30 Meerkeuzevragen op HBO+ Niveau met Uitgebreide Diagnostische Toelichting
Vakgebied: Medische Beeldvorming / Verloskundige Echoscopie
Doelgroep: Studenten Verloskunde (Bachelor), Echoscopisten in opleiding en
zorgprofessionals
Niveau: HBO+ / Bachelor Niveau (voldoet aan landelijke NVOG, KNOV en
RIVM richtlijnen)
Inhoud: 30 representatieve casusgestuurde meerkeuzevragen over Fysica,
Biometrie, Screening (ETSEO/TTSEO), GUO indicaties, Sonomarkers
en Echografische Artefacten.
——————————————————————————————————————————————
1. Introductie
Deze professionele oefentoets is specifiek ontworpen om je kennis van de obstetrische en
gynaecologische echoscopie grondig te toetsen op HBO+ / bachelorniveau. De vragen dekken het
volledige spectrum van de modernste richtlijnen, waaronder de geldende standaarden van de NVOG,
KNOV en het RIVM.
De toets is opgedeeld in twee hoofdonderdelen:
Deel 1: 30 Casusgestuurde en theoretische meerkeuzevragen (A, B, C, D) met een geleidelijke
opbouw in complexiteit.
Deel 2: Een overzichtelijke antwoordsleutel (matrix) gevolgd door een diepgaande diagnostische
toelichting per vraag, waarin de fysiologische en klinische mechanismen stap voor stap worden
uitgelegd.
Pagina 1
, 2. Deel 1: Meerkeuzevragen
Vraag 1: Wat is de fysiologische ondergrens van de frequentie van ultrasoon geluid in het algemeen, en
wat is het gangbare frequentiebereik dat in de medische diagnostiek wordt toegepast voor
verloskundige echoscopie?
A) > 10.000 Hz; en een bereik van 1 tot 10 MHz
B) > 20.000 Hz; en een bereik van 2 tot 20 MHz
C) > 20.000 Hz; en een bereik van 5 tot 15 MHz
D) > 50.000 Hz; en een bereik van 2 tot 20 MHz
Vraag 2: Welk fysisch basisprincipe ligt ten grondslag aan de werking van de transducer, waarbij
elektrische energie wordt omgezet in mechanische trillingen (en omgekeerd)?
A) Het thermionische emissie-effect
B) Het piëzo-elektrische effect
C) Het foto-elektrische effect
D) Het Doppler-shift principe
Vraag 3: Wat wordt bij echografische beeldvorming exact verstaan onder de term 'axiale resolutie'?
A) Het vermogen om twee opeenvolgende structuren die direct achter elkaar liggen (in de richting
van de geluidsbundel) als afzonderlijke entiteiten te onderscheiden.
B) Het vermogen om twee structuren die direct naast elkaar liggen (loodrecht op de
geluidsbundel) als afzonderlijke entiteiten te onderscheiden.
C) De minimale dikte van het tweedimensionale echovlak in de richting van het zogenoemde
'elevatievlak'.
D) Het vermogen om zeer snelle bewegingen van structuren in real-time scherp en zonder
bewegingsruis weer te geven.
Vraag 4: Een echoscopist verhoogt de zendfrequentie van de transducer van 4 MHz naar 10 MHz bij een
zwangere patiënte. Wat is het directe fysische gevolg hiervan voor de beeldvorming?
A) De resolutie verbetert aanzienlijk, en de penetratiediepte van de geluidsgolven neemt toe.
B) De resolutie verslechtert, maar de penetratiediepte van de geluidsgolven neemt toe.
C) De resolutie verbetert aanzienlijk, maar de penetratiediepte van de geluidsgolven neemt af
vanwege snellere uitdoving.
D) Er treedt geen verandering op in resolutie, maar de geluidsbundel kan veel minder diep in de
weefsels doordringen.
Vraag 5: De mate van reflectie (intensiteit van de echo) aan een weefselgrens is primair afhankelijk van
het verschil in 'akoestische impedantie' tussen de twee aangrenzende weefsels. Welke
weefseleigenschappen bepalen deze impedantie?
Pagina 2