PEDAGOGISCHE PRAKTIJKONTWIKKELING EN BELEID
SAMENVATTING + LITERATUUR + OVERZICHTEN MODELLEN
PEDAGOGISCHE WETENSCHAPPEN UU
SAMENVATTING
HC1. Instructiecollege
Wat maakt programma succesvol?
Moderator: leeftijd, sekse, klasgrootte
Mediator: kennis, zelfbeeld, vaardigheden
Effectladder
1. Voorwaardelijk (goed beschreven interventie)
2. Veelbelovend (theoretisch goed onderbouwde interventie)
3. Doeltreffend (eerste empirische aanwijzingen dat interventie effectief is)
4. Plausibel (goed empirische aanwijzingen, waarschijnlijk dat interventie effectief is)
5. Werkzaam (sterke empirische aanwijzingen, effect wordt veroorzaakt door interventie, cliënten
zijn tevreden)
Onderzoek Baar (2007)
Pesten
Iemand staat langdurig en herhaaldelijk bloot aan negatieve handelingen verricht door 1 of
meer personen
Een vorm van agressief gedrag waarbij sprake is van het systematisch, langdurig en
opzettelijk schade (willen) toebrengen aan iemand anders
Er is sprake van een asymmetrische machtsrelatie tussen pester en slachtoffer
Vormen van pesten
Openlijk (verbaal, fysiek, materieel)
Relationeel (direct, indirect)
Digitaal
Zelfrapportage kinderen 9-13 jaar
5-11% wordt regelmatig gepest
5-14% pest met grote regelmaat
2-7% geclassificeerd als dader/slachtoffer
Jongens vaker dader dan meisjes
Jongens en meisjes even vaak slachtoffer
Jongens pesten meer fysiek, meisjes meer verbaal/indirect
Op basis daalt het aantal slachtoffers met toenemen van de leeftijd/groep
Eerste klas van middelbare school een tijdelijke toename van pesten, daarna afname
Antipestprogramma's
Er zijn maar 3 programma's min of meer geëvalueerd op daadwerkelijke effectiviteit (PRIMA,
C&SCO, Marietje Kessels project)
PRIMA: enigszins effectief, toch landelijke invoering
CS&CO: mislukte effectevaluatie, methodiek bestaat niet meer
, Marietje Kessels: alleen op attitude significante effecten, niet op gedrag
Aanpak pestgedrag
Beoordeling antipestprogramma's: 13 van de 61 programma's waren 'kansrijk', 49 afgewezen
1 augustus 2015: wet Sociale Veiligheid: scholen wettelijk verplicht om voor een sociaal
veilige omgeving te zorgen maar mogen dit zelf invullen.
In opleidingen aandacht voor sociale veiligheid en seksuele diversiteit, leraren krijgen
bijscholing over cyberpesten
Onderwijsinspectie houdt toezicht
Doorontwikkeling en empirisch onderzoek naar de effectiviteit van 10 kansrijke programma's
door NRO
o Kanjertraining
o Omgaan met elkaar
o Programma Alternatieve Denkstrategieën (PAD)
o Taakspel
o Zippy's vrienden
o PRIMA
o School Wide Positive Behavior Support (SWPBS)
o Alles Kidzzz
o Plezier op school
o Sta sterk op school
Rapportage NRO (Nederlands Regieorgaan Onderwijsonderzoek):
o Het is mogelijk om binnen een jaar pestgedrag te verminderen
o Er zijn antipestprogramma's beschikbaar waarvan de effectiviteit is aangetoond
o Zorgelijk dat er scholen zijn die werken met bewezen niet-effectieve
antipestprogramma's, of programma's niet goed uitvoeren
o Bewezen effectieve programma's aangemeld voor opname in databank effectieve
jeugdinterventies Nji
Actuele stand van zaken
SWPBS: effectief volgens eerste aanwijzingen
Taakspel: wordt opnieuw beoordeeld
o Niet specifiek gericht op pesten maar op verbetering van klasklimaat
o Klein effect voor nominaties voor pesten
Alles Kidzzz: effectief volgens eerste aanwijzingen
PAD: effectief volgens sterke aanwijzingen
Plezier op school: effectief volgens goede aanwijzingen
Zippy's vrienden: verlopen, wordt niet meer ingediend
Kanjertraining: effectief volgens sterke aanwijzingen
PRIMA: effectief volgens eerste aanwijzingen
o Klein effect voor 3/4 pestmaten (zelfgerapporteerd pesten en nominaties voor
gepest worden en pesten)
o Grote effecten voor nominaties van pesten en gepest worden in klassen met
conflicten
Sta sterk: niet erkend
Omgaan met elkaar: veelbelovend
KiVa: effectief volgens eerste aanwijzingen
o Laat binnen 1 jaar kleine effecten zien voor zelfrapportage van een globale maat voor
gepest worden en verbaal en relationeel gepest worden
o Geen effecten voor zelfrapportage van fysiek pesten en zelfrapportage van pesten,
nominaties voor pesten en gepest worden niet gemeten
,Literatuur HC1
Baar, P., Wubbels, T., & Vermande, M. (2007). Algemeen methodische voorwaarden voor effectiviteit
en de effectiviteitspotentie van Nederlandstalige antipestprogramma’s voor het primair onderwijs.
Pedagogiek, 27(1), 71-90. (*)
Dit artikel onderzoekt de mogelijke effectiviteit van antipestprogramma's voor het Nederlandse
basisonderwijs. De auteurs bekijken niet of programma's daadwerkelijk bewezen effectief zijn, maar
beoordelen in hoeverre ze voldoen aan wetenschappelijke voorwaarden die de kans op effectiviteit
vergroten.
Doel van het onderzoek:
1. Vaststellen welke methodische voorwaarden belangrijk zijn voor een effectief antipestprogramma
2. Nagaan in hoeverre bestaande Nederlandstalige antipestprogramma's aan die voorwaarden
voldoen
Het onderzoek is relevant omdat pesten ernstige gevolgen kan hebben:
Psychosomatische klachten
Depressie en suïcidale gedachten
Middelengebruik
Antisociaal en crimineel gedrag
Tegelijkertijd blijken veel antipestprogramma's slechts beperkte of kortdurende effectiviteit te
hebben.
Voorwaarden voor een effectief programma:
1. Sociale en epidemiologische analyse
Hoe ernstig is het probleem (pestgedrag)
Op welke manier doet het probleem zich voor (welke vormen van pesten)
Hoe ervaren betrokkenen het probleem (leerling, ouders, leerkrachten)
2. Analyse van risicofactoren
Persoonlijke kenmerken (bijv. handicap of bepaald uiterlijk)
Gedragsfactoren (bijv. snel huilen)
Omgevingsfactoren (bijv. weinig toezicht op het schoolplein)
3. Analyse van gedragsdeterminanten
Attitude (wat vindt iemand van pesten)
Sociale invloed (groepsdruk)
Eigen effectiviteitsverwachting (vertrouwen dat je weerstand kunt bieden)
4. Specifiek en operationeel geformuleerde interventiedoelen
Doelen duidelijk omschreven en operationeel geformuleerd
Afgestemd op doelgroep (kennis, opvattingen, behoeften, verwachtingen en vaardigheden
van doelgroep)
SMART geformuleerd
5. Op theorie en praktijkervaring gebaseerde operationele methodiek
Theoretische onderbouwing
Algemene methodieken (modelleren, informatieoverdracht, vaardigheidstraining, sociale
support, beloning en bekrachtiging)
Deze methodieken vertaald naar concrete technieken
6. Implementatieprotocol
Uitvoering van interventie (aard, volgorde, frequentie, duur, intensiteit)
Waardevolle ervaringen uit de praktijk
, Implementatie van interventie is bepalend voor effect van interventie
7. Evaluatieplan
Worden doelen bereikt? (effectevaluatie)
Hoe verliep de uitvoering? (procesevaluatie)
Effectieve programma's worden voortdurend aangepast en verbeterd op basis van evaluaties
De onderzoekers analyseerden 10 Nederlandstalige antipestprogramma's voor het basisonderwijs
C&SCO (Conflicthanteringen Sociale Competentie in het Onderwijs)
De No Blame methode
Kinderen en ingrijpende situaties over pesten
Marietje Kesselsproject
Pesten is laf, leer het af
Pesten op school
Pesten op school, een actieprogramma
Rots en Water
PRIMA pakket
Ruzies, oplossen met Klop
Belangrijkste resultaten:
De meeste programma's:
o Hebben weinig wetenschappelijke onderbouwing
o Doen weinig vooronderzoek
o Werken niet met duidelijke meetbare doelen
o Hebben beperkte evaluatie
o Onvoldoende evidence-based
Sterkere programma's
PRIMA pakket
o Gebruikt monitoring en evaluatie
o Heeft een duidelijk evaluatieplan
o Gebaseerd op praktijkervaring gebaseerde methodiek
C&SCO
o Sterke theoretische onderbouwing
o Sterke systematische aanpak
o Goede implementatie
Marietje Kesselsproject
o Sterke evaluatie
o Sterke uitvoering
o Sterke praktische uitwerking
o Beperkte analyse risicofactoren
o Beperkte koppeling aan theorie
Geen enkel programma voldoet volledig, effectonderzoek is noodzakelijk, onvoldoende
wetenschappelijke onderbouwing, weinig systematische analyse van oorzaken van pesten.
Jansen, S., Kenniscentrum Sport & Bewegen, Movisie, Nederlands Jeugdinstituut, RIVM, Trimbos-
instituut, & Vilans. (2024). Kies erkend, krijg erkenning: Criteria 2024-2027 .
https://www.nji.nl/system/files/2024-05/Notitie-Criteria-erkenning-2024-2027.pdf
Uitkomst van toetsing:
Erkend: alle criteria staan op 'ja'
SAMENVATTING + LITERATUUR + OVERZICHTEN MODELLEN
PEDAGOGISCHE WETENSCHAPPEN UU
SAMENVATTING
HC1. Instructiecollege
Wat maakt programma succesvol?
Moderator: leeftijd, sekse, klasgrootte
Mediator: kennis, zelfbeeld, vaardigheden
Effectladder
1. Voorwaardelijk (goed beschreven interventie)
2. Veelbelovend (theoretisch goed onderbouwde interventie)
3. Doeltreffend (eerste empirische aanwijzingen dat interventie effectief is)
4. Plausibel (goed empirische aanwijzingen, waarschijnlijk dat interventie effectief is)
5. Werkzaam (sterke empirische aanwijzingen, effect wordt veroorzaakt door interventie, cliënten
zijn tevreden)
Onderzoek Baar (2007)
Pesten
Iemand staat langdurig en herhaaldelijk bloot aan negatieve handelingen verricht door 1 of
meer personen
Een vorm van agressief gedrag waarbij sprake is van het systematisch, langdurig en
opzettelijk schade (willen) toebrengen aan iemand anders
Er is sprake van een asymmetrische machtsrelatie tussen pester en slachtoffer
Vormen van pesten
Openlijk (verbaal, fysiek, materieel)
Relationeel (direct, indirect)
Digitaal
Zelfrapportage kinderen 9-13 jaar
5-11% wordt regelmatig gepest
5-14% pest met grote regelmaat
2-7% geclassificeerd als dader/slachtoffer
Jongens vaker dader dan meisjes
Jongens en meisjes even vaak slachtoffer
Jongens pesten meer fysiek, meisjes meer verbaal/indirect
Op basis daalt het aantal slachtoffers met toenemen van de leeftijd/groep
Eerste klas van middelbare school een tijdelijke toename van pesten, daarna afname
Antipestprogramma's
Er zijn maar 3 programma's min of meer geëvalueerd op daadwerkelijke effectiviteit (PRIMA,
C&SCO, Marietje Kessels project)
PRIMA: enigszins effectief, toch landelijke invoering
CS&CO: mislukte effectevaluatie, methodiek bestaat niet meer
, Marietje Kessels: alleen op attitude significante effecten, niet op gedrag
Aanpak pestgedrag
Beoordeling antipestprogramma's: 13 van de 61 programma's waren 'kansrijk', 49 afgewezen
1 augustus 2015: wet Sociale Veiligheid: scholen wettelijk verplicht om voor een sociaal
veilige omgeving te zorgen maar mogen dit zelf invullen.
In opleidingen aandacht voor sociale veiligheid en seksuele diversiteit, leraren krijgen
bijscholing over cyberpesten
Onderwijsinspectie houdt toezicht
Doorontwikkeling en empirisch onderzoek naar de effectiviteit van 10 kansrijke programma's
door NRO
o Kanjertraining
o Omgaan met elkaar
o Programma Alternatieve Denkstrategieën (PAD)
o Taakspel
o Zippy's vrienden
o PRIMA
o School Wide Positive Behavior Support (SWPBS)
o Alles Kidzzz
o Plezier op school
o Sta sterk op school
Rapportage NRO (Nederlands Regieorgaan Onderwijsonderzoek):
o Het is mogelijk om binnen een jaar pestgedrag te verminderen
o Er zijn antipestprogramma's beschikbaar waarvan de effectiviteit is aangetoond
o Zorgelijk dat er scholen zijn die werken met bewezen niet-effectieve
antipestprogramma's, of programma's niet goed uitvoeren
o Bewezen effectieve programma's aangemeld voor opname in databank effectieve
jeugdinterventies Nji
Actuele stand van zaken
SWPBS: effectief volgens eerste aanwijzingen
Taakspel: wordt opnieuw beoordeeld
o Niet specifiek gericht op pesten maar op verbetering van klasklimaat
o Klein effect voor nominaties voor pesten
Alles Kidzzz: effectief volgens eerste aanwijzingen
PAD: effectief volgens sterke aanwijzingen
Plezier op school: effectief volgens goede aanwijzingen
Zippy's vrienden: verlopen, wordt niet meer ingediend
Kanjertraining: effectief volgens sterke aanwijzingen
PRIMA: effectief volgens eerste aanwijzingen
o Klein effect voor 3/4 pestmaten (zelfgerapporteerd pesten en nominaties voor
gepest worden en pesten)
o Grote effecten voor nominaties van pesten en gepest worden in klassen met
conflicten
Sta sterk: niet erkend
Omgaan met elkaar: veelbelovend
KiVa: effectief volgens eerste aanwijzingen
o Laat binnen 1 jaar kleine effecten zien voor zelfrapportage van een globale maat voor
gepest worden en verbaal en relationeel gepest worden
o Geen effecten voor zelfrapportage van fysiek pesten en zelfrapportage van pesten,
nominaties voor pesten en gepest worden niet gemeten
,Literatuur HC1
Baar, P., Wubbels, T., & Vermande, M. (2007). Algemeen methodische voorwaarden voor effectiviteit
en de effectiviteitspotentie van Nederlandstalige antipestprogramma’s voor het primair onderwijs.
Pedagogiek, 27(1), 71-90. (*)
Dit artikel onderzoekt de mogelijke effectiviteit van antipestprogramma's voor het Nederlandse
basisonderwijs. De auteurs bekijken niet of programma's daadwerkelijk bewezen effectief zijn, maar
beoordelen in hoeverre ze voldoen aan wetenschappelijke voorwaarden die de kans op effectiviteit
vergroten.
Doel van het onderzoek:
1. Vaststellen welke methodische voorwaarden belangrijk zijn voor een effectief antipestprogramma
2. Nagaan in hoeverre bestaande Nederlandstalige antipestprogramma's aan die voorwaarden
voldoen
Het onderzoek is relevant omdat pesten ernstige gevolgen kan hebben:
Psychosomatische klachten
Depressie en suïcidale gedachten
Middelengebruik
Antisociaal en crimineel gedrag
Tegelijkertijd blijken veel antipestprogramma's slechts beperkte of kortdurende effectiviteit te
hebben.
Voorwaarden voor een effectief programma:
1. Sociale en epidemiologische analyse
Hoe ernstig is het probleem (pestgedrag)
Op welke manier doet het probleem zich voor (welke vormen van pesten)
Hoe ervaren betrokkenen het probleem (leerling, ouders, leerkrachten)
2. Analyse van risicofactoren
Persoonlijke kenmerken (bijv. handicap of bepaald uiterlijk)
Gedragsfactoren (bijv. snel huilen)
Omgevingsfactoren (bijv. weinig toezicht op het schoolplein)
3. Analyse van gedragsdeterminanten
Attitude (wat vindt iemand van pesten)
Sociale invloed (groepsdruk)
Eigen effectiviteitsverwachting (vertrouwen dat je weerstand kunt bieden)
4. Specifiek en operationeel geformuleerde interventiedoelen
Doelen duidelijk omschreven en operationeel geformuleerd
Afgestemd op doelgroep (kennis, opvattingen, behoeften, verwachtingen en vaardigheden
van doelgroep)
SMART geformuleerd
5. Op theorie en praktijkervaring gebaseerde operationele methodiek
Theoretische onderbouwing
Algemene methodieken (modelleren, informatieoverdracht, vaardigheidstraining, sociale
support, beloning en bekrachtiging)
Deze methodieken vertaald naar concrete technieken
6. Implementatieprotocol
Uitvoering van interventie (aard, volgorde, frequentie, duur, intensiteit)
Waardevolle ervaringen uit de praktijk
, Implementatie van interventie is bepalend voor effect van interventie
7. Evaluatieplan
Worden doelen bereikt? (effectevaluatie)
Hoe verliep de uitvoering? (procesevaluatie)
Effectieve programma's worden voortdurend aangepast en verbeterd op basis van evaluaties
De onderzoekers analyseerden 10 Nederlandstalige antipestprogramma's voor het basisonderwijs
C&SCO (Conflicthanteringen Sociale Competentie in het Onderwijs)
De No Blame methode
Kinderen en ingrijpende situaties over pesten
Marietje Kesselsproject
Pesten is laf, leer het af
Pesten op school
Pesten op school, een actieprogramma
Rots en Water
PRIMA pakket
Ruzies, oplossen met Klop
Belangrijkste resultaten:
De meeste programma's:
o Hebben weinig wetenschappelijke onderbouwing
o Doen weinig vooronderzoek
o Werken niet met duidelijke meetbare doelen
o Hebben beperkte evaluatie
o Onvoldoende evidence-based
Sterkere programma's
PRIMA pakket
o Gebruikt monitoring en evaluatie
o Heeft een duidelijk evaluatieplan
o Gebaseerd op praktijkervaring gebaseerde methodiek
C&SCO
o Sterke theoretische onderbouwing
o Sterke systematische aanpak
o Goede implementatie
Marietje Kesselsproject
o Sterke evaluatie
o Sterke uitvoering
o Sterke praktische uitwerking
o Beperkte analyse risicofactoren
o Beperkte koppeling aan theorie
Geen enkel programma voldoet volledig, effectonderzoek is noodzakelijk, onvoldoende
wetenschappelijke onderbouwing, weinig systematische analyse van oorzaken van pesten.
Jansen, S., Kenniscentrum Sport & Bewegen, Movisie, Nederlands Jeugdinstituut, RIVM, Trimbos-
instituut, & Vilans. (2024). Kies erkend, krijg erkenning: Criteria 2024-2027 .
https://www.nji.nl/system/files/2024-05/Notitie-Criteria-erkenning-2024-2027.pdf
Uitkomst van toetsing:
Erkend: alle criteria staan op 'ja'