: geen ondergrens
Wetboek van strafrecht 1886: 10 jaar
Kinderwet 1905: geen ondergrens.